RSS feed

Tagarchief: sprookje

The Mead of Poetry

Geplaatst op

Once there was a man
who hung himself to a tree
pierced with an iklwa sword he

fainted, found himself in a magical world
painted by the invisible fairy, bright and breezy
he couldn’t carry on his selfoverloaded back

he must have died a hundred times
piling up shed skin
staff runes & rhymes

lowering his uncrowned head
to the ground, his leggs around
the trunk, drunk with bottled strophes

galopping through innerworlds
enclosing and enclosing again
like Chinese boxes, crossing

lines and fixed patterns
he offered the crowd his pile
of skinned poetry, taking home the trophy

The Magic Mead
of Gunnlöð

The Mead of Poetry

Sprookje: De Kapitein en de Zeegrietjes

Geplaatst op

Er was eens een eiland. Het bevond zich ergens in een maritiem niemandsland en het werd bewoond door een vreemdsoortig volkje. Eén keer per jaar vierde men er het feest van De Kapitein. Alle brave kinderen van het eiland kregen dan een zakje kwiekwies en zoute kapiteinsnoepjes. De Kapitein had een groot logboek. Daarin stond welke kinderen braaf geweest waren en welke niet. Stoute kinderen werden door de zeegrietjes, de hulpjes van De Kapitein, eerst een minuut lang met hun ondeugende hoofdjes onderwater geduwd en moesten dan met uitgestreken gezicht in een rauwe zee-egel bijten. De zeegrietjes vonden dat reuzeplezant. Ze dansten en huppelden dan blij en dwaas in het rond. Tot De Kapitein riep dat het welletjes geweest was. Iedereen op het eiland schuddebolde dan van het lachen. Wat waren die zeegrietjes toch grappig!

Het feest van De Kapitein was werkelijk de meest magische tijd van het jaar op het eiland. Het was een door iedereen op handen gedragen traditie die van generatie op generatie doorgegeven werd, hoewel er weinig consensus bestond over de precieze oorsprong van het feest.

eiland

De meeste stemmen riepen luid dat De Kapitein een edelmoedig zeeman geweest was die een hele reddingsvloot ontheemden uit zee gevist had en hen een eerlijke job aangeboden had. Die heimlozen waren in de loop der tijden veranderd in zeegrietjes door hun dieet van anemonen én doordat ze zich in curvy bochten moesten wringen als ze via het toilet in de huizen kropen om daar de kwiekwies en de kapiteinsnoepjes neer te leggen voor de brave kindertjes. Dat begreep het kleinste kind. Wie constant door toiletten kruipt, wordt curvy, blond en doldwaas. Waarom De Kapitein zelf geen gedaanteverwisseling ondergaan had, wist men eigenlijk niet. Misschien kroop hij niet door het toilet? Misschien deed één van de zeegrietjes gewoon de voordeur open met de sleutel? Misschien dat die zeegrietjes het geboortekanaal eerst zo uitholden en oprekten, dat hij er gewoon doorheen floepte zonder dat hij maar een wand raakte? Het zou kunnen. Men was het er niet over eens.

Er was echter ook een klein groepje eilanders dat beweerde dat De Kapitein de laatste overlevende geweest was van een schimmig piratenschip en dat de zeegrietjes in feite zeemeerminnen representeerden, die De Kapitein – in een laatste, wanhopige poging zijn schip te bestieren zonder bemanning – gevangen genomen had toen ze weerloos op een rots lagen te zonnebaden. De ronde welvingen, de lange blonde golven op hun hoofd en de nauwaansluitende pareljurkjes van de zeegrietjes herinnerden daar nog aan. Ze vonden het toiletverhaal totaal bij de haren gegrepen. Maar die groep was bevooroordeeld. Men beweerde dat het nazaten waren van een school meerminnen wiens rotsen te glibberig geworden waren en die hun toevlucht – ooit heel lang geleden – gezocht hadden op hun vruchtbare eiland. Of waren ze nu naar hun eiland getransporteerd om er goedkope eieren te leggen? Ook dat detail leek in nevelen gehuld. In elk geval: dat soort mensen ziet spoken! Beweerde men.

Ten slotte was er een derde, snel aanwassende groep die de hele rataplan van de mythe van De Kapitein – de toiletkronkels, de reddingsactie, de selectieve metamorfose – besprenkelde met een flinke snuf imaginair cultuurwortelspoeder en het sprookje bombardeerde tot het enige, échte ontstaansverhaal van hun eiland. De edelmoedigheid van De Kapitein sprak ook vandaag de dag nog uit de unieke aard van het eiland en zijn bewoners. En al wie daartegen was, mocht vertrekken! Zeker die belachelijke zeemeerminnazaten. Dat ze verdomme terug naar hun glibberrots gingen! En dan gooiden ze rotte kwiekwie-eieren naar de hoofden van de zeemeerminnazaten, luidkelend: Pak aan, Zeegriet! Lekker glibberig! Dat heb je graag, toch?! Hahahahahaahahahaha. Het was allemaal ook maar om te lachen natuurlijk.

En weet je, ach, het waren eigenlijk ook maar details. Details van een verhaal dat eigenlijk ook helemaal niet waar was. Het was gewoon een kinderfeest. Een leugentje om de stoute kinders onder de knoet te houden. En de brave kinders… nu ja, te bedotten met kado’s. Dat is toch wat volgroeide eilanders doen?! Of niet soms?

Steenslang (een sprookje)

Geplaatst op

Wist je dat elk sprookje in feite een transformatieverhaal is? Zo ook het sprookje van de meermin. De meermin is een fabeldier. Half mens, half vis. Half warm en broos, half kil en gepantserd. Maar wist je ook dat de meermin in een vorig leven een ander fabeldier was? En dat ze dus transformeerde in een meermin? …

Er was eens een steenslang. Met de kop van een bok en het achterlijf van een slang. Met een koppig gewei en een sensuele, dansende staart. Onwrikbaar en tegelijk wispelturig. Dwars maar charmant. Onweerstaanbaar dwars maar charmant. Man en vrouw.

De steenslang leefde aanvankelijk hoog in de bergen. Waar een wilde rivier in alle sereniteit ontsprong. Drie keer per dag laafde de steenslang zich aan het bronwater. De rest van de dag lag het dier met zijn kop in de schaduw van de berg, met haar staart in de zon. En zo kwam het dat de steenslangs gedachten steeds kwieker en spitsvondiger werden. En zo kwam het ook dat de steenslangs staart steeds vuriger werd.

In het bergbeekje leefde ook waterelfen. Fabelachtige wezens die er steeds anders uitzagen. Afhankelijk van wie hen bekeek. Soms leken ze op een draak. Vurig en massief. Of op een doodshoofdaapje. Speels en onbetrouwbaar. En als je heel goed en lang tuurde zag je soms eentje die leek op een panter. Wilskrachtig en teder. Maar die laatste waren erg zeldzaam en de steenslang had er nog nooit zo één ontmoet. Of had niet goed gekeken.

Op een dag sprak een aapwaterelf de steenslang aan terwijl die laatste zich te goed deed aan het frisse water van de beek.

“Kom je niet zwemmen?” vroeg de elf.

De steenslang verschrok zich. Wie wilde er nu met een steenslang praten? Wie wilde er nu met een steenslang zwemmen? Dus de steenslang vroeg:

“Waarom zou ik zwemmen als ik springen en kronkelen kan?”

De waterelf lachte. Wat een domme vraag, dacht ie.

“Omdat zwemmen heerlijk is, domme steenslang. Omdat je dan gewichtloos bent. Omdat het lijkt op vliegen en zweven en dromen. Omdat je dan even helemaal los komt van deze wereld, daarom! En omdat we dat dan samen zouden kunnen doen. Jij en ik. Want weet je… ík kan niet springen en ook niet kronkelen. Samen dingen doen is leuk! En alleen is maar alleen. Toch?!”

De steenslang wist het niet zo goed. Het gewei op zijn hoofd schudde hard van nee. Het vurige puntje van haar onderlijf zwiepte van ja. De steenslang had zich nog nooit zo verscheurd gevoeld. Zo tegenstrijdig met zichzelf. En in tegenstrijd moet je compromissen sluiten.

Ons fabeldier plantte zijn gewei dus in de oever en doopte vervolgens haar hartstochtelijke achterlijf in het heerlijke frisse water. De waterelf vond dat geweldig spitsvondig van de steenslang. Ze speelden en spetterden een hele dag in het water, de aapwaterelf en het onderlijf van de steenslang. Tot de elf honger kreeg, een heremietkreeft voorbij zag zwemmen en er als een pijl achteraan ging. De steenslang bleef alleen achter en zag de elf nooit meer terug.

Dagen, weken, maanden gingen voorbij en de steenslangs gedachten werden steeds kwieker. En de steenslangs onderlijf steeds warmbloediger. Bovendien besefte de steenslang nu pas hoe eenzaam het was bovenop de berg. Samen is leuk en alleen is maar alleen, dacht ie, besloot om de loop van het beekje te volgen en daalde langzaam de berg af.

Toen ie ongeveer in het midden van de berg nog eens ging drinken aan het beekje, sprong er ineens opnieuw een waterelf omhoog. Het was een draakwaterelf. Vurig en massief. Bij elk woord dat de elf sprak, vlogen er vonkjes in het rond en werden gigantische waterkeien heen en weer gezwiept.

De steenslang werd toch een beetje bang van de draak en verstopte zich achter een boom. Maar de draak klom uit het water, kuste de steenslang in de nek en zei:

“Sluit je ogen, steenslang. Ik weet de weg. Naar het water, naar het vrije, eindeloze, frisse, onstuimige, overrompelende water waar we onze vurige staarten kunnen blussen. Kom, steenslang, kom mee!”

En de steenslang sloot de ogen. En de steenslang ging mee, sprong in het water, zwom en spetterde en lachte en gierde en had nog nooit zo’n geweldig plezierige dag meegemaakt.

steenslang

“Zo zou ik voor altijd en eeuwig kunnen leven”, sprak de openhartige steenslang. Maar de draak antwoordde niet. De steenslang opende de ogen. De draak was verdwenen. Zijn vlammende lijf was geblust, gedoofd en opgelost in het water.

De steenslang was weer alleen en besloot om nog wat dieper af te dalen van de berg. Misschien dat er aan de benedenstroom wel een panterelfje zou wonen? Ooit had er iemand gezegd (of misschien had de steenslang het wel gewoon gedroomd?) dat als je maar goed genoeg tuurde, dat je die dan zeker ontmoeten zou. Een panterwaterelf. Wilskrachtig en teder. De steenslang kon aan niks anders meer denken. Tuurde dagen en weken en maanden naar de beek. Zijn gewei werd zo broos en slap van het vocht dat het op een dag van zijn hoofd viel en er twee diepe gaten achterbleven op zijn kop. Daar borrelden nu kwieke gedachten uit. Die zwiepte de steenslang met zijn vurige slangenlijf in het rond. Uit elke gedachte groeide een sprookje. Totdat de beek bedolven was onder de verzinsels en de allerallerlaatste panterwaterelf de benen nam naar het ruime sop.

De steenslang begon te janken. Dat had ie daarvoor nog nooit gedaan. Nooit eerder had ie zich zo eenzaam gevoeld. De steenslang jankte zo veel tranen dat alle sprookjes wegvloeiden tot er nog eentje overbleef: het sprookje van de meermin. Het dobberde als een laatste reddingsschuitje het beekje af. De steenslang dacht niet na, sprong en klampte zich uit alle macht vast aan dit allerlaatste sloepje. Ogenblikkelijk groeide er lange, blonde lokken uit zijn kop, zijn knokige romp werd zacht & romig en er groeide een glimmende staartvin aan het uiteinde van zijn lijf. En toen begon het ineens te donderen en te bliksemen (écht waar!) alsof de goden er mee gemoeid waren…
En één van die bliksemschichten trof de steenslang in de rechterhartskamer en schakelde voor altijd zijn mannelijke zijde uit. De steenslang die geen steenslang meer was, was nu een meisje, een meermin. En in die gedaante zette ze koers naar zee en zocht ze meer begeesterd dan ooit naar haar wilskrachtige, tedere panterelf (die misschien niet bestond).

Een nieuw sprookje

Geplaatst op

Afgelopen nacht bedacht ik nog eens een sprookje (dat was lang geleden!). Het ging over een koning die in een toren… STOP!

Ik moet eerst iets anders vertellen! Het viel me op (nadat ik het sprookje gedroomd had en het daarna – heel snel met emmers en tupperware potjes – in zijn/haar retour naar mijn onderbewustzijn onderschept had) dat sprookjes bijna altijd gaan over één of andere jonge prinses die dan gered wordt (halleluja!) door een knappe (of tenminste sympathieke) prins. En dan worden ze samen een koningspaar en dan hoeft er verder niet meer verhaald te worden over hen. Waar slaat dat eigenlijk op? Alsof al die royals geen avonturen meer zouden kunnen beleven, geen levenskwesties meer zouden tegenkomen op hun pad, alsof dan alles gezegd is.

Gelukkig weet ik altijd alles beter! En daarom gaat mijn sprookje NIET over een prinses. Er komt zelfs geen prinses in voor! Weg met de prinsessen! Dat ze maar elders gaan verdwalen en opgesloten zitten en geprikt worden en in slaap vallen en vervloekt geraken en van het pad afwijken en trouwen en uiteindelijk toch altijd terug wakker worden. Elders graag. Niet in mijn sprookje. Dank u.

Ik stel u alvast graag voor aan de bewoners van mijn sprookje:

De koning (ze hebben nooit namen!)
De koningin (zie je nu wel!)

De vissen van de koning
De volgelingen van de koning

Het bramenleger van de koningin

Het elfje

Nog niet zeker van deelname: De fee en/of de viswijven

Jef en Marieke.jpg

Wordt vervolgd…

Condition of the heart

Geplaatst op

En toen zei de sirene – alsof ze zichzelf opnieuw voor de allereerste keer tegenkwam / ze leidt aan auto-amnesia – : Ik ging zwijgen. Voor eeuwig en altijd. Maar hoezeer ik mijn lippen ook op elkaar pers, je blijft me ontsnappen. Ik leid niet aan auto-amnesia, lieverd, ik leid aan een hartconditie. Ken je dat lied? Condition of the Heart? Haast niemand vindt dat schoon. Maar ik wel. En jij hopelijk ook. Niet dat het zoveel uitmaakt.

Een hartconditie dus. Aangeboren en ongeneeslijk. Lekkende klep. Rode bloedcellen die via die weg tegen de zwaartekracht in door mijn luchtpijp naar boven dwarrelen! Mensen denken dat ik gek ben. Is ook zo. Desalniettemin. Kan ik dus niet zwijgen. Ik zou exploderen. Ontploffen. Dat wil je toch niet. Liever adem ik je in en laat ik liefdesbellen ontsnappen uit mijn mond.

Jij kan dan in die malse bellenregen gaan staan met je armen gespreid zodat er zich soms eentje heel even op je pols (ze zijn goed van temperatuur) nestelen kan om dan ogenblikkelijk uiteen te spatten als je er maar naar kijkt. Vangen is sowieso geen optie. Je mag enkel stiekem gluren. Inslikken is al helemaal uit den boze! Doe dat niet! Ik ben besmettelijk. Voor je het weet staan we met z’n twee rode bloedcellen uit te zweten. Dat zou op zich geen probleem zijn, ware het niet dat mijn vel nog niet is dichtgegroeid.

Ik wacht. En wacht. En wacht.

Op nieuw vel. Liefst geen schubben. Die zijn zo ondoordringbaar. Wil ik niet. Doe mij maar rijstpapier. Met alle risico’s vandien. Ondertussen zal ik je stiekem bedwarrelen. Als jij dat goed vindt tenminste. En anders moet je maar ergens anders gaan staan. Zodat ik je niet meer inademen kan. Eigenlijk is het ook allemaal jouw schuld. Lieverd. Dat is niet erg. Misschien heb jij ook wel een hartconditie? Misschien kan jij niet anders dan dat je opgesnoven moet worden omdat je anders overloopt van jezelf? Nee, dat denk ik niet. Zo narcistisch lijk je me niet. Misschien… tja, kijk, ik weet het ook niet. Ben ook geen dokter. Ook niet van het hart. Misschien moet je het mij gewoon eens een keertje influisteren? Dan delen we alvast een geheim.

En toen ging de sirene languit op haar zandbank liggen. En haar haren woeien als zeewierslierten over haar gezicht. En het kon haar niet schelen dat de zomer vertrokken was en dat de herfst winderig en nat over haar lijf blies, want ze had iets te doen. Iets belangrijks. Ze wachtte. En wachtte. En wachtte.

 
P1100577

 

Een schitterende nazomerdag

Geplaatst op

Ik sta op de Grote Markt. Nee, niet die van Antwerpen. Zelfs niet die van Brussel. Ik sta op de Grote Markt van Maaseik. Ik kon toch nóg meer verdwaald zijn. Deze ochtend had ik een gesprek met de coördinator van het jongerenatelier dat ik dit jaar zou begeleiden. Zóu begeleiden want de zaken namen een wending…

maaseik

Ik klop op de deur van jeugdconsulent Griet Bloemen die haar kantoortje sinds kort heeft in de gerenoveerde authentieke apothekerswoning op de Grote Markt. De stad koopt hier naar het schijnt alles op, hoewel er al jaren geruchten gonzen dat de gemeentelijke begroting een fiasco is.

“Kom binnen, Evy!” klinkt het vanuit het kamertje. Ik word verwacht.

We schudden handjes, ik ga zitten op een antieke stoel met een fluwelen kussen, er wordt koffie gebracht en over het schitterende nazomerweer gepalaverd. Als de nodige plichtplegingen gewisseld zijn, wordt het even stil. Ze gaat ter zake komen. Zeg het nu maar, denk ik.

“Evy… Ja… Over het jeugdatelier. Uhm… Kijk, Evy, we hebben afgelopen vrijdag vergaderd met de staf over jouw aanstelling en er waren een aantal mensen die daar toch hun bedenkingen bij hadden…”

Ik drink van mijn koffie en trek mijn wenkbrauwen verbaasd omhoog (dat kan ik heel goed).

“Ah zo…?”

“Het gaat over je website, Evy. Die website waar je verhalen op post… Uhm… Ja, kijk, je doet natuurlijk wat je wilt en je schrijft wat je wilt – wij zijn zeker voorstander van de vrije meningsuiting, hee, laat daar absoluut geen misverstand over bestaan! – maar er waren dus een aantal mensen uit de staf die vonden dat jouw schrijfsels… hoe zal ik het zeggen… niet echt kindvriendelijk zijn. Snap je dat, Evy?”

Ik knik. Slik. Kijk Griet aan met vissenogen. Hap naar adem. Een wirwar van gedachten zinkt van mijn hoofd door mijn slokdarm naar mijn buik en begint daar te borrelen. Subiet ontplof ik, denk ik en dan hangt dat antieke kot hier vol met uitgebraakte gedachten. Dus ik hap nog wat adem en ik slurp nog eens aan mijn koffie.

“Hebt gij geen seks of wat, Griet?” vraag ik beleefd en kalm. Ooit, denk ik, ga ik hiermee kunnen lachen.

Griets oogballen puilen stante pede uit haar oogkassen (poing, poing, poing), haar gezicht verschiet achtereenvolgens van tomatenrood naar sneeuwwit naar auberginepaars en terug. Ze heeft geen weerwoord, terwijl ik het antwoord natuurlijk al ken. Het was een retorische vraag.

“Ik zie niet in, Griet” vervolg ik mijn betoog “wat mijn fictieve seksuele belevingswereld te maken heeft met mijn kwaliteiten als theatercoach. Maarre… weet je… Ik zal het jullie gemakkelijk maken, ik heb eigenlijk al geen zin meer om te werken voor jullie clubje heilige boontjes. Wat een onzin, Griet. Zie u daar nu eens zitten. Het lijkt wel alsof je hoofd tussen de grill gezeten heeft. Omdat ik u een retorische vraag stel die toevallig uw slaapkameractiviteiten betreft, want ik neem aan dat je het enkel daar doet, Griet. Godverdomme. Trut.”

Griet zit genageld en verstomd in haar ergonomische bureaustoel. Bevroren. Ik kan haar nu zo lang als ik wil bekijken. Op haar voorhoofd zitten drie geultjes. Je kan zomaar van het ene naar het andere oor schaatsen.

Ik lach, sta op, loop naar de deur en met de klink in mijn hand, roep ik: “Unfreeze!”

 
—————————-

 
Ik ben verbolgen. Kwaad. Verdrietig. Ik rij naar het huis van mijn ouders. Het is bijna middag. Mijn vader ligt met ontbloot bovenlijf te snurken in een tuinstoel op het terras. Het leven kan ook simpel zijn, denk ik. Mijn moeder is koffie aan het zetten. Ze had me verwacht.

“Wat is er?” vraagt ze. Mijn gezicht spreekt altijd boekdelen.

Ik zucht. Zeg dat die belachelijke, conservatieve kleinburgers uit Maaseik mijn opdracht geschrapt hebben.

Mijn moeder schrikt. Ze heeft altijd maar bang dat ik het financieel niet red.

“Waarom?” wil ze weten “Jij was daar toch de geknipte kandidaat voor, allez nu…” en dat ze het niet snapt.

Ik kijk haar stoutmoedig aan. Ik heb de laatste maanden gigantisch veel aan dapperheid gewonnen. Dus ik durf dat.

“Ze vonden mijn blog kindonvriendelijk, mam…”

Ze knikt. Onmiddellijk. Want dat is ook zo, vindt ze. Mijn blog is inderdaad kindonvriendelijk.

“Tja, Evy’ke, kijk…” zegt ze voorzichtig terwijl ze mij een slappe koffie inschenkt.

“Je schrijft inderdaad wel erg gedurfde verhalen tegenwoordig…”

Ik voel mezelf opstandig worden, dat doen kleine meisjes als hun moeder hen de les probeert te spellen.

“Wat weet gij daarvan?” zeg ik dapper “leest ge mijn verhalen nog? Want ge reageert al een hele tijd niet meer…”

“Ik lees ze”, zegt ze en schenkt zichzelf ook een koffie in.

“Maar vindt ge ze leuk?”

“Ik lees ze”, herhaalt ze. “Maar of ik ze leuk vind… Bwa… het zijn toch vooral mannen die reageren op uw verhalen, hee!”

Ze durft mij amper aan te kijken.

Ik sta weeral op het punt om te ontploffen. De tweede keer op één voormiddag. Dat is niet goed voor mijn lijf. En nog minder voor mijn gemoedsrust.

“Wat zegt ge nu weer?” roep ik uit. “Alsof mannen met hun penis lezen, mam… Die verhalen zijn echt goed en schoon en weet je, het gaat nog niet eens over seks maar over een hunkering naar intimiteit. Kent ge dat? Intimiteit? Weet ge wat dat wil zeggen? Dat ge u totaal kunt overgeven aan iemand, dat ge niet meer op uw qui-vive zijt, snapt ge dat, moeder? Daar gaat het over, over mijn hunkering naar intimiteit, over mijn eenzaamheid. Over mijn innerlijke tegenstrijdigheid tussen houterigheid en wellust. Tussen een soort van onwrikbare onschendbaarheid en de onweerstaanbare neiging om te provoceren en te verleiden. Ik moet daarover schrijven. Als ik dat niet doe, dan kan ik even goed ambtenaar worden of kapster of boekhouder. Kunst creëer je vanuit een innerlijke noodzaak. Dat is niet iets, waarover je weloverwogen beslissingen neemt. Het overkomt u. Snap je? Mam?”

Ze staat op. Schudt met haar hoofd. Ze is moe. Wil het allemaal niet horen. Waarom kan ik niet gewoon een gewoon jobke doen? Kindje toch. Het leven hoeft niet zo gecompliceerd te zijn. Maar dat zegt ze allemaal niet. Ze schudt gewoon met haar hoofd.

Ik sta op. Zeg dat ik naar huis ga. Dat ik dan maar een sprookje schrijven zal. Over een steenslang. Die wanhopig op zoek gaat naar een tijgerwaterelf, maar enkel een draak en een aap tegenkomt en dan maar transformeert in een sirene. Dat ik dát dan maar zal doen.

Mijn moeder haalt haar schouders op. Stout meisje, denkt ze. Ik glimlach teleurgesteld, trek mijn jas aan en vertrek. Buiten ligt mijn pa nog steeds te snurken. Het is een schitterende nazomerdag.

nazomer.eigen_.t-965x482

Het échte verhaal

Geplaatst op

Het echte verhaal durfde ik niet opschrijven. Daarom zult u moeten transformeren, lieve lezer. In een luisteraar. Sluit uw ogen zodat ik u een echt sprookje vertellen kan en zodat u niet ziet hoezeer ik bloos.

Het échte verhaal

darragh-mallon-04
bleaq.com/2015/darragh-mallon

Kirsten Zeemeermin

Artikelen, verhalen, gedichten, sprookjes en muziek

A Fetish For Poetry

we write the streets

Verwoede noten

Hoge noten, lage noten en alles daartussen

De Taalfluisteraar

Interessante, leuke, toffe en bijwijlen humoristische stukjes over taal

POETRY

| WRITTEN BY KRAGE

//Vensters

kunstmagazine

THE DREAM LIFE OF BALSO SNELL

Gedachtegewemel over boeken en auteurs

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Roos van rijswijk

Schrijft, presenteert, interviewt, coacht en organiseert

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Schrijfsels, Filmpjes en Fotografie van Sabine, Avonturen van de seizoensfeetjes en hun vrienden

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting&Kunstzinnig

“Art is not what you see, but what you make others see.” ― Edgar Degas

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live, don't live to blog.

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Een kleurrijk wandelprotest tegen de rotgang der dingen

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems' blog

(zocht je mijn website? even doorsurfen naar www.akimwillems.be)

Groove Garden

Adriaan Kuipers

%d bloggers liken dit: