RSS Feed

Tagarchief: kind

Ieder zijn eigen sprookje

Geplaatst op

We slurpen. Ik smakkend. Het Letterkind met lange tanden. Ik zeg dat er groot onheil dreigen zal als ze haar kom niet leeg eet. Ze fronst haar voorhoofd, kijkt me argwanend aan. Sist OMG, wanneer ga jij eens eindelijk de sprookjes terzijde leggen? Niet, zeg ik. En dat iedereen bovendien recht heeft op zijn eigen sprookje. Gij op dat van u en ik op dat van mij. Ik, schampt ze, geloof niet in sprookjes. Ik haal mijn schouders op. Toch wel. Gij gelooft in god. Sorry, God. Opnieuw vliegen er enkele OMG’s mijn richting uit. Ik duik naar beneden om ze te ontwijken en voel hoe ze mij vanop de schouw, als een rij zwaluwen in het oog houden. En zich tegelijk verwonderen over hun eigen spiegelbeeld in het troebele water waarvan ik slurp. Hoe ze vertrekkensklaar afwachten. Om aan te vallen. In de rug. Ze oppert beledigd dat haar God bestaat en dat mijn sprookjes verzinseltjes zijn. Ik smak. Lekker. Zeker voor een niet-bestaand toverdrankje. Dat doet de deur dicht! Mam! Stop ermee! Ik lach. Smak. Hmmm. Lekker heksensoep. Zeg eens liefje, hoe smaakt jouw godendrank? Aaahhaahaaaagrhhhaaa! Ma-ma! Stop! Ze slaat met haar vuisten op tafel. Heksensoep spat in mijn gezicht. Ik grinnik. Ik zei u toch dat er onheil dreigen zou als ge uw kom niet leeg at? Kijk, nu hangen we allebei vol smeurie. Wat een onheil! Je bent knettergek, mompelt ze. Zet de kom aan haar lippen en drinkt het toverdrankje op. Kwaak. Kwaak. Kijk mam, ik ben in een kikker veranderd. Ben je nu happy? Ik knik. Alles beter dan een gevallen engel, schat.

Charly

Geplaatst op

Charly staat in de rij. Zegt dat hij dief worden wil. Om geld te pikken voor een Ferrari. Dat is de coolste auto ooit. En als de politie dan komt, dan knalt ie ze neer. Dus hij wil ook een geweer. Of een zwaard. Of misschien wel een lasergun. Een vlinder strijkt neer en vliegt weer weg. Boven een bonte bloemenzee. Charly bekijkt zich in de spiegel. Krast zwarte strepen op zijn gezicht. Zegt dat hij neger worden wil. Om mensen te vermoorden. Dus hij wil ook een mes. Een zwart mes. Of een dolk. Een jonge leeuw brult voorzichtig. Charly zegt dat leeuwen stom zijn. Dat alle dieren stom zijn. Dat hij ze graag dood maken wil. Hij wordt slachter. Of piraat. Hij heeft in elk geval een wapen nodig. Een vlijmscherp wapen. Een sabel misschien. Een zwart sabel met een zwarte riem. Een zee van lieveheersbeestjes zoemt voorbij. Rood met zwarte stippen. Charly zegt dat alleen de giftige cool zijn. Die hebben gele stippen. Hier en daar op je gezicht. Hij steekt zijn vinger in een oog. Een hartjesprinses loopt huilend weg. Charly ploft zich neer. Kijkt me hol aan. Met ijle, grijze ogen. Met donkerblauwe kaken. Met rode vijvers in zijn handpalmen. Ik vraag wat hij worden wil. Charly zegt dat grimeren stom is. Trekt een glibberige, zwarte plooiballon uit zijn mond en laat die drijven op de vijver die dreigend mijn richting uit gutst. Dat ik een moordwapen maken moet. Een zwart moordwapen. Doe maar een zwaard. Een samoeraizwaard.

Eat your heart out web

De transactie

Geplaatst op

Het beloofde een dag als een andere te worden. Een vrijdag. De werkweek zat erop. De kids waren opgehaald van school, hadden hun boekentassen in een stofvrije hoek gegooid. Dat kon eender welke hoek in het huis zijn. Niekske hield ze kraaknet. De hoeken in haar huis. Een lichte vorm van smetvrees, zei ze altijd. Maar dat was eigenlijk gelogen. Niekske wist dat stof gevaarlijk kon zijn. Niet voor de longen. Of voor je kapsel. Ze wist dat ze kleine, losse stofdeeltjes nooit de kans mocht geven om tegen elkaar te gaan klitten. Dan vormden zich in je huis (en in je hoofd) alternatieve verhaallijnen, borrelend in de kantlijnen van je persoonlijke geschiedenis. Die ze zo koesterde. Die ze zo hard probeerde te conserveren in zijn oorspronkelijke staat. Onder een glazen stulp. Zonder hoeken. Die moest ze dan alvast niet stofvrij houden.

De keukentafel was bezaaid met chocolade muizenstrontjes en broodkruimels. De kids likten aan hun melksnor en vertoefden in een parallelle wereld. Op vrijdag moest dat kunnen. Dan vierde Niekske de teugels. Terwijl ze de was netjes plooide aan de tuintafel, schoten haar ogen dwars door de glazen schuifdeur heen en weer over de woonkamervloer. Dan omhoog langsheen de muren tot in de hoeken tegen het plafond. Schichtig dan naar de verlichting. Daar wemelde het graag. Het losse stof. De uiteengerukte verhalen. Die zich op elk moment aan een ander los stofje zouden kunnen hechten. Om zo heel haar verleden overhoop te gooien. En daarmee de persoon die ze nu was. Waaraan ze zo hard had gekneed. Tot ze er enigszins vrede mee had. De regelrechte waarheid. Alles netjes gerangschikt. In de ladenkast in haar hoofd. Eén voor één sloot ze de schuifjes. Stak het gouden sleuteltje in haar broekzak. Voelde hoe het afdaalde tot in de kelder. Knipte het licht uit. Voelde het branden tegen haar dij.

Er stopte een auto voor het huis. De motor werd afgezet. Een deur ging open. Twee stemmen. Een moeder en een kind. Niekske verwachtte hen. ‘Kom maar langs achter’, riep ze. De moeder en het kind liepen licht als een zuchtje wind over de klinkers, door het poortje, langs de zijgevel tot op het achterkoertje. Niekske zag dat ze zonder bagage waren. Een paar souveniertjes misschien. Ze keuvelden over het voetballend konijn. Het kind geloofde er niks van. Verborg haar hoofd onder moeders rok. Deed alsof ze niet praten kon. Niekske gebaarde met haar kin dat het klaar lag. De moeder keek ernaar. Zag hoe het lag te blinken in de late namiddagzon. Meer woorden behoefde deze transactie niet. Stof in ruil voor een lege lade. Een nieuw verhaal waarvan zij de losse woorden niet langer hoefde mee te slepen. De overdracht geschiedde. De moeder en het kind vertrokken. Niekske keek hen niet na. Stapte achterop een motor. Scheurde over de nieuwe verkavelingen. De brakke grond in haar hoofd.

Maarts viooltje

Geplaatst op

spelend kind

Een maarts viooltje

duwt haar hoofd

door de nerven van de stoep.

Waar een kind speelt,

een liedje neuriet

over oze wieze woze.

En de wind koost

de melodie

van de broze blom 

 lief.

Sprookjesbos

Geplaatst op

Wij woonden als kind in een bos. Een sprookjesbos. Met een metalen ros voor de deur. En een heks in het huisje op het einde van het pad. Rond het huisje had ze een web gespannen. Een sferisch web. Met verborgen magneten. Onze draver weerstond niet. Hoe we ook tegenstuurden, we belandden meermaals per week op de heksendorpel. Op den duur mochten we binnen zonder kloppen. Er zat sowieso geen deur in de deuropening. ’s Zomers niet. Dan moest je door een sluier van aaneengeregen walnoten en versteende rozijnen. Men zegde dat de heks getrouwd was. Ik geloofde dat niet. Ik geloof dat ze zichzelf soms in een echtgenoot omtoverde. Ze waren immers nooit allebei in het huisje. En ze waren op gelijke wijze boosaardig. Gewiekst. Geduldig. Altijd met een plan in het achterhoofd. Manipulatief. Onweerstaanbaar. Met een fluwelen mantelpakje aan.

Als we binnenkwamen, zat ze meestal voor het raam in de keuken. Daar rolde ze slechte dromen. De hele dag door deed ze dat. Met een slechtedromenmachientje. Onbewogen stopte ze boze herinneringen in het gleufje, dan friemelde ze een lege peul in het gaatje en dan: sjaksjak. Je kon er uren naar zitten kijken. Op het einde van de dag aten we bonensoep.

In het huisje woonde ook een papegaai. Die riep de hele dag dat hij douchen wou. En trek je bloesje uit. Trek je bloesje uit. Bloesje uit. In de douche. Bloesje uit. Trek je bloesje uit. Oelala. Bloesje uit. In de douche. Je werd er helemaal tureluut van. En als je dan terug opkeek, zat de echtgenoot aan tafel. De heks was dan altijd naar de winkel. Heel eventjes maar. Je mocht gerust blijven, ze zou zo terug zijn. Wij trapten daar niet in. Want de echtgenoot had lange vingers. Daarmee streelde hij graag over je rug. Zijn gele klauwen tippetapten over het Perzisch tapijt, gleden van de rozenstengels op de keukentegels onder je bloesje, streelden je vel, telden de huiverbultjes – één, twee, drieduizend – koorddansten op het rekkertje over je rug. De papegaai zong zijn lied. Trek je bloesje uit. Bloesje uit. Oelala. In de douche. Bloesje uit. En het volgende dat je je herinnerde was dat je over het steegje galoppeerde. Je hart in je keel. Vooruit. Vooruit. Over het pad. En dan sloop je heel stilletjes je kamer binnen. Dan trok je de dekens tot ver over je hoofd. Tot er een sterrenhemel ontwaakte, tolde boven je. En daarin verdronk je dan. Tot je alles vergeten was. Tot je ruggevel terug fluwelig zacht. Tot de gouden schaduwen sliepen. Tot het riedeltje zweeg op het einde van het pad.

Wij woonden als kind in een bos. Een sprookjesbos. Ma, pa en ik.

 

Sjiekenbak

Geplaatst op

Suzuki_Super_Carry_front_20071114

Op woensdag mocht ik mee met pa. Bier rondbrengen in de wijk. Eerst vulden wij de laadbak van de camionette, een soort van megamobiel avant la lettre op vier veel te kleine wielen. Die hopeloos toeren draaiden gelijk ik dat ook deed op mijn bmx. Ik was al negen. En dan leg je instinctief de link met de wereld rondom je, die dat ook deed. Doordraaien. In de kantlijnen van de maatschappij. Als ‘ie tot de nok gevuld was, vertrokken we. Gelijk Robin & Batman. Alleen streden wij tegen de droogte. De kurkdroogte in kelen van de gebroeders Vermoten, bijvoorbeeld. Zij hadden als allereerste in het dorp twee woonwagens tegen elkaar geplakt. Met donkergroene twal. Ducktape, zeg je? Men sprak hier amper beschaafd Nederlands, wat zou men Engels klinken kunnen. Met donkergroene twal dus en scheefgeklopte nagels. Roest sijpelde in de aders van de kunststoffige wanden van dit zwijnenhol. Waar pa twee, drie, vier gele bakken neerpootte, stapelde op de kleverige vloer. Langs het bed waar Mathieu in lag te slapen tussen sigarettenpeuken. Soms smeulde er nog een. Die doofde ik dan met natte vingers. Je wist maar nooit. Pa moest ook geld krijgen. Anders vertrokken wij niet. Mij stuurde hij dan naar de camionette. Deed de gordijnen dicht. Zette de radio aan. Soms wachtte ik daar uren, soms een etmaal.

Na de Vermotens reden we naar Tekenpiet. Die woonde op het eerste verdiep bij ons in de straat. Het rook er naar pis en verdorde muurbloemen. Op een keer kwam Tekenpiet ons tegemoet gelopen. Dat pa moest komen zien. Rap. Wij stormden toen de trap omhoog, lieten onze monden openvallen. Zijn living puilde uit van vervallen televisietoestellen en videorecorders. Waar Duitse pornofilms op speelden. Op elk schermpje één. Guch, guch doch mal! Ho, liebe mädchen! Liebe, liebe mädchen. Bloot vlees spatte in het rond. Pa lachtte. Gebaarde met zijn kin dat ik beter in de camionette wachten zou. Op de overloop scheerde een dwergpapegaai over mijn hoofd. Verschool zich dan in het verdorde struikgewas tegen de wand. De wc had een druiper. Drup, drup, drup. Zijn ingewanden borrelden van een teveel aan alcohol en biefieworsten als ontbijt. Ik slalomde van de trap, schudde met mijn hoofd om de muizen niet te horen knagen in het boilerkot. Ging zitten wachten in de mobiel. Draaide een venster naar beneden. Legde mijn kop op het mos van het raamkozijn. Staarde naar buiten. De droogte was weer gestild. Nog even en het dorp kon weer kopje ondergaan in het gelal van de dronkemannen. De zatlappen in de steegjes. Waar kinderen speelden. Buiten op straat. Waar altijd wat te beleven. Waar witte Willy met zijn kraai, oude Johanna beroofde van haar parelensnoer uit de sjiekenbak. Verdraaid. Nu moest ‘ie nog eens gaan. En wij buiten op straat. Met de bmx’en reden.

 

Letterkind

Geplaatst op

Er woont een letterkind in mijn huis. Een mooi letterkind met snelwegen in haar hoofd. Waarlangs impressies voorbij flitsen aan de lopende band, bij de vleet, en masse. Ik denk al een tijdje: Op een dag kunnen er twee dingen gebeuren. Het letterhoofd kan ontploffen in onuitspreekbaar veel syllaben of het kan beginnen sijpelen. Gelukkig voor het letterkind, koos het lot voor het laatste. Een sijpelgaatje. Waarlangs eitjes naar buiten glijden. Het letterkind houdt niet van de eitjes. Ze slaat ze kapot met een reuze theelepel, vertrappelt ze met mijlslaarzen. Gooit ze ver weg achter haar schouder, laat ze ketsen over het wolkendek. Eén, twee, drie en dan draait de hemel zich in pirouettes van zure room en bevroren tranen. Stampend met boze benen, drilt ze dan haar ontevredenheid in het gras. Dan moet ik haar berispen. Want zo wek je slinkse distels in het gazon.

 Soms, heel soms, is het letterkind onoplettend. En dan red ik een eitje van de marteldood. Leg het zachtjes in een strooien nest en broed het uit als het letterkind slaapt. ’s Morgens leg ik het dan in haar bordje. Haar ogen schieten dan vuur, haar wangen blozen. “Mam! Ik vind het stom. Heel stom. Het stomste ei dat ik ooit gezien heb!” En dan lach ik. Slinks gelijk de distel, die slaapt onder het gras. 

 

vlaaien bakken web

 

Anker Tong

Fiction

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Daniel Billiet - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

alles is een verhaal

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Take This Now

Don't let yesterday use up too much of today

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

%d bloggers liken dit: