RSS Feed

Zelfportretten

Geplaatst op

 

 

  1. Kerstvrouwtje
  2. Ziek
  3. Nieuw kapsel
  4. Starend achter tralies
  5. Superhero
  6. Het regent boekjes
  7. Hamster met eendenbek

Knokenkooi

Geplaatst op

Weet je, zegt ze. Ik ben het oneens. Met wat, denk ik. Je bent het oneens met wat? Geertje? Ze schraapt haar keel, laat er zwarte koffie door glijden, kijkt me resoluut aan en begint dan aan haar verhaal.

Men beweert dat wij gemeenschapsdieren zijn. (Ik verwacht nu een fabel waarin ik in de kudde woon en waarin zij mij en de rest van mijn imbeciele graasroedel vanaf een hoger gelegen punt – een heuvel, een schuurtje op een berg, een boom op een rotsformatie – aanschouwt.) Die queeste naar gemeenschappelijkheid. Gemeenschappelijkheden. Dát. Ik ben het daarmee oneens.

Ik knik. Denk dat ik weet waarover ze spreekt. Jij bent liever uniek. Zeg ik. Jij, jij bent liever geen schaap. Is het niet, Geertje?

Ze verslikt zich. In haar hete koffie. Kijkt me aan alsof ze het hoort donderen in Keulen en ver daarbuiten. Herpakt zich. Denkt wellicht dat ik zo imbeciel geboren ben. Dat ik er niks aan kan doen.

Ik denk, zegt ze. Dat niet gemeenschappelijkheid, maar afzonderlijkheid onze meest fundamentele eigenschap is. Onze conditio sine qua non. Dat wij maar kunnen leven in die afzonderlijkheid, als in een kooitje. Waarvan de spijlen gemaakt zijn van knook, waarvan het glas doorzichtig vel is. Totaal afgezonderd van de wereld, als een museumobject, losgerukt uit zijn natuurlijke omgeving. Die wij ondertussen vergeten zijn. Is het de ruimte? Is het ergens één of ander hol, diep in de aarde? Is het in ons onderbewustzijn? Hoe ontheemd kun je zijn? Als je niet meer weet waar je vandaan komt? Enkel de afzonderlijkheid redt ons van de waanzin van de ons omringende chaos. Breek het kooitje en we versmelten in pure gemeenschappelijkheid met de wereld.

Dood, noemt men dat. Morsdood.

door het raam

Ik denk aan wolkenslierten. Aan het spel van licht en schaduw in mijn woonkamer. Aan water. Aan mazelen. Aan badschuim op mijn glas. Aan gekietel aan mijn spijlen. Aan melk in koffie. Aan al wat vervloeit.

En verdwijnt! Vult ze aan. Alles wat vervloeit én dus verdwijnt.

Kan je denken aan wat niet is? God. Opper ik. Fantoompijn.

We drinken onze koffie leeg. Staren. In de ruimte. Waar mijn gedachten versmelten met die van haar. Waar ze verdwijnen. In de leegte van onze gemeenschappelijkheid.

Het stof te lijf

Geplaatst op

biebklein

Wij spreken de taal van
afgronds gezucht
ternauwernood geslikte woorden

bot en gekarteld
als een oud mes

Wij zetten ons schrap
met depdoeken (voor het bloed)
en zandzakken (voor de tranen)

stijf en starend
als een beeld op de schouw

waarvan je niet meer weet
wie, wanneer en waarom?

waarvan je – desondanks –
geen afscheid nemen kan

bij het grof vuil – te broos, te porselein
op de zolder – tot we het vergeten zijn
in de kelder – tot het wegrot

Wij boenen en wrijven
gaan het stof te lijf
tot scherven desnoods

Stippellijven

Geplaatst op

nachtvlinder

Ons veelvatige verbond
via het bloed, de huid
ondraaglijk bijna

als een kloppende stippellijn
die sappen overpompt
harten stempelt in een voordien leeg kozijn

altijd transparant

Elke beweging van mijn lijf
rukt aan jouw wortels

Elke stap die jij zet
snokt barbaars aan mijn vel

Een plots verlies van balans

als één van ons bijt in het zand – de ander stuift weg
neerzijgt en ondersteboven hangt – kijkt niet meer om
aan de zijden draad

die ons ontketent

Plastic Bouquet

Geplaatst op
Plastic Bouquet

Het is donderdag. 9H05. Christine parkeert de wagen op de oprit. Ze zucht. Vanaf nu heeft ze het huis zes uren voor zich. Een zee van tijd. 9H06. Christine stapt uit. Doet alsof ze verrast is dat ook Carlo de gedeelde oprit oprijdt. Ze bukt voorover. Om de post uit de brievenbus te halen.

9H07. Carlo stapt uit. De geur van zijn aftershave vermengt zich met de koude lucht. Christine snuift het goedje gulzig naar binnen, watertandt en schudt met haar hoofd tot haar bril over haar neus schuift en valt. Carlo’s geur stroomt door haar bloed.

9H09. Christine en Carlo gaan naar binnen. Simultaan valt de deur in het slot. Christines bril ligt in een wolk van kiezelstenen. Ze zet zich neer op de vloer naast hun gemeenschappelijke muur. Zou hij er ook zitten? Aan de overkant? Ze legt haar handen tegen de muur, gooit haar haren los en snuift aan het behangpapier. Haar hart groeit. Het is 9H20.

10H05. Christine staat op. Zet een koptelefoon op haar hoofd. Steekt een cd in de stereo. AC/DC. Draait de volumeknop open. Steekt de pin in het gaatje. Zucht. Zweetdruppels lopen over haar rug tot in haar bilspleet. Haar adem verzwaart tot gekreun. Ze legt haar vinger op de playknop, aarzelt tot 10H30 en duwt ‘m dan in. Op slag baadt de kamer in een monotoon gepiep. Hartstilstand. Stilte. 12H02. Christines neusvleugels verwijden zich. Instinctief happen haar sinussen naar leven, graaien haar longen naar het aroma van de overkant. Testosteron. Koffie. Sigaretten. Zweet. Aftershave. Schaamhaar. Kousen. Rauwe uitjes. Adem. Carlo dwarrelt als stoom door de muur.

Dat ze haar kleren uittrekken moet. Denkt Christine. Het volgende moment – het is dan 12H14 – ligt ze naakt naast de muur. Drinkt ze gulzig met tong, huid en neus. Carlo dringt bij haar binnen. Vermengt zich met haar bloed. Neemt zijn tijd. Een zee.

Om 13H42 verlaat Christine de kamer. Heel even maar. Een druppel. Tot 13H43. Dan staat ze er terug met een EHBO-kistje, een bestekkoffer en een bouquet plastic rozen. Ze hurkt neer. Haalt een dozijn verbanden uit het kistje. Windt een eerste rolletje rond haar voeten. Strak. Een geisha. Bleek en broos. Om 14H03. Neemt dan een volgend rolletje en windt dat rond haar kuiten en knieën. Een zeemeermin. Vochtig en zout. Om 14H24. Kruipt ten slotte aan land, op handen en voeten, en windt de rest van de verbandrolletjes rond haar dijen, romp en borsten – haar hart groeit – haar polsen, blanke armen, schouders, nek en hoofd. Wolken verdwijnen om 14H30. Zijn parfum. Het is windstil. Om 14H45.

De tijd dobbert. Stokt. Christine steekt de bloemen in haar kont. Bewatert de stelen. Opent tastend de bestekkoffer. Het is 14H47. Ze laat haar handen glijden over de lege schuimgaten. Tot het koude staal van het keukenmes haar verbrandt. Een geiser. Om 14H50. Ze hijst de jongeheer uit de doos. Snuift zijn parfum dieper in haar bloed. De tijd dringt. Haar anus staat wagenwijd, haar spleet druipt en bonst tegen de bloemenzee. Stop de tijd. Ze brengt het vlijmende tuig naar haar mond. Slurpt. Snuift. Dieper. Druipt. Verdrinkt. Zeikt. Stront tegen de witte muur. Om 14H54. Zijn parfum. Aftershave en koffie. Gekreun. Om 14H56. Storm op zee. Wolken in staal. Haar hart groeit. Kwijlt een tong uit haar mond. Om 14H58. De staaf jaapt een tong op de grond. Hijgend. Haar hart ontploft. De zee is verdampt.

Het is 15H00. Carlo dwarrelt door de kamer. Veegt zweet van zijn voorhoofd. Steekt een sigaret op. Zegt dat hij de kinderen halen gaat. Verlaat het schip. De deur valt simultaan in het slot.

Het is donderdag. 9H05. Christine parkeert de wagen op de oprit. Ze zucht. Vanaf nu heeft ze het huis zes uren voor zich. Een zee van tijd. 9H06. Christine stapt uit. Doet alsof ze verrast is dat ook Carlo de gedeelde oprit oprijdt. Ze bukt voorover. Om de post uit de brievenbus te halen.

9H07. Carlo stapt uit. De geur van zijn aftershave vermengt zich met de koude lucht. Christine snuift het goedje gulzig naar binnen, watertandt en schudt met haar hoofd tot haar bril over haar neus schuift en valt. Carlo’s geur stroomt door haar bloed.

9H09. Christine en Carlo gaan naar binnen. Simultaan valt de deur in het slot. Christines bril ligt in een wolk van kiezelstenen. Ze zet zich neer op de vloer naast hun gemeenschappelijke muur. Zou hij er ook zitten? Aan de overkant? Ze legt haar handen tegen de muur, gooit haar haren los en snuift aan het behangpapier. Haar hart groeit. Het is 9H20.

10H05. Christine staat op. Zet een koptelefoon op haar hoofd. Steekt een cd in de stereo. AC/DC. Draait de volumeknop open. Steekt de pin in het gaatje. Zucht. Zweetdruppels lopen over haar rug tot in haar bilspleet. Haar adem verzwaart tot gekreun. Ze legt haar vinger op de playknop, aarzelt tot 10H30 en duwt ‘m dan in. Op slag baadt de kamer in een monotoon gepiep. Hartstilstand. Stilte. 12H02. Christines neusvleugels verwijden zich. Instinctief happen haar sinussen naar leven, graaien haar longen naar het aroma van de overkant. Testosteron. Koffie. Sigaretten. Zweet. Aftershave. Schaamhaar. Kousen. Rauwe uitjes. Adem. Carlo dwarrelt als stoom door de muur.

Dat ze haar kleren uittrekken moet. Denkt Christine. Het volgende moment – het is dan 12H14 – ligt ze naakt naast de muur. Drinkt ze gulzig met tong, huid en neus. Carlo dringt bij haar binnen. Vermengt zich met haar bloed. Neemt zijn tijd. Een zee.

Om 13H42 verlaat Christine de kamer. Heel even maar. Een druppel. Tot 13H43. Dan staat ze er terug met een EHBO-kistje, een bestekkoffer en een bouquet plastic rozen. Ze hurkt neer. Haalt een dozijn verbanden uit het kistje. Windt een eerste rolletje rond haar voeten. Strak. Een geisha. Bleek en broos. Om 14H03. Neemt dan een volgend rolletje en windt dat rond haar kuiten en knieën. Een zeemeermin. Vochtig en zout. Om 14H24. Kruipt ten slotte aan land, op handen en voeten, en windt de rest van de verbandrolletjes rond haar dijen, romp en borsten – haar hart groeit – haar polsen, blanke armen, schouders, nek en hoofd. Wolken verdwijnen om 14H30. Zijn parfum. Het is windstil. Om 14H45.

De tijd dobbert. Stokt. Christine steekt de bloemen in haar kont. Bewatert de stelen. Opent tastend de bestekkoffer. Het is 14H47. Ze laat haar handen glijden over de lege schuimgaten. Tot het koude staal van het keukenmes haar verbrandt. Een geiser. Om 14H50. Ze hijst de jongeheer uit de doos. Snuift zijn parfum dieper in haar bloed. De tijd dringt. Haar anus staat wagenwijd, haar spleet druipt en bonst tegen de bloemenzee. Stop de tijd. Ze brengt het vlijmende tuig naar haar mond. Slurpt. Snuift. Dieper. Druipt. Verdrinkt. Zeikt. Stront tegen de witte muur. Om 14H54. Zijn parfum. Aftershave en koffie. Gekreun. Om 14H56. Storm op zee. Wolken in staal. Haar hart groeit. Kwijlt een tong uit haar mond. Om 14H58. De staaf jaapt een tong op de grond. Hijgend. Haar hart ontploft. De zee is verdampt.

Het is 15H00. Carlo dwarrelt door de kamer. Veegt zweet van zijn voorhoofd. Steekt een sigaret op. Zegt dat hij de kinderen halen gaat. Verlaat het schip. De deur valt simultaan in het slot.

Helena Wolfsklauw

Geplaatst op

Ik werk sinds september aan een nieuw boek. De werktitel is voorlopig “Helena Wolfsklauw. De stem van een wandelend eiland”

Reeds 25000 woorden plakte ik op het scherm, reeds 10 hoofdstukken voelen zich thuis in mijn verhaal.

Het hoofdstuk waarin we voor het eerst kennismaken met Helena’s voorgeschiedenis, begint uiterst poëtisch. Omdat het prima als een afgerond stukje poëzie gelezen kan worden, vond ik het wel geschikt als eerste teaser. Enjoy!

wolfsporen
Een spoor van telkens twee grote, langzame met daartussen twee kleine, snelle voetafdrukken groeit uit het bospad. Erboven danst de schaduw van een kleine roedel, een jong gezin. Vader, moeder en kind. De gitzwarte bosaarde wasemt hopen rode mieren uit. Zweetdruppels glijden langs varens omlaag.

De schaduw vertraagt en trappelt ten slotte ter plekke. De vadersilouet veegt een donkere vlam van zijn voorhoofd. De moeder haalt een petje uit haar buidel en plakt het op het hoofd van het kind. Het is tijd om even te rusten. Door de hitte dreigt de schaduw te smelten. Wat overblijft, in zo’n geval, is een doodlopend spoor.

Terwijl de grote schimmen opgaan in de reusachtige olievlek van een oude eik, krimpt het kind tot tegen de bodem. Daar groeien twee extra poten uit de kleine gestalte. Zo sluipt het kinddiertje op vier poten over het zonovergoten pad. Het zigzagt. Van de ene struik naar de andere. Soms draait het zich om, lijkt boodschappen van de eiken olievlek uit de lucht te likken en maakt dan rechtsomkeer. Tot nét voor de olievlek. Daar blijft het diertje staan. Op zijn vier poten. Het doet een dansje en keert zich opnieuw om. Zo kruipt het telkens een beetje verder van de olievlek vandaan, tot er ineens geen boodschappen meer te likken zijn. De olievlek zwijgt. Het kinddiertje kan nu vrij kruipen, spelen, groeien en terug krimpen, likken aan varens en eikels opeten.

Het spoor is nu veranderd in zich herhalende patronen van twee voor- en twee achterpootjes. Soms is het rechtlijnig, soms twijfelend, soms verdwijnt het even tussen de struiken. Om even later terug op het bospad te verschijnen. Het had een oneindig spoor kunnen zijn, maar het toeval besloot daar anders over (tenminste, als je daarin gelooft…).

Ineens stuit het spoor immers op een diepe voetafdruk, een deel van een ander sporenpatroon. Het sjabloon van dit spoor wordt gevormd door vier identieke voetstempels van telkens een groot zoolkussen met daarboven vier scherpgeklauwde tenen.

Het silhouet van het kinddiertje staat al even stil en bekijkt het nieuwe spoor aandachtig. De geklauwde voetafdrukken zijn zo diep dat het regenwater van de vorige nacht erin is blijven staan. Zo ontvouwt er zich een parcours van verdampende bosplassen die je zouden kunnen doen denken aan zwetende geisers, maar dat kent het kind niet. Het kind kent wel dorst. En het weet dat je dan best drinken kan. Dus het laat zijn silouetlijfje zakken, zet zijn voorste pootjes rondom de eerste geklauwde voetafdruk, zet zijn lippen aan het zwetende water en drinkt zijn buikje vol.

Onmiddellijk zakt het kinddiertje door de poten. Dan versmelt ook het buikje met de bodem en ten slotte legt het kinddiertje ook zijn kop neer. De schaduw krijgt een laatste stuiptrekking en wordt dan één met het bospad.

In de verte roept de eiken olievlek. Eerst lijkt het op gewauwel, dan hoor je steeds duidelijker menselijke klanken die versmelten tot een naam:

Helena! Helena!”

De vader en de moedersilouet komen uit de olievlek gelopen. Banen zich een weg over het spoor van het kinddiertje, blijven staan bij de geklauwde voetafdruk, zien dat deze is leeggedronken en graven het silhouet van het kinddiertje uit het bospad. De vader neemt het diertje in zijn armen en begint te lopen. De moeder schreeuwt het uit terwijl ze in de voetsporen treedt van de razende schaduw voor haar. De duistere storm die over het bospad stuift.

Where’s your head @?

Geplaatst op

HelenaJimy kijkt tv big-eyes  helena

Dag 25  - No lines

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Daniel Billiet - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Het alfabet, geboetseerd tot sprekende beelden

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

alles is een verhaal

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Take This Now

Don't let yesterday use up too much of today

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

Tom Driesen

En als je me niet gelooft dan maak ik je iets mooiers wijs

%d bloggers liken dit: