RSS feed

Tagarchief: koffie

#Moinonplus

Geplaatst op

Post.

Een ouderwets envelopje. Dichtgeplakt met kol en speeksel. Op de voorkant: Een postzegel met een afbeelding van een vlinder (afgestempeld in Antwerpen) en daaronder: Mevr. Evy Van Eynde – Reselt 17 – 3650 Rotem. Op de achterkant: Niets. Spannend.

Ik schenk mezelf een koffie in (voor het geval ik subiet getroost moet worden), ik scheur de enveloppe open en haal er een handgeschreven brief uit.

Tot daar de romantiek, beste lezer…

In een notendop: Een anonieme briefschrijfster maant mij op schooljufachtige wijze aan om alstublieft toch minder expliciet te schrijven. Ze volgt mijn blog blijkbaar en ze vindt dat ik mezelf nogal te kijk zet. Ik citeer: “… dat niemand zit te wachten op zulke persoonlijke ontboezemingen over je (gebrek aan) hygiëne… en dan die opsomming van pornografische termen in je laatste blogpost… degoutant en zeer vrouwonvriendelijk, Evy. Wat wens je hiermee te bereiken? Ik weet het niet, maar volgens mij ben je een beetje de richting kwijt. Waar is de gevoelige poëzie gebleven? Waar zijn de grappige kinderversjes die jij zo prachtig tapt? …”

Verder vond ze ook (wellicht omdat ze er stellig van overtuigd is dat mijn verhalen autobiografisch zijn) dat ik toch iets meer eigenwaarde mocht hebben – “Je hoeft heus geen pornografie te schrijven tegen betaling, Evy! Je bent intelligent! Je bent een moeder! Ik las dat je je opdrachtgever ook foto’s stuurt? Wat zal de volgende stap zijn? Ik hou mijn hart ervoor vast, lieve Evy!” – en dat ik mij maar eens moest verdiepen in de #metoo kwestie. Allemaal moderne vrouwen die respect opeisen! Die niet langer slachtoffer wensen te zijn. Die een dikke middelvinger opsteken, ook tegen verdoken misbruik. De dubbbelzinnige opmerkingen, de schunnige knipogen, de gulzige blikken, BLABLABLA BLABLABLA BLABLABLA BLABLABLA….

Ondertekend: Een anonieme lezeres (en voorheen fan van je prachtige werk)

Koffie dus. Want ik ben van mijn melk. Ik zou dit gewoon naast me neer kunnen leggen (je kan nu eenmaal niet iedereen plezieren), maar liever wil ik haar van repliek dienen. Ik had dat graag in een persoonlijk weerwoord gedaan, maar gezien de anonimiteit van de briefschrijfster én gezien het feit dat ze mij blijkbaar trouw leest, doe ik het maar via deze (openbare) weg:

“Beste Anoniem,

Ik waardeer het dat je mij leest. En zelfs dat je mij een briefje schrijft. Ik krijg graag post moet je weten. Ik was anderzijds nogal aangegrepen door de teneur van je schrijven. En ik wil je graag het volgende zeggen:

Ik vind het niet tof dat je mij in een hokje probeert te duwen. Ik ben alle dingen die je mij graag toeschrijft (dichter, schrijver van grappige versjes, moeder, intelligente vrouw, enz…), maar ik ben ook al die dingen die je mij verwijt: expliciet, aandachtsgeil en soms ook vulgair en marginaal.

Ik wens daar niet in te kiezen. Ik besta uit al die verschillende laagjes. En ik combineer ze moeiteloos. Ik wens als mens en als artiest bovenal kwetsbaar, toegankelijk, intelligent, gespaard van goede smaak, controversieel en grappig te zijn. Maar ik wens ook lui te mogen zijn. En geil. En gulzig. En lastig. En egotrippend. En verkeerd. En grof. En openhartig. En ik wens op mijn bek te mogen gaan. Uit de bocht te vliegen. Ik wens ook mijn fantasieën te exploreren én te uiten. Ik vind trouwens dat ik daar nog zeer veel compromissen in sluit (omdat mijn moeder mee leest) en dat ik daarover eigenlijk geen verantwoording moet afleggen (maar nu doe ik het toch).

Wat betreft de #metoo kwestie: Meestal hou ik mij ver van zulke mediale, polariserende toestanden. Te meer omdat ik nooit een uitgesproken mening heb over welk onderwerp dan ook. Ik ben multi-opiniaal. 😀 Maar goed, omdat je er zelf over begint:

Dubbelzinnige opmerkingen: Vind ik heerlijk. Ik hou van taalhumor. Dat bezorgt mij een warm gevoel. Meer zelfs: ik ben er van overtuigd dat mijn fysieke en verbale genotscentrum op hetzelfde adres huizen. Ik neem aan dat dat niet verboden is?

Schunnige knipogen: Wat bedoel je daar eigenlijk mee? Ik knipoog constant. Al dan niet schunnig. En ik word ook graag beknipoogd 😉

Gulzige blikken: Hoe kan je daar nu het slachtoffer van zijn? Ik word graag gulzig bekeken, gelezen en gesmaakt. Ik vind de gedachte dat ik het voorwerp van iemands (al dan niet seksuele) fantasie ben, fijn. Als ik dikkere tieten of een meer uitgesproken kont had, deed ik zeker online peepshows. Dat tast je hersenpan niet aan of zo, hoor…

Godverdomme, zeg, stel je dat eens voor.

Maar laat me toch in schoonheid eindigen: Zoals jij mij meer eigenwaarde en discretie toewenst, wens ik je een open blik en een warm hart toe, beste Anoniem. En vleugels. Je mag dan zelf kiezen wat je daarmee doet. (Vliegen, mij wat koelte toewapperen, jezelf ermee bevredigen voor mijn part) 😀

Gulzige groeten,
Evy”

DZZs8fZWAAAO0k4

Advertenties

Geertje & ik – De hygiënepolitie

Geplaatst op

We hadden elkaar al een eeuwigheid niet meer gezien. Geertje & ik. Niet meer sinds er een abrupt einde kwam aan mijn vorige leven toen mijn echtgenoot de deur achter zich dichttrok en mij schreiend achter liet. – Sorry voor dat dramatische beeld, lieve lezer. Ik heb soms de onweerstaanbare neiging om bombastisch emotioneel te doen. Ik wijt dat aan het feit dat ik mijn jeugd tussen Italianen heb doorgebracht. Wist je dat als je maar voldoende tijd doorbrengt met bepaalde personen, dat er dan een soort van essentiële onderdeeltjes van hun genen doorheen je poriën in je eigen DNA terechtkomen? Wist je dat? Ik wél en daarom ben ik nu dus regelmatig op ongepaste wijze overdramatisch. Ik kan daar dus niks aan doen. Ik ben genetisch belast, ontoerekeningsvatbaar als het moet –

Maar goed. Al die tijd had ik haar dus bewust ontweken. Ik had haar berichtjes genegeerd tot ze niks meer stuurde. Dat is ook een manier. Ik kon het gewoon niet opbrengen om haar onder ogen te komen. Ze had vast allerlei eigengereide ideeën over liefdesbreuken in het algemeen en over die van mij in het bijzonder. Zo vond ze vast dat hij me te dom gevonden had. Omdat zij zichzelf zo uberintelligent vindt. Nu moet je weten, beste lezer, dat ik mezelf inderdaad vaak dom vind. Dus heb ik een aantal jaren geleden een test laten afnemen bij Mensa (die waren toen met een mobiel lab in de buurt) en daaruit bleek… Nu, ja… Laat ons het erop houden dat ik toch niet zo dom ben als ik eruit zie. En toen dacht ik: misschien is dom niet het juiste woord, misschien voel ik me eerder onaangepast. En sindsdien voel ik me inderdaad vooral vaak onaangepast. Op allerlei manieren. Opdat u zich daar iets bij voor zou kunnen stellen, zal ik daarvan een willekeurig voorbeeldje geven…

Sinds het begin van de zomer woont mijn zus tijdelijk bij ons in huis. Dat is meestal tamelijk prettig. Zolang ze niet over hygiëne begint te zeiken. Ze is namelijk – net zoals mijn moeder – tamelijk hygiëneziek. Tenminste, dat vind ik. Als ik tegen willekeurig welke andere mensen vertel dat ze zich elke dag doucht (dat doe ik ook, maar dat is omdat ik niks zo troostend vind als wegdromen in een cocon van heet, stromend water), dat ze haar handen wast na elk wc-bezoek (telkens als er zo een sticker op een openbaar toilet mij gebiedt mijn handen te wassen na ELK wc-bezoek, word ik gigantisch tegendraads en denk ik: Hè? Zal ik wel eens effe zelluf beslissen of ik mijn handen was. Meestal doe ik dat niet, volgens mij zitten er reinigende of tenminste weerstandverhogende bacteriën in urine. Mijn grootvader besproeide vroeger de rabarber altijd met een mengsel van regenwater en ochtendurine en die aten we ook op. En ooit las ik een verhaal van twee oudjes die dagen vastzaten in een lift en enkel overleefden omdat ze hun eigen urine opdronken. En dan zou zo’n belachelijke sticker mij even moeten komen vertellen dat ik mijn handen na ELK wc-bezoek MOET wassen. Ga toch kakken. Denk ik dan.), word ik toch vreemd en vooral stilzwijgend aangegaapt.

handen wassen

Tussen ons: volgens mij zijn mijn zus en mijn moeder lid van de geheime hygiënepolitie. Momenteel hebben ze het vooral gemunt op mijn oudste dochter die tegenwoordig hier en daar een spoortje tienerzweet achterlaat. Mijn moeder en mijn zus staan haar dan gewapend met deo, wc-verfrisser en vochtige doekjes om het hoekje op te wachten en spuiten en smeren het arme kind bijna van haar sokken als ze voorbij wandelt. Allemaal heel slecht voor het milieu, denk ik dan, véééél slechter dan een zweempje tienerzweet.

Maar goed, de mensen kijken mij dus altijd heel raar aan als ik die dingen vertel, dus nu slik ik dat gewoon in. En voel ik me onaangepast. Want ik snuif wel eens aan mijn eigen zweet (lekker!) en ik eet ook snottebellen op (vooral als ik moet niezen, dan slurp ik dat heerlijk, slijmerige belletje gewoon zo, hup van mijn hand af) en ik smeer mijn oorsmeer graag over mijn lippen (vooral als ik iemand ga kussen, maar dat mag je niet verder vertellen want dan vind ik nooit nog een lief) en ik hoef al helemaal geen inlegkruisjes met Lotusbloemengeur… Wie wil er daar beneden nu naar Lotusbloemen ruiken? Ik niet alvast, ik vind mijn eigen aroma’s meer dan aantrekkelijk (Misschien dat hij daarvoor is gaan lopen? Altijd al gedacht dat hij stiekem een kikker was, die nepprins van me.) Ooit heb ik ook eens een heel jaar mijn haren niet gewassen. Gewoon voor het experiment. Dat was kei-interessant. Mijn haren werden op den duur waterafstotend, ik voelde me als een schaap. Ik kon gewoon zonder paraplu of wat dan ook, in de regen gaan staan, zo waterafstotend was ik. Interessant toch? Ondertussen was ik het wel weer, want het begon toch een beetje te stinken. Tenminste, dat vond mijn moeder. En hij vast ook, maar dat heb ik hem nooit gevraagd. Feit is dat hij is gaan lopen. Waarvoor? Joost mag het weten. En Geertje weet het vast ook, want ik ga er maar vanuit dat ik naast een gebrek aan hygiëne volgens haar nog op tal van andere vlakken tekortgeschoten ben.

Ik heb dat heel lang allemaal niet willen horen. Maar nu… Nu, denk ik, kan ik er tegen. Bovendien heb ik niet zo veel vriendinnen. En koffie drinken in je eentje is zielig. Enkel als je in de grootstad woont, is dat artistiek verantwoord. Maar ik woon in het gezapige Maasland en daar is dat gewoon een teken van onaangepastheid. En ik spreek al geen dialect. Binnenkort word ik nog verbannen naar Stokkem. Kan ik bij de incestdebielen gaan wonen. Dat wil je toch ook niet! Godverdomme, zeg! Wat moet ik daar gaan zoeken?!

Koffie dus, met Geertje. Hoe dat afliep, vertel ik u een andere keer. Kwestie van u geboeid te houden, beste lezer. Stel u voor dat ze niet komt opdagen, dan hebben we tenminste elkaar nog. Kunnen we samen virtuele koffie slurpen. Met een virtuele praline, die ik dan met mijn ongewassen virtuele handen in mijn virtuele mond steken zal. Of in die van u. Stel u dat maar eens voor….! xxx

Het ideale aanraakmoment

Geplaatst op

Laat mij u een klein geheimpje over mezelf vertellen: ik ben een luistervink en een voyeur. Het onderwerp van die clandestiene neiging is gelukkig steeds slechts het alledaagse gesprek tussen mensen die ik niet ken. Ik doe het in de trein, ik doe het online op allerlei (dikwijls marginale) fora (van gamers, zwangere vrouwen, smartshoppers, liefhebbers van oldtimers, gezondheidsgoeroes en ander bijzonder pluimvee) maar het liefst van al doe ik het op een terras. Dat vind ik bijzonder spannend. Afgelopen week spitste ik zo mijn rode oortjes op terrassen in Parijs, achter een koffie en een boek dat ik niet las…

terrasse paris

Een jongen en een meisje zitten naast elkaar aan een tafeltje. Ze drinken een cola. De jongen rookt een sigaret. Het meisje is verlegen. Het gesprek gaat nergens over en ook nergens heen, valt vaak ongemakkelijk stil. Dan kijken ze ontredderd op hun telefoon. Ik bedenk dat ze daar middeltjes tegen stiltes zoeken of tien do’s & dont’s voor een eerste rendez-vous of misschien gewoon een reddingsboei om niet te verdrinken. Gelukkig voor mij (want ik kan vooralsnog geen gedachten lezen), denkt het meisje nogal luidruchtig:

♀ “Ik zou willen dat hij stopt met zwijgen en dat hij me aanraakt. Maar ik wil niet het soort meisje zijn dat aangeraakt wil worden. Gisteren las ik op een site met verleidingstips (ja, ik bezoek dat!) dat je iemand die aangeraakt wil worden, niet aanraken mag. Dat dat verleidingsgewijs niet zo slim is. Dat je beter wacht tot die hunkerende mens zo zot wordt van verlangen dat hij/zij jóu aanraakt. Dat dát dan het ideale aanraakmoment tussen jullie twee zou zijn. Het ideale aanraakmoment. Klinkt goed. Dat wil ik. Daar wil ik naartoe. Naar het ideale aanraakmoment. Maar hoe geraak je daar? Is er een routeplan voorhanden? Of een handleiding? Of een youtube tutorial misschien? Die dingen zijn zó handig….”

♂ “—————————”

♀ “Maar stel nu dat hij die site ook gelezen heeft. En dat hij denkt dat hij niet het soort kerel wil zijn dat aangeraakt wil worden. En dat hij ook wacht op dat ideale aanraakmoment. Zo geraak je geen stap vooruit. Zo wachten we langs elkaar. Op iets wat wellicht nooit komen gaat. We drinken cola en we zwijgen rondom die gapende leegte van iets wat wellicht niet komen gaat. Moet je daar eigenlijk wel op wachten? Op iets wat wellicht niks zal zijn? Kan ik die wellicht niet gewoon schrappen? Morgen heb ik examen. Ik zou moeten studeren in plaats van te wachten op wellicht niks. Wellicht. Wellicht. Wellicht. Ik word zot. Waarom zegt hij niks? Waarom neemt hij me niet bij mijn arm om samen over de Champs-Élysées te dansen? Waarom kust hij me niet? Waarom vraagt hij me niet? Om eender wat, eender waar (Parijs is zo groot niet!) samen met hem… te doen/te zijn/te ontdekken? Waarom zit hij op zijn telefoon? Waarom zit ik op mijn telefoon? Waarom is de liefde zo raadselachtig ingewikkeld? Wie heeft dat zo uitgevonden? God? Jezus Maria, laat God erbuiten!”

♂ “ —————————- ”

De jongen dacht in stilte (of misschien wel helemaal niet). Zijn gedachten heb ik dus niet kunnen registreren. Bovendien bereikten we stilaan het moment dat ik dacht dat hij me doorhad. Ik kroop dus wat dieper in mijn boek maar bedacht toen dat hij misschien Nederlands kon lezen dus ik bedekte de titel (‘Vochtige Streken’) want wat moest hij wel niet van mij denken. Wellicht niks maar daar kan je ook niet op zitten wachten. Ik ben gelukkig geen verlegen meisje meer, dus ik tuitte mijn mond en lipte: Je t’en prie, touche-la.

De Hollander

Geplaatst op


Vorige week zat ik op de Dageraadplaats in Antwerpen op een terrasje te schrijven…

dageraadplaats

Een kop hete, zwarte koffie naast me. Denkwolken boven mijn hoofd. Een man met een grijs kostuum en een versleten hoed komt mijn richting uit gewandeld. Voor mijn tafeltje blijft hij staan. Ik kijk op terwijl ik van mijn koffie drink en bedenk dat ik dringend opnieuw moet beginnen roken.

“Jij bent Evy Van Eynde?”

“Ja” mompel ik alsof het normaal is dat mensen je zomaar kennen.

“Mag ik?” vraagt hij terwijl hij aanstalten maakt om tegenover mij te gaan zitten.

Ik knik, klap mijn schrijfschrift dicht en slurp nog eens van mijn koffie.

Of hij met de deur in huis vallen mag.

Ik frons mijn hoofd, trek een raar gezicht. Dat moet hij er maar bij nemen, denk ik.

“Ja zeker, doet u maar” zeg ik dan toch enigszins beleefd.

“Je bent schrijver?”

Weer een retorische vraag. “Waar blijft die deur?” denk ik. Ik knik. Neem het gesprek in handen: “Ik ben Evy Van Eynde en ik schrijf. Ja. En u bent?”

“Uhm, tja, ik ben… uhm… agent… Nee, geen politie-agent, ik ben een soort van verzamelaar voor verzamelaars, een tussenpersoon eigenlijk. Snap je?”

Koffie. Ik hou het kopje nu als een soort van surrogaatsigaret voor mijn mond. Er schuifelt een zweetdruppel van onder zijn hoed over zijn voorhoofd. Ik knipper met mijn ogen. De druppel is ondertussen geland in zijn wenkbrauw. Ik trek opnieuw een raar gezicht.

“Wat verzamelt u, meneer?”

Hij kijkt in het rond, buigt zich over het tafeltje en fluistert dan: “Ik verzamel erotische literatuur… nou, niet voor mezelf maar… voor verzamelaars van erotische literatuur, snap je?! Ik ben een soort van…”

“…tussenpersoon” zeggen we in koor.

Ik knik en glimlach groen. Dit gesprek wordt wel heel raar.

“Sta mij toe…”, mompelt hij terwijl hij met gelige vingers (zou hij sigaretten bij hebben?) over het schermpje van zijn smartphone swipet.

“Ah… hier is het!” Hij duwt zijn telefoon naar me toe. www.evyvaneynde.wordpress.com. Mijn schrijfblog.

Ik zucht. Wat wil dit heerschap van me? En waar blijft die deur?

De vadsigaard heeft wellicht mijn lichte ergernis opgemerkt en tikt nu naarstig ‘Suzanne’ in, in de zoekbalk van mijn blog. Opnieuw draait hij zijn telefoon naar me toe.

Ik haal mijn schouders op.

Suzanne, ja dat heb ik geschreven. En? Wat wilt u nu vragen of zeggen of… Wat wilt ge eigenlijk van mij?” Mijn beleefdheidsvorm is verschrompeld tot een vulgaire ‘ge’. Eigen schuld, denk ik.

“Ik weet van je situatie”, zegt hij ineens heel serieus.

“Ik weet dat je alleen bent en dat… uhm… je niet vies bent van wat schrijfprostitutie…” Het woord is eruit.

“Schrijfprostitutie?” vraag ik verbijsterd. “What the hell is schrijfprostitutie?”

“We weten allebei wat schrijfprostitutie is”, zegt hij kalm terwijl hij opnieuw iets intikt in mijn zoekbalk.

Joekel. Mijn blog springt naar het verhaal ‘Een joekel van een vent’.

“Kijk, Evy”, zegt hij nu kordaat maar te informeel naar mijn goesting. “Ik ben benaderd door een verzamelaar uit Amsterdam. Hij bezoekt je blog blijkbaar al een hele tijd en hij vindt jouw verhalen en jouw Vlaamse taal erg opwindend. Te poëtisch soms, dat wel.”

Ik geloof even niet dat dit echt gebeurt. Opwindend? Mijn verhalen? Tja, soms misschien maar dikwijls… meestal zijn het toch gewoon… schone verhalen?

“Gewoon, mooie verhalen? Wat dacht je hiervan dan?” Opnieuw mijn blog onder mijn neus: het verhaal ‘Plastic Bouquet’ popt op.

Ik bloos. Mijn koffie is op.

“Wat dacht je van 250 euro per verhaal?”

Ik ben met verstomming geslagen. Ik ben toch geen schrijfhoer? Of toch wel? 250 euro is niet niks. Het is ook niet veel, dat ook niet. Ik kan misschien onderhandelen? Het gaat immers over erotische literatuur. Voor hetzelfde geld zit die verzamelaar zichzelf een beetje af te trekken achter het scherm. Wellicht. Terwijl mijn woorden over het scherm rollen. Vind ik dat vies?

“Weet je wat vies is, Evy?” Het heerschap leest blijkbaar mijn gedachten. “Dat je andermans wc zou gaan poetsen, dat is vies! Zeker voor iemand met jouw talenten. Denk je dat er nu niet gemasturbeerd wordt op je verhalen? Mannen zijn geilaards, Evy. Ik ben er zelf eentje, ik kan het weten. Spreek het woord kut uit en ik loop met een paal rond. Zo zitten wij mannen in elkaar. Ondanks de beschaving. Ondanks al het gezeik over de nieuwe man. Ken jij zo iemand? Zo’n nieuwe man? Ik ben hem nog niet tegengekomen. Gelukkig maar. Wat een gedrocht, zeg! Nog een koffie?”

Ik knik. Een sigaret zou ook smaken. Maar ik rook niet.

“Zullen we afspreken dat je een proefverhaal schrijft, Evy? De Hollander heeft niet veel eisen: zo’n duizend woorden per verhaal, expliciete taal en je schrijft je dialogen in de ‘ge’ en ‘gij’-vorm. Makkelijk zat. Toch? Ha, daar zijn onze koffies! Heerlijk!”

Een jonge knul zet onhandig twee dampende kopjes koffie neer. De verzamelaar voor verzamelaars staat erop te betalen. Zegt dat hij van de oude stempel is en zo. Ik schud met mijn hoofd. Sluit mijn ogen. Pers lucht van mijn neus naar mijn oren. Open mijn ogen. Hij zit er nog steeds. Ik zit niet in een verhaal. Ik zit op een terras op de Dageraadplaats en ik overweeg om schrijfhoer te worden. Wc’s kuisen is inderdaad zo vies. En zo inferieur. Verschrikkelijk lijkt me dat. Dan nog liever schrijfhoer. Het risico op enge ziektes lijkt me minimaal.

Ik slurp van mijn koffie. Ik knik. “Het is goed. Ik doe het”, zeg ik tot mijn eigen verbazing.

De verzamelaar is content. Hij roert zowel zijn suiker als die van mij door zijn koffie – wat een feest! – en giet het zoete goedje in zijn mottige lijf. Zijn couperosewangen lichten op. Uit zijn kostuumjas haalt hij een pakje Marlboro. Hij steekt een sigaret op en biedt mij er eentje aan. Alsof het hek nu toch van de dam is.

Ik schud mijn hoofd. Gele vingers, een stinkadem en spataders zijn niet geil.

“Zullen we het woord schrijfhoer schrappen?” vraag ik ten slotte. Een retorische vraag.

“Goed idee. Veel te Hollands. Heb je een schoon Vlaams alternatief?”

“Literaire courtisane?” opper ik. Het lag al een tijdje op het puntje van mijn tong.

De verzamelaar knikt. “Subliem, Evy. Subliem.”

Muiterij

Geplaatst op

Ineens stond ze voor mijn deur (en als ik zeg ineens, dan bedoel ik daadwerkelijk plotsklaps, als een donderslag bij heldere hemel, maar ook weer niet helemaal want we zouden ons treffen maar ik voelde me niet zo lekker en stuurde dan maar een berichtje dat ik er niet geraken zou…). Ik kon haar alleen maar aangapen. Zij stond daar als een uit zijn context gesnaaide oneliner. Verdoemd misbegrepen…

Ze duwt mij aan de kant, loopt instinctief naar de keuken (koffiegeur), trekt een stoel onder de tafel uit en plant zich neer in mijn huis. Zo. Zegt ze. Je voelt je niet zo lekker? Ik haal mijn schouders op. Zeg dat ik een dipje heb. Zeg dat ik elk moment in een depressie sukkelen kan. Geertje zucht.

Weet je, zegt ze. Het probleem is niet dat jij je ongelukkig voelt. Het probleem is dat je denkt dat dat een probleem is. Het probleem is dat jij (en met jou zowat de hele maatschappij) denkt dat ongelukkig zijn een aandoening is. Een abnormaliteit. Die zo snel mogelijk uit de weg geruimd moet worden. Want wie wil er nu abnormaal zijn?

Ik wil niet abnormaal zijn, maar wellicht was het een retorische vraag, dus ik zwijg.

Meer zelfs, vervolgt ze haar monoloog, ik denk dat wij mensen fundamenteel ongelukkig zijn. Dat precies de miscontente conditie van ons mensen maakt. Immers, wat onderscheidt ons van andere primaten?

Ze wacht op een antwoord. Geen retorische vraag. Ik weet het niet. Ik haal opnieuw mijn schouders op. Ik ben terug een klein meisje in het eerste leerjaar dat niks weet en niks kan.

Geertje haalt haar regel boven. Duwt hem onder mijn neus. Wij, dametje, wij zijn scheppers! Wij maken dingen. Wij creëren nieuwe werelden. Wij begoochelen elkaar en onszelf. Wij zijn de goden in dit schouwspel. En wat, denk je, triggert ons om dat te doen? Waar halen wij de energie om steeds maar weer iets nieuws te bedenken? Om telkens opnieuw de bestaande dingen omver te werpen en helemaal opnieuw te willen beginnen bouwen? Wat zet ons aan tot muiterij?

Ik gaap haar aan. Zo onnozel als ik kan.

Ze springt op tafel en zwiert hevig met de regel boven haar hoofd, alsof ze bliksem en donder uit het onbestaande wolkendek wil lospeuteren.

Dag 6 - Held

Wij creëren omdat we miscontent zijn! Depressief. Ongelukkig. We dobberen als het ware in een kliederboel van ontevredenheid. Steeds dieper. Steeds lamlendiger. Tot we bijna kopje onder gaan. Tot we inzien dat onze huidige situatie uitzichtloos is en dat we hoogdringend – het allerhoogst – een staatsgreep moeten plegen en een nieuwe orde, een nieuwe wereld MOETEN uitvinden. Dát, dametje, is onze conditio sine qua non.

Wees dus, godverdomme, content dat je miscontent bent! Al die blije, onnozele mensen, het zijn primaten, niet meer dan dat! Wees tevreden dat je niet tevreden bent. Dat er een fundamenteel menselijke kracht in je borrelt! Godverdomme!

Ze springt van tafel. Slaat me rond mijn oren. Vloekt zeven rozenkransen bijeen. Smijt een doosje antidepressiva met een smak in de vuilbak. Weg ermee! Ze willen apen van ons maken! Snap je het niet?! Wat gebeurt er met een gorilla wiens alfarol uitgespeeld is?

Ik weet het niet, Geertje. Ik weet van niks.

Zijn serotoninegehalte stuikt ineen. Opdat hij gehoorzaam en gedwee zou zijn. En blij. Tevreden met zijn onderdanige plek, ergens beneden op de sociale ladder. Gewillig om de nieuwe alfa-aaps voeten te kussen, ballen te likken, op handen en voeten. Godverdomme! Alfa-aap is groot! We houden van Alfa-aap! Alfa-aap is groot! En hij doet gewillig en compleet tevreden en content, mee! Hij dicteert niet langer. Hij creëert niet langer. Hij is gedwee. Blij. Onnozel. Godverdomme!

En jij ‘geraakt er niet vandaag’ omdat je een dip hebt? Ik zou je ogen uit je kop willen rukken!

Hijgend staat ze voor mij. Ik sla mijn ogen neer. Ze heeft gelijk. Denk ik. Wat weet ik nu? Niks.

Zij veegt de zweetspatten van haar voorhoofd en het slijm van haar bek. Zo. Zegt ze. Is er koffie?

Geertje, Sappho & Diane Vandeputte

Geplaatst op

Diane Vandeputte was een nieuwe moeder aan de schoolpoort. Snel vernam ik dat ze ook schrijver was. Toen zij op haar beurt leerde dat we beiden met de pen brood op de plank toveren, baande ze zich resoluut een weg doorheen mijn gesloten dampkring en stelde ze zich trots, doch innemend voor: Hee. Ik ben Diane. Vandeputte. Wellicht ben je bekend met mijn werk? Ik hoor dat je ook schrijft?

In gedachten schudde ik mijn schubbige vel terug op zijn plaats. Ik hapte naar asem en trok mijn ogen wijd open. Een aanval. Kennismaking, zegt men in de volksmond. Ik relativeerde mezelf. Zei dat ik sprookjes, kleutertoneeltjes en soms ook perverse ontmoetinkjes uit mijn pennen toverde. Met Geertje en zo. Diane knikte. Bewierookte zichzelf. Literaire, feministische opiniestukken en poëzie. Over Sappho en zo. Ik taste haar af met mijn ogen en voelde hoe alle letters in mijn hoofd koppig afdaalden naar de bodem van mijn buik. En hoe ze daar knorrige geluiden veroorzaakten, die doorheen mijn slok- en luchtpijpen op en neer bewogen. Mijn lijf, een orgel. Mijn hoofd, een basdrum. Mijn blik, crashend tussen de kiezelstenen onder mijn voeten.

Misschien moesten Geertje en Sappho maar eens koffie gaan drinken?

Ik keek rondom mij. Vroeg me af wie deze zin in de ether smeet. Diane knikte vriendelijk. Of het ook thee mocht zijn? Ze had geen idee hoezeer deze ogenschijnlijk onschuldige repliek de voorbode zou zijn van een heus fiasco.

De volgende dagen bracht ik de kinderen veel te vroeg en haalde ik hen veel te laat weer op van school opdat onze wegen zich niet meer zouden kruisen. Toch bleef de rendez-vous in mijn agenda staan. Ik had gehoopt dat de letters zouden vervagen, maar dat gebeurde niet. Integendeel. Ze dansten steeds zwoeler, steeds gevaarlijk dichter tegen de kantlijn. Tot ze zich als junikevers uit het papier tolden en steeds hoger vlogen tot ik ze wel slikken moest.

sappho

Ik duw de zware deur van het koffiehuis open en laat mijn blik voorzichtig over de oude vloertegels glijden. Van bloedspatten geen spoor. Enkel een slijmsliert. Een vreemde asbak in de vorm van een tiet trekt mijn aandacht. Koffie smaakt altijd beter in een waas van sigarettendamp. Ik duw de melkachtige substantie aan de kant en zie Diane zitten aan een tafeltje bij het raam. We knikken. Bestellen een koffie. En een thee. Onheil sluimert mijn bovenkamer binnen. Zie ze snuffelen, lacht de schrijfster terwijl ze met haar kin wijst naar Geertje en Sappho, die elkaar verderop aan een tafel aftasten. Er wordt geloerd, gesnoven en gefronst. Men komt dichterbij en trekt zich dan weer terug. Er wordt om hete brijen gedraaid, er wordt gestritst, territoria worden afgebakend en dan… dan stuift Geertje op. Haar stoel schiet naar achter, haar knokkels op tafel, haar smoel bedreigend dichtbij die van Sappho. Haar tanden bloot.

Ik moet je waarschuwen. Ik lijd aan amygdalafantoompijnen. Die boodschap wordt raar bekeken. Het gaat hier immers over een anachronisme maar ook dat bestond toen nog niet. Een anachronisme avant la lettre als je wilt. Schrijf daar maar eens een gedicht over! Of een feministisch opiniestuk!

Diane voelt Geertjes blik ook op háár gelaat en nipt zenuwachtig van haar thee. Thee! Voor losers, zeg ik. En ik zou het koekje misschien negeren. Fantoompijnen. Daar hadden we het over. Van de amygdala.

Hierdoor kan ik volledig rationeel en zonder druk om op sociaal gewenste wijze te reageren, in het leven staan. Feminisme dus. Ik huiver van het woord. Alsof we zelf controle zouden hebben over onze rol, onze status in de maatschappij. Dat is, lieverd, bi-o-lo-gisch allemaal voor ons geregeld. We hoeven dat niet uit te vinden of zo. We meanderen met de stroming mee. Je strijdt tegen vrouwen aan de haard? Ik ben het daar maar gedeeltelijk mee eens. Kijk, dametje, wij hebben het weliswaar voor het kiezen, maar dan… maar dan. Dan zit je natuurlijk met de gebakken peren. En dan kan je er maar voor zorgen dat je je zo goed mogelijk uit de slag trekt. Een extraatje nu en dan is mooi meegenomen. Een must? Misschien. Een plus? Alleszins. Ik hoef je dat niet uit te leggen in hedendaagse termen, daarvoor ben je te hellenistisch. Of prehistorisch. Of fabelachtig. Wie zal het zeggen. Of toch? Snap je het niet? Is je rationeel vermogen ondertussen zo grotesk dat je het eenvoudige niet meer begrijpt? Wat is er? Ben je bang dat ik je aanvallen zal? Dat doe jij al heel de tijd. Met je ellebogen doorheen mijn dampkring. Gelijk de prins in het doornenbos. Alleen wil ik niet gekust worden. Zie je niet dat ik al lang wakker ben?

Dianes ogen pingpongen van Geertje naar Sappho en dan weer terug naar mij. Haar thee is verdampt. Ze sabbelt al tien minuten op haar koekje dat nu in slijmerige slierten van haar mondhoeken naar haar kin glijdt.

Ik lach. Bied haar een servet aan. Ik begrijp deze conversatie beter dan wie ook.

In dat opzicht lijkt het mij voor vrouwen, moeders zeg maar, ideaal om een thuisjob te hebben. Nee, niet aan de haard, je hoeft niet zo lelijk te kijken. Ik zei: thuis-job. En in dat opzicht vind ik die webcam-dames héél erg intelligent. Biologisch intelligent. Snap je? Aangepast. Zij zogen hun kroost, verzamelen gouden vruchten en houden tegelijk het hol proper. Er hoeft niks opgeveegd te worden. Dat kan je over de andere zijde niet zeggen. Daar kan men na het swaffelen ook swifferen!

Ik lach. Diane kwijlt. Sappho heeft zich een tiet afgesneden en richt een pijl op Geertjes hoofd. Ik duw haar aan de kant. Amygdalaloos. Trut. Wat wil je? Diane komt er nu ook bij staan. Grist de pijl uit Sappho’s handen en steekt haar in haar sacoche. Dat ik niet wijs ben. Dat er stukken aan me zijn. Opiniestukken, denk ik. Ze schudt haar hoofd. En ook geen poëzie. En dan verdwijnt ze in een stofwolk van sociaal correcte ideeën. De tiet ligt verweesd op tafel. Een slijmerige sliert van koek en thee gonst over de vloer.

Knokenkooi

Geplaatst op

Weet je, zegt ze. Ik ben het oneens. Met wat, denk ik. Je bent het oneens met wat? Geertje? Ze schraapt haar keel, laat er zwarte koffie door glijden, kijkt me resoluut aan en begint dan aan haar verhaal.

Men beweert dat wij gemeenschapsdieren zijn. (Ik verwacht nu een fabel waarin ik in de kudde woon en waarin zij mij en de rest van mijn imbeciele graasroedel vanaf een hoger gelegen punt – een heuvel, een schuurtje op een berg, een boom op een rotsformatie – aanschouwt.) Die queeste naar gemeenschappelijkheid. Gemeenschappelijkheden. Dát. Ik ben het daarmee oneens.

Ik knik. Denk dat ik weet waarover ze spreekt. Jij bent liever uniek. Zeg ik. Jij, jij bent liever geen schaap. Is het niet, Geertje?

Ze verslikt zich. In haar hete koffie. Kijkt me aan alsof ze het hoort donderen in Keulen en ver daarbuiten. Herpakt zich. Denkt wellicht dat ik zo imbeciel geboren ben. Dat ik er niks aan kan doen.

Ik denk, zegt ze. Dat niet gemeenschappelijkheid, maar afzonderlijkheid onze meest fundamentele eigenschap is. Onze conditio sine qua non. Dat wij maar kunnen leven in die afzonderlijkheid, als in een kooitje. Waarvan de spijlen gemaakt zijn van knook, waarvan het glas doorzichtig vel is. Totaal afgezonderd van de wereld, als een museumobject, losgerukt uit zijn natuurlijke omgeving. Die wij ondertussen vergeten zijn. Is het de ruimte? Is het ergens één of ander hol, diep in de aarde? Is het in ons onderbewustzijn? Hoe ontheemd kun je zijn? Als je niet meer weet waar je vandaan komt? Enkel de afzonderlijkheid redt ons van de waanzin van de ons omringende chaos. Breek het kooitje en we versmelten in pure gemeenschappelijkheid met de wereld.

Dood, noemt men dat. Morsdood.

door het raam

Ik denk aan wolkenslierten. Aan het spel van licht en schaduw in mijn woonkamer. Aan water. Aan mazelen. Aan badschuim op mijn glas. Aan gekietel aan mijn spijlen. Aan melk in koffie. Aan al wat vervloeit.

En verdwijnt! Vult ze aan. Alles wat vervloeit én dus verdwijnt.

Kan je denken aan wat niet is? God. Opper ik. Fantoompijn.

We drinken onze koffie leeg. Staren. In de ruimte. Waar mijn gedachten versmelten met die van haar. Waar ze verdwijnen. In de leegte van onze gemeenschappelijkheid.

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Sabine van Deudekom

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

%d bloggers liken dit: