RSS feed

De sirene en de kapitein

Geplaatst op

… De sirene draaide zich om. Ze kon de aanblik van de eenzame man op het eiland niet meer verdragen. Ze huilde. Ze huilde zoveel dikke tranen dat heel de wereld veranderde in zee. Zout water. Eerst werd ze daar nog verdrietiger van, maar na een tijdje besefte ze dat ze nu kon zwemmen naar waar ze wou. Heel de wereld lag aan haar voeten. Stilaan begon ze terug te neuriën, zachtjes en melodieus in een lichte bries. Ze was vergeten hoe mooi ze zingen kon. De sirene liet haar staart elegant in en uit het water golven. Ze zonde op zeebanken waar haar schubben schitterden als parels. Ze kliefde door het water als een pijl.

Op een dag ontmoette de meermin een man in een papieren bootje. Op zijn hoofd stond een gerafelde kapiteinshoed. Zijn huid was bruin getint door de zon. Hij glimlachte naar haar. Zij zwom aftastend rond zijn bootje en gooide een paar voorzichtige noten (zacht en melodieus) naar hem toe. Hij raapte ze op, spande een touwtje van de boeg, over de nok van de papieren mast, naar de achtersteven en hing de noten eraan met venusschelpen. Haar noten wapperden nu boven zijn hoofd. De man legde zich in zijn hangmat, sloot zijn ogen en luisterde hoe de wind er doorheen danste.

De volgende dag en de dagen erna zwom de sirene steeds darteler rond de man in het papieren bootje. En ze gooide hem steeds een handjevol nieuwe noten toe. De kapitein raapte ze telkens op en hing ze één voor één aan de draad, die stilaan in een balk veranderde om het gewicht te kunnen blijven torsen. En als de wind dan door de noten danste en de man in zijn hangmat klom om naar het lied van de meermin te luisteren, dan zwom zij naar een zandbank om daar stilletjes naar de man te kijken. Elke dag werd de zandbank een beetje groter, zodat ze zich steeds meer uitstrekken kon. Na honderd dagen lag ze volledig ontplooid te parelen in de zon.

Maar toen ze de dag erna opnieuw naar haar papieren kapitein zwemmen wou, sloeg het noodlot opnieuw toe: de zandbank was een land geworden dat als een krater gaapte tussen haar en zijn zee. Ze kneep haar ogen tot spleetjes maar ze kon hem niet ontwaren en hij spitste zijn oren tot hoog in de hemel maar er vielen geen nieuwe noten in zijn boot. De kapitein dobberde treurig langs de vloedlijn. De meermin huilde. Ze huilde zoveel dikke tranen dat het land opnieuw in zee veranderde. Zout water. Na zeven nachten van verdriet bleef er enkel zee en een zandbank over. In de verte zag ze haar kapitein in zijn bootje. In de verte hoorde hij haar zingen. Ze zwommen en peddelden onstuimig naar elkaar toe. Tot er slechts enkele meters zee tussen hen in dreef. De meermin stopte plots met zwemmen en watertrappelde ter plekke. Ook de kapitein  staakte het peddelen. Ze keken elkaar lang en droef aan. Ze beseften dat ze enkel in een tranendal samen zouden kunnen zijn. Dat hun geluk haar zou opbranden en hem zou laten vastlopen. Ze wierp hem een laatste noot toe. Hij hing deze finale klank zorgvuldig aan de balk. Haar lied was klaar nu. Ineens ontstak er een hevige wind. Er weerklonk een wilde, jankende treurzang.

De sirene dook diep in het water, zo diep dat haar bloed verstilde. Schubben bedekten haar buik en haar navel, haar borsten, haar schouders, haar armen en ten slotte ook haar hoofd. Haar haren werden zeewier. Haar ogen twee oesterparels.

Niemand heeft ooit nog iets gehoord van de kapitein. Misschien verdronk hij wel van eenzaamheid. Misschien veranderde hij in een zeemonster. Misschien was hij slechts een verzinsel van de meermin.

paper-boats-and-wishes

Advertenties

Ruis

Geplaatst op

Mijn hoog, schrijnend gezang
wanstaltig vervormd in de wind

Jouw adembenemend, stil zwijgen, kind van
verdoken verdriet dat ongezien
opborrelde als een geiser

(we lijken wel weggespoeld)

Het spijt me

dat ik je niet hoorde
dat je was stak in je oren
om op koers te blijven, strak en vastberaden
hoezeer ik mij ook toonde en draaide
dat je mij niet zag

Vergat ik te vragen hoe het met je was?

Of waren onze tongen te zeer gewenteld
langs elkaar heen?

mermaid and sailorKrzysztof Iwin – „Sailor and Mermaid”

De Hollander (part II)

Geplaatst op

Ik probeerde al een week tevergeefs om een proefverhaal te schrijven voor de Hollander. Erotische verhalen uitbraken op commando bleek toch niet helemaal mijn ding te zijn. Het werd al gauw te melig of té pervers. Of te poëtisch. Daar zat ie al helemaal niet op te wachten. Misschien was mijn verbeelding gewoon te lauw? Misschien kon ik toch maar beter wc’s gaan kuisen? Volgens mijn moeder is daar nog nooit iemand van gestorven. Ik besloot om zijn agent te contacteren.

P1090884

“Evy Van Eynde! Wat een toeval dat je me belt, we hadden het net over jou! Jouw opdrachtgever kan niet wachten op je eerste verhaal… werkelijk, hij belt me elke dag om ernaar te vragen… en ik zeg dan keer op keer dat je artiesten de tijd moet geven zodat hun kunst… Ja, werkelijk, Evy, Kunst, dat mogen we gerust zo zeggen! … zodat hun kunst groeien kan… rustig groeien kan tot… onherbergzame hoogtes! Evy! Wat een toeval toch… Ben je er nog?”

Ik knik, maar dat hoor je niet aan de telefoon dus ik stoot een korrelige ‘uh, ja hoor…’ uit.

“Maarre… “

“Geen gemaar, Evy. Je zit vast met je handen in het haar, is het niet? Je hebt vast al honderd stukken verhaal in de prullenmand gezwierd? Wij hebben daar alle begrip voor, Evy. Neem je tijd. Maar in de tussentijd, zou ik je iets willen vragen… in naam van de opdrachtgever wel te verstaan…”

Ik heb mijn telefoon ondertussen op speaker gezet. Hij ligt roodgloeiend (werkelijk!) voor me op tafel te trillen. Wat wil het heerschap nu weer?

“We zouden je willen vragen of je misschien wat inspiratie wilt opsnuiven? De opdrachtgever verblijft momenteel op de Wadden. Ken je dat? Dat is een eilandengroep helemaal in het noorden van Nederland. Hij heeft daar een vakantiewoning in de duinen en hij dacht dat het misschien opportuun kon zijn om wat frisse, wilde zeegeur door je haren te laten… nou ja, je begrijpt het wel…Wat zeg je ervan?”

Ik ben beduusd. Heb het gevoel dat ik niet weigeren kan. Tegelijk heb ik best zin in wat avontuur in mijn leven. Mijn huwelijk ligt sowieso aan diggelen, ik heb weinig te verliezen.

Ik open mijn mond, kijk mijn telefoon in de ogen en zeg dan kordaat dat het goed is. Dat ik het doe. Dat een portie frisse, wilde zeegeur door mijn haren me enig lijkt.

Mijn telefoon is content. Zegt dat hij me morgenmiddag opwacht in Lauwersoog. Dat we dan samen de boot kunnen nemen naar Schiermonnikoog.

“Ik wist niet dat jij ook meeging…” zeg ik verwonderd maar ook niet echt.

Mijn telefoon bloost. Alsof ie betrapt is. Stamelt dat hij als tussenpersoon… toch… misschien beter… nou ja, je weet wel…

Ik knik.

“We zien elkaar morgen. In Lauwersoog. Goeienacht.” Ik haak in. Maar ook niet echt.

Het gesprek heeft me onrustig gemaakt. Nog onrustiger dan ik al was. Sinds onze ontmoeting op de Dageraadplaats, gieren de zenuwen door mijn lijf. Ik slaap amper. Felle dromen over zeestormen en meerminnen en ruwe, behaarde zeemannen laten me meermaals per nacht drijfnat wakker schieten.

Wat wil die Hollander toch van me? Wie is hij? Hoe ziet hij er uit? Waarom heeft hij mij uitgekozen voor deze opdracht? Zo geweldig goed schrijf ik niet. Ik modder maar wat aan. Ik wil hem zien. Ik wil dat hij me aanraakt. De gedachte daaraan schiet als een sidderaal door mijn bloed.

Ik schenk mezelf een glas Ricard in en ik lees een verhaal van Anaïs Nin. Die nacht droom ik van een kunstenaarsfeestje op een strand. Iedereen is er dronken en bloedmooi. Ik doe alsof ik me op mijn gemak voel. De Hollander komt naast me staan en zegt dat hij het fijn vindt dat ik er ben.

“Wil je dansen?”

Ik neem nog een slok van mijn Ricard.

“Wat wil je van me?”

“Ik wil met je dansen, Evy. Ik wil je lijf tegen dat van mij voelen. Ik wil je hartslag opsnuiven. Ik weet dat jij ook eenzaam bent. Net als ik. Iemand noemde het daar straks ‘huidhonger’. Dat is het, denk ik. Wij zijn huidhongerig. Niet?”

“Geil, bedoel je?”

Een retorische vraag. We lachen. We dansen. De mensen rondom ons kussen elkaar en vallen vrijend op de grond. De Hollander vraagt of ik hier weg wil. Ik schud mijn hoofd zo licht dat enkel hij het ziet. Zijn handen glijden van mijn heupen naar mijn billen. Mijn lijf beeft van begeerte. Onze lippen raken elkaar. Ik sluit mijn ogen. Ik val in een lichte, koortsachtige slaap.

Wordt vervolgd…

Sirene op sterk water

Geplaatst op

Gebruiksaanwijzing: 

Ik besta maar
als je mij aan durft
kijken, je blik als handen
over mijn lijf glijden
laat

Ik ontwaak (na 100 jaar)
als je mij leest | streelt | kneedt
tot ik pas in het verhaal
dat jou intrigeert, aanspreekt

Ik roep
kom en bevrijd me
uit de groteske shape
waarin ik lijk
gevangen

(Een embryonale staat | op sterk water | geconserveerd vers | voor een eeuwig later)

Ik wacht

P1090868Foto gemaakt in Rariteitenkabinet Gribus – Schiermonnikoog

Fiery sadness

Geplaatst op

Hoe rijm je verlangen en verdriet
in het lijf van één zin
waar woorden dreigen te smelten in
tranen, zweet en kolkend bloed
waar het hart bonst omdat het niet weet hoe
zich te bevrijden van de tristesse
die als een kuisheidsschel
elke begeerte belet te transformeren
tot de uitgesproken vraag

of je me kussen wilt
in de donshaartjes van mijn nek
op de plek waar mijn schouders twijfelen
tussen armen en vleugels, onbeteugeld

Om aan te geven dat

iets is weggelaten… (misplaatste zedigheid)
er over dit subject nog veel valt te zeggen…. (woorden zijn ontoereikend)
om een pauze in te lassen… (zodat je erover peinzen kan)
om de spanning op te drijven…. (het beukt als een vloedgolf tegen mijn ribben)
aandacht te eisen van de lezer… (kapitalen zijn zo lelijk)

dat iets te denken geeft… (toch?)

Hoe rijm je dat?

 
Patty Smith

De Hollander

Geplaatst op


Vorige week zat ik op de Dageraadplaats in Antwerpen op een terrasje te schrijven…

dageraadplaats

Een kop hete, zwarte koffie naast me. Denkwolken boven mijn hoofd. Een man met een grijs kostuum en een versleten hoed komt mijn richting uit gewandeld. Voor mijn tafeltje blijft hij staan. Ik kijk op terwijl ik van mijn koffie drink en bedenk dat ik dringend opnieuw moet beginnen roken.

“Jij bent Evy Van Eynde?”

“Ja” mompel ik alsof het normaal is dat mensen je zomaar kennen.

“Mag ik?” vraagt hij terwijl hij aanstalten maakt om tegenover mij te gaan zitten.

Ik knik, klap mijn schrijfschrift dicht en slurp nog eens van mijn koffie.

Of hij met de deur in huis vallen mag.

Ik frons mijn hoofd, trek een raar gezicht. Dat moet hij er maar bij nemen, denk ik.

“Ja zeker, doet u maar” zeg ik dan toch enigszins beleefd.

“Je bent schrijver?”

Weer een retorische vraag. “Waar blijft die deur?” denk ik. Ik knik. Neem het gesprek in handen: “Ik ben Evy Van Eynde en ik schrijf. Ja. En u bent?”

“Uhm, tja, ik ben… uhm… agent… Nee, geen politie-agent, ik ben een soort van verzamelaar voor verzamelaars, een tussenpersoon eigenlijk. Snap je?”

Koffie. Ik hou het kopje nu als een soort van surrogaatsigaret voor mijn mond. Er schuifelt een zweetdruppel van onder zijn hoed over zijn voorhoofd. Ik knipper met mijn ogen. De druppel is ondertussen geland in zijn wenkbrauw. Ik trek opnieuw een raar gezicht.

“Wat verzamelt u, meneer?”

Hij kijkt in het rond, buigt zich over het tafeltje en fluistert dan: “Ik verzamel erotische literatuur… nou, niet voor mezelf maar… voor verzamelaars van erotische literatuur, snap je?! Ik ben een soort van…”

“…tussenpersoon” zeggen we in koor.

Ik knik en glimlach groen. Dit gesprek wordt wel heel raar.

“Sta mij toe…”, mompelt hij terwijl hij met gelige vingers (zou hij sigaretten bij hebben?) over het schermpje van zijn smartphone swipet.

“Ah… hier is het!” Hij duwt zijn telefoon naar me toe. www.evyvaneynde.wordpress.com. Mijn schrijfblog.

Ik zucht. Wat wil dit heerschap van me? En waar blijft die deur?

De vadsigaard heeft wellicht mijn lichte ergernis opgemerkt en tikt nu naarstig ‘Suzanne’ in, in de zoekbalk van mijn blog. Opnieuw draait hij zijn telefoon naar me toe.

Ik haal mijn schouders op.

Suzanne, ja dat heb ik geschreven. En? Wat wilt u nu vragen of zeggen of… Wat wilt ge eigenlijk van mij?” Mijn beleefdheidsvorm is verschrompeld tot een vulgaire ‘ge’. Eigen schuld, denk ik.

“Ik weet van je situatie”, zegt hij ineens heel serieus.

“Ik weet dat je alleen bent en dat… uhm… je niet vies bent van wat schrijfprostitutie…” Het woord is eruit.

“Schrijfprostitutie?” vraag ik verbijsterd. “What the hell is schrijfprostitutie?”

“We weten allebei wat schrijfprostitutie is”, zegt hij kalm terwijl hij opnieuw iets intikt in mijn zoekbalk.

Joekel. Mijn blog springt naar het verhaal ‘Een joekel van een vent’.

“Kijk, Evy”, zegt hij nu kordaat maar te informeel naar mijn goesting. “Ik ben benaderd door een verzamelaar uit Amsterdam. Hij bezoekt je blog blijkbaar al een hele tijd en hij vindt jouw verhalen en jouw Vlaamse taal erg opwindend. Te poëtisch soms, dat wel.”

Ik geloof even niet dat dit echt gebeurt. Opwindend? Mijn verhalen? Tja, soms misschien maar dikwijls… meestal zijn het toch gewoon… schone verhalen?

“Gewoon, mooie verhalen? Wat dacht je hiervan dan?” Opnieuw mijn blog onder mijn neus: het verhaal ‘Plastic Bouquet’ popt op.

Ik bloos. Mijn koffie is op.

“Wat dacht je van 250 euro per verhaal?”

Ik ben met verstomming geslagen. Ik ben toch geen schrijfhoer? Of toch wel? 250 euro is niet niks. Het is ook niet veel, dat ook niet. Ik kan misschien onderhandelen? Het gaat immers over erotische literatuur. Voor hetzelfde geld zit die verzamelaar zichzelf een beetje af te trekken achter het scherm. Wellicht. Terwijl mijn woorden over het scherm rollen. Vind ik dat vies?

“Weet je wat vies is, Evy?” Het heerschap leest blijkbaar mijn gedachten. “Dat je andermans wc zou gaan poetsen, dat is vies! Zeker voor iemand met jouw talenten. Denk je dat er nu niet gemasturbeerd wordt op je verhalen? Mannen zijn geilaards, Evy. Ik ben er zelf eentje, ik kan het weten. Spreek het woord kut uit en ik loop met een paal rond. Zo zitten wij mannen in elkaar. Ondanks de beschaving. Ondanks al het gezeik over de nieuwe man. Ken jij zo iemand? Zo’n nieuwe man? Ik ben hem nog niet tegengekomen. Gelukkig maar. Wat een gedrocht, zeg! Nog een koffie?”

Ik knik. Een sigaret zou ook smaken. Maar ik rook niet.

“Zullen we afspreken dat je een proefverhaal schrijft, Evy? De Hollander heeft niet veel eisen: zo’n duizend woorden per verhaal, expliciete taal en je schrijft je dialogen in de ‘ge’ en ‘gij’-vorm. Makkelijk zat. Toch? Ha, daar zijn onze koffies! Heerlijk!”

Een jonge knul zet onhandig twee dampende kopjes koffie neer. De verzamelaar voor verzamelaars staat erop te betalen. Zegt dat hij van de oude stempel is en zo. Ik schud met mijn hoofd. Sluit mijn ogen. Pers lucht van mijn neus naar mijn oren. Open mijn ogen. Hij zit er nog steeds. Ik zit niet in een verhaal. Ik zit op een terras op de Dageraadplaats en ik overweeg om schrijfhoer te worden. Wc’s kuisen is inderdaad zo vies. En zo inferieur. Verschrikkelijk lijkt me dat. Dan nog liever schrijfhoer. Het risico op enge ziektes lijkt me minimaal.

Ik slurp van mijn koffie. Ik knik. “Het is goed. Ik doe het”, zeg ik tot mijn eigen verbazing.

De verzamelaar is content. Hij roert zowel zijn suiker als die van mij door zijn koffie – wat een feest! – en giet het zoete goedje in zijn mottige lijf. Zijn couperosewangen lichten op. Uit zijn kostuumjas haalt hij een pakje Marlboro. Hij steekt een sigaret op en biedt mij er eentje aan. Alsof het hek nu toch van de dam is.

Ik schud mijn hoofd. Gele vingers, een stinkadem en spataders zijn niet geil.

“Zullen we het woord schrijfhoer schrappen?” vraag ik ten slotte. Een retorische vraag.

“Goed idee. Veel te Hollands. Heb je een schoon Vlaams alternatief?”

“Literaire courtisane?” opper ik. Het lag al een tijdje op het puntje van mijn tong.

De verzamelaar knikt. “Subliem, Evy. Subliem.”

Op een eiland

Geplaatst op

Ik dobber in open zee
golven rondom mijn hals doorheen
zoutkristallen schemert een eiland

waar jij een huis bouwt en een tafel dekt
een haarlok liefdevol strijkt achter een oor
waar jij je lippen plant
in een nek, op een voorhoofd
op schouders, vleugels om te zweven
over zeeën van tijd

waar jij onze dromen herkneedt
ze geduldig rijpen
laat aan een boom
op een eiland

waar jij ze plukt
deelt met smaak
elk snufje zout
in de wind slaat

Ik bons met mijn staart
je zegt dat sirenen niet bestaan
op een eiland
waar jij was in je oren stopt
klimt in een mast en je vastbinden laat
op een eiland

waar de wind ziltig zingt
waar golven tegen kliffen slaan

sirene
Gustav Klimt – Goldfish, c. 1901 – Detail

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Sabine van Deudekom

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land of Eden

The golden age of Midgard is coming

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

%d bloggers liken dit: