RSS feed

Tagarchief: meermin

Krabben op de zeebank

Geplaatst op

Terwijl ze daar zo lag, mijmerde de sirene over alle gewaarwordingen van de huid die ze nu missen moest. Je zou het misschien niet verwachten, maar het meest miste ze de sensatie van jeuk en krabben en hoe die twee steeds in elkaar grijpen, hoe het één voortvloeit uit het ander, hoe hun intensiteit simultaan groeit en niet ophoudt te bestaan totdat het vel open ligt. Dat miste ze het allermeest. Meer dan liefkozende strelingen. Meer dan de troost van heet, stromend water. Meer dan een douche van malse regen. Meer dan de frisse prikkel van dauw, gras en aarde onder haar voeten. Meer dan plagerige kussen in haar nek en in haar navel.

De inwisselbaarheid van jeuk en geilheid, zoals die soms in flauwe mopjes werd opgevoerd, irriteerde haar bovendien mateloos. De vergelijking was belachelijk. Als het jeukt moet je krabben. Liefst van al doe je dat zelf. Niks zo vervelend als krabinstructies geven die altijd slecht uitgevoerd worden. Vooral omdat de jeukprikkel elke instructie voorafgaat en uitdaagt door te blijven verspringen. Als je geil bent, kan je dat natuurlijk ook zelf oplossen, maar verkies je dat? Zij niet in elk geval, hoewel dat ook lekker kan zijn. Maar verkiesbaar vond ze het niet.

Soms liet ze haar nagels expres groeien om preciezer en dieper te kunnen krabben. Achter haar oren, over haar kneukels, in haar ooghoeken, rondom haar gezicht bij de inplanting van haar haren, in haar liezen, in haar navel, tussen haar lippen, op verspringende plekjes op haar rug, op onvindbare plaatsen rondom haar tenen, daar waar haar schaamhaar opnieuw wilde groeien, diep in haar oren en tegen haar gehemelte. Alle plekjes waren gebaat bij lange, scherpe nagels waarmee je hard en gericht krabben kunt.

De sirene lachte. Herinnerde zich ineens hoe het krabben de jeuk als een warme modderstroom doorheen haar lijf oploste. En hoe heerlijk ze dat vond. Soms was de jeukprikkel zo intens dat ze krabde tot het bloedde. Ze had dan het gevoel dat ze dreef in een warme zee. Ze sloot haar ogen. Zag zichzelf dobberen op het hete Hévíz meer. Tussen de senioren met zonnehoedjes en gekleurde zwembanden. Ze bedacht dat ze weeral vergeten was om zichzelf in te smeren met zonnebrandolie. Straks zou haar vel roze zijn en uiterst gevoelig. Ze vergat telkens waarom dat zo was. Je hoeft ook niet alles te weten.

Nadien zou het vel beginnen jeuken en afblotten. Ze kon zich dan uren bezig houden met zachtjes krabben en velletjes los trekken onder een parasol. Aftersun vond ze maar smerig. Liever deed ze olijfolie of kokosvet op haar tere vel. Smeuïg en aromatisch.

wat-gebeurt-er-met-een-heremietkreeft-als-hij-geen-lege-schelp-of-slakkenhuis-vindt-1358

Een golf klotst tegen de zandbank. Een kille herfstzon steekt moedig haar hoofd boven een wolk uit. Meeuwen krijsen. Een heremietkreeft kruipt eenzaam in zijn schelp. De sirene wacht. En wacht. En wacht. Slijpt alvast haar nagels. En fluistert: En jij? Wat mis jij het allermeest?

Advertenties

Neerslag

Geplaatst op

Als u zou inzoomen zou u zien dat de sirene niet lacht, maar grimassen trekt. Omdat ze ziek is. En neerslachtig. Van al dat wachten in het gure herfstweer, waarin nieuw vel weigert te groeien.

Die grimassen ontsproten uit haar eindeloze glimlach. Een glimlach die ze jaren lang, elke dag vastklemde met kopspelden tussen haar wangen.

 
In een steeds weerkerende droom
zeg je onbewogen
dat ik stout ben

(omdat ik trok aan je mouw
en me vastklampte aan je broekspijp
en kopjerolde en slingerde aan een
afhangende liaan van de Japanse kerselaar
waarvan toen alle bloesems als een zacht tapijt
neerdwarrelden op het gras onder mij)

 
Als u zou uitzoomen zou u zien dat de sirene niet in haar eentje op de zandbank ligt, maar dat ze deel uit maakt van een hele roedel identieke zeemeerminnen. Die allemaal gevild en stil liggen te wachten op nieuw vel.

Als u nog verder uitzoomt, grijpen alle armen, borsten, buiken, heupen, lokken en staarten in elkaar tot u enkel een hoop haar, bloed en schubben op een zandbank ziet.

 
op de achterbank
door het raam zie ik
de dorpsstraat, de kiekennesten
in de rijksweg vervliegen

de witte gevel verrijzen
van de kolonie
voor zulke kinderen

dat ik stout ben
zeg je onbewogen
in een steeds weerkerende droom

 

Leve de koningin!

Geplaatst op

De meermin was moe. Heel moe. Van het constante gedraai rond haar eigen as, van haar smeekbedes, van het windlied dat ondertussen zo misvormd weerklonk dat ze niet meer helder denken kon. Van zichzelf. Van de eenzame man op het eiland die ze voorgoed de rug had toegekeerd. Terugkijken kon niet meer. Dan zou ze verstenen. Dat weet het kleinste kind. En weet je wat het lot van een zeekei is? Erosie tot zandkorrel. Die dan tussen iemands tenen kruipt. Of erger: tussen iemands bilspleet. Dat wil je niet. Bovendien was ze het mirageuze karakter van de kapitein, die haar pad (nu ja…) maar bleef kruisen, in al zijn hoedanigheden, meer dan beu. Waarom weigerde dit voortvluchtige heerschap pertinent om zijn daadwerkelijkheid te bestendigen? Dat is een moeilijke zin, maar precies wat ze bedoelde, dus je moet hem nog maar eens herkauwen, beste lezer: Waarom weigerde hij pertinent om zijn daadwerkelijkheid te bestendigen? Zouden ze elkaar ooit écht ontmoeten? Zou hij haar ooit kussen? In haar nek of tussen haar dijen? Ze kon ook niet blijven wachten. Haar zandbank werd mul en van wachten word je oud. Ten slotte wilde ze niet langer opgescheept zitten met die blonde lokken, die heerlijke heupen, die ronde borsten en dat zandloperlijf. Weg ermee, dacht ze. Er waren vast efficiëntere personages voorhanden.

Ze begaf zich naar de kostuumafdeling. Het rook er muf en nachtvlinderig. Maar ook nostalgisch. En naar Eau de Cologne. 4711. Dat deed haar denken aan de stoffen zakdoekjes in blikken dozen van haar grootmoeder. Op de bodem van een rieten mand met kleine, aftandse rekwisieten, vond ze wat ze zocht: haar fonkelnieuwe karakter. Haar kersverse alias. Haar onontgonnen ik.

Voortaan zou ze door het leven gaan als sociaal insect, als compleet inwisselbaar radertje in een communistisch bolwerk. Zich niet bewust van zichzelf. En te allen tijde bereid zich op te offeren voor het volk. Zou ze een werker worden? Of een soldaat? Of misschien wel de koningin? Ja, dat zou het worden. Onze meermin werd koningin. Een idealer scenario zou je zelf niet kunnen bedenken.

De andere insecten metselden haar in, in een gouden honingkooi. Voortaan had ze maar één doel in het leven: werpen. Werkers stonden in een niet-aflatende file om voorgekauwd voedsel in haar mond te stoppen. Anderen stonden aan haar geslacht om onophoudelijk nakomelingen uit haar te trekken. Die werden dan onder strenge bewaking van soldaten naar de kraamafdeling gebracht. Haar koning bereed haar aanvankelijk nog als een enigszins geautomatiseerde, doch gestroomlijnde robot maar omdat haar eierstokken op den duur zo gigantisch geworden waren, smeerden speciale werkers zijn zaad nu in haar oven. De verhouding tussen het koningspaar was wanstaltig geworden. Ze was wel tien keer groter dan hij. Hij verloor het overzicht in haar. Van liefde kon geen sprake meer zijn, van verinwendigde toewijding des te meer. Misschien was dat wel genoeg? Misschien is liefde niet meer dan dat: verinwendigde toewijding. Zo verinwendigd dat je denkt dat het een deel is van wie je bent. Onlosmakelijk verbonden, zegt men dan. Maar wat betekent dat eigenlijk? Misschien was ze wel gewoon gedesillusioneerd? Wellicht. Ze had in elk geval alle tijd van de wereld om daarover te mijmeren want op den duur was ze zo compleet immobiel door haar reusachtige lijf dat dansen geen optie meer was. Dat was uiteraard geen toeval. Het stond in de sterren geschreven dat de koningin bewierookt, beknot en compleet onder de controle van het volk zou zijn. Halleluja! Leve de koningin!

U hebt nu vast, beste lezer, compassie met de meermin die geen meermin meer zijn wil. Ik begrijp dat, maar de eerlijkheid gebiedt mij toch om u te waarschuwen… Onze meermin is eigenlijk gewoon een aandachtshoer (Pardon my French). Ze wil niets liever dan dat u nu een petitie of nee, beter nog, een demonstratie door de straten van pakweg Parijs zou organiseren om te ijveren voor haar behoud. Transformatie is nu eenmaal moeilijk. Maar soms ook noodzakelijk. Tenminste, als je niet voor eeuwig en altijd in hetzelfde water wilt blijven dobberen.

Illustration of Queen, King, worker and soldier termites

La Sirène du Marais

Geplaatst op

De afgelopen week was ik in Parijs. Na een bezoek aan het Picasso-museum in de gezellige buurt Le Marais, dronk ik een koffietje in Le Sévigné. Het was het begin van een geweldig ongeloofwaardig verhaal…

le sévigné

De ietwat kleffe, doch uiterst charmante eigenaar heet mij volmondig welkom. Bonjour, Madame! Voulez-vous vous installer à l’intérieur? Ik knik en laat mij een plaats aanwijzen. Zijn Franse klanken glijden over mijn lijf, laten een spoor van sensualiteit achter dat mij haast doet oplichten. Mijn mondhoeken krullen omhoog. Merci, monsieur, c’est gentil. Ik lik zijn taal van mijn lippen. Mijn tong knettert. Hij lacht en brengt mij een menukaart die hij – terwijl hij zijn bovenlijf tegen mijn rug duwt en over mijn schouder kijkt – vakkundig openvouwt op tafel (alsof ik dat niet zelf zou kunnen). Zijn goedkoop parfum klimt in mijn haren. Ik lach. Kijk omhoog – mijn nekhaartjes popelen tegen zijn bovenarm – en zeg dat ik enkel een koffietje wil. Un petit café. Hij vindt het een goede keuze, zingt mee met Serge Gainsbourg terwijl hij mijn koffie prepareert. Ik vind hem vulgair en innemend.

Ik blijf drie koffies. Tot mijn hartslag torenhoog is. Als hij mijn rekening brengt, vraagt hij fluisterend: “Madame, t’as déjâ entendu l’histoire de la Sirène du Marais?”

Ik kijk omhoog. Mijn nekhaartjes weigeren te dansen. “Pourquoi vous me tutoyez?” vraag ik beledigd. Ik hou van formaliteiten.

De charmeur is niet onder de indruk. Hij haalt zijn schouders op, rekent af en gooit een kaartje op tafel. “Si vóus-voulez, Madame” zegt hij enigszins geïrriteerd “on peut se rencontrer”.

Se rencontrer? Wat bedoelt hij daarmee? We hebben ons toch al ontmoet? Of betekent dat nog iets anders in het Frans? Iets clandestiens? Iets spannends? Iets wat ik in al mijn kleien Vlaamsheid niet begrijp?

Ik steek het wisselgeld en het kaartje verward in mijn handtas en ik wandel buiten. Niemand wenst me een bonne journée. Ik sta in het hart van Le Marais, op de rue Payenne, tussen het Picasso-museum en La Place des Vosges. Ik beslis dat ik verdwalen wil. Dat ik zonder enige verantwoordelijkheid voor richting, ondergedompeld wil zijn in deze stad. In het leven. In de liefde als ze mijn pad kruist. Ik verdool de hele dag, tot het schemert in Parijs, tot haar lichtjes ontwaken. Er brandt iets tegen mijn dij. Het is het kaartje in mijn handtas. Het lijkt te baden in een soort van aureool (maar misschien licht het ook wel gewoon op onder de blacklightbanner van de club waar ik op één of andere manier verzeild ben geraakt..) Ik zie nu pas dat het een uitnodiging is.

La Sirène du Marais

Wat moet ik hiermee? Ik houd niet van scancodes en vingerafdruktoestanden. Te meer omdat ik geen smartphone heb. Ik ben analoog. Ik woon IRL. Maar dat maakt mij ook stilaan gehandicapt in een wereld die steeds meer in een digitale dimensie verdwijnt. Ik zucht. De schubben op mijn bovenarmen trillen. De staartkern in mijn hoofd zwiept zenuwachtig op en neer. Ik denk aan de man in Le Sévigné. Je veux qu’on se rencontre. Adrenaline giert door mijn bloed. Ik baad in een zweem van zeelucht. Een jonge, zwarte matroos (zeer aantrekkelijk, maar ook zeer gay) komt langs me staan. Vraagt of ik gechipt ben. Ik schud mijn hoofd, zeg dat ik analoog ben. Een rariteit. Dat ik thuishoor in één of ander houten kabinet. De matroos lacht, kijkt naar het kaartje in mijn handen en legt er zijn pols op. Beep. Dan neemt hij mijn wijsvinger en drukt die op het kaartje. Beep Beep. “Look @ the back of your hand”. Er verschijnt een adres en een routeplan op mijn hand. Rue de la Sirène 1313. Natuurlijk. Waar anders zou ik verwacht worden? “Just close your eyes & put your mind to it” lacht de matroos. Ik gehoorzaam. Sluit mijn ogen. Denk aan de man in Le Sévigné. Mijn benen worden week en glinsterend nat. De wereld rondom mij vertraagt. (Of adem ik gewoon te snel?) Ik word overspoeld door waanbeelden en onderwatergeluiden. Ik vraag me af of ik wel besta. Misschien ben ik gewoon iemands illusie. Ben je dat niet altijd?

“Madame?” Ik doe mijn ogen open. Le type du Sévigné staat voor me en reikt me een hand.

Ik kijk hem strak aan. Zeg in mijn beste Frans que “Je ne laisse me tutoyer que par les hommes avec qui j’ai couché et les femmes avec qui j’ai mangé 50 kg de sel“ (ik had dat eens ergens gelezen, maar dat hoefde hij niet te weten). Le type Sévigné lacht. Knikt. Het is al goed. Madame wordt gevouvoyeerd. We zijn niet voor niks in Parijs. Hij neemt mijn hand. We verdwijnen in een hoek van een plein via een deur die leidt door een tuin naar een kamer in een oud herenhuis met hoge, echovolle plafonds en kristallen kroonluchters.

Er weerklinkt applaus. Een menigte van uitzinnige, bloedmooie, sensuele mensen klapt in de handen als we de kamer betreden. Le Sévigné buigt en wijst me aan alsof ik een trofee ben. Opnieuw applaus. Ik weet niet goed of ik bejubeld of elk moment gelyncht kan worden. Mijn lippen en mijn tong zijn droog. Mijn bloed stolt stilaan tot zoutdruppels. Mijn pupillen zijn groot en uitnodigend. Ik gooi mijn haren los. Applaus. Ik dans rondom mezelf tot mijn benen op een staart lijken. Applaus. Ik smijt mijn armen in de lucht en roep: “Qui et où suis-je?” Wie en waar ben ik? De menigte verstilt. Le Sévigné komt dichterbij. Slaat zijn kolossale armen om me heen, kust me hard op mijn mond (mijn lippen trillen) en kijkt me ten slotte tevreden aan.

“Vous êtes, Madame…” zegt hij bloedserieus “la pièce manquante du puzzle, du mystère de la Sirène du Marais. Vous êtes, si vous voulez, la queu.” De staart? Ben ik een staart? Heb ik een staart? Ik kijk naar mijn benen. Maar die lijken verdwenen in een soort van laaghangende mist (verdampend zweet). Le Sévigné schudt zijn kop. Ik begrijp het niet. Hij knikt naar het publiek. Vier zwarte matrozen komen naar voren, grijpen elk een arm of een been van me en gordelen me vast in dit hoogst ongeloofwaardige (ik zei het toch!) verhaal. Ik bezwijk. Droom dat iemand mijn hersenpan opensnijdt en er de staartkern uitlepelt. Het ontbrekende stukje van La Sirène du Marais. Applaus! Dat Le Sévigné zijn creatie leven in blaast. Franse klanken in het bloed van de gekunstelde meermin. Applaus! Dat de menigte uitzinnig wordt en dat kleren & speeksel in het rond vliegen. Dat iedereen iedereen kust, likt & neukt. Qu’on se rencontre. Op de vloer. Van één of ander schouwspel. In mijn hoofd. Komt u ook? Vous êtes membre VIP.

Tongenroller

Geplaatst op

00010002

Verwoede noten

Hoge noten, lage noten en alles daartussen

De Taalfluisteraar

Interessante, leuke, toffe en bijwijlen humoristische stukjes over taal

POETRY

| WRITTEN BY KRAGE

//Vensters

kunstmagazine

THE DREAM LIFE OF BALSO SNELL

Gedachtegewemel over boeken en auteurs

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Roos van rijswijk

Schrijft, presenteert, interviewt, coacht en organiseert

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Schrijfsels en fotografie van Sabine

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in Avondland

“Everything you can imagine is real.” - Pablo Picasso

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Een kleurrijk wandelprotest tegen de rotgang der dingen

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems' blog

(zocht je mijn website? even doorsurfen naar www.akimwillems.be)

Groove Garden

Adriaan Kuipers

%d bloggers liken dit: