RSS Feed

Het stof te lijf

Geplaatst op

biebklein

Wij spreken de taal van
afgronds gezucht
ternauwernood geslikte woorden

bot en gekarteld
als een oud mes

Wij zetten ons schrap
met depdoeken (voor het bloed)
en zandzakken (voor de tranen)

stijf en starend
als een beeld op de schouw

waarvan je niet meer weet
wie, wanneer en waarom?

waarvan je – desondanks –
geen afscheid nemen kan

bij het grof vuil – te broos, te porselein
op de zolder – tot we het vergeten zijn
in de kelder – tot het wegrot

Wij boenen en wrijven
gaan het stof te lijf
tot scherven desnoods

Stippellijven

Geplaatst op

nachtvlinder

Ons veelvatige verbond
via het bloed, de huid
ondraaglijk bijna

als een kloppende stippellijn
die sappen overpompt
harten stempelt in een voordien leeg kozijn

altijd transparant

Elke beweging van mijn lijf
rukt aan jouw wortels

Elke stap die jij zet
snokt barbaars aan mijn vel

Een plots verlies van balans

als één van ons bijt in het zand – de ander stuift weg
neerzijgt en ondersteboven hangt – kijkt niet meer om
aan de zijden draad

die ons ontketent

Plastic Bouquet

Geplaatst op
Plastic Bouquet

Het is donderdag. 9H05. Christine parkeert de wagen op de oprit. Ze zucht. Vanaf nu heeft ze het huis zes uren voor zich. Een zee van tijd. 9H06. Christine stapt uit. Doet alsof ze verrast is dat ook Carlo de gedeelde oprit oprijdt. Ze bukt voorover. Om de post uit de brievenbus te halen.

9H07. Carlo stapt uit. De geur van zijn aftershave vermengt zich met de koude lucht. Christine snuift het goedje gulzig naar binnen, watertandt en schudt met haar hoofd tot haar bril over haar neus schuift en valt. Carlo’s geur stroomt door haar bloed.

9H09. Christine en Carlo gaan naar binnen. Simultaan valt de deur in het slot. Christines bril ligt in een wolk van kiezelstenen. Ze zet zich neer op de vloer naast hun gemeenschappelijke muur. Zou hij er ook zitten? Aan de overkant? Ze legt haar handen tegen de muur, gooit haar haren los en snuift aan het behangpapier. Haar hart groeit. Het is 9H20.

10H05. Christine staat op. Zet een koptelefoon op haar hoofd. Steekt een cd in de stereo. AC/DC. Draait de volumeknop open. Steekt de pin in het gaatje. Zucht. Zweetdruppels lopen over haar rug tot in haar bilspleet. Haar adem verzwaart tot gekreun. Ze legt haar vinger op de playknop, aarzelt tot 10H30 en duwt ‘m dan in. Op slag baadt de kamer in een monotoon gepiep. Hartstilstand. Stilte. 12H02. Christines neusvleugels verwijden zich. Instinctief happen haar sinussen naar leven, graaien haar longen naar het aroma van de overkant. Testosteron. Koffie. Sigaretten. Zweet. Aftershave. Schaamhaar. Kousen. Rauwe uitjes. Adem. Carlo dwarrelt als stoom door de muur.

Dat ze haar kleren uittrekken moet. Denkt Christine. Het volgende moment – het is dan 12H14 – ligt ze naakt naast de muur. Drinkt ze gulzig met tong, huid en neus. Carlo dringt bij haar binnen. Vermengt zich met haar bloed. Neemt zijn tijd. Een zee.

Om 13H42 verlaat Christine de kamer. Heel even maar. Een druppel. Tot 13H43. Dan staat ze er terug met een EHBO-kistje, een bestekkoffer en een bouquet plastic rozen. Ze hurkt neer. Haalt een dozijn verbanden uit het kistje. Windt een eerste rolletje rond haar voeten. Strak. Een geisha. Bleek en broos. Om 14H03. Neemt dan een volgend rolletje en windt dat rond haar kuiten en knieën. Een zeemeermin. Vochtig en zout. Om 14H24. Kruipt ten slotte aan land, op handen en voeten, en windt de rest van de verbandrolletjes rond haar dijen, romp en borsten – haar hart groeit – haar polsen, blanke armen, schouders, nek en hoofd. Wolken verdwijnen om 14H30. Zijn parfum. Het is windstil. Om 14H45.

De tijd dobbert. Stokt. Christine steekt de bloemen in haar kont. Bewatert de stelen. Opent tastend de bestekkoffer. Het is 14H47. Ze laat haar handen glijden over de lege schuimgaten. Tot het koude staal van het keukenmes haar verbrandt. Een geiser. Om 14H50. Ze hijst de jongeheer uit de doos. Snuift zijn parfum dieper in haar bloed. De tijd dringt. Haar anus staat wagenwijd, haar spleet druipt en bonst tegen de bloemenzee. Stop de tijd. Ze brengt het vlijmende tuig naar haar mond. Slurpt. Snuift. Dieper. Druipt. Verdrinkt. Zeikt. Stront tegen de witte muur. Om 14H54. Zijn parfum. Aftershave en koffie. Gekreun. Om 14H56. Storm op zee. Wolken in staal. Haar hart groeit. Kwijlt een tong uit haar mond. Om 14H58. De staaf jaapt een tong op de grond. Hijgend. Haar hart ontploft. De zee is verdampt.

Het is 15H00. Carlo dwarrelt door de kamer. Veegt zweet van zijn voorhoofd. Steekt een sigaret op. Zegt dat hij de kinderen halen gaat. Verlaat het schip. De deur valt simultaan in het slot.

Het is donderdag. 9H05. Christine parkeert de wagen op de oprit. Ze zucht. Vanaf nu heeft ze het huis zes uren voor zich. Een zee van tijd. 9H06. Christine stapt uit. Doet alsof ze verrast is dat ook Carlo de gedeelde oprit oprijdt. Ze bukt voorover. Om de post uit de brievenbus te halen.

9H07. Carlo stapt uit. De geur van zijn aftershave vermengt zich met de koude lucht. Christine snuift het goedje gulzig naar binnen, watertandt en schudt met haar hoofd tot haar bril over haar neus schuift en valt. Carlo’s geur stroomt door haar bloed.

9H09. Christine en Carlo gaan naar binnen. Simultaan valt de deur in het slot. Christines bril ligt in een wolk van kiezelstenen. Ze zet zich neer op de vloer naast hun gemeenschappelijke muur. Zou hij er ook zitten? Aan de overkant? Ze legt haar handen tegen de muur, gooit haar haren los en snuift aan het behangpapier. Haar hart groeit. Het is 9H20.

10H05. Christine staat op. Zet een koptelefoon op haar hoofd. Steekt een cd in de stereo. AC/DC. Draait de volumeknop open. Steekt de pin in het gaatje. Zucht. Zweetdruppels lopen over haar rug tot in haar bilspleet. Haar adem verzwaart tot gekreun. Ze legt haar vinger op de playknop, aarzelt tot 10H30 en duwt ‘m dan in. Op slag baadt de kamer in een monotoon gepiep. Hartstilstand. Stilte. 12H02. Christines neusvleugels verwijden zich. Instinctief happen haar sinussen naar leven, graaien haar longen naar het aroma van de overkant. Testosteron. Koffie. Sigaretten. Zweet. Aftershave. Schaamhaar. Kousen. Rauwe uitjes. Adem. Carlo dwarrelt als stoom door de muur.

Dat ze haar kleren uittrekken moet. Denkt Christine. Het volgende moment – het is dan 12H14 – ligt ze naakt naast de muur. Drinkt ze gulzig met tong, huid en neus. Carlo dringt bij haar binnen. Vermengt zich met haar bloed. Neemt zijn tijd. Een zee.

Om 13H42 verlaat Christine de kamer. Heel even maar. Een druppel. Tot 13H43. Dan staat ze er terug met een EHBO-kistje, een bestekkoffer en een bouquet plastic rozen. Ze hurkt neer. Haalt een dozijn verbanden uit het kistje. Windt een eerste rolletje rond haar voeten. Strak. Een geisha. Bleek en broos. Om 14H03. Neemt dan een volgend rolletje en windt dat rond haar kuiten en knieën. Een zeemeermin. Vochtig en zout. Om 14H24. Kruipt ten slotte aan land, op handen en voeten, en windt de rest van de verbandrolletjes rond haar dijen, romp en borsten – haar hart groeit – haar polsen, blanke armen, schouders, nek en hoofd. Wolken verdwijnen om 14H30. Zijn parfum. Het is windstil. Om 14H45.

De tijd dobbert. Stokt. Christine steekt de bloemen in haar kont. Bewatert de stelen. Opent tastend de bestekkoffer. Het is 14H47. Ze laat haar handen glijden over de lege schuimgaten. Tot het koude staal van het keukenmes haar verbrandt. Een geiser. Om 14H50. Ze hijst de jongeheer uit de doos. Snuift zijn parfum dieper in haar bloed. De tijd dringt. Haar anus staat wagenwijd, haar spleet druipt en bonst tegen de bloemenzee. Stop de tijd. Ze brengt het vlijmende tuig naar haar mond. Slurpt. Snuift. Dieper. Druipt. Verdrinkt. Zeikt. Stront tegen de witte muur. Om 14H54. Zijn parfum. Aftershave en koffie. Gekreun. Om 14H56. Storm op zee. Wolken in staal. Haar hart groeit. Kwijlt een tong uit haar mond. Om 14H58. De staaf jaapt een tong op de grond. Hijgend. Haar hart ontploft. De zee is verdampt.

Het is 15H00. Carlo dwarrelt door de kamer. Veegt zweet van zijn voorhoofd. Steekt een sigaret op. Zegt dat hij de kinderen halen gaat. Verlaat het schip. De deur valt simultaan in het slot.

Helena Wolfsklauw

Geplaatst op

Ik werk sinds september aan een nieuw boek. De werktitel is voorlopig “Helena Wolfsklauw. De stem van een wandelend eiland”

Reeds 25000 woorden plakte ik op het scherm, reeds 10 hoofdstukken voelen zich thuis in mijn verhaal.

Het hoofdstuk waarin we voor het eerst kennismaken met Helena’s voorgeschiedenis, begint uiterst poëtisch. Omdat het prima als een afgerond stukje poëzie gelezen kan worden, vond ik het wel geschikt als eerste teaser. Enjoy!

wolfsporen
Een spoor van telkens twee grote, langzame met daartussen twee kleine, snelle voetafdrukken groeit uit het bospad. Erboven danst de schaduw van een kleine roedel, een jong gezin. Vader, moeder en kind. De gitzwarte bosaarde wasemt hopen rode mieren uit. Zweetdruppels glijden langs varens omlaag.

De schaduw vertraagt en trappelt ten slotte ter plekke. De vadersilouet veegt een donkere vlam van zijn voorhoofd. De moeder haalt een petje uit haar buidel en plakt het op het hoofd van het kind. Het is tijd om even te rusten. Door de hitte dreigt de schaduw te smelten. Wat overblijft, in zo’n geval, is een doodlopend spoor.

Terwijl de grote schimmen opgaan in de reusachtige olievlek van een oude eik, krimpt het kind tot tegen de bodem. Daar groeien twee extra poten uit de kleine gestalte. Zo sluipt het kinddiertje op vier poten over het zonovergoten pad. Het zigzagt. Van de ene struik naar de andere. Soms draait het zich om, lijkt boodschappen van de eiken olievlek uit de lucht te likken en maakt dan rechtsomkeer. Tot nét voor de olievlek. Daar blijft het diertje staan. Op zijn vier poten. Het doet een dansje en keert zich opnieuw om. Zo kruipt het telkens een beetje verder van de olievlek vandaan, tot er ineens geen boodschappen meer te likken zijn. De olievlek zwijgt. Het kinddiertje kan nu vrij kruipen, spelen, groeien en terug krimpen, likken aan varens en eikels opeten.

Het spoor is nu veranderd in zich herhalende patronen van twee voor- en twee achterpootjes. Soms is het rechtlijnig, soms twijfelend, soms verdwijnt het even tussen de struiken. Om even later terug op het bospad te verschijnen. Het had een oneindig spoor kunnen zijn, maar het toeval besloot daar anders over (tenminste, als je daarin gelooft…).

Ineens stuit het spoor immers op een diepe voetafdruk, een deel van een ander sporenpatroon. Het sjabloon van dit spoor wordt gevormd door vier identieke voetstempels van telkens een groot zoolkussen met daarboven vier scherpgeklauwde tenen.

Het silhouet van het kinddiertje staat al even stil en bekijkt het nieuwe spoor aandachtig. De geklauwde voetafdrukken zijn zo diep dat het regenwater van de vorige nacht erin is blijven staan. Zo ontvouwt er zich een parcours van verdampende bosplassen die je zouden kunnen doen denken aan zwetende geisers, maar dat kent het kind niet. Het kind kent wel dorst. En het weet dat je dan best drinken kan. Dus het laat zijn silouetlijfje zakken, zet zijn voorste pootjes rondom de eerste geklauwde voetafdruk, zet zijn lippen aan het zwetende water en drinkt zijn buikje vol.

Onmiddellijk zakt het kinddiertje door de poten. Dan versmelt ook het buikje met de bodem en ten slotte legt het kinddiertje ook zijn kop neer. De schaduw krijgt een laatste stuiptrekking en wordt dan één met het bospad.

In de verte roept de eiken olievlek. Eerst lijkt het op gewauwel, dan hoor je steeds duidelijker menselijke klanken die versmelten tot een naam:

Helena! Helena!”

De vader en de moedersilouet komen uit de olievlek gelopen. Banen zich een weg over het spoor van het kinddiertje, blijven staan bij de geklauwde voetafdruk, zien dat deze is leeggedronken en graven het silhouet van het kinddiertje uit het bospad. De vader neemt het diertje in zijn armen en begint te lopen. De moeder schreeuwt het uit terwijl ze in de voetsporen treedt van de razende schaduw voor haar. De duistere storm die over het bospad stuift.

Where’s your head @?

Geplaatst op

HelenaJimy kijkt tv big-eyes  helena

Dag 25  - No lines

Baboeshka

Geplaatst op

Ik heb het geluk om telkens twee volle weken nadat iedereen dat doet, terug te kunnen blikken. Op een jaar. Een levensjaar. Dat ook. Wanneer je niet langer dronken bent van knallende goede voornemens die over je heen druipen, onder je huid kruipen wanneer de laatste pijl afgeschoten is en de nacht opnieuw even donker schijnt. Wanneer je al die loze beloften aan jezelf en de ander afgeschud hebt en beseft dat persoonlijke evolutie slechts mogelijk is binnen de marges van de blauwdruk. Een steen in het water. Een pasgeboren lichtpuntje in een overleden sterrenstelsel. Ik ben al wie ik ben. Wie ik zijn zal. Groeien kan slechts inwendig. Laag na laag.

De recentste bedding zal altijd gevoelig zijn voor schimmels. Vochtproblemen. Tranen. Verdriet. Persoonlijk ging het mij nochtans voor de wind. Ik paste de lessen toe die ik in vorige levens leerde. Ik plukte eindelijk vruchten waar ik voorheen dacht dat er nooit een einde aan het zaaien komen zou. Ik woonde in een huis boordevol liefde en geluk. En toch. Vochtproblemen.

Men beschuldigt mij wel eens ervan neer te kijken op of alleszins vanop een kille afstand te kijken naar de mensen rondom mij. Dat zijn er veel. Een hele kudde. Met hier en daar een einzelgänger. Zoals ik. Een zwart schaap. Een kunstenaar. Een kluizenaar. Een heremiet. Een dwaas. Een wijze koning. Een outcast. Een outlaw. Een vreemde eend. In de bijt. In de troep. De meute. De horde. De alles-met-zich-meesleurende meander. Bruut geweld. Meedogenloos. Gedreven door een overdonderend, massaal buikgevoel. Vind je het raar dat die beschuldiging niet helemaal loos is? Toch had ik voorheen geopperd dat we in een knipperlichtrelatie zaten. Een haat/liefde verhouding. Waarbij we elkaar gefascineerd aftastten. Met onderlinge toestemming. Van mijn kant tenminste. Daar is niks mis mee.

Maar in het afgelopen jaar waren er dus vochtproblemen. Een heleboel. Op den duur zie je dan niks meer. Op den duur krijg je dan ademhalingsmoeilijkheden. En lelijke vlekken. Die er nooit meer uitgaan. Op je huid, je hout, je huis. Je denkt dan steeds meer aan een – op den duur onoverkomelijk – vertrek. Naar andere oorden. Met palmbomen. Nee. Doe toch maar iets unheimischers. Blauwdruk. Weet je wel.

Je groeit opnieuw naar binnen. Trekt een nieuwe, nauweraansluitende houten huid omhoog. Kruipt in je vel. En terwijl de bommen vallen in je oude huis. Terwijl een steeds gulzigere virtualiteit er om zich heen vreet en graait en alle vitaliteit uit jeugd en verzet en rebellie en hoop zuigt. Terwijl je er eenzaam duimpjes telt en langzaam verdampt in het sine qua non van het persoonlijke gemak. Zwaai je tevergeefs met lijfspreuken die er niet meer toedoen. Omdat ze gegrift zijn in lichamen die de Olympus, de heldenheuvel en masse besloten te verlaten. Bowie. Geen kat die durft in het oude huis. Geen androgyne ziel die zich vestigt in het door mij verlaten pand. Geen kameleons, geen zonderlingen, geen kwieten aldaar. Prince. Geen blote billen. Geen lustobjecten. Geen seks. Geen humor. Geen stiletto’s voor mannen in het steriele web. Eco. Niet comprimeerbaar, niet compatibel in het 140 tekens tellende rijk. George Michael. Wham. Geen plaats voor jeugdsentiment. Mijn grijze vader slaapt in zijn donzen armen in mijn oude bed. Hij moest eens weten. Let’s go outside, daddy. Shoot the dog. Niemand lacht in het afgeschud huis. Men is er te druk met tenen krullen, wonden likken, ontkrenken, als een geslagen hond de wereld laten weten dat men dit NIET pikt. Verdomme.

Mijn ellebogen raken de wanden van mijn nieuwe nest. Mijn tenen klimmen erlangs omhoog. Mijn kin rust op mijn knieën. Mijn ingewanden liggen op een hoopje. Mijn hoofd neemt verhoudingsgewijs veel te veel plaats in. Ben ik de laatste inwoner van deze structuur? Of is er nog ruimte voor groei? Ik droog mijn tranen. Neurie een lied. Starfish & Coffee. Tegen de echo’s van versleten én ontpoppende lulkoek. Proficiat al. Typt iemand. En stut dat met een duim. En een lachsalvo. En een hartje vol digitale liefde. En een traantje. Omdat ie helaas niet naar mijn voorstelling komen kan. Geen tijd. Geen bus. Geen interesse. Spijtig. Heel spijtig. Maar uitstel is geen afstel. We maken het goed. Een ander keertje, zeker wel. Maar nu niet. Nu even niet.

En terwijl ik diep wegglijd in mijn houten huid. Puzzelt een kinderhand mij vakkundig uit het steeds groter ogend gewrocht. Een pop! Roept het kind. Blij en verrast. Hoera!

feestvarken

Geertjes kerstwens

Geplaatst op
Geertjes kerstwens

Een dag voor Kerstmis had ze eraan gedacht om een schuimende cappuccino te bestellen. Een heerlijke feestgedachte waarvan je geen uitputtingsverschijnselen zou vertonen. Vervolgens bestelde ze een normale koffie. Zwart. Zonder suiker.

Ik besloot de rendez-vous met open armen te ontsluiten.

Wat mag jouw kerstwens zijn, dit jaar? Vraag ik tegen wil en dank. Ze kijkt me ongelovig aan. Echt? Of ik dat echt weten wil? Ik knik zo onnozel als ik maar kan. Mijn neus bloedt. En druppelt rode kersen op het taartje dat we voor de gelegenheid bij de koffie kregen. Ik zou er niet in durven bijten. De gedachte alleen aan haar afkeurende blik, haar teleurgestelde zucht zou mijn ledematen controleren als een visdraadje de marionet.

Ze neemt een slok en kucht een eenzame kikker weg.

Ik wens. Zegt ze. Meer oorspronkelijkheid. Ik wens dat men alle boeken op de brandstapel gooien zou. Op een aantal uitzonderlijke meesterwerken na. De enige boeken die ertoe doen. 1984. George Orwell. Als een glazen bol. Waarin iedereen kijken mag. Met het risico dat je ogen ontploffen als je het onoverkomelijke niet dragen kan. Je zou in dat geval een sprookjesboek kunnen lezen. Maar die liggen op de stapel. Lagen op de stapel. Zijn nu een vlokje as. Vervolgens: Het volledige oeuvre van Vladimir Nabokov. Omdat je enkel mooi denken kunt in mooie taal. Denken is taal. Je stelt je de vraag waarom de jonge garde enkel in slogans en ongenuanceerde stellingen denken kan? Omdat die jonge lui enkel kort en bondige taal lezen en schrijven. Twitter. Emoticons. T-shirts. Sms. En ook wel: video’s. In een notendop: Krachtkreten, Symbolen & Performance. Oewoewoewoewoe, Totems & Dromen van Sjamanen. Je waant je in een Indiaanse stam.

Ik kuch. Ze heeft het gezien. Nu moet ik kleur bekennen. Ze knikt met haar kin. Wat? Welke onzinnige gedachte kleeft er op je voorhoofd? Ik zeg dat het Native Americans zijn. Echt? Ik haal mijn schouders op. Denken is taal. Denk ik. Ik denk in lange tenen. Ik denk in kwetsbaarheden. Gevoelige zielen. Ik denk dat het Kerstmis is. En dat iedereen vandaag vrede verdient. Syrië. Mensen zonder huis. Mensen zonder familie. Kinderen. Alleen in een tentenkamp. Godverdomme. Dat denk ik, Geertje!

Ze haalt haar schouders op. Zegt dat zij steeds het grotere plaatje bekijkt. En dat haar uitzonderlijke stapel nog een kers verdient. Als een blinkende, rode druppel. Tongkat. Peter Verhelst. Omdat alles altijd tegelijk gebeurt. Omdat letters en cijfers inwisselbaar zijn. Omwille van de schoonheid ook. Weeral. Echte liefde is schoonheid. Van chaos die culmineert in nieuwe ordes. Die dan weer zichzelf onderuit halen. Chaos veroorzaken. Zoals het ook ons vergaat. Altijd weer opnieuw.

En voorts mag je elk verhaal zelf bedenken. Dat wens ik de mensheid toe. Oorspronkelijke gedachten. Dat zullen er maar een handjevol zijn. In heel je leven. Dat is méér dan het heen en weer gewauwel dat je nu produceert. Zinnen die voor eeuwig onaf zijn. Die steeds weer komma’s achter zich opgooien. Gelijk een mol. Gestuwd door het gegraaf achter zich. Blind voor wat komen gaat. Een stroomstoot. Doodslag met de schop. Kwijlende tuintijgers. Onnozel hopend. Ophopend. Een volgende, weerzinwekkende, betekenisloze bijzin. Achter de komma. Hoop na hoop. Want dat doet leven. Zegt men. Onzin. Uitstel van executie. Hoe blij word jij van molshopen in je tuin? Jij doét niet anders. Virtuele hoop na virtuele hoop uitbraken. Lang leve de hoop. Lang leve Kerstmis. Lang leve de onnozele kinderen. Lang leve de herkauwende massa.

Ik kijk haar beduusd aan. Wat is dat voor een kerstwens?

Ze knikt. Zegt dat ze het snapt. Wensen behoeven een ritueel. Ze maakt klauwen van haar vingers. Gritselt al haar woorden tot een wolk bij elkaar. Knoopt er een strik rond. Van Geertje voor mij. Zalig Kerstfeest.

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Daniel Billiet - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Het alfabet, geboetseerd tot sprekende beelden

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

alles is een verhaal

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Take This Now

Don't let yesterday use up too much of today

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

Tom Driesen

En als je me niet gelooft dan maak ik je iets mooiers wijs

Karl Vannieuwkerke

schrijfsels uit liefde voor de sport

%d bloggers liken dit: