RSS feed

Fie

Geplaatst op

Waar het fietspad in Rotem het Reselt kruist is enkele maanden geleden een nieuw fietscafé geboren. Fie heet het. Het heeft een gezellig buitenterrasje en een binnenruimte die daarop uitkijkt door een grote glaspartij. Nu de dagen kouder worden nestelen steeds minder mensen zich op het terras. En diegenen die het wel nog doen worden stilaan van binnenuit vreemd bekeken. Ondertussen kan met enige zekerheid geconcludeerd worden dat het ongeprikten zijn. Paria’s van de maatschappij.

Het doet me erg denken aan een belevingsvoorstelling die ik een paar jaar geleden maakte. Bij aankomst werden de mensen willekeurig ingedeeld in een A en een B groep. Families en koppels werden zo uit elkaar gehaald en aan de B mensen werd gevraagd om buiten (het was winter) te wachten. De A mensen mochten binnen plaatsnemen in een gezellige ruimte (die uitkeek op de parking waar de B mensen stonden te bibberen) waar ze verwend werden met een drankje en een hapje. Voor de B mensen ging de sfeer snel van wel grappig naar vervelend naar verontwaardigd tot boos. Voor de A mensen ging het van hilarisch naar enigszins meelijdend maar och ja, de hapjes zijn wel heel lekker.

Na de verdeling van het publiek in twee comfortklassen en de confrontatie door het raam van beide partijen, volgde er in onze voorstelling een coup de théatre: de A mensen mochten de schouwburg betreden en zouden de voorstelling volgen als kijkend publiek. De B mensen werden geblinddoekt naar het podium geleid en beleefden de voorstelling als participant, als meecreërend publiek.

De reacties achteraf waren bijna unaniem: als ze op voorhand een groep hadden mogen kiezen, hadden ze voor de volle beleving van de B groep gekozen.

Europa gaat massaal voor de coronapas, maar wat beslist Belg... - Het  Nieuwsblad Mobile

Ik vraag mij af of er voor de B groep, de paria’s van de coronamaatschappij ook een coup de théatre volgen zal. Of zullen ze permanent tentoongesteld worden als curiositeit voor een publiek van onverschillige cultuursnuivers dat zich apathisch warmt aan koffie en loos comfort?

Over Jürgen C

Geplaatst op

Sinds het begin van de coronacrisis heb ik mij verzet tegen de ondemocratische, onrechtvaardige aard van het beleid. Ik heb dat op een vreedzame, positieve manier gedaan en ik heb getracht om over mijn beweegredenen en mijn wensen voor de toekomst accuraat en niet opruiend te communiceren. Het was en is een slopende strijd om op deze manier gelijkgezinden rondom je te scharen en steun of begrip te vinden van mensen die het zich kunnen permitteren om zich te onthouden van een uitgesproken standpunt in deze maatschappelijke crisis waarvan steeds duidelijker wordt dat ze tot een omwenteling leiden zal.

Ik heb heel wat bagger over me heen gekregen. Ik heb heel wat stilte en minachting gevoeld, ook van mensen waarvan ik dacht dat het mijn vrienden waren.

Sinds een paar dagen loopt er een ontspoorde militair rond in de Limburgse bossen. Hij uitte bedreigingen aan de immer agitatorische Marc Van Ranst, hij stal een arsenaal aan wapens uit zijn kazerne, liet een afscheidsbrief na en ontlokte zo een internationale, van testosteron bevende klopjacht.

Ineens hoor je mensen, die al een jaar zwijgzaam de randjes van de maatregelen aflopen maar zich daar en public niet over uitspreken, steunbetuigingen uiten aan deze zogenaamde vrijheidsstrijder. Ineens zijn de mensen het beu. Ze kunnen niet meer. Ze gaan gebukt onder de maatregelen. Ze willen leven. Ze willen gerechtigheid. Ze zijn Jurgen. Bereid om vanuit hun luie zetel over lijken te gaan voor de vrijheid.

Ik snap dat niet. Waar waren deze mensen toen er vreedzaam gestreden werd voor diezelfde vrijheid? Waar waren deze mensen toen het constructieve, vreugdevolle verzet steun nodig had? Ik geloof niet dat een man met een wapen ooit bijgedragen heeft aan een structurele verandering die leidt tot een vreedzame, rechtvaardige maatschappij. Ik geloof dat mannen met wapens bijdragen aan de instandhouding van een inherent gewelddadig systeem waarvan ze zelf, net zoals wij allemaal, uiteindelijk het slachtoffer zijn.

Mag ik iedereen oproepen om te stoppen met het verheerlijken van geweld? Geen enkel doel rechtvaardigt immers onrechtvaardige middelen. We mogen niet buigen voor de hype, de sensatie van het moment. We mogen ons niet laten leiden door externe factoren die erop gericht zijn om ons te laten voegen naar de eisen van een systeem dat niet gefundeerd is op menselijke behoeften. We moeten waarachtig en authentiek zijn en strijden volgens onze innerlijke leidraad. We moeten onszelf bewust en accuraat en vanuit een diep gevoel voor wat rechtvaardig en humaan is, rigoureus identificeren als constructieve, creatieve changemakers.

THE FUTURE IS FEMALE

Geplaatst op

Afgelopen zaterdag ging ik naar de World Wide Demonstration in Ter Kamerenbos om te ijveren voor een genuanceerd coronabeleid en een vrije, vreugdevolle toekomst op mensenmaat. Tijdens eerdere manifestaties droeg ik protestborden met JA, IK WIL/EEN HUMAAN BELEID en NO CULTURE NO FUTURE. Zowat iedereen juichte deze slogans toen toe. Dit maal echter verkondigde ik: THE FUTURE IS FEMALE. Die boodschap werd minder unaniem positief onthaald. De meeste vrouwen staken instemmend hun duim omhoog, veel mannen reageerden echter bedenkelijk, afwijzend of minachtend, hoewel er zeker ook mannen waren die mijn actie (al dan niet voorzichtig) toejuichten. Achteraf ontspon zich ook online een discussie over het waarom van deze boodschap op een manifestatie tegen de coronamaatregelen. Bovendien stelde men zich de vraag of deze boodschap niet al te polariserend, kort door de bocht of naïef was.

Ik zie heel deze crisis als een laatste stuiptrekking van het fundamenteel gewelddadige kapitalistische systeem dat inherent teert op de uitbuiting van onze aarde, op de ontwrichting van gemeenschappen en op de devaluatie van het menselijke leven, in het bijzonder dat van iedereen die niet beantwoordt aan de norm van wit, rijk, heteroseksueel en mannelijk. De jarenlange besparingen in de zorg – een sector waarin voornamelijk vrouwen werken – is een illustratie van die permanente devaluatie van het menselijke leven en de huidige crisis vloeit daar direct uit voort.

In die zin is deze pandemie een zoveelste symptoom dat ons waarschuwt voor de onderliggende, structurele systeemzweer die op barsten staat. En het huidige absurde maatregelencircus dat beleid heet, zal weldra niet meer blijken te zijn dan een pleister op een etterende wonde.

We hebben geen gewelddadige revolutie nodig. Revoluties leiden niet tot structurele veranderingen. Ze veranderen de naam van het regime, maar niet de fundamenten ervan; ze plaatsen andere personen op dezelfde postjes van dezelfde hiërarchieën maar stellen de mechanismen van het systeem amper in vraag.

We hebben constructieve, creatieve, collectieve strijdlust nodig om van onderuit een nieuw systeem te creëren dat gebaseerd is op menselijkheid, verbondenheid en sociale rechtvaardigheid. Vrouwen kunnen in dit soort van strijd het voortouw nemen. Vrouwen werden en worden immers bij uitstek fysiek, economisch en sociaal gedevalueerd binnen het patriarchale, kapitalistische systeem. Wereldwijd zie je de laatste decennia dan ook een feministisch activisme groeien dat uitgesproken antikapitalistisch is en dat zich bezighoudt met én veranderingen creëert op het vlak van alle belangrijke aspecten van het leven: onze relaties met elkaar en met onze leefomgeving, educatie, lichaamsbewustzijn, gezondheid, voeding, kleinschalige landbouw, lokale economie en sociale rechtvaardigheid.

Met dit soort van strijdlust en engagement kunnen we deze crisis het hoofd bieden en fundamenteel alternatieve vormen van samenleven uitdiepen en verwezenlijken in de politiek van het dagelijkse leven.

De slogan THE FUTURE IS FEMALE is niet polariserend, kort door de bocht of naïef: Het is een appel aan iedereen die zich inzet voor een rechtvaardigere wereld om zich aan te sluiten bij deze constructieve, creatieve, collectieve feministische strijd voor een vreugdevol, verbonden en humaan bestaan voor iedereen.

Kwatsch in pakskes

Geplaatst op

Op zaterdag 13/03/2021 hekelden we één jaar lockdown met een theatrale interventie in het centrum van Genk. Deze actie deden we in het kader van een nationale artistieke coup de poing, georganiseerd door Still Standing for Culture.

Met deze actie willen we oproepen tot een eerlijker crisisbeleid. Alle delen van de samenleving, ook kunst en cultuur, verdienen een volwaardige plek in deze crisis. Meer nog, we zijn ervan overtuigd dat kunst en cultuur nu meer dan ooit essentieel zijn om de sociale cohesie te herstellen na een jaar van angstterreur.

We speelden de politieke satire ‘Kwatsch in pakskes’, een ludiek stuk waarin alle kopstukken van de coronacrisis ervan langs kregen 🙂 Ik schreef de tekst en speelde de rol van Hartenkoningin. Stokely Dichtman bouwde de waanzinnig bombastische pruik en speelde de rol van verteller en publieksmenner 😀

Het werd een heerlijke, stormachtige dag daar in Genk. Er waren mensen die speciaal voor het stuk afgezakt waren, er waren toevallige passanten die bleven plakken en zich een kriek lachten, er waren ook mensen die hevig hun hoofd schudden, er waren stiekeme genieters die het circus vanop een afstandje bekeken, er waren kinderen, er waren flikken die een oogje dicht knepen, er waren stevig doorstappende mensen die niet wisten wat ze zagen, er was applaus. Applaus voor het sprankeltje theatermagie dat we in het rond strooiden, applaus voor de humor, de ontspanning, de troost, voor het samen lachen met en het heel eventjes afschudden van de verschrikkelijke, surreële, aanslepende situatie waarin we zijn verzeild.

Foto’s door Helena Swennen

Filmpje: VID_20210313_160326.mp4 – OneDrive (live.com)

Witte linten wandeling

Geplaatst op

Gisteren wandelde ik mee in de wittelintenwandeling in Hasselt. Een vreedzaam initiatief om de aandacht te vestigen op de nefaste neveneffecten van de coronamaatregelen en om op te roepen tot een humaan, democratisch en genuanceerd beleid.

Met zo’n driehonderd mensen wandelden we door het centrum van Hasselt. Omstaanders reageerden overwegend positief en enthousiast op onze boodschap. Er werden veel duimpjes omhoog gestoken, horeca-uitbaters kwamen geëmotioneerd op hun dorpel staan en omarmden onze roep naar versoepelingen en een terugkeer naar een leefbare samenleving die een volledigere waaier aan maatschappelijke noden en belangen erkent, uitdraagt en beschermt.

Ik trok voor de gelegenheid een ludiek, theatraal kostuum aan om de mensen een zotte riem onder het hart te steken, om een lach op hun gezicht (of ogen) te toveren, om een klein sprankeltje theatermagie in het rond te strooien. Veel mensen kwamen spontaan naar me toe, wilden met me op de foto, gaven me lieve kadootjes en vertelden me hoeveel deugd mijn positieve, grappige, absurde verschijning hen deed. Dat ze daar meer dan ooit behoefte aan hadden in deze sombere tijden.

Ik neem dat mee. Dat we deze ongeziene, voortschrijdende, wrange situatie met moed en authenticiteit maar ook met humor en een groot, bonzend, strijdvaardig hart aan de kaak moeten stellen, betwisten en chargeren in de naam van de menselijkheid, de democratie en de (levens-)kunst.

Foto’s gemaakt door Helena Swennen

La Manifestation

Geplaatst op

Waauw. Na bijna een jaar zonder theater, werd ik gisteren samen met een select clubje uitverkorenen ondergedompeld in een staaltje fantastisch belevingstheater! “An immersive experience: La Manifestation”

De ervaring begon in het station van Leuven. Daar parkeerden we onze auto, kregen we een koffie aangeboden en stapten we – zonder al te veel voorkennis – op de IC trein richting Blankenberge. De ambiance was gemoedelijk zondags maar sloeg bruusk om toen we in Brussel Noord aankwamen. Onze trein arriveerde op een perron waar over de volledige lengte van de trein, om de twee meter een knokbaas in volle wapenuitrusting (pantser, kogelvrij vest, helm, wapenstok, schild) stond opgesteld. Een erehaag van machtsvertoon. Gelukkig hadden wij de instructie gekregen om in Brussel Centraal uit te stappen, maar de grimmigheid had zich genesteld. Met een klein hartje – wat had men voor ons in petto? Hadden we er wel juist aan gedaan om ons hiervoor op te geven? Waren we ondertussen niet té zeer vervreemd van die bijzondere, artistieke, absurde laag van beleving? – stapten we uit in Centraal. Op het eerste zicht waren de gepantserde vechtjassen hier niet aanwezig, maar we voelden als het ware hun priemende ogen op onze huid. Nauwlettend kabbelden we mee naar buiten met een kleine stroom reizigers. Daar zagen we hoe een groepje manifestanten omsingeld werd door eenzelfde politionele knokploeg. We besloten de actie vanop een afstandje te bekijken. Ondertussen zochten we naar medebelevenaars. Al gauw zagen we verschillende mensen met groene kokers rondlopen die uitgedeeld werden door een groepje jonge hippies, studenten die hun jeugd en hun recht op volwaardig onderwijs kwamen opeisen. We vertelden dat we erbij hoorden, dat we medestrijders waren en we kregen een koker, die – mits toverformule – een uitrolbare affiche bleek te zijn: With a loving heart we say freedom

Andere kompanen bleken van een geheel andere signatuur: moeders voor een democratische, humane wereld voor hun kinderen, twee bejaarden op een bloemenfiets tegen het vaccin, kunstenaars voor een stip op de horizon, een testosteronbink met een Vlaamsche vlag, een directrice van een home wiens geweten niet meer zweeg sinds de gedwongen opsluiting van haar bewoners tijdens de eerste lockdown, kleine ondernemers op de rand van het faillissement en andere – volgens het Nieuwe Normaal – abnormale burgers.

Banksy – Love is in the air Flower Thrower

We zagen te laat dat in alle invalshoeken de witte champignonhoedjes van de gepantserde brigade planmatig uit de grond schoten. Hier met paarden, daar met honden, overal met een wapenstok in de aanslag. We begrepen dat communicatie via intimidatie symbolisch en visueel zou plaatsvinden. We werden tergend traag maar meedogenloos bij elkaar gedreven. Ondertussen strooiden onze smartphones verwarring met berichten dat een bende hooligans en relschoppers gearresteerd werd aan Brussel Centraal. Er waren wapens gevonden en iedereen was opgepakt. Ging het over ons? Waren wij de hooligans? Waren de groene kokers gemaakt van staal? Wat zat er in mijn koffie?

“Waarom staat u hier, mevrouw?”

Ik sta hier voor een humaan, proportioneel, democratisch beleid.

De hippies draaien liedjes van Bob Marley. We dansen, zingen, roepen van tous ensemble en van vive la liberté en alors on danse. Maar de dansvloer wordt steeds kleiner, dichter bevolkt en van c*proof manifesteren is al lang geen sprake meer. We zijn omsingeld en in de minderheid. Eén voor één worden we uit de vreedzame moshpit geplukt, met colsonbandjes geboeid en An der Nordseeküste-gewijs op de grond geïnstalleerd. We zijn nu officieel superverspreiders. Iemand blaat. We lachen. Vechtjassen te paard paraderen in cirkels rondom ons. Quel spectacle! Quel cirque! Applaus! Maar we zijn geboeid. Dus we joelen.

Na een uur van nog meer machtsvertoon (dat stukje vond ik eerlijk gezegd een beetje langdradig) worden we, dicht opeen gepropt in busjes, naar een politiekazerne gebracht. Iedereen ontdoet zich eigenhandig van zijn slappe boeien. Dat is prima, want het stelt allemaal ook niets voor (zegt een agent) en we zijn bovendien ongevaarlijk. In de kazerne worden we verdeeld in grote cellen. We krijgen wafels, water, thermische dekens, maar geen boete. Er kan ons immers niets ten laste gelegd worden. Het einde van de experience nadert. We ontspannen, smeden banden en plannen voor toekomstig verzet. Dat ik Telegram moet installeren. Dat je een maatschappij niet kan blijven opsluiten. Dat de Belg een mak persoontje is. Ondertussen ontdoen de vechtjassen zich van hun pantser (het blijken gewonen mensen te zijn). Ze openen de deuren van onze cellen en roepen in koor: “Vous êtes libres messieurs dames! Le spectacle est terminé!”

We staan op en geven hen een staande ovatie.

We tekenen nog voor ontslag en krijgen dan een busrit aangeboden naar Brussel Centraal. Daar staat een trein – netjes op tijd, vóór de avondklok luidt – richting Leuven ons op te wachten aan een vredig perron. Iemand haalt een groene koker uit zijn broekzak, steekt hem op, inhaleert en blaast aerosolen van Belgisch surrealisme besmettelijk in het rond.

De herrijzenis van de dandy

Geplaatst op

Over de rol van de kunsten in een tijd van crisis

We wandelen over een brede laan met aan weerszijden een colonne van dicht naast elkaar geplante loofbomen. “Te dicht”, zeg ik. “Te dicht om ze allemaal tot volle wasdom, nee… tot hun volle potentieel te laten uitgroeien. Het is hun lot om tegen elkaar aan te schuren, elkaar weg te drummen voor een spatje licht, voor een greintje aarde, voor een likje regen.” Gemondmaskerde bubbels komen ons in vlagen tegemoet. Ik beantwoord hun holle, angstige dan weer kijk-mij-eens-hoe-flink blikken met een resolute afwijzing van contact. “Maskers horen thuis in het theater”, snauw ik. Mijn lief stompt me in mijn zij. Ik haal mijn schouders op, het kan me al lang niet meer schelen dat ik niet denk wat ik hoor te denken. Dat ik niet spreek, schrijf of creëer binnen het nieuwe normatieve narratief. Sinds het begin van de coronacrisis zie ik tot mijn grote ontsteltenis hoe een groot deel van de kunstensector zich ontpopte tot een toonbeeld van veerkracht, positiviteit en – oh wee! – solidariteit. We steken met zijn allen artistieke riemen onder het hart. We wringen ons in nooit geziene bochten en gooien onze kunst als voorgekauwde troost, als braaf amusement, als instemmend vermaak virtueel te grabbel. We maken onszelf wijs dat tegen schenen schoppen, twijfelen, reflecteren en vasthouden aan idealen niet van toepassing is in tijden van oorlog. We trekken ons mooiste pakje aan, we onttrekken onze genagellakte tenen uit de klei van de maatschappij, we verkondigen luidkeels de dood van de sociaal geëngageerde kunst en bevestigen zo de zelfvervullende voorspelling dat we niet-essentieel zijn. Applaus.

“Misschien worden er binnenkort wel toekomstbomen aangeduid” zegt mijn lief. “Die kunnen dan volop licht, aarde en regen consumeren en majestueus groot worden!” Ik knik maar ik ben niet meteen laaiend enthousiast. Ik ben een vat vol vragen: “Wat gebeurt er met de kleinere exemplaren? Worden die gewoon bij het groot vuil gezet? Of worden ze elders opnieuw geplant? Kan je een adolescent überhaupt zomaar verplanten? En is er eigenlijk wel een elders? Is er plaats voor iedereen? Zijn we niet gewoon met te veel? Moeten we de ruimte koloniseren? Mag je het woord kolonisatie nog wel uitspreken als onderdeel van de menselijke droom?” Ik bevind me in een donkere ruimte op een ingebeeld podium, de arena, de exclusieve retoriek van de kunst, omringd door een publiek van oplichtende ogen zonder gezicht. De tegenstander lijkt ongrijpbaar: Een zelfverklaarde nietsnut van een dandy die geruisloos meedeint in een klimaat waarin de uitgesproken, ongegeneerde intolerantie van andersdenkenden gecultiveerd wordt, waarin wantrouwig gekeken wordt naar kwetsbare groepen, waarin zondebokken aangewezen worden zonder enig tastbaar bewijs.

We strijden met ongelijke wapens. Ik krijg een knoert van een kreet ‘Stay safe!’ op mijn neus en ik wankel. Ik roep: “De ware onttakeling van de taal ligt in de leuze!” En ik dreun eindeloos l’Homme Révolté van Camus op en in mijn tegenstanders amygdalae (ter regulatie van angst)…. De saletjonker schudt de literaire druppels van zich af, vermijdt dat ze gedestilleerd impact achterlaten en besmeurt me met nietszeggende woorden van troost en schoonheid. De menigte joelt gedempt achter zijn muilkorf. Ik neem mijn pen en ik graaf. Ik graaf in de diepte tot er vragen uit oprijzen: Hoeveel mag dit beleid aan menselijkheid, aan morele principes en aan vrijheid kosten? Mag solidariteit selectief zijn? Mag ik zelf beslissen welke maatschappelijke prioriteiten ik het hoogst in het vaandel draag? Wat is volksgezondheid? Is er een hiërarchie van lijden? De pronker hoest en proest van zoveel ongemakkelijke vragen, tuitelt en valt neer op de grond. Het publiek is in ademnood. Applaus.

“Je ziet het te negatief, schatje. Te traditioneel. Misschien moet je wat minder waarde hechten aan de materialiteit van de dingen?” Ik stop abrupt met wandelen. De maskerparade stokt, botst bijna tegen mijn potentieel besmettelijke lijf aan, zucht, wenst me meer meegaandheid toe en herneemt dan resoluut de gezamenlijke koers. We zijn een rotsformatie in de stroom. Golven van lotsverbondenheid klotsen tegen onze huid. Deinende klanken breken de ruggen van woorden en wachten betekenisloos op een nieuwe taal. “Wat bedoel je?” vraag ik geïrriteerd. Ik heb geen boodschap aan de neoplatonische, christelijke overtuiging dat het idee de materiële werkelijkheid overstijgt in waarde of betekenis. Ik heb geen boodschap aan op zichzelf staande virtualiteit. “Wij zijn ons lijf! Ons denken, ons samenzijn, ons geluk én onze onweerstaanbare neiging om te scheppen is onlosmakelijk verbonden met onze lijfelijkheid. Wij planten leven in en persen leven uit ons lijf. Wij lijden. Wij sterven. Wij boetseren, schilderen, schrijven, zingen, tekenen, dansen het onzichtbare zichtbaar. Wij zijn kunstenaars. Wij gedijen in materie.”

Applaus. Mijn belager swipet mijn vragen van zijn vel, staat recht en lacht. Het is een hologram. Dat zie ik nu pas. De realiteit past zich maar mondjesmaat aan aan de mallen van ons denken. Ik vraag me af of mijn wapens hem überhaupt deren. Hoe betekenisvol, hoe krachtig kan ons concept van kunst als materiële drager van al dan niet controversiële ideeën, overtuigingen en maatschappelijke kritiek zijn in een wereld die zich steeds virtueler manifesteert? De fysieke afstandsmaatregelen die deze crisis ons oplegt zijn effectief sociaal van aard. Ze zorgden immers voor een significante en wellicht blijvende opschaling van een steeds rigidere digitale ervaring van samenzijn en communicatie. Het fenomeen van cancel culture ligt voortdurend op de loer in deze virtuele manier van samenleven. Elk idee, elke overtuiging, elke uiting van protest of kritiek, elke visie die niet strookt met de onze kan in een kwestie van een click verwijderd worden uit onze invloedssfeer. We omringen ons met gelijkgestemden en maken onszelf wijs dat dit dé realiteit is. Welke functie kan ongemakkelijke, kritische kunst nog hebben in deze selectieve vorm van werkelijkheid? Zullen kunstenaars enkel voor eigen parochie kunnen preken? Of zal de dandy dan toch zegevieren?

La Sirène du Marais

Geplaatst op

De afgelopen week was ik in Parijs. Na een bezoek aan het Picasso-museum in de gezellige buurt Le Marais, dronk ik een koffietje in Le Sévigné. Het was het begin van een geweldig ongeloofwaardig verhaal…

le sévigné

De ietwat kleffe, doch uiterst charmante eigenaar heet mij volmondig welkom. Bonjour, Madame! Voulez-vous vous installer à l’intérieur? Ik knik en laat mij een plaats aanwijzen. Zijn Franse klanken glijden over mijn lijf, laten een spoor van sensualiteit achter dat mij haast doet oplichten. Mijn mondhoeken krullen omhoog. Merci, monsieur, c’est gentil. Ik lik zijn taal van mijn lippen. Mijn tong knettert. Hij lacht en brengt mij een menukaart die hij – terwijl hij zijn bovenlijf tegen mijn rug duwt en over mijn schouder kijkt – vakkundig openvouwt op tafel (alsof ik dat niet zelf zou kunnen). Zijn goedkoop parfum klimt in mijn haren. Ik lach. Kijk omhoog – mijn nekhaartjes popelen tegen zijn bovenarm – en zeg dat ik enkel een koffietje wil. Un petit café. Hij vindt het een goede keuze, zingt mee met Serge Gainsbourg terwijl hij mijn koffie prepareert. Ik vind hem vulgair en innemend.

Ik blijf drie koffies. Tot mijn hartslag torenhoog is. Als hij mijn rekening brengt, vraagt hij fluisterend: “Madame, t’as déjâ entendu l’histoire de la Sirène du Marais?”

Ik kijk omhoog. Mijn nekhaartjes weigeren te dansen. “Pourquoi vous me tutoyez?” vraag ik beledigd. Ik hou van formaliteiten.

De charmeur is niet onder de indruk. Hij haalt zijn schouders op, rekent af en gooit een kaartje op tafel. “Si vóus-voulez, Madame” zegt hij enigszins geïrriteerd “on peut se rencontrer”.

Se rencontrer? Wat bedoelt hij daarmee? We hebben ons toch al ontmoet? Of betekent dat nog iets anders in het Frans? Iets clandestiens? Iets spannends? Iets wat ik in al mijn kleien Vlaamsheid niet begrijp?

Ik steek het wisselgeld en het kaartje verward in mijn handtas en ik wandel buiten. Niemand wenst me een bonne journée. Ik sta in het hart van Le Marais, op de rue Payenne, tussen het Picasso-museum en La Place des Vosges. Ik beslis dat ik verdwalen wil. Dat ik zonder enige verantwoordelijkheid voor richting, ondergedompeld wil zijn in deze stad. In het leven. In de liefde als ze mijn pad kruist. Ik verdool de hele dag, tot het schemert in Parijs, tot haar lichtjes ontwaken. Er brandt iets tegen mijn dij. Het is het kaartje in mijn handtas. Het lijkt te baden in een soort van aureool (maar misschien licht het ook wel gewoon op onder de blacklightbanner van de club waar ik op één of andere manier verzeild ben geraakt..) Ik zie nu pas dat het een uitnodiging is.

La Sirène du Marais

Wat moet ik hiermee? Ik houd niet van scancodes en vingerafdruktoestanden. Te meer omdat ik geen smartphone heb. Ik ben analoog. Ik woon IRL. Maar dat maakt mij ook stilaan gehandicapt in een wereld die steeds meer in een digitale dimensie verdwijnt. Ik zucht. De schubben op mijn bovenarmen trillen. De staartkern in mijn hoofd zwiept zenuwachtig op en neer. Ik denk aan de man in Le Sévigné. Je veux qu’on se rencontre. Adrenaline giert door mijn bloed. Ik baad in een zweem van zeelucht. Een jonge, zwarte matroos komt langs me staan. Vraagt of ik gechipt ben. Ik schud mijn hoofd, zeg dat ik analoog ben. Een rariteit. Dat ik thuishoor in één of ander houten kabinet. De matroos lacht, kijkt naar het kaartje in mijn handen en legt er zijn pols op. Beep. Dan neemt hij mijn wijsvinger en drukt die op het kaartje. Beep Beep. “Look @ the back of your hand”. Er verschijnt een adres en een routeplan op mijn hand. Rue de la Sirène 1313. Natuurlijk. Waar anders zou ik verwacht worden? “Just close your eyes & put your mind to it” lacht de matroos. Ik gehoorzaam. Sluit mijn ogen. Denk aan de man in Le Sévigné. Mijn benen worden week en glinsterend nat. De wereld rondom mij vertraagt. (Of adem ik gewoon te snel?) Ik word overspoeld door waanbeelden en onderwatergeluiden. Ik vraag me af of ik wel besta. Misschien ben ik gewoon iemands illusie. Ben je dat niet altijd?

“Madame?” Ik doe mijn ogen open. Le type du Sévigné staat voor me en reikt me een hand.

Ik kijk hem strak aan. Zeg in mijn beste Frans que “Je ne laisse me tutoyer que par les hommes avec qui j’ai couché et les femmes avec qui j’ai mangé 50 kg de sel“ (ik had dat eens ergens gelezen, maar dat hoefde hij niet te weten). Le type Sévigné lacht. Knikt. Het is al goed. Madame wordt gevouvoyeerd. We zijn niet voor niks in Parijs. Hij neemt mijn hand. We verdwijnen in een hoek van een plein via een deur die leidt door een tuin naar een kamer in een oud herenhuis met hoge, echovolle plafonds en kristallen kroonluchters.

Er weerklinkt applaus. Een menigte van uitzinnige, bloedmooie, sensuele mensen klapt in de handen als we de kamer betreden. Le Sévigné buigt en wijst me aan alsof ik een trofee ben. Opnieuw applaus. Ik weet niet goed of ik bejubeld of elk moment gelyncht kan worden. Mijn lippen en mijn tong zijn droog. Mijn bloed stolt stilaan tot zoutdruppels. Mijn pupillen zijn groot en uitnodigend. Ik gooi mijn haren los. Applaus. Ik dans rondom mezelf tot mijn benen op een staart lijken. Applaus. Ik smijt mijn armen in de lucht en roep: “Qui et où suis-je?” Wie en waar ben ik? De menigte verstilt. Le Sévigné komt dichterbij. Slaat zijn kolossale armen om me heen, kust me hard op mijn mond (mijn lippen trillen) en kijkt me ten slotte tevreden aan.

“Vous êtes, Madame…” zegt hij bloedserieus “la pièce manquante du puzzle, du mystère de la Sirène du Marais. Vous êtes, si vous voulez, la queu.” De staart? Ben ik een staart? Heb ik een staart? Ik kijk naar mijn benen. Maar die lijken verdwenen in een soort van laaghangende mist (verdampend zweet). Le Sévigné schudt zijn kop. Ik begrijp het niet. Hij knikt naar het publiek. Vier zwarte matrozen komen naar voren, grijpen elk een arm of een been van me en gordelen me vast in dit hoogst ongeloofwaardige (ik zei het toch!) verhaal. Ik bezwijk. Droom dat iemand mijn hersenpan opensnijdt en er de staartkern uitlepelt. Het ontbrekende stukje van La Sirène du Marais. Applaus! Dat Le Sévigné zijn creatie leven in blaast. Franse klanken in het bloed van de gekunstelde meermin. Applaus! Dat de menigte uitzinnig wordt en dat kleren & speeksel in het rond vliegen. Dat iedereen iedereen kust, likt & neukt. Qu’on se rencontre. Op de vloer. Van één of ander schouwspel. In mijn hoofd. Komt u ook? Vous êtes membre VIP.

A mouthful of silence

Geplaatst op

Once there was a man
who laid himself upon me

I thought of us as a poem
black on white
strong yet fragile

I slowly began to rhyme
to move my hips and dance
to the rhythm of our poetry

While his hands slid under
my skirt, my skin
around my waist of time

My synesthetic figure of style

I dropped my guard
as he advanced, as he planted his iklwa sword
in my tummy, as he grabbed my voracious throat

And choked me with silence

HOPI KACHINA DOLLS

(Don’t you know I’m a conquistador, he could have said. Striving to expand, to incorporate, to embody. To never loose ground, to always protect the borders of my lost land, my Kumari Kandam. He could have said. But he said nothing of that kind leaving me breathless instead with the sound of his withdrawing sword.)

 

Los tigres de papel*

Geplaatst op

Los tigres de papelCollage ‘Los tigres de papel‘ – 2019

 *De papieren tijgers

BURT'S DRAMA

Inspiration, Insight and Information for Drama Teachers

Patterns of Meaning

Exploring the patterns of meaning that shape our world

Hardnekkige melodietjes

Kirstin Vanlierde

Swiss Policy Research

Geopolitics and Media

Kirsten Zeemeermin

Artikelen, verhalen, gedichten, sprookjes en muziek

A Fetish For Poetry

we write the streets

Verwoede noten

Hoge noten, lage noten en alles daartussen

De Taalfluisteraar

Interessante, leuke, toffe en bijwijlen humoristische stukjes over taal

POETRY

| WRITTEN BY KRAGE

KunstVensters

online kunstmagazine

THE DREAM LIFE OF BALSO SNELL

over boeken en auteurs

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, taal, poëzie

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Roos van rijswijk

Schrijft, presenteert, interviewt, coacht en organiseert

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

LETTERgoesting & kunstZINNIG

Your artbeat and market pulse

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

Alowieke

Gewortelde nomade in Friesland

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

%d bloggers liken dit: