RSS feed

Tagarchief: sprookje

Pano

Geplaatst op

Op een dag beslissen twee Roodkapjes te verhuizen naar het witste dorp van het land: Tremelo. Een kleine gemeente vol van Boze Wolven waar men nog nooit een Roodkapje gezien heeft. Daar, in het witte Tremelo, openen ze een winkeltje met allemaal Roodkapjesspullen. Maar de Boze Wolven van Tremelo willen helemaal geen Roodkapjeswinkel in hun dorp! En hoe de lieve Roodkapjes ook koekjes uitdelen en handjes en glimlachen en kortingsbonnen, ze zijn niet welkom. De Boze Wolven roddelen over hen. De Boze Wolven zijn op hun hoede, vrezen dat een heuse Roodkapjesinvasie binnen de kortste keren hun mooie, witte Tremelo overspoelen zal. Gelukkig krijgen de Roodkapjes hulp van een moedige jager. Die manipuleert de boel een beetje zodat de Boze Wolven uiteindelijk de Roodkapjeswinkel toch nog bezoeken, proeven van de koekjes en moeten concluderen dat die Roodkapjes zo slecht nog niet zijn. En ze leefden nog lang en gelukkig.

Net zoals in dit sprookje, portretteert de VRT in zijn nieuwste duidingsshittelg Pano mensen als stereotypes, karikaturen. Karima & Mohammed mogen Roodkapje spelen: het sympathieke slachtoffer, welwillend, onschuldig en vol goede moed. De modale Vlaming mag Boze Wolf zijn: de schurk, wantrouwig, vals en gemeen. Gelukkig snijdt een moedige redactieploeg dit actuele thema aan als de gevulde wolvenbuik uit het sprookje.

Het programmaboekje belooft vervolgens inhoud, diepte en antwoorden. Ik stel mij ten eerste de vraag op welke vraag men antwoorden zocht. U hebt ze vast gezien, maar ik ben weinig vraagtekens tegengekomen in dit VRT-sprookje. Dat komt vast omdat de jager een belerend, moreel superieur vingertje in mijn ogen stak. Dat verblindt, weet u wel.

Hij had misschien kunnen vragen:

Waarom de Boze Wolven wantrouwig zijn.

Of de Roodkapjes dat misschien zelf ook zijn in Roodkapjesstad.

Of het niet eigen is aan sprookjesfiguren dat ze wantrouwig zijn ten opzichte van het vreemde, het onbekende? Of dat misschien ingebakken is? Of dat misschien gecultiveerd wordt door:

  • Ons onderwijssysteem dat kuddegedrag & -denken aanmoedigt
    (allemaal in de rij, we nemen nu onze schaar, we gehoorzamen en zijn braaf)
  • Onze aparte woonwijken, onze aparte scholen, onze aparte levensbeschouwingslessen, onze aparte restaurants, onze aparte relaties, enz)
  • Een ons ingefluisterd ontwijkend onderling contact (vraag niets, beledig niet, lach niet, tracht niet te begrijpen, toon je onbegrip niet, toon je frustraties noch je angsten, leef op tolerante wijze compleet langs elkaar)
  • Onze subsidiemolen die projecten voor bepaalde kwetsbare sprookjesfiguren financiert en zo gemixte activiteiten ondermijnt (je gaat als fee toch niet naar een ‘ik-leer-toveren-feest voor toverzwakke figuren?!) 

Maar bovenal had hij zich vooral beter afgevraagd wat hij met dit stereotypische sprookje, met deze etalage van hokjesdenken, met deze negatieve schertsvertoning bereiken wil? Ik behoor tot de Boze Wolven. Ik vind dat beledigend. En met mij waarschijnlijk heel veel modale Vlamingen die elke dag trachten kleine bruggen te slaan, die proberen te begrijpen, die het gesprek aan blijven gaan, die frustraties wegslikken omdat ze politiek en moreel incorrect zijn. Wie tot de Roodkapjes behoort, is wellicht ook beledigd. Omdat ie opnieuw als zielig slachtoffer, als ongewenste indringer, als ruggengraatloze voorgesteld wordt.

Ik ken zeker modale Vlamingen die me aan de Boze Wolf doen denken. En Moslims die op Roodkapje lijken. Gelukkig ken ik ook andersgezinde modale Vlamingen. En Moslims die niet de hele dag door jammeren en gelijk een debiel koekjes uitdelen aan de pestkoppen in het bos.

Wordt het niet eens tijd dat we al deze niet-stereotype figuren uit ons sprookje aan het woord laten, in de schijnwerpers plaatsen? Wordt het niet eens tijd dat we de confrontatie aangaan met échte mensen? Mensen met angsten, met frustraties, met veel geduld (tot het op is), mensen met moreel incorrecte gedachten, mensen met vragen, met onoverkomelijke twistpunten die de samenleving te dikwijls reduceren tot langselkaarleving.

Laatst werd ik uitgenodigd op een Turks besnijdenisfeest. Ik was de enige Boze Wolf in een meute van 300 Roodkapjes. Ik heb mijn grote ogen uitgekeken. Mijn grote oren gulzig laten flapperen. Mijn grote tanden in die vreemde, onbekende cultuur gezet. Ik leef al heel mijn leven tussen Roodkapjes en ik ken hen niet. Er zijn dagen dat dit mij frustreert, dat dit mij boos maakt, dat ik mij schaam. Er zijn meer dagen dat ik er mijn schouders voor ophaal. Dat ik denk dat dit het beste is wat ik ervan kan maken.

Een programma als Pano versterkt dit gevoel. Deze onverschilligheid. Dit content zijn met oppervlakkige beschaafdheid. Omdat échte sentimenten veroordeeld worden als moreel incorrect. Als onaangepastheid aan de dwingelandij van een multiculturele samenleving als hoogste morele goed.

Ik wil wél vragen stellen. Ik verwacht wél inhoud en diepte en gelaagdheid van dit sprookje. Dit sprookje dat mijn leven is. Ons leven. Dus laat ons denken. Laat ons twijfelen. Laat ons zoeken. Laat ons elke dag opnieuw ons sprookje herkneden. Dat is wat wij mensen doen. De wereld rondom ons in een nieuw daglicht plaatsen, een nieuwe betekenis geven opdat we er ons thuis zouden voelen. Gelijk een kabouter in zijn bos. Gelijk Aladdin op zijn mat. Gelijk de keizer in zijn blootje.

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/2.47177/2.47178

Advertenties

Het prinsje, De Stroman en ik

Geplaatst op

Sluit je ogen. Ik ga een sprookje vertellen. Er was eens…

… een prinsje. In een parelmoeren baldakijn wordt hij naar binnen gedragen. Zwevend, als Aladdin op zijn mat, nadert hij het symfonische trio aan het hoogaltaar. Bouzouki, keys & gezang op stiletto’s. In een magische cirkel van tenen manden. Het gesis, oorverdovend. Bezwerend. Opzwepend. Applaus zwelt aan waar de troonhemel voorbij schrijdt.

De moeder van het prinsje, als een bruid. De zussen, als haar gevolg. Broers, fier in kostuum. Op de drempel van viriliteit. Vader, aanschouwend. Aan de mannenzijde bij de toog. Tantes, nichten, buurvrouwen: glimmend, schitterend met plastic parels en nepzijden japonnen. Wapperende manen in strakke, blinkende soulwaxgolven. Of ingewikkeld. In klatergouden voiles. Satijnen sluiers. Als een toren op hun hoofd. Tiara’s op stiletto’s. Dansend voor het altaar. In een kring van ingewijden. Glimlachend. Schitterlachend. Sprankellachend. De oma’s, sober. Berustend. Ingekapseld aan het tafeleinde. Kinderen, samentroepend. Minimoedertjes slepen de kleintjes mee, drogen reeds tranen, schudden een stuk kind van zich af. Minimannen klimmen en dalen in een nog niet volledig uitgekristalliseerde hiërarchie. Maar vandaag is het prinsje alfaman. Vandaag zwaait hij zijn degen. Vandaag strooien wij rozenblaadjes voor zijn schitterende voeten.

Heel even, ben ik ook wij. Als ik goed kijk, slurp, proef. Duik ik er met lijf en leden in. Heel even maar want ik zit op het onzichtbare bankje. De kijktribune achter glas. Wat gebeurt er in deze parallelle dimensie? Welke wetten gelden hier? Kan ik het wachtwoord krijgen? Vereist dat een offer? Hoeveel bloed wil ik vergieten voor een introductie? Een nieuwe identiteit? Dobbelende grotmannen. Maffiaclans. Bekokstovende bokkenrijders. Steigerende amazones. Passeren in die volgorde mijn hersenpan.

Aan mijn zijde: andere niet- & clandestien genodigden. Curieuzeneuzen. Voyeurs. De Stroman. Hij aait zijn baard. Draait er een staartje aan. Suikerspin voor de kindjes. Je moet iets doen om ze zoet te houden. Ben jij niet onzichtbaar? Vraag ik. Ben jij niet louter idee? Moeten mijn ogen niet ontploffen nu ik jou aanschouwd heb? De Stroman lacht. Spiegelglas, meisje. Zien zonder gezien te worden. Snap je het nu? Zie ze dansen! Als clowns. Als ontmaskerde Farizeeërs. In een line-up. Wie zal ik eruit halen? Ze lijken allemaal zo op elkaar. Vind je ook niet? Ik knik. Dat is omdat het andere, het vreemde altijd baadt in een vage waas. Individuele trekken verdwijnen. Stereotype kenmerken komen in de plaats. Het plaatje lijkt te kloppen, maar is zo kunstmatig, zo plastic als Bertrand. Die kent de Stroman niet. Hij zweeft tussen culturen. Hij hoort overal en nergens thuis. Hij is een schim. Een zoethoudertje voor de kinderen. Zegt hij. Och, alles went.

Iemand brengt ons baklava. Met pistachenootjes. We eten en likken onze onzichtbare vingers af. Wasemen onze onzichtbare gedachten tegen de spiegel. Tekenen er een hartje in. Krassen onze initialen in het glas. Op een afstand. Lichtjaren verwijderd van de grot. Achter de spiegel. Treffen wij elkaar. Wie had dat ooit gedacht? Ik niet alleszins. Maar ik doe er niet toe. En hij doet er niet toe. Wij zijn lijdend voorwerp in deze zin. In dit verhaal. Wij denken niet, wij worden gedacht. Wij scheppen niet, wij worden geschapen.

Kijk eens achter je, zegt de Stroman. Daar zitten wij. Achterom kijkend. Naar onszelf. Achterom kijkend. Naar onszelf. Achterom kijkend. Naar onszelf. Een eindeloos landschap van spiegelende herinneringen. Kom, laat ons dansen! Roept de Stroman. Laat ons dansen alsof niemand ons ziet! Laat ons kussen! Ja, dat ook! Laat ons vrijen onder een blote sterrenhemel! Laat ons vrij zijn!

Zien zonder gezien te worden. Zegt iemand op de kijktribune. Zie ze dansen. Als clowns. Als ontmaskerde Farizeeërs. In een line-up. Wie zal ik eruit halen? Ze lijken allemaal zo op elkaar.

Denken aan al wat is

Geplaatst op

Ik doe de deur van ons stamcafé open en zie haar al zitten. Je mag zeggen over haar wat je wilt, op tijd komen doet ze. Altijd. Liever nog is ze te vroeg. Controle. De touwtjes in handen. Dat soort dingen.

Ik weet dat zij mij ook ziet. In haar rechterooghoek. Maar opkijken doet ze niet. Ze lepelt haar koffie om en om. Alsof ze haar hersenpan omroert. Ideeën losweekt van de bodem. De smaakmakers van elk verhaal.

Nog voor ik plaatsgenomen heb, schuift ze een boek naar me toe: Denken over al wat is. Tussen de ‘wat’ en de ‘is’ heeft ze in zwarte drukletters ‘NIET’ gepropt: Denken over al wat NIET is, staat er nu.

Is dat niet precies wat we doen? Een retorische vraag. Ik kan maar beter knikken. Al weet ik het nog zo niet. Ik weet niks. Dat weet ik ondertussen. Zij nipt aan haar koffie en vervolgt haar monoloog. Zonder me aan te kijken. Lepelend. Weet je wat wij zijn? Wij zijn kunstenaars, makers, wij vervormen de wereld rondom ons, wij geloven in het onmogelijke, het onbestaande, wij hebben lak aan al wat is, wij willen iets meer, iets waarvan en waar doorheen ons bloed stroomt. Iets wat nog niet bestaat en dat altijd al heeft gedaan. Niks is onmogelijk. Een laagje lak op niks en het is iets. Wij vinden dat het iets is. Dat het iets betekent. Dat het de moeite waard is. Iets om voor te leven en te sterven. De heilige graal. Nondedju. Daar denken wij over, schat. Over niks.

Wat hou ik van haar. Ik slurp van elk woord dat uit haar mond dwarrelt. Fladdert. En met een smak valt op de ijskoude vloer. Het woord dat zin wordt. Sowieso. Waar heeft ze het in gods naam over? Het kan me niks schelen. Poëzie moet je drinken. Of rechtstreeks in het bloed.

Het ergerlijke aan heel die kwestie – ze kijkt me nu strak aan – is dat we:

1) dat een bijzondere gave vinden (de Maker is groot!)
2) aureolen kleven boven deze lagen lak (blijf met je fikken van mijn Sprookje!)
3) niet beseffen dat we dit constant doen (geloof jij nog in Sprookjes?)

Constant. Niet enkel in het keramiekatelier. Wij beduvelen onszelf dag in, dag uit met maakseltjes. Laagjes lak. Lucht. Gebakken als het kan. Omdat we dat waard zijn. Wij verdienen een hemel, een dak boven het hoofd van wat is. Wij verdienen tempels en goden. Wij verdienen troost. Schoonheid. Een sprookjesleven. Met tentakels tussen lang geleden en ooit ver weg. Daarover koorddansen wij. Balancerend. Over ingebeelde spinnenwebben. Zijden draadjes. En terwijl we daar staan. Met de diepte onder ons en geen baldakijn, geen wolk om ons aan vast te grijpen, nemen wij ons sabel en we meppen. We meppen alle andere elfen, kabouters, kruisvaarders die ons de weg versperren, neer. Want wij zijn godverdomme op weg. Naar alles wat niet is.

Er was eens – ze beglimlacht me breed – een man die neerpende dat de zonsondergang is zoals het laatste vers van een gedicht. Een filosofische, universele samenvatting van de dag. En hij pende dat zo verschrikkelijk poëtisch – profetisch bijna en ook wel met een tikkeltje romantiek in zijn stem – neer dat iedereen hem geloofde. En de zonsondergang werd vers en de dag poëzie. En wij geloven dat. Het gebeurt immers voor onze ogen. In onze buik knettert die waarheid met een onweerstaanbare, ondraaglijke leegte.

Omdat het lak is. Liefje. Lak waaraan wij ons denken, onze spierkracht, onze liefde verspillen. Drup, drup, drup. Liters bloed, zweet en tranen. Voel je ze uit je poriën kruipen? Want ook jouw creatie is heilig. Plak er een gouden nimbus boven. Een verblindende stralenkrans. Een aureool. Zodat je niks meer ziet. Want daar buiten is het koud en gevaarlijk. Daar buiten heerst chaos en willekeur. Daar buiten zijn wij overgeleverd aan de meedogenloze tijdloosheid van al wat is.

Ze slurpt haar koffie in één teug naar binnen. Schudt met haar hoofd en met haar schouders. Slikt. Staart een antwoord uit mijn strot. Vind je ook niet?

biebklein

Paradijsvogels!

Geplaatst op

P1050164

Mijn kerstverhaal over Koning Charly II woont niet meer in een wolk, maar in een sacocheboekje. Ik kan mij persoonlijk geen aangenamer kooitje voorstellen.

Ideaal als:

  • Tussendoortje
  • Kleine, luchtige maaltijd
  • Dessert

De meeste exemplaren zijn al besteld, maar als je snel bent kan je er nog eentje bemachtigen voor 5€ (+ verzending). Gil dan maar of stuur me een mailtje op evyvaneynde@yahoo.com

Falderalderiere, falderalderare…..xxx

Kerstverhaal deel IV

Geplaatst op

Vervolg van Kerstverhaal deel III

… Zoals ik al zei naderde Kerstmis met rasse schreden. En toen Charly op een avond zijn bord gevuld zag met kalkoenborst, Pommes duchesse en veenbessensaus, wist hij hoe laat het was. Hij verorberde zijn koninklijk avondmaal (het zou wel eens zijn laatste kunnen zijn!) en klopte aan de deur toen hij klaar was. Perzikje (voor de vrienden) opende de deur, nam het lege bord aan en wenste de koning een zalig kerstfeest (hoewel hij natuurlijk wist dat geen enkele kerst zalig kon zijn zonder paradijsvogels). Charly ging op zijn bed liggen en ademde steeds lomer in en uit. De jonge wachter legde zijn oor tegen de eiken deur en besloot om 21h dat de koning sliep en dat de kust veilig was om zich naar het binnenplein te begeven. Hij deed de deur op slot (zachtjes!) en sloop op snakentenen naar buiten waar hij – inderdaad – een rendez-vous had met zijn maten. Ze pakten kadootjes in, gaven die mee aan de koeriers, rookten Havana’s en dronken inheemse Champagne (zonder aardbeien).

Charly wachtte nog een paar lachsalvo’s en hees zich toen uit zijn bed. Hoewel het pikdonker was in de kamer, wist hij zich precies een weg te banen tussen de decorstukken door, tot aan de muurkast. Als in een déjà vu kroop hij opnieuw onder de onderste legger. Tastend en snuivend, gewiste hij er zich van dat alles nog steeds op dezelfde plaats stond: de schoenendozen met lange striklaarzen, de pruikendozen, de stapel te herstellen theaterkostuums en de winterhoofddeksels van opa Charly I. Onze koning bedacht dat het ijskoud zou zijn buiten. Zeker aan de oostzijde van het eiland. Zeker bij het breken van de golven als de paradijsvogels hun dans zouden doen. Hij graaide een warme mantel uit de stapel theaterkostuums en trok die om zijn schouders (Charly wist niet dat hij de schitterende scharlaken wolsmantel die zijn grootvader had gedragen bij zijn voorlaatste Hamletmonoloog geschaakt had. De mantel was versierd met een witte kraag en zoom van nertsvacht en zou onze koning in zijn vlucht niet enkel tegen de koude beschermen!). Tastend zocht hij ook een warme muts uit en trok die tot ver over zijn oren (hij had de bovenste muts van de stapel genomen: een warme, rode bonnet met een pompon van vredesduivendons. Een geschenkje van Liki).

Zo, warm uitgedost, duwde Charly tegen de wand en stond, toch enigszins tot zijn eigen verbazing dat zijn geheugen hem niet bedotte, opnieuw oog in oog met de vijftredige trap en de daarachter gelegen tunnel. De koning sloot de wand en begon aan een vlucht die achteraf in de historieboeken als legendarisch beschouwd zou worden. Hij spurtte doorheen de klamme gang, viel meermaals in waterplassen en sloeg ratten van zich af. Hij opende de geheime deur die uitkwam bij de oude kleedkamer van Vassiliki Geronima, sjeesde het Koninklijk Theater uit en zette het op een lopen naar de oostelijke bossen die hij zo goed kende.

De koning holde, spurtte, rende om niet in de handen te vallen van de Extremen én om op tijd te zijn voor de middernachtelijke paringsdans der paradijsvogels. Zijn vlucht leek wel een jaar te duren. Een jaar waarin zijn baard steeds grijzer en langer werd. Een jaar waarin het hele eiland verdeeld geraakte tussen Extremen die blijvende zoekacties naar de verdwenen koning opzetten. Met honden en speurvarkens. Een jaar echter ook, waarin de Royalisten hun koning, zonder zijn medeweten, te hulp schoten door hun baarden te laten groeien en door zich te hullen in kerstmankledij. Steeds luider immers, klonken de stemmen in de media dat de voortvluchtige koning zich uitgedost had in de traditionele dracht van de kadootjesheilige. En omdat niemand eigenlijk precies wist (op Perzikje na) hoe de koning eruit zag, bleek het een meesterzet van de Royalisten om zich massaal te vermommen als de koninklijke outlaw. Een heel jaar lang arresteerden de Extremen nepkoningen, die ze dan noodgedwongen terug moesten vrijlaten wanneer bleek dat het een gewone burger betrof. De arrestatie-eenheid werd wanhopig. En na een jaar van zoekacties, was hun strijdlust tot ver onder nul gekrompen.

Charly had zich een jaar lang schuil gehouden in de oostelijke wouden, zich voedend met pinguïneieren en truffels. En toen de Zemblaanse klok opnieuw kerstavond sloeg, werd ie op miraculeuze wijze naar het strand van Kamalaya Baai getrokken. Hij liet de dichte bossen achter zich, maar net op het moment dat hij bij de overweg naar het strand kwam, passeerde daar een politiewagen van de Extremen. De wagen stopte en er werd een raampje naar beneden gedraaid. Charly’s hart bonkte in zijn keel. Dit was het einde. Zijn missie was mislukt.

De agent echter, had al voldoende Zemblaanse Champagne op (van op het kerstfeestje op het politiekantoor) (mét geïmporteerde aardbeien), bekeek de dwaas die daar zwenkend bij de overweg stond en siste dat het ondertussen verboden was om in kerstmanpak de paringsdans bij te wonen. Het raampje werd terug dicht gedraaid en de politiewagen reed weg. U begrijpt, beste lezer, dat onze koning aan de grond genageld stond!

Charly strompelde de weg over en begaf zich nu steeds dichter bij zijn geliefkoosde Kamalaya Baai. Bij de golfbreker (waarboven en waarop de paradijselijke paringsdans zou plaatsvinden) zag hij een rood-met-witte vlek van mensen staan. Onze koning had zichzelf al een jaar niet meer in de spiegel bekeken en wist niet dat ook hij weldra zou opgaan in deze rebellerende menigte die zich ook dit jaar niets aantrok van het kostuumverbod. Charly schuifelde langzaam dichterbij en sloot ongemerkt aan bij de groep. Niemand herkende hem. Niemand immers, wist precies hoe die voortvluchtige koning eruit zag. Charly liet zijn blik over de onbekende gezichten glijden. Tot hij botste op een paar bekende ogen. De ogen van Gabriël! De twee mannen, die zich in die gemeenschappelijke blik opnieuw jonge snaken waanden, glimlachten en sjokten zich een weg door de menigte tot vlak bij elkaar. En terwijl de eerste paradijsvogels al arriveerden, klapwiekten met hun kleurrijke vleugels, stonden de vrienden oog in oog. Tranen stroomden over hun ijskoude wangen. En ze omhelsden elkaar, zoals ze vroeger zo vaak gedaan hadden. En ze knepen in elkaars armen. Hoe echt was dit sprookje?

paradijsvogels

En de paradijsvogels kwekten en floten en dansten zich in alle bochten. En duizend kerstmannen aanschouwden het spektakel. Met open mond. Met lange baarden tot tegen de grond. Omhelsden elkaar. Lieten tranen stromen over hun wangen. En duizend kerstmannen vertrouwden de paradijsvogels hun schoonste kerstwensen toe. Charly’s missie was geslaagd. Hier stond ie dan. Te midden van zoveel liefde, zoveel schoonheid, zoveel vrede. Op het strand. Van Kamalaya Baai. Met zijn geliefde Gaby. En ook de koning vertrouwde een paradijsvogel zijn schoonste wens toe. Aanschouwde, hand in hand, hoe het gevleugelde dier in een regenboog van kleuren uiteen leek te spatten aan de horizon.

(Tekening van mezelf, Elise, Lena en Marie)

Kerstverhaal deel I

Geplaatst op

Dagenlang werd er al aan mijn deur geklopt. Of ik eindelijk dat kerstverhaal uitgebroed had. Ik riep dat ze me gerust moesten laten. Dat ik las. Nabokov. Mijn persoonlijke woestijn van schoon, warm taalzand. Om in te verdwalen (eerst zet je je monocle op, dan speur je naar minuscule gaatjes in je agenda, vervolgens zet je een snorkel op je kop en trek je zwemvliezen over je voeten, ten slotte duik je in de bijt) of om mijn hoofd in te steken (als de wereld mijn muur tracht omver te blazen met zijn nonsensbrij van uitgesproken meningen).

Beteuterd druipen ze af. Weeral bot gevangen. Waar blijft het geluk?

Maar dan ineens zie ik het. Het verborgen kerstverhaal in de woordenwoestijn van mijn Russische held. Ik roep mijn schatjes binnen. Zet hen op mijn dijen. Shht… stil nu… het verhaal gaat beginnen.

nachtvlinder

“Er was eens een exotisch eiland, dicht bij de Zuidpool. De sneeuw was er zo warm dat je in je onderlijfje skiën kon. Koning Charly II regeerde het eiland met zachte hand. Hij hield van mooie stofjes rond zijn lijf en van champagne met aardbeien uit ijskristallen glazen. Lang geleden was hij getrouwd met prinses Elisabeth van Antarctica. Maar zij woonde sinds jaren in hun buitenverblijf in Nice. Voorts liep hun huwelijk van een leien dakje. Het gleed. Gelijk een geboend snowboard het donshaar van verse sneeuw laat trillen zonder evenwel een spoor, een afdruk, een getuigenis na te laten. Charly hield van feesten en van theater. Van incognito bioscoopbezoeken en van vlinders. Hij hield van zijn eiland. Van de zachte, romige sneeuw die eeuwig plakken bleef op de toppen van het gebergte dat het eiland in twee deelde: de toeristische westkant met zijn schitterende stranden en de ruige, dichtbeboste oostkant met zijn kliffen en wilde pinguïnnesten.

Stilaan echter, groeide het ongenoegen over Koning Charly II. Men beweerde dat hij slechts een marionet was. Het uithangbordje van een gesloten elite. Charly stak zijn kop in het zand. Feestte. Ging naar het theater. Naar de opera. Incognito naar de bioscoop. Ving vlinders. Verdwaalde dagenlang aan de oostzijde van het eiland. Later verdween hij wel een week. Of twee. De verongenoegde stemmen klonken steeds luider en Charly stak zijn kop steeds dieper in het zand tot hij met zijn kruin op ongeboren sneeuw botste. Daar bleef hij ten slotte wel een maand plakken. En toen hij uitgehongerd en bevroren terug bij het paleis kwam, was de staatsgreep al een feit. De Extremen namen hem gevangen en sloten hem, in afwachting van een uitspraak van het Hoogste Hof, op in een stoffige rekwisietenkamer in het paleis.

Wordt vervolgd….

Ieder zijn eigen sprookje

Geplaatst op

We slurpen. Ik smakkend. Het Letterkind met lange tanden. Ik zeg dat er groot onheil dreigen zal als ze haar kom niet leeg eet. Ze fronst haar voorhoofd, kijkt me argwanend aan. Sist OMG, wanneer ga jij eens eindelijk de sprookjes terzijde leggen? Niet, zeg ik. En dat iedereen bovendien recht heeft op zijn eigen sprookje. Gij op dat van u en ik op dat van mij. Ik, schampt ze, geloof niet in sprookjes. Ik haal mijn schouders op. Toch wel. Gij gelooft in god. Sorry, God. Opnieuw vliegen er enkele OMG’s mijn richting uit. Ik duik naar beneden om ze te ontwijken en voel hoe ze mij vanop de schouw, als een rij zwaluwen in het oog houden. En zich tegelijk verwonderen over hun eigen spiegelbeeld in het troebele water waarvan ik slurp. Hoe ze vertrekkensklaar afwachten. Om aan te vallen. In de rug. Ze oppert beledigd dat haar God bestaat en dat mijn sprookjes verzinseltjes zijn. Ik smak. Lekker. Zeker voor een niet-bestaand toverdrankje. Dat doet de deur dicht! Mam! Stop ermee! Ik lach. Smak. Hmmm. Lekker heksensoep. Zeg eens liefje, hoe smaakt jouw godendrank? Aaahhaahaaaagrhhhaaa! Ma-ma! Stop! Ze slaat met haar vuisten op tafel. Heksensoep spat in mijn gezicht. Ik grinnik. Ik zei u toch dat er onheil dreigen zou als ge uw kom niet leeg at? Kijk, nu hangen we allebei vol smeurie. Wat een onheil! Je bent knettergek, mompelt ze. Zet de kom aan haar lippen en drinkt het toverdrankje op. Kwaak. Kwaak. Kijk mam, ik ben in een kikker veranderd. Ben je nu happy? Ik knik. Alles beter dan een gevallen engel, schat.

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

Tom Driesen

En als je me niet gelooft dan maak ik je iets mooiers wijs

%d bloggers liken dit: