RSS feed

Tagarchief: Kortverhaal

De Hollander – Viezentist

Geplaatst op

Wat eraan vooraf ging: De Hollander – Een nieuwe start

Er werd een datum geprikt: Op vrijdag 17 mei zou ik om 11h verwacht worden in het oude dorp van Opgrimbie. In het ‘gezellige, authentieke stulpje’ van de dichter KaaWee.

….

Ik rij over de Rijksweg. Ooit nog aangelegd om de koning te kunnen ontvangen in Maaseik. Ik verwacht een ontvangst zonder rode loper. KaaWee… Pffff… Wie noemt er zichzelf nu naar een buidelregenjas?

Na een autoritje van amper twintig minuten, rij ik het oude dorp van Opgrimbie binnen. De straten worden nauwer, de huizen veranderen van losstaande, moderne kastelen naar halfopen huizen uit de jaren zeventig en tachtig naar een dorre, krakkemikkige lintbebouwing van al dan niet bewoonbare rijhuizen omzoomd met hier en daar een bouwvallige hoeve.

Ik parkeer langs de straat en zoek het huisnummer. Het blijkt een dicht opeen gepakt rijtjeshuis te zijn. Gecomprimeerd door de twee aanpalende huizen, die duidelijk dominanter van aard zijn. Er is geen bel, dus ik klop aan. Naast de deur wordt een nicotinegeel, kanten gordijntje aan de kant geschoven. Ik wacht. Ik hoor een deur open en dichtgaan. Ik hoor een kat. Gestommel op de trap. Voetstappen. Iemand schuift de grendel uit het slot. De deur zeurt open.

oude gordijnen

Twee seconden. Twee seconden heb ik nodig om mijn walging, mijn teleurstelling, mijn boosheid te ballen en beleefdheidshalve weer weg te slikken. Voor mij staat KaaWee. De dichter. Een fenomeen in Opgrimbie en ver daarbuiten. Ik zie een dikke, oude, slecht verzorgde vent. Met lange, vettige, grijze haren die je als een theatergordijn over zijn opgezwollen, couperose gelaat zou kunnen dichttrekken. Hij draagt sokken met gaten in versleten sandalen en een wollen trui (zijn moeder heeft die vast nog gebreid). En. Hij stinkt. Naar sigaretten. Naar pis. Naar zweet. Naar eenzaamheid. Naar petroleum. Naar de nakende dood. Hij steekt zijn hand uit. De beleefdheid wint het opnieuw van de walging.

“Hallo. Ik ben Evy. Evy Van Eynde” zeg ik met toegeknepen neus. “Het agentschap heeft mij gestuurd. U bent vast KaaWee? De dichter? Mag ik dat zo zeggen? KaaWee?”

De viezentist knikt. “Ik verwachtte u, Evy. Kom binnen!”

We passeren een koude, vochtige hal (met twee katten op de trap) en we betreden dan de voorkamer: het enige bewoonde kamertje van het huis. KaaWee duwt een kat van een stoel en gebaart me daar plaats te nemen. Hij gaat zelf in een versleten fauteuil aan een tafel tegen het raam zitten. Op een zetel liggen stapels boeken. Voornamelijk poëziebundels. Op de vloer staat een petroleumkacheltje. Of het stoort dat hij rookt? Vast niet. Ik glimlach groen.

katten

“Wel Evy. Vertel eens”, zegt het schurftige heerschap terwijl hij een sigaret rolt. “Wie kent gij zoal in de poëziewereld? Kent ge Hilde Keteleer? Peter Holvoet-Hanssen? Kent ge de Schobbejak? De verteller, hoe heet ‘em… Fred…Versonnen! Dat is’t. Ja, dat is geen poëzie natuurlijk, maar toch… die zou ge toch moeten kennen. Of euh… dinges… Dirk De Vilder, allez, ‘t is te zeggen Pjeroo Roobjee? Nee? Dat is raar. Kent ge Mustafa Kör? Allez, die moet ge als Limburgse dichteres toch kennen? Mustafa Kör? Nee? Wie kent ge dan wel?”

Ik tover een paar namen uit mijn mouw. Ik weet niet eens of ze wel bestaan. KaaWee is niet onder de indruk. Het zijn vast beginners in de métier. Wat een eikel, die KaaWee. Hij is niet alleen walgelijk, hij is ook nog eens onuitstaanbaar. Hij staat op, grabbelt een stuk of vier bundeltjes uit de stapels in de zetel en duwt ze onder mijn neus.

“Dit is mijn werk!” zegt hij triomfantelijk. Vier stinkende, vergeelde poëziebundels walmen op mijn schoot. Ik moet bijna overgeven maar ik glimlach en ik doe alsof ik onder de indruk en geïnteresseerd ben. Ik blader wat door zijn verzen, de bladzijden plakken aan elkaar en aan mijn handen. KaaWee rookt en vertelt. Ik weet niet waarover. Ik stop met registreren.

Een half uur later schudden we elkaar opnieuw de hand. We spreken af dat we elkaars bundels zullen lezen en dat we daarna ‘wel zullen zien’. We weten allebei wat dat betekent. Ik stap in mijn auto en rij in een walm van kattenpis en petroleum naar huis.

Die nacht droom ik van de Hollander. We zijn in zijn vakantiehuis op de Wadden. Hij, in zijn hangmat, plagend, afwachtend. Ik, op mijn knieën. Sluipend over de houten vloer. Hij werpt me een handjevol woorden toe.

“Wat zoek je, Evy? Avontuur? Aandacht? Seks? Liefde?”

Dat. Dat allemaal.

P1130119

Wordt vervolgd…

Advertenties

De Hollander – Een nieuwe start

Geplaatst op

Wat eraan vooraf ging

Wat er ook aan vooraf ging

Ik geef toe: het was allemaal erg uit de hand gelopen. En bovendien had ik mij schuldig gemaakt aan contractbreuk. Dat ik die zinnen toch gelezen had? En dat ik er mijn kribbel toch onder gezet had! Gij zult ten allen tijde de nodige professionele afstand bewaren ten opzichte van de opdrachtgever. Gij zult geen persoonlijke toenadering accepteren (laat staan initiëren! Dat stond er niet, maar dat dacht ik de afgelopen maanden meermaals!). Ik wijt het aan mijn diepgewortelde afkeer van elke vorm van autoriteit. Geboden en verboden. Ik word daar zo tegendraads van. Ik wijt het nog meer aan mijn instinctieve drang naar onbereikbare liefde waardoor ik mezelf tot vervelens toe etaleer. Kijk mij!

Hij is niet onder de indruk. De Antwerpse literatuuragent. “Evy”… zucht hij. “Oh, oh, oh, Evy… Nu heb ik al het één het ander meegemaakt, maar dit… Nee… Hoe is het in hemels naam zo ver kunnen komen? Evy?”

Ik haal mijn schouders op. Zeg dat ik het ook allemaal niet meer zo goed weet. Dat die verdomde scheiding mijn wereld zo ontwricht en ontregeld heeft, dat het soms lijkt dat ik als een losgeslagen boei doelloos en helaas niet verzuipend ronddobber in een zee van tijd en mogelijkheden en kansen en gevaar en mensen. Al die mensen! Nooit gedacht dat ik zoveel mensen tegen het lijf zou lopen. Waar blijven ze vandaan komen?

boei

De agent schudt zijn hoofd. “Evy! Kalmeer! Ik ga je van deze opdrachtgever afhalen. Ik denk – zegt hij met een air van alwetendheid – dat je hem beter niet meer bedient, niet literair, niet op welke wijze dan ook. Ik denk dat dat het beste is voor iedereen. Maar!” (Oei, een maar…ik haat die dingen…verschrikkelijk zijn ze, je mag dan ineens al het voorgaande terug uitspugen, het is dan allemaal niks meer waard of toch zeer relatief ineens…)

“Maar?”

“Maar! Ik vind ook, Evy, dat je talent hebt! Ik vind dat je goed en meeslepend en bovenal zeer poëtisch schrijft. Jij bent eigenlijk geen literaire courtisane, jij bent… een doodgewone dichter. Dat is het, niet meer en niet minder dan dat. Je hoeft niet zo te pruilen, Evy. Het is een compliment, meisje! Trouwens… Ik ben niet de enige die dat vindt…”

Hij pauzeert, hengelt naar interesse, naar nieuwsgierigheid in mijn ogen. Ik veins een ‘Ah, is dat zo? Vertel…’

Meer heeft hij niet nodig om opnieuw van wal te steken: “Dicht bij jou in de buurt”, zegt hij haast grijnzend, “in Opgrimbie om precies te zijn, ken je dat? Dat is een klein, landelijk gehucht tussen Maasmechelen en Rekem, je kent het vast! Wel daar, in Opgrimbie, Evy… woont een poëzieliefhebber, zelf ook dichter en schrijver. En hij heeft contact met ons opgenomen omdat hij op zoek is naar inspiratie. Hij heeft aangegeven dat hij zich al jaren in hetzelfde literaire kringetje beweegt en dat hij hunkert naar iets nieuws. Een onbekende parel. Die voor hem gedichtjes schrijft. Niks erotisch, gewoon poëzie, Evy! Dat lijkt me toch echt iets voor jou! En lekker dicht in de buurt! Handig toch? Evy? Wat zeg je? Vergeet dat Hollands heerschap, we hebben hem al met een andere schrijfster in contact gebracht trouwens, …………………! ……………………………..?! ………………. toch?!……………… Evy?………………………………..?! Evy? Evy? EVY????!!!!!!”

postkaart Opgrimbie
Ik staar. De woordenstorm van de agent ketst af tegen mijn gedachten en valt dan als een dooie vogel neer op de grond. Een andere schrijfster? Dat wil ik niet. Ik wil niet dat iemand anders hem betovert, hem meesleept, hem opwindt, hem geile verhalen voert, hem laat geloven dat ik ik ben en dat hij hij is en dat we uit het papier gestapt zijn en dat mijn vloeibare lijf niet van inkt maar van vlees en bloed is en dat hij de epische held is naar wie ik verlang, hunker, smacht. Godverdomme. Denk ik. Godverdomme. Hoe is het zover kunnen komen? Het is hoogtijd dat ik de teugels terug in handen neem. In dit verhaal. Ik heb me laten meeslepen in een sprookje dat ik zelf gecreëerd heb. Ik eindig vast in een gekkengesticht. Godverdomme.

“Ok”, zeg ik kordaat. “Ik doe het. Je hebt gelijk. Ik heb nood aan iets nieuws. En ik ben maar een doodnormale dichter. Geen poëtische geisha. Geen literaire courtisane. Geen poëziehoer. Ik steek mijn jarretellen en mijn tangaatjes terug in de la, ik slijp mijn potlood en ik zal poëzie produceren. Melige verzen. Hapklare rijmpjes. Ik doe het. Alles beter dan wc’s kuisen.”

We tekenen opnieuw een contract. Ik lees de huisregels en bevestig opnieuw dat ik mij eraan houden zal. Geen contact. Geen persoonlijk contact. Gelezen en goedgekeurd. Kribbel.

Wordt vervolgd…

De Hollander – Blinddoek van overgave

Geplaatst op

De rode zee was al een hele poos weggeëbd en mijn gedachten borrelden ondertussen als stormachtige, duistere golven doorheen de kamer. Ik leek wel een werk van Thierry De Cordier. Slechts bijeengehouden door een denkbeeldig kader. Het is vreemd hoe hoop je zinnen aanvankelijk spitst, uiteindelijk muteert tot een zware laag teer rondom je denken om dan bij de minste verandering in de situatie terug op te flakkeren als een hevig, alles verterend vuur.

Thierry De CordierThierry De Cordier – Mer Grosse – 2011

Ondanks de blinddoek sper ik mijn ogen. Ik recht mijn rug en voel hoe het touw in mijn vel snijdt, hoe het een aangenamer verpozen zoekt tussen mijn ribben. Mijn billen plakken aaneen van zweet, geil en kwijl dat ik in een moment van wanhoop uit mijn mond had laten glijden (ik experimenteer graag met de idee van totale overgave aan lichamelijke instincten en ongecontroleerde impulsen om zo door te dringen tot de vergeten, de verguisde herinneringen van mijn psyche). Mijn mond. Kurkdroog. Mijn lippen. Gekloofd van zoute zeelucht. Mijn armen. Melkachtige, dunne elastieken, bungelend langs mijn romp. Mijn knieën. Knikkend. Mijn hart. In een staat van alarm. De tijd. Traag. Sluipend. Slepend. Net niet in de omgekeerde richting.

Nog voor ik hoor hoe je een metalen staaf in een metalen gleuf schuift en draait, ruik ik de leegte rondom je organen. Het tierende verdriet in je bloed. De onrust op je tong.

Een briesje. Zacht over mijn satijnen borsten. Zacht in mijn navel. Druppelend in mijn schoot. Voetstappen. Doem doem doem. Maar dan. Mijn oren spitsen zich. Mijn neusvleugels panikeren. Vergeet-me-nietjes. Lenteluchtblauw. Met hier en daar een plukje wolk. Tak tak tak. Ik denk aan het laatste gedicht dat ik je stuurde. Een wanhoopspoging om de literaire sleur waarin we dreigden verzeild te geraken te slopen. Terwijl mijn poëtische parels je aanvankelijk mentale vallei-orgasmes bezorgden die maar bleven nazinderen, lijk je nu steeds minder lang ontroerd, steeds minder diep onder de indruk van mijn verhalen. Je leest me diagonaal, piekt snel en veegt me weg. In de lege, goedkope marges van je bestaan. Waar je me op vaste tijdstippen een paar druppels sperma voert. En wat brokken plastieken liefde… Oh, ik wilde je zo graag opnieuw verwonderen. Begoochelen. En bedienen, dat ook. Hoe vaak werd ik ‘s nachts wakker van natte dromen waarin ik je boterhammen smeerde of je rug inzeepte. Of je nagels knipte. Of je hele huis kuiste tot het blonk als een parel. Of je vlinderzacht kuste over heel je lijf. Of je troostte. Maar op de één of andere manier was je me gewoon gaan vinden. Een gewone, schone schrijfster. Het zou vast niet lang meer duren voor je me inruilen zou voor een ander. De gedachte daaraan maakte me zo triest dat ik je in een laatste, wanhopige gedicht meevoerde naar een persoonlijke fantasie (ik had nochtans contractueel laten vastleggen dat ik op geen enkel moment een reële band met de opdrachtgevers zou toelaten, laat staan initiëren) waarin ik ons liet kennismaken met een derde personage. Eentje met zoete lippen en een aroma van vergeet-me-nietjes. Een literair triootje. Dat zou er vast voor zorgen dat je weer heel even van me smullen zou. Dat je me een vleugje echte liefde toewerpen zou. Dat je me zou onderdompelen in een bad van genot.

Een oorverdovende stilte graait me bruusk uit mijn mijmering. Botsende ademritmes, speeksel dat telkens weer groeit en weggespoeld wordt doorheen een wirwar van ondergrondse buizen, echo’s van duellerende gedachten, druipend zweet, blikken over mijn lijf, hevig verlangen en angst bedwelmen mijn zinnen. Ik voel overal handen en lippen. Ik weet niet meer wat echt is en wat niet. Ben ik een personage voor je? Ben jij dat voor mij? En wie speelt er nog mee? Lichaamsdelen blozen en zwellen en verdwijnen in me. Ik geef me over. Ik schakel mijn denken uit en ik onderga instinctief. De ruimte rondom ons deint mee. Atomen klitten samen en laten weer los. Op en neer. In en uit. Alles deint. Tot de kamer uit zijn voegen barst. Als een kartonnen huisje. Waarvan de muren, hevig kreunend, neervallen op het strand. Zeewater klotst binnen (in ons keelgat) en sleurt ons mee in een overrompelende golf van hevige, zoute dromen waar we al zo lang verstopt zitten.

CCF06042019_00000Collage ‘Overgave’ – 2019

De Hollander* – Zomerhuis

Geplaatst op

*De Hollander is een reeks van kortverhalen die enigszins op elkaar volgen maar vaak ook een verschillende ontrafeling schetsen van ontmoetingen tussen een Vlaamse schrijfster, een Hollands heerschap die erotische literatuur op bestelling koopt en zijn Antwerpse literaire makelaar die als tussenpersoon fungeert. 

De verhalen worden nu eens in de derde persoon verteld door een tamelijk onzichtbare verteller, dan weer in de eerste persoon in de hoedanigheid van één van de drie hoofdpersonages (meestal die van de Vlaamse schrijfster, zoals ook in dit fragment). 

Onderaan deze blogpost kan je doorklikken naar de verhalen. 

 

Zomerhuis

Ik ken de kamer op mijn duimpje. Alle hoeken weet ik zijn. Ik weet precies hoe het licht hier binnenvalt: als een nano-explosie van glas dat zich onmiddellijk hersluit achter de brandwonde. Ik weet hoe het zich dan tussen de 340 en de 350 tellen later, warm aandient aan mijn linker klein teentje en hoe het zich van daaruit voortplant over mijn wreven. Ik weet hoe het dan traag omhoog klimt over mijn schenen, niet naar beneden durft kijken wanneer het mijn knieën bereikt, hoe het zichzelf omhoog sleept door het zand van mijn dijen, hoe het triomferend mijn spelonkje, mijn heuvel en mijn buik blank zet, hoe het heel even verpoost in de schaduw van mijn borsten. En hoe ik dan ongeduldig wacht tot het na de siësta mijn tepels kietelt, mijn kin aait en mij ten slotte verblindt.

Ook dan – in een zee van rood licht – ken ik de kamer. Meer nog: het is juist in die hoedanigheid dat ze haar geheimen overvloedig aan me prijsgeeft. Het is precies dan dat ik het gulzigst van haar vreet. Dat ik me het gretigst laaf aan haar geluiden (het kraken van de planken vloer, het zingen van de wind doorheen het enkele glas, het zachtjes op en neer springen van zandvlooien, de verre echo’s van kinderen op het strand, het kloppen van mijn hart). Het is precies dan dat ik me het innigst wentel in haar geuren (een mix van zout, nat hout, op en neer laaiende goesting tussen mijn benen en een gestaag groeiende laag van oud en nieuw zweet). Het is precies dan dat ik het diepst duik in haar illustere verhalen (hun schaduwen kruipen koud over de muren). Het is precies dan dat ik haar onmetelijke geduld – die zachte, deinende sprei waarin mijn drift resoneert, opgeslorpt wordt en wegsijpelt – het meest veracht. Het kan haar niks schelen. Ze maakt zonder meer plaats voor me. Ze omarmt mijn begeerte en rancune zonder enig gevoel. Reorganisatie van deeltjes. Meer beteken ik niet voor haar. Ik duw haar dichter tegen zichzelf. Ik concentreer haar.

Soms duw ik mijn buik naar voren of bol ik mijn wangen. In afwachting van je komst. En dan verwonder ik me telkens weer over haar rekbaarheid. Soms trek ik mijn buik ook in. Ik hou er immers rekening mee dat je niet meer komt. En dat ik hier sterven zal. Van ongestilde honger. Ook dan reorganiseert ze zich emotieloos.

Ik ken de kamer op mijn duimpje. Alle hoeken weet ik zijn. Ik weet precies hoe het licht hier wegglipt, een spoor van kilte achterlaat op mijn lijf.

Nano-explosie

Deze collage is een goede illustratie van hoe mijn proza en poëzie vaak 
in elkaar grijpen, elkaar versterken dan weer tegenspreken om zo bepaalde
verhalen of fragmenten van verhalen te kunnen uitpuren of ontrafelen.

 

De Hollander

De Hollander (part II)

Zeevonken

De Hollander III – Is anybody out there?

De Hollander IV – Weerwoord

De Hollander V – Proposal

De Hollander VI – Afgewezen gedicht

De Hollander-Interlude

De Hollander – Interlude

Geplaatst op

Wat eraan vooraf gingDe Hollander VI – Afgewezen gedicht

Om de poëtische ontvankelijkheid van het Hollandse heerschap te stimuleren, besloot ik zijn keuken – de liefde van de man… – onder handen te nemen. Ik brak smetteloze, witte tegels uit en verving ze door amoureuze spreuken. Ik legde een briefje op tafel “Om te lezen terwijl je koffie zet. Of een boterham smeert. Om op te slurpen en de binnenkant van je lijf mee te bekleden. Liefs, Evy xxx” en hoopte hevig dat hij het smaken kon.

 

Nog

 

#Moinonplus

Geplaatst op

Post.

Een ouderwets envelopje. Dichtgeplakt met kol en speeksel. Op de voorkant: Een postzegel met een afbeelding van een vlinder (afgestempeld in Antwerpen) en daaronder: Mevr. Evy Van Eynde – Reselt 17 – 3650 Rotem. Op de achterkant: Niets. Spannend.

Ik schenk mezelf een koffie in (voor het geval ik subiet getroost moet worden), ik scheur de enveloppe open en haal er een handgeschreven brief uit.

Tot daar de romantiek, beste lezer…

In een notendop: Een anonieme briefschrijfster maant mij op schooljufachtige wijze aan om alstublieft toch minder expliciet te schrijven. Ze volgt mijn blog blijkbaar en ze vindt dat ik mezelf nogal te kijk zet. Ik citeer: “… dat niemand zit te wachten op zulke persoonlijke ontboezemingen over je (gebrek aan) hygiëne… en dan die opsomming van pornografische termen in je laatste blogpost… degoutant en zeer vrouwonvriendelijk, Evy. Wat wens je hiermee te bereiken? Ik weet het niet, maar volgens mij ben je een beetje de richting kwijt. Waar is de gevoelige poëzie gebleven? Waar zijn de grappige kinderversjes die jij zo prachtig tapt? …”

Verder vond ze ook (wellicht omdat ze er stellig van overtuigd is dat mijn verhalen autobiografisch zijn) dat ik toch iets meer eigenwaarde mocht hebben – “Je hoeft heus geen pornografie te schrijven tegen betaling, Evy! Je bent intelligent! Je bent een moeder! Ik las dat je je opdrachtgever ook foto’s stuurt? Wat zal de volgende stap zijn? Ik hou mijn hart ervoor vast, lieve Evy!” – en dat ik mij maar eens moest verdiepen in de #metoo kwestie. Allemaal moderne vrouwen die respect opeisen! Die niet langer slachtoffer wensen te zijn. Die een dikke middelvinger opsteken, ook tegen verdoken misbruik. De dubbbelzinnige opmerkingen, de schunnige knipogen, de gulzige blikken, BLABLABLA BLABLABLA BLABLABLA BLABLABLA….

Ondertekend: Een anonieme lezeres (en voorheen fan van je prachtige werk)

Koffie dus. Want ik ben van mijn melk. Ik zou dit gewoon naast me neer kunnen leggen (je kan nu eenmaal niet iedereen plezieren), maar liever wil ik haar van repliek dienen. Ik had dat graag in een persoonlijk weerwoord gedaan, maar gezien de anonimiteit van de briefschrijfster én gezien het feit dat ze mij blijkbaar trouw leest, doe ik het maar via deze (openbare) weg:

“Beste Anoniem,

Ik waardeer het dat je mij leest. En zelfs dat je mij een briefje schrijft. Ik krijg graag post moet je weten. Ik was anderzijds nogal aangegrepen door de teneur van je schrijven. En ik wil je graag het volgende zeggen:

Ik vind het niet tof dat je mij in een hokje probeert te duwen. Ik ben alle dingen die je mij graag toeschrijft (dichter, schrijver van grappige versjes, moeder, intelligente vrouw, enz…), maar ik ben ook al die dingen die je mij verwijt: expliciet, aandachtsgeil en soms ook vulgair en marginaal.

Ik wens daar niet in te kiezen. Ik besta uit al die verschillende laagjes. En ik combineer ze moeiteloos. Ik wens als mens en als artiest bovenal kwetsbaar, toegankelijk, intelligent, gespaard van goede smaak, controversieel en grappig te zijn. Maar ik wens ook lui te mogen zijn. En geil. En gulzig. En lastig. En egotrippend. En verkeerd. En grof. En openhartig. En ik wens op mijn bek te mogen gaan. Uit de bocht te vliegen. Ik wens ook mijn fantasieën te exploreren én te uiten. Ik vind trouwens dat ik daar nog zeer veel compromissen in sluit (omdat mijn moeder mee leest) en dat ik daarover eigenlijk geen verantwoording moet afleggen (maar nu doe ik het toch).

Wat betreft de #metoo kwestie: Meestal hou ik mij ver van zulke mediale, polariserende toestanden. Te meer omdat ik nooit een uitgesproken mening heb over welk onderwerp dan ook. Ik ben multi-opiniaal. 😀 Maar goed, omdat je er zelf over begint:

Dubbelzinnige opmerkingen: Vind ik heerlijk. Ik hou van taalhumor. Dat bezorgt mij een warm gevoel. Meer zelfs: ik ben er van overtuigd dat mijn fysieke en verbale genotscentrum op hetzelfde adres huizen. Ik neem aan dat dat niet verboden is?

Schunnige knipogen: Wat bedoel je daar eigenlijk mee? Ik knipoog constant. Al dan niet schunnig. En ik word ook graag beknipoogd 😉

Gulzige blikken: Hoe kan je daar nu het slachtoffer van zijn? Ik word graag gulzig bekeken, gelezen en gesmaakt. Ik vind de gedachte dat ik het voorwerp van iemands (al dan niet seksuele) fantasie ben, fijn. Als ik dikkere tieten of een meer uitgesproken kont had, deed ik zeker online peepshows. Dat tast je hersenpan niet aan of zo, hoor…

Godverdomme, zeg, stel je dat eens voor.

Maar laat me toch in schoonheid eindigen: Zoals jij mij meer eigenwaarde en discretie toewenst, wens ik je een open blik en een warm hart toe, beste Anoniem. En vleugels. Je mag dan zelf kiezen wat je daarmee doet. (Vliegen, mij wat koelte toewapperen, jezelf ermee bevredigen voor mijn part) 😀

Gulzige groeten,
Evy”

DZZs8fZWAAAO0k4

De Hollander V – Proposal

Geplaatst op

Wat eraan vooraf ging: De Hollander IV – Weerwoord

“Evy,

Sorry voor het lange wachten, mijn professionele activiteiten hielden mij flink bezig de afgelopen weken. Ik heb je brief gelezen en hoewel ik niet vind dat jij hier de lakens hebt uit te delen, wil ik graag op je voorstel in gaan. Mits we daarover inderdaad bepaalde inhoudelijke afspraken kunnen maken. Zoals jezelf al aangaf, wens ik GEEN gedichten over frambozen, handjes vasthouden of treinen. Ik ben een man, hee Evy en niet eentje van het nieuwe soort. Ik ben een tijger. Ik zit vol testosteron en ik jaag. Hahaha… grapje. Maar niet echt 😉

tijger-kleur-50x70

Ik heb je brief ook voorgelegd aan mijn agent in Antwerpen (ik neem aan dat je dat oké vind?) en hij kwam met het volgende miraculeuze idee op de proppen: Hij had één van zijn andere cliënten horen praten over een wedstrijd, een schrijfwedstrijd waarin je een aantal erotische begrippen moest verwerken in een kortverhaal. Steiger niet, Evy, ik weet dat je allergisch bent voor wedstrijden (Volgens mij ben je gewoon bang voor de afwijzing, maar goed, daar heb ik eigenlijk niks mee te maken, je doet maar. Wist je trouwens dat je met de Turing Gedichtenwedstrijd 10,000 euro kunt winnen, Evy? Dat zijn gemakkelijk vijf maandlonen! In jouw geval wellicht zeven of acht! Stel je dat toch eens voor! Ik vind het stom hoor dat je die kans, gewoon uit belachelijke principiële overwegingen, niet aangrijpt. Volgens mij heb jij zakelijk advies nodig, Evy. Maar goed. Daar hebben we het een andere keer wel eens over…). Waar was ik? De wedstrijd, juist ja! En nu stelde mijn agent dus voor dat jij misschien die erotische woorden kon gebruiken om speciaal voor mij een pornografisch, geil, warmbloedig gedicht te boetseren. Dat je ze er allemaal in zou stoppen! Zodat het gedicht zou barsten, druipen van wellust!

Ik heb hem gevraagd om mij die link eens door te sturen en ik moet bekennen dat mijn oren lichtjes begonnen te flapperen bij het lezen van die heerlijke woorden. Dit zijn ze:

 
1. Afkarnen
Aftrekken, handmatig bevredigen, masturberen
2. Amour fou
Franse uitdrukking voor een overweldigende, hartstochtelijke liefdesrelatie
3. Benwaballen
Kunststof of metalen balletjes aan een snoer dat vaginaal wordt ingebracht ter wille van lustbeleving
4. Callypigisch
Voorzien van mooie billen, een afleiding van Kallos (schoonheid) + puge (achterwerk)
5. Een doppie maken
Geslachtsgemeenschap hebben, neuken
6. Geitenoog
Seksueel stimuleringsmiddel in de vorm van een met haren bezette ring die over de eikel geschoven wordt.
7. Glimpieper
Iemand die graag stiekem een slippertje maakt
8. Plompzakken
Geslachtsgemeenschap hebben waarbij behalve de penis ook de testikels in de vagina verdwijnen
9. Priaap
Het mannelijk geslachtsdeel in opgerichte stand, erectie
10. Valleiorgasme
Vrouwelijk orgasme waarbij men een langgerekt hoogtepunt beleeft dat door het gehele lichaam trekt; het tegenovergestelde van een piekorgasme.
11. Zouterik
Vrouwelijk geslachtsdeel

 
Wat zeg je, Evy? Zie het je zitten om mij met deze verrukkelijke ingrediënten een broodje te bakken? 😀

Als je akkoord gaat, zou ik het wel nog even met je willen hebben over de verdiensten. Jouw kortverhalen tellen meestal zo’n 1000 woorden. Daarvoor hadden we een verdienste van 250 euro afgesproken. Je proefgedicht Schemeruur telde precies 226 woorden en ik ga ervan uit dat dit gedicht representatief is voor het werk dat je me sturen zal. Kunnen we een verdienste van 175 euro per gedicht overeenkomen? Ik denk dat dat een schappelijke verloning is. Mijn agent in Antwerpen dacht daar ook zo over. En hij kan het weten.

 
Ik wens je nog een aangename nazomerdag, Evy en ik kijk alvast reikhalzend uit naar je zinnenprikkelende creaties!

 
Groet,

 
X.

PS Stuur je nog wat foto’s? Die wat je laatst stuurde (in zwart-wit) van je badkamerrituelen vond ik erg opwindend…!

PPS Heb je de drop ontvangen? “

//Vensters

kunstmagazine

THE DREAM LIFE OF BALSO SNELL

Gedachtegewemel over boeken en auteurs

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Roos van rijswijk

Schrijft, presenteert, interviewt, coacht en organiseert

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Schrijfsels en fotografie van Sabine

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

“Everything you can imagine is real.” - Pablo Picasso

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Een kleurrijk wandelprotest tegen de rotgang der dingen

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems' blog

(zocht je mijn website? even doorsurfen naar www.akimwillems.be)

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

%d bloggers liken dit: