RSS Feed

Tagarchief: poëzie

Het stof te lijf

Geplaatst op

biebklein

Wij spreken de taal van
afgronds gezucht
ternauwernood geslikte woorden

bot en gekarteld
als een oud mes

Wij zetten ons schrap
met depdoeken (voor het bloed)
en zandzakken (voor de tranen)

stijf en starend
als een beeld op de schouw

waarvan je niet meer weet
wie, wanneer en waarom?

waarvan je – desondanks –
geen afscheid nemen kan

bij het grof vuil – te broos, te porselein
op de zolder – tot we het vergeten zijn
in de kelder – tot het wegrot

Wij boenen en wrijven
gaan het stof te lijf
tot scherven desnoods

Stippellijven

Geplaatst op

nachtvlinder

Ons veelvatige verbond
via het bloed, de huid
ondraaglijk bijna

als een kloppende stippellijn
die sappen overpompt
harten stempelt in een voordien leeg kozijn

altijd transparant

Elke beweging van mijn lijf
rukt aan jouw wortels

Elke stap die jij zet
snokt barbaars aan mijn vel

Een plots verlies van balans

als één van ons bijt in het zand – de ander stuift weg
neerzijgt en ondersteboven hangt – kijkt niet meer om
aan de zijden draad

die ons ontketent

Helena Wolfsklauw

Geplaatst op

Ik werk sinds september aan een nieuw boek. De werktitel is voorlopig “Helena Wolfsklauw. De stem van een wandelend eiland”

Reeds 25000 woorden plakte ik op het scherm, reeds 10 hoofdstukken voelen zich thuis in mijn verhaal.

Het hoofdstuk waarin we voor het eerst kennismaken met Helena’s voorgeschiedenis, begint uiterst poëtisch. Omdat het prima als een afgerond stukje poëzie gelezen kan worden, vond ik het wel geschikt als eerste teaser. Enjoy!

wolfsporen
Een spoor van telkens twee grote, langzame met daartussen twee kleine, snelle voetafdrukken groeit uit het bospad. Erboven danst de schaduw van een kleine roedel, een jong gezin. Vader, moeder en kind. De gitzwarte bosaarde wasemt hopen rode mieren uit. Zweetdruppels glijden langs varens omlaag.

De schaduw vertraagt en trappelt ten slotte ter plekke. De vadersilouet veegt een donkere vlam van zijn voorhoofd. De moeder haalt een petje uit haar buidel en plakt het op het hoofd van het kind. Het is tijd om even te rusten. Door de hitte dreigt de schaduw te smelten. Wat overblijft, in zo’n geval, is een doodlopend spoor.

Terwijl de grote schimmen opgaan in de reusachtige olievlek van een oude eik, krimpt het kind tot tegen de bodem. Daar groeien twee extra poten uit de kleine gestalte. Zo sluipt het kinddiertje op vier poten over het zonovergoten pad. Het zigzagt. Van de ene struik naar de andere. Soms draait het zich om, lijkt boodschappen van de eiken olievlek uit de lucht te likken en maakt dan rechtsomkeer. Tot nét voor de olievlek. Daar blijft het diertje staan. Op zijn vier poten. Het doet een dansje en keert zich opnieuw om. Zo kruipt het telkens een beetje verder van de olievlek vandaan, tot er ineens geen boodschappen meer te likken zijn. De olievlek zwijgt. Het kinddiertje kan nu vrij kruipen, spelen, groeien en terug krimpen, likken aan varens en eikels opeten.

Het spoor is nu veranderd in zich herhalende patronen van twee voor- en twee achterpootjes. Soms is het rechtlijnig, soms twijfelend, soms verdwijnt het even tussen de struiken. Om even later terug op het bospad te verschijnen. Het had een oneindig spoor kunnen zijn, maar het toeval besloot daar anders over (tenminste, als je daarin gelooft…).

Ineens stuit het spoor immers op een diepe voetafdruk, een deel van een ander sporenpatroon. Het sjabloon van dit spoor wordt gevormd door vier identieke voetstempels van telkens een groot zoolkussen met daarboven vier scherpgeklauwde tenen.

Het silhouet van het kinddiertje staat al even stil en bekijkt het nieuwe spoor aandachtig. De geklauwde voetafdrukken zijn zo diep dat het regenwater van de vorige nacht erin is blijven staan. Zo ontvouwt er zich een parcours van verdampende bosplassen die je zouden kunnen doen denken aan zwetende geisers, maar dat kent het kind niet. Het kind kent wel dorst. En het weet dat je dan best drinken kan. Dus het laat zijn silouetlijfje zakken, zet zijn voorste pootjes rondom de eerste geklauwde voetafdruk, zet zijn lippen aan het zwetende water en drinkt zijn buikje vol.

Onmiddellijk zakt het kinddiertje door de poten. Dan versmelt ook het buikje met de bodem en ten slotte legt het kinddiertje ook zijn kop neer. De schaduw krijgt een laatste stuiptrekking en wordt dan één met het bospad.

In de verte roept de eiken olievlek. Eerst lijkt het op gewauwel, dan hoor je steeds duidelijker menselijke klanken die versmelten tot een naam:

Helena! Helena!”

De vader en de moedersilouet komen uit de olievlek gelopen. Banen zich een weg over het spoor van het kinddiertje, blijven staan bij de geklauwde voetafdruk, zien dat deze is leeggedronken en graven het silhouet van het kinddiertje uit het bospad. De vader neemt het diertje in zijn armen en begint te lopen. De moeder schreeuwt het uit terwijl ze in de voetsporen treedt van de razende schaduw voor haar. De duistere storm die over het bospad stuift.

Denken aan al wat is

Geplaatst op

Ik doe de deur van ons stamcafé open en zie haar al zitten. Je mag zeggen over haar wat je wilt, op tijd komen doet ze. Altijd. Liever nog is ze te vroeg. Controle. De touwtjes in handen. Dat soort dingen.

Ik weet dat zij mij ook ziet. In haar rechterooghoek. Maar opkijken doet ze niet. Ze lepelt haar koffie om en om. Alsof ze haar hersenpan omroert. Ideeën losweekt van de bodem. De smaakmakers van elk verhaal.

Nog voor ik plaatsgenomen heb, schuift ze een boek naar me toe: Denken over al wat is. Tussen de ‘wat’ en de ‘is’ heeft ze in zwarte drukletters ‘NIET’ gepropt: Denken over al wat NIET is, staat er nu.

Is dat niet precies wat we doen? Een retorische vraag. Ik kan maar beter knikken. Al weet ik het nog zo niet. Ik weet niks. Dat weet ik ondertussen. Zij nipt aan haar koffie en vervolgt haar monoloog. Zonder me aan te kijken. Lepelend. Weet je wat wij zijn? Wij zijn kunstenaars, makers, wij vervormen de wereld rondom ons, wij geloven in het onmogelijke, het onbestaande, wij hebben lak aan al wat is, wij willen iets meer, iets waarvan en waar doorheen ons bloed stroomt. Iets wat nog niet bestaat en dat altijd al heeft gedaan. Niks is onmogelijk. Een laagje lak op niks en het is iets. Wij vinden dat het iets is. Dat het iets betekent. Dat het de moeite waard is. Iets om voor te leven en te sterven. De heilige graal. Nondedju. Daar denken wij over, schat. Over niks.

Wat hou ik van haar. Ik slurp van elk woord dat uit haar mond dwarrelt. Fladdert. En met een smak valt op de ijskoude vloer. Het woord dat zin wordt. Sowieso. Waar heeft ze het in gods naam over? Het kan me niks schelen. Poëzie moet je drinken. Of rechtstreeks in het bloed.

Het ergerlijke aan heel die kwestie – ze kijkt me nu strak aan – is dat we:

1) dat een bijzondere gave vinden (de Maker is groot!)
2) aureolen kleven boven deze lagen lak (blijf met je fikken van mijn Sprookje!)
3) niet beseffen dat we dit constant doen (geloof jij nog in Sprookjes?)

Constant. Niet enkel in het keramiekatelier. Wij beduvelen onszelf dag in, dag uit met maakseltjes. Laagjes lak. Lucht. Gebakken als het kan. Omdat we dat waard zijn. Wij verdienen een hemel, een dak boven het hoofd van wat is. Wij verdienen tempels en goden. Wij verdienen troost. Schoonheid. Een sprookjesleven. Met tentakels tussen lang geleden en ooit ver weg. Daarover koorddansen wij. Balancerend. Over ingebeelde spinnenwebben. Zijden draadjes. En terwijl we daar staan. Met de diepte onder ons en geen baldakijn, geen wolk om ons aan vast te grijpen, nemen wij ons sabel en we meppen. We meppen alle andere elfen, kabouters, kruisvaarders die ons de weg versperren, neer. Want wij zijn godverdomme op weg. Naar alles wat niet is.

Er was eens – ze beglimlacht me breed – een man die neerpende dat de zonsondergang is zoals het laatste vers van een gedicht. Een filosofische, universele samenvatting van de dag. En hij pende dat zo verschrikkelijk poëtisch – profetisch bijna en ook wel met een tikkeltje romantiek in zijn stem – neer dat iedereen hem geloofde. En de zonsondergang werd vers en de dag poëzie. En wij geloven dat. Het gebeurt immers voor onze ogen. In onze buik knettert die waarheid met een onweerstaanbare, ondraaglijke leegte.

Omdat het lak is. Liefje. Lak waaraan wij ons denken, onze spierkracht, onze liefde verspillen. Drup, drup, drup. Liters bloed, zweet en tranen. Voel je ze uit je poriën kruipen? Want ook jouw creatie is heilig. Plak er een gouden nimbus boven. Een verblindende stralenkrans. Een aureool. Zodat je niks meer ziet. Want daar buiten is het koud en gevaarlijk. Daar buiten heerst chaos en willekeur. Daar buiten zijn wij overgeleverd aan de meedogenloze tijdloosheid van al wat is.

Ze slurpt haar koffie in één teug naar binnen. Schudt met haar hoofd en met haar schouders. Slikt. Staart een antwoord uit mijn strot. Vind je ook niet?

biebklein

Après tout ceci n’est pas a Newsflash Poem

Geplaatst op

Après tout - Ceci n'est pas a Newsflash Poem

Après tout

Geplaatst op

Après tout
Het beloofde land
A Brave New World
1984

We zijn erin gelopen
’t Is in ons geslopen
met open ogen
of waren ze toe

Mag ik hopen?

Après tout
dat dit niet le terminal
het allen-daar-naar-toe
sera/zal zijn

Après tout
Gij in uw wereld
ik in die van mij
Alles wat we sharen

Snijdende tongen
ver/gedeeld en on/beheerst
of het iets meer mag zijn?

Après tout, le monde tourne
Après tout, je vois ton visage
Als ik vraag hoe het met u
hoe het met ons gaat
op een dag als vandaag.

Newsflash Poem IV

Geplaatst op

March 24, 2016

Anker Tong

Fiction

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Daniel Billiet - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

alles is een verhaal

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Take This Now

Don't let yesterday use up too much of today

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

%d bloggers liken dit: