RSS Feed

Liedjes

Geplaatst op

Wanneer het schrijven even niet lukt of wanneer er andere eieren gelegd moeten worden, produceer ik ook wel eens een lied. Soms in het Nederlands, andere keren in het Engels en heel af en toe ook in het (behaard) Frans.

Afgelopen week schreef ik het lied ‘2Late’, over uitgestrooide dromen en lichaamsdelen en over de vraag of het allemaal wel nog zin heeft. Of is het gewoon te laat? Voor ons?

Ja, ik wil luisteren naar je lied, Evy! 🙂

Hmm… dat smaakt naar meer!

Nog eentje om het af te leren!

evy-34

Performance tijdens ‘Boze wolven op reis’ waarin ik samen met Martine
ook
het nummer ‘Getikt’ bracht.

 

Advertenties

Helena Wolfsklauw – Scène met Elisabeth van Spalbeek

Geplaatst op

Van oktober tot eind mei ben ik steeds druk in de weer als docent van allerlei creatieve en artistieke vormingen. In de tussenliggende maanden heb ik weer wat meer tijd voor mijn schrijfprojecten.

Sinds september werk ik aan een jeugdroman:
“Helena Wolfsklauw. De stem van een wandelend eiland.”

Ik zal hier geregeld stukjes posten. Eerder plaatste ik al dit stukje: Helena Wolfsklauw

Je kan nu een passage lezen uit hoofdstuk 7, waarin Helena kennismaakt met Elisabeth van Spalbeek.

Dag 20 - Ogen dicht geen handen

De lange Lindelaan lijkt steeds minder lang te worden bij elke stap die Helena zet. De wind zingt steeds zachter door de lindeblaadjes. De duif die haar stiekem achtervolgt wordt steeds donkerder en de openstaande deur van Elisabeth van Spalbeeks kamer krimpt zienderogen. Wat eerst een lange tocht leek, blijkt nu te passen tussen een duim en een wijsvinger. Tenminste als je een oog dichtknijpt.

Helena gaat op haar knieën zitten en kijkt door de openstaande deur naar binnen. In de kamer staat een kleine stoel, een kleine tafel en een klein spijlenbed. In het bed ligt een klein meisje te slapen. De eikenhouten vloer kraakt als Helena op reusachtige handen en voeten naar binnen kruipt. Ze zet zich neer op de grond naast het bed en ze moet haar gigantische hoofd een beetje scheef houden om zich niet te stoten tegen het plafond. Als ze haar armen spreidt kan ze met haar vingers elke muur van deze kleine kamer aanraken.

Helena kijkt met grote ogen naar het slapende meisje. Ze durft haar niet wakker te maken. Hoe luid moeten haar woorden niet klinken? Hoe overweldigend moet een duwtje in haar zij niet zijn? Hoe stormachtig moet haar kleinste zucht niet wervelen? Hoe watervallig elke traan die ze plengen zou in dit kabouterhuisje?

Ze besluit om te wachten tot het meisje van zelf wakker wordt. De duif nestelt zich ondertussen op Helena’s schouder. Zijn witte veren zijn nu donkergrijs. Op de duur lijkt iedereen op zijn schaduw.

Helena ziet nu dat er naast een stoel, een tafel en een bed nog andere voorwerpen in de kamer wonen: een houten kruisje ligt aan het voeteinde van het bed. Een stopnaald ligt zij aan zij met een lucifer op de tafel. Beiden blozen zich een rode kop. En één van de muren huisvest een kleine open haard met klein sprokkelhout en kleine, nadampende assen van het vorige kleine dagje.

Ineens klinkt er muziek door het raam. Klokken luiden. Koorzusters zingen een Latijns lied. Aroma’s van wierook en geheimzinnigheid dwarrelen naar binnen. Als bij toverslag opent het kleine meisje haar ogen…

Zelfportretten

Geplaatst op

 

 

  1. Kerstvrouwtje
  2. Ziek
  3. Nieuw kapsel
  4. Starend achter tralies
  5. Superhero
  6. Het regent boekjes
  7. Hamster met eendenbek

Knokenkooi

Geplaatst op

Weet je, zegt ze. Ik ben het oneens. Met wat, denk ik. Je bent het oneens met wat? Geertje? Ze schraapt haar keel, laat er zwarte koffie door glijden, kijkt me resoluut aan en begint dan aan haar verhaal.

Men beweert dat wij gemeenschapsdieren zijn. (Ik verwacht nu een fabel waarin ik in de kudde woon en waarin zij mij en de rest van mijn imbeciele graasroedel vanaf een hoger gelegen punt – een heuvel, een schuurtje op een berg, een boom op een rotsformatie – aanschouwt.) Die queeste naar gemeenschappelijkheid. Gemeenschappelijkheden. Dát. Ik ben het daarmee oneens.

Ik knik. Denk dat ik weet waarover ze spreekt. Jij bent liever uniek. Zeg ik. Jij, jij bent liever geen schaap. Is het niet, Geertje?

Ze verslikt zich. In haar hete koffie. Kijkt me aan alsof ze het hoort donderen in Keulen en ver daarbuiten. Herpakt zich. Denkt wellicht dat ik zo imbeciel geboren ben. Dat ik er niks aan kan doen.

Ik denk, zegt ze. Dat niet gemeenschappelijkheid, maar afzonderlijkheid onze meest fundamentele eigenschap is. Onze conditio sine qua non. Dat wij maar kunnen leven in die afzonderlijkheid, als in een kooitje. Waarvan de spijlen gemaakt zijn van knook, waarvan het glas doorzichtig vel is. Totaal afgezonderd van de wereld, als een museumobject, losgerukt uit zijn natuurlijke omgeving. Die wij ondertussen vergeten zijn. Is het de ruimte? Is het ergens één of ander hol, diep in de aarde? Is het in ons onderbewustzijn? Hoe ontheemd kun je zijn? Als je niet meer weet waar je vandaan komt? Enkel de afzonderlijkheid redt ons van de waanzin van de ons omringende chaos. Breek het kooitje en we versmelten in pure gemeenschappelijkheid met de wereld.

Dood, noemt men dat. Morsdood.

door het raam

Ik denk aan wolkenslierten. Aan het spel van licht en schaduw in mijn woonkamer. Aan water. Aan mazelen. Aan badschuim op mijn glas. Aan gekietel aan mijn spijlen. Aan melk in koffie. Aan al wat vervloeit.

En verdwijnt! Vult ze aan. Alles wat vervloeit én dus verdwijnt.

Kan je denken aan wat niet is? God. Opper ik. Fantoompijn.

We drinken onze koffie leeg. Staren. In de ruimte. Waar mijn gedachten versmelten met die van haar. Waar ze verdwijnen. In de leegte van onze gemeenschappelijkheid.

Het stof te lijf

Geplaatst op

biebklein

Wij spreken de taal van
afgronds gezucht
ternauwernood geslikte woorden

bot en gekarteld
als een oud mes

Wij zetten ons schrap
met depdoeken (voor het bloed)
en zandzakken (voor de tranen)

stijf en starend
als een beeld op de schouw

waarvan je niet meer weet
wie, wanneer en waarom?

waarvan je – desondanks –
geen afscheid nemen kan

bij het grof vuil – te broos, te porselein
op de zolder – tot we het vergeten zijn
in de kelder – tot het wegrot

Wij boenen en wrijven
gaan het stof te lijf
tot scherven desnoods

Stippellijven

Geplaatst op

nachtvlinder

Ons veelvatige verbond
via het bloed, de huid
ondraaglijk bijna

als een kloppende stippellijn
die sappen overpompt
harten stempelt in een voordien leeg kozijn

altijd transparant

Elke beweging van mijn lijf
rukt aan jouw wortels

Elke stap die jij zet
snokt barbaars aan mijn vel

Een plots verlies van balans

als één van ons bijt in het zand – de ander stuift weg
neerzijgt en ondersteboven hangt – kijkt niet meer om
aan de zijden draad

die ons ontketent

Plastic Bouquet

Geplaatst op
Plastic Bouquet

Het is donderdag. 9H05. Christine parkeert de wagen op de oprit. Ze zucht. Vanaf nu heeft ze het huis zes uren voor zich. Een zee van tijd. 9H06. Christine stapt uit. Doet alsof ze verrast is dat ook Carlo de gedeelde oprit oprijdt. Ze bukt voorover. Om de post uit de brievenbus te halen.

9H07. Carlo stapt uit. De geur van zijn aftershave vermengt zich met de koude lucht. Christine snuift het goedje gulzig naar binnen, watertandt en schudt met haar hoofd tot haar bril over haar neus schuift en valt. Carlo’s geur stroomt door haar bloed.

9H09. Christine en Carlo gaan naar binnen. Simultaan valt de deur in het slot. Christines bril ligt in een wolk van kiezelstenen. Ze zet zich neer op de vloer naast hun gemeenschappelijke muur. Zou hij er ook zitten? Aan de overkant? Ze legt haar handen tegen de muur, gooit haar haren los en snuift aan het behangpapier. Haar hart groeit. Het is 9H20.

10H05. Christine staat op. Zet een koptelefoon op haar hoofd. Steekt een cd in de stereo. AC/DC. Draait de volumeknop open. Steekt de pin in het gaatje. Zucht. Zweetdruppels lopen over haar rug tot in haar bilspleet. Haar adem verzwaart tot gekreun. Ze legt haar vinger op de playknop, aarzelt tot 10H30 en duwt ‘m dan in. Op slag baadt de kamer in een monotoon gepiep. Hartstilstand. Stilte. 12H02. Christines neusvleugels verwijden zich. Instinctief happen haar sinussen naar leven, graaien haar longen naar het aroma van de overkant. Testosteron. Koffie. Sigaretten. Zweet. Aftershave. Schaamhaar. Kousen. Rauwe uitjes. Adem. Carlo dwarrelt als stoom door de muur.

Dat ze haar kleren uittrekken moet. Denkt Christine. Het volgende moment – het is dan 12H14 – ligt ze naakt naast de muur. Drinkt ze gulzig met tong, huid en neus. Carlo dringt bij haar binnen. Vermengt zich met haar bloed. Neemt zijn tijd. Een zee.

Om 13H42 verlaat Christine de kamer. Heel even maar. Een druppel. Tot 13H43. Dan staat ze er terug met een EHBO-kistje, een bestekkoffer en een bouquet plastic rozen. Ze hurkt neer. Haalt een dozijn verbanden uit het kistje. Windt een eerste rolletje rond haar voeten. Strak. Een geisha. Bleek en broos. Om 14H03. Neemt dan een volgend rolletje en windt dat rond haar kuiten en knieën. Een zeemeermin. Vochtig en zout. Om 14H24. Kruipt ten slotte aan land, op handen en voeten, en windt de rest van de verbandrolletjes rond haar dijen, romp en borsten – haar hart groeit – haar polsen, blanke armen, schouders, nek en hoofd. Wolken verdwijnen om 14H30. Zijn parfum. Het is windstil. Om 14H45.

De tijd dobbert. Stokt. Christine steekt de bloemen in haar kont. Bewatert de stelen. Opent tastend de bestekkoffer. Het is 14H47. Ze laat haar handen glijden over de lege schuimgaten. Tot het koude staal van het keukenmes haar verbrandt. Een geiser. Om 14H50. Ze hijst de jongeheer uit de doos. Snuift zijn parfum dieper in haar bloed. De tijd dringt. Haar anus staat wagenwijd, haar spleet druipt en bonst tegen de bloemenzee. Stop de tijd. Ze brengt het vlijmende tuig naar haar mond. Slurpt. Snuift. Dieper. Druipt. Verdrinkt. Zeikt. Stront tegen de witte muur. Om 14H54. Zijn parfum. Aftershave en koffie. Gekreun. Om 14H56. Storm op zee. Wolken in staal. Haar hart groeit. Kwijlt een tong uit haar mond. Om 14H58. De staaf jaapt een tong op de grond. Hijgend. Haar hart ontploft. De zee is verdampt.

Het is 15H00. Carlo dwarrelt door de kamer. Veegt zweet van zijn voorhoofd. Steekt een sigaret op. Zegt dat hij de kinderen halen gaat. Verlaat het schip. De deur valt simultaan in het slot.

Anker Tong

Fiction

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Daniel Billiet - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Take This Now

Don't let yesterday use up too much of today

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

%d bloggers liken dit: