RSS feed

Tagarchief: sprookje

Condition of the heart

Geplaatst op

En toen zei de sirene – alsof ze zichzelf opnieuw voor de allereerste keer tegenkwam / ze leidt aan auto-amnesia – : Ik ging zwijgen. Voor eeuwig en altijd. Maar hoezeer ik mijn lippen ook op elkaar pers, je blijft me ontsnappen. Ik leid niet aan auto-amnesia, lieverd, ik leid aan een hartconditie. Ken je dat lied? Condition of the Heart? Haast niemand vindt dat schoon. Maar ik wel. En jij hopelijk ook. Niet dat het zoveel uitmaakt.

Een hartconditie dus. Aangeboren en ongeneeslijk. Lekkende klep. Rode bloedcellen die via die weg tegen de zwaartekracht in door mijn luchtpijp naar boven dwarrelen! Mensen denken dat ik gek ben. Is ook zo. Desalniettemin. Kan ik dus niet zwijgen. Ik zou exploderen. Ontploffen. Dat wil je toch niet. Liever adem ik je in en laat ik liefdesbellen ontsnappen uit mijn mond.

Jij kan dan in die malse bellenregen gaan staan met je armen gespreid zodat er zich soms eentje heel even op je pols (ze zijn goed van temperatuur) nestelen kan om dan ogenblikkelijk uiteen te spatten als je er maar naar kijkt. Vangen is sowieso geen optie. Je mag enkel stiekem gluren. Inslikken is al helemaal uit den boze! Doe dat niet! Ik ben besmettelijk. Voor je het weet staan we met z’n twee rode bloedcellen uit te zweten. Dat zou op zich geen probleem zijn, ware het niet dat mijn vel nog niet is dichtgegroeid.

Ik wacht. En wacht. En wacht.

Op nieuw vel. Liefst geen schubben. Die zijn zo ondoordringbaar. Wil ik niet. Doe mij maar rijstpapier. Met alle risico’s vandien. Ondertussen zal ik je stiekem bedwarrelen. Als jij dat goed vindt tenminste. En anders moet je maar ergens anders gaan staan. Zodat ik je niet meer inademen kan. Eigenlijk is het ook allemaal jouw schuld. Lieverd. Dat is niet erg. Misschien heb jij ook wel een hartconditie? Misschien kan jij niet anders dan dat je opgesnoven moet worden omdat je anders overloopt van jezelf? Nee, dat denk ik niet. Zo narcistisch lijk je me niet. Misschien… tja, kijk, ik weet het ook niet. Ben ook geen dokter. Ook niet van het hart. Misschien moet je het mij gewoon eens een keertje influisteren? Dan delen we alvast een geheim.

En toen ging de sirene languit op haar zandbank liggen. En haar haren woeien als zeewierslierten over haar gezicht. En het kon haar niet schelen dat de zomer vertrokken was en dat de herfst winderig en nat over haar lijf blies, want ze had iets te doen. Iets belangrijks. Ze wachtte. En wachtte. En wachtte.

 
P1100577

 

Advertenties

Een schitterende nazomerdag

Geplaatst op

Ik sta op de Grote Markt. Nee, niet die van Antwerpen. Zelfs niet die van Brussel. Ik sta op de Grote Markt van Maaseik. Ik kon toch nóg meer verdwaald zijn. Deze ochtend had ik een gesprek met de coördinator van het jongerenatelier dat ik dit jaar zou begeleiden. Zóu begeleiden want de zaken namen een wending…

maaseik

Ik klop op de deur van jeugdconsulent Griet Bloemen die haar kantoortje sinds kort heeft in de gerenoveerde authentieke apothekerswoning op de Grote Markt. De stad koopt hier naar het schijnt alles op, hoewel er al jaren geruchten gonzen dat de gemeentelijke begroting een fiasco is.

“Kom binnen, Evy!” klinkt het vanuit het kamertje. Ik word verwacht.

We schudden handjes, ik ga zitten op een antieke stoel met een fluwelen kussen, er wordt koffie gebracht en over het schitterende nazomerweer gepalaverd. Als de nodige plichtplegingen gewisseld zijn, wordt het even stil. Ze gaat ter zake komen. Zeg het nu maar, denk ik.

“Evy… Ja… Over het jeugdatelier. Uhm… Kijk, Evy, we hebben afgelopen vrijdag vergaderd met de staf over jouw aanstelling en er waren een aantal mensen die daar toch hun bedenkingen bij hadden…”

Ik drink van mijn koffie en trek mijn wenkbrauwen verbaasd omhoog (dat kan ik heel goed).

“Ah zo…?”

“Het gaat over je website, Evy. Die website waar je verhalen op post… Uhm… Ja, kijk, je doet natuurlijk wat je wilt en je schrijft wat je wilt – wij zijn zeker voorstander van de vrije meningsuiting, hee, laat daar absoluut geen misverstand over bestaan! – maar er waren dus een aantal mensen uit de staf die vonden dat jouw schrijfsels… hoe zal ik het zeggen… niet echt kindvriendelijk zijn. Snap je dat, Evy?”

Ik knik. Slik. Kijk Griet aan met vissenogen. Hap naar adem. Een wirwar van gedachten zinkt van mijn hoofd door mijn slokdarm naar mijn buik en begint daar te borrelen. Subiet ontplof ik, denk ik en dan hangt dat antieke kot hier vol met uitgebraakte gedachten. Dus ik hap nog wat adem en ik slurp nog eens aan mijn koffie.

“Hebt gij geen seks of wat, Griet?” vraag ik beleefd en kalm. Ooit, denk ik, ga ik hiermee kunnen lachen.

Griets oogballen puilen stante pede uit haar oogkassen (poing, poing, poing), haar gezicht verschiet achtereenvolgens van tomatenrood naar sneeuwwit naar auberginepaars en terug. Ze heeft geen weerwoord, terwijl ik het antwoord natuurlijk al ken. Het was een retorische vraag.

“Ik zie niet in, Griet” vervolg ik mijn betoog “wat mijn fictieve seksuele belevingswereld te maken heeft met mijn kwaliteiten als theatercoach. Maarre… weet je… Ik zal het jullie gemakkelijk maken, ik heb eigenlijk al geen zin meer om te werken voor jullie clubje heilige boontjes. Wat een onzin, Griet. Zie u daar nu eens zitten. Het lijkt wel alsof je hoofd tussen de grill gezeten heeft. Omdat ik u een retorische vraag stel die toevallig uw slaapkameractiviteiten betreft, want ik neem aan dat je het enkel daar doet, Griet. Godverdomme. Trut.”

Griet zit genageld en verstomd in haar ergonomische bureaustoel. Bevroren. Ik kan haar nu zo lang als ik wil bekijken. Op haar voorhoofd zitten drie geultjes. Je kan zomaar van het ene naar het andere oor schaatsen.

Ik lach, sta op, loop naar de deur en met de klink in mijn hand, roep ik: “Unfreeze!”

 
—————————-

 
Ik ben verbolgen. Kwaad. Verdrietig. Ik rij naar het huis van mijn ouders. Het is bijna middag. Mijn vader ligt met ontbloot bovenlijf te snurken in een tuinstoel op het terras. Het leven kan ook simpel zijn, denk ik. Mijn moeder is koffie aan het zetten. Ze had me verwacht.

“Wat is er?” vraagt ze. Mijn gezicht spreekt altijd boekdelen.

Ik zucht. Zeg dat die belachelijke, conservatieve kleinburgers uit Maaseik mijn opdracht geschrapt hebben.

Mijn moeder schrikt. Ze heeft altijd maar bang dat ik het financieel niet red.

“Waarom?” wil ze weten “Jij was daar toch de geknipte kandidaat voor, allez nu…” en dat ze het niet snapt.

Ik kijk haar stoutmoedig aan. Ik heb de laatste maanden gigantisch veel aan dapperheid gewonnen. Dus ik durf dat.

“Ze vonden mijn blog kindonvriendelijk, mam…”

Ze knikt. Onmiddellijk. Want dat is ook zo, vindt ze. Mijn blog is inderdaad kindonvriendelijk.

“Tja, Evy’ke, kijk…” zegt ze voorzichtig terwijl ze mij een slappe koffie inschenkt.

“Je schrijft inderdaad wel erg gedurfde verhalen tegenwoordig…”

Ik voel mezelf opstandig worden, dat doen kleine meisjes als hun moeder hen de les probeert te spellen.

“Wat weet gij daarvan?” zeg ik dapper “leest ge mijn verhalen nog? Want ge reageert al een hele tijd niet meer…”

“Ik lees ze”, zegt ze en schenkt zichzelf ook een koffie in.

“Maar vindt ge ze leuk?”

“Ik lees ze”, herhaalt ze. “Maar of ik ze leuk vind… Bwa… het zijn toch vooral mannen die reageren op uw verhalen, hee!”

Ze durft mij amper aan te kijken.

Ik sta weeral op het punt om te ontploffen. De tweede keer op één voormiddag. Dat is niet goed voor mijn lijf. En nog minder voor mijn gemoedsrust.

“Wat zegt ge nu weer?” roep ik uit. “Alsof mannen met hun penis lezen, mam… Die verhalen zijn echt goed en schoon en weet je, het gaat nog niet eens over seks maar over een hunkering naar intimiteit. Kent ge dat? Intimiteit? Weet ge wat dat wil zeggen? Dat ge u totaal kunt overgeven aan iemand, dat ge niet meer op uw qui-vive zijt, snapt ge dat, moeder? Daar gaat het over, over mijn hunkering naar intimiteit, over mijn eenzaamheid. Over mijn innerlijke tegenstrijdigheid tussen houterigheid en wellust. Tussen een soort van onwrikbare onschendbaarheid en de onweerstaanbare neiging om te provoceren en te verleiden. Ik moet daarover schrijven. Als ik dat niet doe, dan kan ik even goed ambtenaar worden of kapster of boekhouder. Kunst creëer je vanuit een innerlijke noodzaak. Dat is niet iets, waarover je weloverwogen beslissingen neemt. Het overkomt u. Snap je? Mam?”

Ze staat op. Schudt met haar hoofd. Ze is moe. Wil het allemaal niet horen. Waarom kan ik niet gewoon een gewoon jobke doen? Kindje toch. Het leven hoeft niet zo gecompliceerd te zijn. Maar dat zegt ze allemaal niet. Ze schudt gewoon met haar hoofd.

Ik sta op. Zeg dat ik naar huis ga. Dat ik dan maar een sprookje schrijven zal. Over een steenslang. Die wanhopig op zoek gaat naar een tijgerwaterelf, maar enkel een draak en een aap tegenkomt en dan maar transformeert in een sirene. Dat ik dát dan maar zal doen.

Mijn moeder haalt haar schouders op. Stout meisje, denkt ze. Ik glimlach teleurgesteld, trek mijn jas aan en vertrek. Buiten ligt mijn pa nog steeds te snurken. Het is een schitterende nazomerdag.

nazomer.eigen_.t-965x482

Het échte verhaal

Geplaatst op

Het echte verhaal durfde ik niet opschrijven. Daarom zult u moeten transformeren, lieve lezer. In een luisteraar. Sluit uw ogen zodat ik u een echt sprookje vertellen kan en zodat u niet ziet hoezeer ik bloos.

Het échte verhaal

darragh-mallon-04
bleaq.com/2015/darragh-mallon

Tongenroller

Geplaatst op

00010002

De sirene en de kapitein

Geplaatst op

… De sirene draaide zich om. Ze kon de aanblik van de eenzame man op het eiland niet meer verdragen. Ze huilde. Ze huilde zoveel dikke tranen dat heel de wereld veranderde in zee. Zout water. Eerst werd ze daar nog verdrietiger van, maar na een tijdje besefte ze dat ze nu kon zwemmen naar waar ze wou. Heel de wereld lag aan haar voeten. Stilaan begon ze terug te neuriën, zachtjes en melodieus in een lichte bries. Ze was vergeten hoe mooi ze zingen kon. De sirene liet haar staart elegant in en uit het water golven. Ze zonde op zeebanken waar haar schubben schitterden als parels. Ze kliefde door het water als een pijl.

Op een dag ontmoette de meermin een man in een papieren bootje. Op zijn hoofd stond een gerafelde kapiteinshoed. Zijn huid was bruin getint door de zon. Hij glimlachte naar haar. Zij zwom aftastend rond zijn bootje en gooide een paar voorzichtige noten (zacht en melodieus) naar hem toe. Hij raapte ze op, spande een touwtje van de boeg, over de nok van de papieren mast, naar de achtersteven en hing de noten eraan met venusschelpen. Haar noten wapperden nu boven zijn hoofd. De man legde zich in zijn hangmat, sloot zijn ogen en luisterde hoe de wind er doorheen danste.

De volgende dag en de dagen erna zwom de sirene steeds darteler rond de man in het papieren bootje. En ze gooide hem steeds een handjevol nieuwe noten toe. De kapitein raapte ze telkens op en hing ze één voor één aan de draad, die stilaan in een balk veranderde om het gewicht te kunnen blijven torsen. En als de wind dan door de noten danste en de man in zijn hangmat klom om naar het lied van de meermin te luisteren, dan zwom zij naar een zandbank om daar stilletjes naar de man te kijken. Elke dag werd de zandbank een beetje groter, zodat ze zich steeds meer uitstrekken kon. Na honderd dagen lag ze volledig ontplooid te parelen in de zon.

Maar toen ze de dag erna opnieuw naar haar papieren kapitein zwemmen wou, sloeg het noodlot opnieuw toe: de zandbank was een land geworden dat als een krater gaapte tussen haar en zijn zee. Ze kneep haar ogen tot spleetjes maar ze kon hem niet ontwaren en hij spitste zijn oren tot hoog in de hemel maar er vielen geen nieuwe noten in zijn boot. De kapitein dobberde treurig langs de vloedlijn. De meermin huilde. Ze huilde zoveel dikke tranen dat het land opnieuw in zee veranderde. Zout water. Na zeven nachten van verdriet bleef er enkel zee en een zandbank over. In de verte zag ze haar kapitein in zijn bootje. In de verte hoorde hij haar zingen. Ze zwommen en peddelden onstuimig naar elkaar toe. Tot er slechts enkele meters zee tussen hen in dreef. De meermin stopte plots met zwemmen en watertrappelde ter plekke. Ook de kapitein  staakte het peddelen. Ze keken elkaar lang en droef aan. Ze beseften dat ze enkel in een tranendal samen zouden kunnen zijn. Dat hun geluk haar zou opbranden en hem zou laten vastlopen. Ze wierp hem een laatste noot toe. Hij hing deze finale klank zorgvuldig aan de balk. Haar lied was klaar nu. Ineens ontstak er een hevige wind. Er weerklonk een wilde, jankende treurzang.

De sirene dook diep in het water, zo diep dat haar bloed verstilde. Schubben bedekten haar buik en haar navel, haar borsten, haar schouders, haar armen en ten slotte ook haar hoofd. Haar haren werden zeewier. Haar ogen twee oesterparels.

Niemand heeft ooit nog iets gehoord van de kapitein. Misschien verdronk hij wel van eenzaamheid. Misschien veranderde hij in een zeemonster. Misschien was hij slechts een verzinsel van de meermin.

paper-boats-and-wishes

Pano

Geplaatst op

Op een dag beslissen twee Roodkapjes te verhuizen naar het witste dorp van het land: Tremelo. Een kleine gemeente vol van Boze Wolven waar men nog nooit een Roodkapje gezien heeft. Daar, in het witte Tremelo, openen ze een winkeltje met allemaal Roodkapjesspullen. Maar de Boze Wolven van Tremelo willen helemaal geen Roodkapjeswinkel in hun dorp! En hoe de lieve Roodkapjes ook koekjes uitdelen en handjes en glimlachen en kortingsbonnen, ze zijn niet welkom. De Boze Wolven roddelen over hen. De Boze Wolven zijn op hun hoede, vrezen dat een heuse Roodkapjesinvasie binnen de kortste keren hun mooie, witte Tremelo overspoelen zal. Gelukkig krijgen de Roodkapjes hulp van een moedige jager. Die manipuleert de boel een beetje zodat de Boze Wolven uiteindelijk de Roodkapjeswinkel toch nog bezoeken, proeven van de koekjes en moeten concluderen dat die Roodkapjes zo slecht nog niet zijn. En ze leefden nog lang en gelukkig.

Net zoals in dit sprookje, portretteert de VRT in zijn nieuwste duidingsshittelg Pano mensen als stereotypes, karikaturen. Karima & Mohammed mogen Roodkapje spelen: het sympathieke slachtoffer, welwillend, onschuldig en vol goede moed. De modale Vlaming mag Boze Wolf zijn: de schurk, wantrouwig, vals en gemeen. Gelukkig snijdt een moedige redactieploeg dit actuele thema aan als de gevulde wolvenbuik uit het sprookje.

Het programmaboekje belooft vervolgens inhoud, diepte en antwoorden. Ik stel mij ten eerste de vraag op welke vraag men antwoorden zocht. U hebt ze vast gezien, maar ik ben weinig vraagtekens tegengekomen in dit VRT-sprookje. Dat komt vast omdat de jager een belerend, moreel superieur vingertje in mijn ogen stak. Dat verblindt, weet u wel.

Hij had misschien kunnen vragen:

Waarom de Boze Wolven wantrouwig zijn.

Of de Roodkapjes dat misschien zelf ook zijn in Roodkapjesstad.

Of het niet eigen is aan sprookjesfiguren dat ze wantrouwig zijn ten opzichte van het vreemde, het onbekende? Of dat misschien ingebakken is? Of dat misschien gecultiveerd wordt door:

  • Ons onderwijssysteem dat kuddegedrag & -denken aanmoedigt
    (allemaal in de rij, we nemen nu onze schaar, we gehoorzamen en zijn braaf)
  • Onze aparte woonwijken, onze aparte scholen, onze aparte levensbeschouwingslessen, onze aparte restaurants, onze aparte relaties, enz)
  • Een ons ingefluisterd ontwijkend onderling contact (vraag niets, beledig niet, lach niet, tracht niet te begrijpen, toon je onbegrip niet, toon je frustraties noch je angsten, leef op tolerante wijze compleet langs elkaar)
  • Onze subsidiemolen die projecten voor bepaalde kwetsbare sprookjesfiguren financiert en zo gemixte activiteiten ondermijnt (je gaat als fee toch niet naar een ‘ik-leer-toveren-feest voor toverzwakke figuren?!) 

Maar bovenal had hij zich vooral beter afgevraagd wat hij met dit stereotypische sprookje, met deze etalage van hokjesdenken, met deze negatieve schertsvertoning bereiken wil? Ik behoor tot de Boze Wolven. Ik vind dat beledigend. En met mij waarschijnlijk heel veel modale Vlamingen die elke dag trachten kleine bruggen te slaan, die proberen te begrijpen, die het gesprek aan blijven gaan, die frustraties wegslikken omdat ze politiek en moreel incorrect zijn. Wie tot de Roodkapjes behoort, is wellicht ook beledigd. Omdat ie opnieuw als zielig slachtoffer, als ongewenste indringer, als ruggengraatloze voorgesteld wordt.

Ik ken zeker modale Vlamingen die me aan de Boze Wolf doen denken. En Moslims die op Roodkapje lijken. Gelukkig ken ik ook andersgezinde modale Vlamingen. En Moslims die niet de hele dag door jammeren en gelijk een debiel koekjes uitdelen aan de pestkoppen in het bos.

Wordt het niet eens tijd dat we al deze niet-stereotype figuren uit ons sprookje aan het woord laten, in de schijnwerpers plaatsen? Wordt het niet eens tijd dat we de confrontatie aangaan met échte mensen? Mensen met angsten, met frustraties, met veel geduld (tot het op is), mensen met moreel incorrecte gedachten, mensen met vragen, met onoverkomelijke twistpunten die de samenleving te dikwijls reduceren tot langselkaarleving.

Laatst werd ik uitgenodigd op een Turks besnijdenisfeest. Ik was de enige Boze Wolf in een meute van 300 Roodkapjes. Ik heb mijn grote ogen uitgekeken. Mijn grote oren gulzig laten flapperen. Mijn grote tanden in die vreemde, onbekende cultuur gezet. Ik leef al heel mijn leven tussen Roodkapjes en ik ken hen niet. Er zijn dagen dat dit mij frustreert, dat dit mij boos maakt, dat ik mij schaam. Er zijn meer dagen dat ik er mijn schouders voor ophaal. Dat ik denk dat dit het beste is wat ik ervan kan maken.

Een programma als Pano versterkt dit gevoel. Deze onverschilligheid. Dit content zijn met oppervlakkige beschaafdheid. Omdat échte sentimenten veroordeeld worden als moreel incorrect. Als onaangepastheid aan de dwingelandij van een multiculturele samenleving als hoogste morele goed.

Ik wil wél vragen stellen. Ik verwacht wél inhoud en diepte en gelaagdheid van dit sprookje. Dit sprookje dat mijn leven is. Ons leven. Dus laat ons denken. Laat ons twijfelen. Laat ons zoeken. Laat ons elke dag opnieuw ons sprookje herkneden. Dat is wat wij mensen doen. De wereld rondom ons in een nieuw daglicht plaatsen, een nieuwe betekenis geven opdat we er ons thuis zouden voelen. Gelijk een kabouter in zijn bos. Gelijk Aladdin op zijn mat. Gelijk de keizer in zijn blootje.

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/2.47177/2.47178

Het prinsje, De Stroman en ik

Geplaatst op

Sluit je ogen. Ik ga een sprookje vertellen. Er was eens…

… een prinsje. In een parelmoeren baldakijn wordt hij naar binnen gedragen. Zwevend, als Aladdin op zijn mat, nadert hij het symfonische trio aan het hoogaltaar. Bouzouki, keys & gezang op stiletto’s. In een magische cirkel van tenen manden. Het gesis, oorverdovend. Bezwerend. Opzwepend. Applaus zwelt aan waar de troonhemel voorbij schrijdt.

De moeder van het prinsje, als een bruid. De zussen, als haar gevolg. Broers, fier in kostuum. Op de drempel van viriliteit. Vader, aanschouwend. Aan de mannenzijde bij de toog. Tantes, nichten, buurvrouwen: glimmend, schitterend met plastic parels en nepzijden japonnen. Wapperende manen in strakke, blinkende soulwaxgolven. Of ingewikkeld. In klatergouden voiles. Satijnen sluiers. Als een toren op hun hoofd. Tiara’s op stiletto’s. Dansend voor het altaar. In een kring van ingewijden. Glimlachend. Schitterlachend. Sprankellachend. De oma’s, sober. Berustend. Ingekapseld aan het tafeleinde. Kinderen, samentroepend. Minimoedertjes slepen de kleintjes mee, drogen reeds tranen, schudden een stuk kind van zich af. Minimannen klimmen en dalen in een nog niet volledig uitgekristalliseerde hiërarchie. Maar vandaag is het prinsje alfaman. Vandaag zwaait hij zijn degen. Vandaag strooien wij rozenblaadjes voor zijn schitterende voeten.

Heel even, ben ik ook wij. Als ik goed kijk, slurp, proef. Duik ik er met lijf en leden in. Heel even maar want ik zit op het onzichtbare bankje. De kijktribune achter glas. Wat gebeurt er in deze parallelle dimensie? Welke wetten gelden hier? Kan ik het wachtwoord krijgen? Vereist dat een offer? Hoeveel bloed wil ik vergieten voor een introductie? Een nieuwe identiteit? Dobbelende grotmannen. Maffiaclans. Bekokstovende bokkenrijders. Steigerende amazones. Passeren in die volgorde mijn hersenpan.

Aan mijn zijde: andere niet- & clandestien genodigden. Curieuzeneuzen. Voyeurs. De Stroman. Hij aait zijn baard. Draait er een staartje aan. Suikerspin voor de kindjes. Je moet iets doen om ze zoet te houden. Ben jij niet onzichtbaar? Vraag ik. Ben jij niet louter idee? Moeten mijn ogen niet ontploffen nu ik jou aanschouwd heb? De Stroman lacht. Spiegelglas, meisje. Zien zonder gezien te worden. Snap je het nu? Zie ze dansen! Als clowns. Als ontmaskerde Farizeeërs. In een line-up. Wie zal ik eruit halen? Ze lijken allemaal zo op elkaar. Vind je ook niet? Ik knik. Dat is omdat het andere, het vreemde altijd baadt in een vage waas. Individuele trekken verdwijnen. Stereotype kenmerken komen in de plaats. Het plaatje lijkt te kloppen, maar is zo kunstmatig, zo plastic als Bertrand. Die kent de Stroman niet. Hij zweeft tussen culturen. Hij hoort overal en nergens thuis. Hij is een schim. Een zoethoudertje voor de kinderen. Zegt hij. Och, alles went.

Iemand brengt ons baklava. Met pistachenootjes. We eten en likken onze onzichtbare vingers af. Wasemen onze onzichtbare gedachten tegen de spiegel. Tekenen er een hartje in. Krassen onze initialen in het glas. Op een afstand. Lichtjaren verwijderd van de grot. Achter de spiegel. Treffen wij elkaar. Wie had dat ooit gedacht? Ik niet alleszins. Maar ik doe er niet toe. En hij doet er niet toe. Wij zijn lijdend voorwerp in deze zin. In dit verhaal. Wij denken niet, wij worden gedacht. Wij scheppen niet, wij worden geschapen.

Kijk eens achter je, zegt de Stroman. Daar zitten wij. Achterom kijkend. Naar onszelf. Achterom kijkend. Naar onszelf. Achterom kijkend. Naar onszelf. Een eindeloos landschap van spiegelende herinneringen. Kom, laat ons dansen! Roept de Stroman. Laat ons dansen alsof niemand ons ziet! Laat ons kussen! Ja, dat ook! Laat ons vrijen onder een blote sterrenhemel! Laat ons vrij zijn!

Zien zonder gezien te worden. Zegt iemand op de kijktribune. Zie ze dansen. Als clowns. Als ontmaskerde Farizeeërs. In een line-up. Wie zal ik eruit halen? Ze lijken allemaal zo op elkaar.

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Roos van rijswijk

Schrijft, presenteert, interviewt, coacht en organiseert

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Sabine van Deudekom

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

%d bloggers liken dit: