RSS feed

Categorie archief: Kortverhaal

De Hollander – Viezentist

Geplaatst op

Wat eraan vooraf ging: De Hollander – Een nieuwe start

Er werd een datum geprikt: Op vrijdag 17 mei zou ik om 11h verwacht worden in het oude dorp van Opgrimbie. In het ‘gezellige, authentieke stulpje’ van de dichter KaaWee.

….

Ik rij over de Rijksweg. Ooit nog aangelegd om de koning te kunnen ontvangen in Maaseik. Ik verwacht een ontvangst zonder rode loper. KaaWee… Pffff… Wie noemt er zichzelf nu naar een buidelregenjas?

Na een autoritje van amper twintig minuten, rij ik het oude dorp van Opgrimbie binnen. De straten worden nauwer, de huizen veranderen van losstaande, moderne kastelen naar halfopen huizen uit de jaren zeventig en tachtig naar een dorre, krakkemikkige lintbebouwing van al dan niet bewoonbare rijhuizen omzoomd met hier en daar een bouwvallige hoeve.

Ik parkeer langs de straat en zoek het huisnummer. Het blijkt een dicht opeen gepakt rijtjeshuis te zijn. Gecomprimeerd door de twee aanpalende huizen, die duidelijk dominanter van aard zijn. Er is geen bel, dus ik klop aan. Naast de deur wordt een nicotinegeel, kanten gordijntje aan de kant geschoven. Ik wacht. Ik hoor een deur open en dichtgaan. Ik hoor een kat. Gestommel op de trap. Voetstappen. Iemand schuift de grendel uit het slot. De deur zeurt open.

oude gordijnen

Twee seconden. Twee seconden heb ik nodig om mijn walging, mijn teleurstelling, mijn boosheid te ballen en beleefdheidshalve weer weg te slikken. Voor mij staat KaaWee. De dichter. Een fenomeen in Opgrimbie en ver daarbuiten. Ik zie een dikke, oude, slecht verzorgde vent. Met lange, vettige, grijze haren die je als een theatergordijn over zijn opgezwollen, couperose gelaat zou kunnen dichttrekken. Hij draagt sokken met gaten in versleten sandalen en een wollen trui (zijn moeder heeft die vast nog gebreid). En. Hij stinkt. Naar sigaretten. Naar pis. Naar zweet. Naar eenzaamheid. Naar petroleum. Naar de nakende dood. Hij steekt zijn hand uit. De beleefdheid wint het opnieuw van de walging.

“Hallo. Ik ben Evy. Evy Van Eynde” zeg ik met toegeknepen neus. “Het agentschap heeft mij gestuurd. U bent vast KaaWee? De dichter? Mag ik dat zo zeggen? KaaWee?”

De viezentist knikt. “Ik verwachtte u, Evy. Kom binnen!”

We passeren een koude, vochtige hal (met twee katten op de trap) en we betreden dan de voorkamer: het enige bewoonde kamertje van het huis. KaaWee duwt een kat van een stoel en gebaart me daar plaats te nemen. Hij gaat zelf in een versleten fauteuil aan een tafel tegen het raam zitten. Op een zetel liggen stapels boeken. Voornamelijk poëziebundels. Op de vloer staat een petroleumkacheltje. Of het stoort dat hij rookt? Vast niet. Ik glimlach groen.

katten

“Wel Evy. Vertel eens”, zegt het schurftige heerschap terwijl hij een sigaret rolt. “Wie kent gij zoal in de poëziewereld? Kent ge Hilde Keteleer? Peter Holvoet-Hanssen? Kent ge de Schobbejak? De verteller, hoe heet ‘em… Fred…Versonnen! Dat is’t. Ja, dat is geen poëzie natuurlijk, maar toch… die zou ge toch moeten kennen. Of euh… dinges… Dirk De Vilder, allez, ‘t is te zeggen Pjeroo Roobjee? Nee? Dat is raar. Kent ge Mustafa Kör? Allez, die moet ge als Limburgse dichteres toch kennen? Mustafa Kör? Nee? Wie kent ge dan wel?”

Ik tover een paar namen uit mijn mouw. Ik weet niet eens of ze wel bestaan. KaaWee is niet onder de indruk. Het zijn vast beginners in de métier. Wat een eikel, die KaaWee. Hij is niet alleen walgelijk, hij is ook nog eens onuitstaanbaar. Hij staat op, grabbelt een stuk of vier bundeltjes uit de stapels in de zetel en duwt ze onder mijn neus.

“Dit is mijn werk!” zegt hij triomfantelijk. Vier stinkende, vergeelde poëziebundels walmen op mijn schoot. Ik moet bijna overgeven maar ik glimlach en ik doe alsof ik onder de indruk en geïnteresseerd ben. Ik blader wat door zijn verzen, de bladzijden plakken aan elkaar en aan mijn handen. KaaWee rookt en vertelt. Ik weet niet waarover. Ik stop met registreren.

Een half uur later schudden we elkaar opnieuw de hand. We spreken af dat we elkaars bundels zullen lezen en dat we daarna ‘wel zullen zien’. We weten allebei wat dat betekent. Ik stap in mijn auto en rij in een walm van kattenpis en petroleum naar huis.

Die nacht droom ik van de Hollander. We zijn in zijn vakantiehuis op de Wadden. Hij, in zijn hangmat, plagend, afwachtend. Ik, op mijn knieën. Sluipend over de houten vloer. Hij werpt me een handjevol woorden toe.

“Wat zoek je, Evy? Avontuur? Aandacht? Seks? Liefde?”

Dat. Dat allemaal.

P1130119

Wordt vervolgd…

Advertenties

De Hollander – Een nieuwe start

Geplaatst op

Wat eraan vooraf ging

Wat er ook aan vooraf ging

Ik geef toe: het was allemaal erg uit de hand gelopen. En bovendien had ik mij schuldig gemaakt aan contractbreuk. Dat ik die zinnen toch gelezen had? En dat ik er mijn kribbel toch onder gezet had! Gij zult ten allen tijde de nodige professionele afstand bewaren ten opzichte van de opdrachtgever. Gij zult geen persoonlijke toenadering accepteren (laat staan initiëren! Dat stond er niet, maar dat dacht ik de afgelopen maanden meermaals!). Ik wijt het aan mijn diepgewortelde afkeer van elke vorm van autoriteit. Geboden en verboden. Ik word daar zo tegendraads van. Ik wijt het nog meer aan mijn instinctieve drang naar onbereikbare liefde waardoor ik mezelf tot vervelens toe etaleer. Kijk mij!

Hij is niet onder de indruk. De Antwerpse literatuuragent. “Evy”… zucht hij. “Oh, oh, oh, Evy… Nu heb ik al het één het ander meegemaakt, maar dit… Nee… Hoe is het in hemels naam zo ver kunnen komen? Evy?”

Ik haal mijn schouders op. Zeg dat ik het ook allemaal niet meer zo goed weet. Dat die verdomde scheiding mijn wereld zo ontwricht en ontregeld heeft, dat het soms lijkt dat ik als een losgeslagen boei doelloos en helaas niet verzuipend ronddobber in een zee van tijd en mogelijkheden en kansen en gevaar en mensen. Al die mensen! Nooit gedacht dat ik zoveel mensen tegen het lijf zou lopen. Waar blijven ze vandaan komen?

boei

De agent schudt zijn hoofd. “Evy! Kalmeer! Ik ga je van deze opdrachtgever afhalen. Ik denk – zegt hij met een air van alwetendheid – dat je hem beter niet meer bedient, niet literair, niet op welke wijze dan ook. Ik denk dat dat het beste is voor iedereen. Maar!” (Oei, een maar…ik haat die dingen…verschrikkelijk zijn ze, je mag dan ineens al het voorgaande terug uitspugen, het is dan allemaal niks meer waard of toch zeer relatief ineens…)

“Maar?”

“Maar! Ik vind ook, Evy, dat je talent hebt! Ik vind dat je goed en meeslepend en bovenal zeer poëtisch schrijft. Jij bent eigenlijk geen literaire courtisane, jij bent… een doodgewone dichter. Dat is het, niet meer en niet minder dan dat. Je hoeft niet zo te pruilen, Evy. Het is een compliment, meisje! Trouwens… Ik ben niet de enige die dat vindt…”

Hij pauzeert, hengelt naar interesse, naar nieuwsgierigheid in mijn ogen. Ik veins een ‘Ah, is dat zo? Vertel…’

Meer heeft hij niet nodig om opnieuw van wal te steken: “Dicht bij jou in de buurt”, zegt hij haast grijnzend, “in Opgrimbie om precies te zijn, ken je dat? Dat is een klein, landelijk gehucht tussen Maasmechelen en Rekem, je kent het vast! Wel daar, in Opgrimbie, Evy… woont een poëzieliefhebber, zelf ook dichter en schrijver. En hij heeft contact met ons opgenomen omdat hij op zoek is naar inspiratie. Hij heeft aangegeven dat hij zich al jaren in hetzelfde literaire kringetje beweegt en dat hij hunkert naar iets nieuws. Een onbekende parel. Die voor hem gedichtjes schrijft. Niks erotisch, gewoon poëzie, Evy! Dat lijkt me toch echt iets voor jou! En lekker dicht in de buurt! Handig toch? Evy? Wat zeg je? Vergeet dat Hollands heerschap, we hebben hem al met een andere schrijfster in contact gebracht trouwens, …………………! ……………………………..?! ………………. toch?!……………… Evy?………………………………..?! Evy? Evy? EVY????!!!!!!”

postkaart Opgrimbie
Ik staar. De woordenstorm van de agent ketst af tegen mijn gedachten en valt dan als een dooie vogel neer op de grond. Een andere schrijfster? Dat wil ik niet. Ik wil niet dat iemand anders hem betovert, hem meesleept, hem opwindt, hem geile verhalen voert, hem laat geloven dat ik ik ben en dat hij hij is en dat we uit het papier gestapt zijn en dat mijn vloeibare lijf niet van inkt maar van vlees en bloed is en dat hij de epische held is naar wie ik verlang, hunker, smacht. Godverdomme. Denk ik. Godverdomme. Hoe is het zover kunnen komen? Het is hoogtijd dat ik de teugels terug in handen neem. In dit verhaal. Ik heb me laten meeslepen in een sprookje dat ik zelf gecreëerd heb. Ik eindig vast in een gekkengesticht. Godverdomme.

“Ok”, zeg ik kordaat. “Ik doe het. Je hebt gelijk. Ik heb nood aan iets nieuws. En ik ben maar een doodnormale dichter. Geen poëtische geisha. Geen literaire courtisane. Geen poëziehoer. Ik steek mijn jarretellen en mijn tangaatjes terug in de la, ik slijp mijn potlood en ik zal poëzie produceren. Melige verzen. Hapklare rijmpjes. Ik doe het. Alles beter dan wc’s kuisen.”

We tekenen opnieuw een contract. Ik lees de huisregels en bevestig opnieuw dat ik mij eraan houden zal. Geen contact. Geen persoonlijk contact. Gelezen en goedgekeurd. Kribbel.

Wordt vervolgd…

De Hollander – Blinddoek van overgave

Geplaatst op

De rode zee was al een hele poos weggeëbd en mijn gedachten borrelden ondertussen als stormachtige, duistere golven doorheen de kamer. Ik leek wel een werk van Thierry De Cordier. Slechts bijeengehouden door een denkbeeldig kader. Het is vreemd hoe hoop je zinnen aanvankelijk spitst, uiteindelijk muteert tot een zware laag teer rondom je denken om dan bij de minste verandering in de situatie terug op te flakkeren als een hevig, alles verterend vuur.

Thierry De CordierThierry De Cordier – Mer Grosse – 2011

Ondanks de blinddoek sper ik mijn ogen. Ik recht mijn rug en voel hoe het touw in mijn vel snijdt, hoe het een aangenamer verpozen zoekt tussen mijn ribben. Mijn billen plakken aaneen van zweet, geil en kwijl dat ik in een moment van wanhoop uit mijn mond had laten glijden (ik experimenteer graag met de idee van totale overgave aan lichamelijke instincten en ongecontroleerde impulsen om zo door te dringen tot de vergeten, de verguisde herinneringen van mijn psyche). Mijn mond. Kurkdroog. Mijn lippen. Gekloofd van zoute zeelucht. Mijn armen. Melkachtige, dunne elastieken, bungelend langs mijn romp. Mijn knieën. Knikkend. Mijn hart. In een staat van alarm. De tijd. Traag. Sluipend. Slepend. Net niet in de omgekeerde richting.

Nog voor ik hoor hoe je een metalen staaf in een metalen gleuf schuift en draait, ruik ik de leegte rondom je organen. Het tierende verdriet in je bloed. De onrust op je tong.

Een briesje. Zacht over mijn satijnen borsten. Zacht in mijn navel. Druppelend in mijn schoot. Voetstappen. Doem doem doem. Maar dan. Mijn oren spitsen zich. Mijn neusvleugels panikeren. Vergeet-me-nietjes. Lenteluchtblauw. Met hier en daar een plukje wolk. Tak tak tak. Ik denk aan het laatste gedicht dat ik je stuurde. Een wanhoopspoging om de literaire sleur waarin we dreigden verzeild te geraken te slopen. Terwijl mijn poëtische parels je aanvankelijk mentale vallei-orgasmes bezorgden die maar bleven nazinderen, lijk je nu steeds minder lang ontroerd, steeds minder diep onder de indruk van mijn verhalen. Je leest me diagonaal, piekt snel en veegt me weg. In de lege, goedkope marges van je bestaan. Waar je me op vaste tijdstippen een paar druppels sperma voert. En wat brokken plastieken liefde… Oh, ik wilde je zo graag opnieuw verwonderen. Begoochelen. En bedienen, dat ook. Hoe vaak werd ik ‘s nachts wakker van natte dromen waarin ik je boterhammen smeerde of je rug inzeepte. Of je nagels knipte. Of je hele huis kuiste tot het blonk als een parel. Of je vlinderzacht kuste over heel je lijf. Of je troostte. Maar op de één of andere manier was je me gewoon gaan vinden. Een gewone, schone schrijfster. Het zou vast niet lang meer duren voor je me inruilen zou voor een ander. De gedachte daaraan maakte me zo triest dat ik je in een laatste, wanhopige gedicht meevoerde naar een persoonlijke fantasie (ik had nochtans contractueel laten vastleggen dat ik op geen enkel moment een reële band met de opdrachtgevers zou toelaten, laat staan initiëren) waarin ik ons liet kennismaken met een derde personage. Eentje met zoete lippen en een aroma van vergeet-me-nietjes. Een literair triootje. Dat zou er vast voor zorgen dat je weer heel even van me smullen zou. Dat je me een vleugje echte liefde toewerpen zou. Dat je me zou onderdompelen in een bad van genot.

Een oorverdovende stilte graait me bruusk uit mijn mijmering. Botsende ademritmes, speeksel dat telkens weer groeit en weggespoeld wordt doorheen een wirwar van ondergrondse buizen, echo’s van duellerende gedachten, druipend zweet, blikken over mijn lijf, hevig verlangen en angst bedwelmen mijn zinnen. Ik voel overal handen en lippen. Ik weet niet meer wat echt is en wat niet. Ben ik een personage voor je? Ben jij dat voor mij? En wie speelt er nog mee? Lichaamsdelen blozen en zwellen en verdwijnen in me. Ik geef me over. Ik schakel mijn denken uit en ik onderga instinctief. De ruimte rondom ons deint mee. Atomen klitten samen en laten weer los. Op en neer. In en uit. Alles deint. Tot de kamer uit zijn voegen barst. Als een kartonnen huisje. Waarvan de muren, hevig kreunend, neervallen op het strand. Zeewater klotst binnen (in ons keelgat) en sleurt ons mee in een overrompelende golf van hevige, zoute dromen waar we al zo lang verstopt zitten.

CCF06042019_00000Collage ‘Overgave’ – 2019

De Hollander* – Zomerhuis

Geplaatst op

*De Hollander is een reeks van kortverhalen die enigszins op elkaar volgen maar vaak ook een verschillende ontrafeling schetsen van ontmoetingen tussen een Vlaamse schrijfster, een Hollands heerschap die erotische literatuur op bestelling koopt en zijn Antwerpse literaire makelaar die als tussenpersoon fungeert. 

De verhalen worden nu eens in de derde persoon verteld door een tamelijk onzichtbare verteller, dan weer in de eerste persoon in de hoedanigheid van één van de drie hoofdpersonages (meestal die van de Vlaamse schrijfster, zoals ook in dit fragment). 

Onderaan deze blogpost kan je doorklikken naar de verhalen. 

 

Zomerhuis

Ik ken de kamer op mijn duimpje. Alle hoeken weet ik zijn. Ik weet precies hoe het licht hier binnenvalt: als een nano-explosie van glas dat zich onmiddellijk hersluit achter de brandwonde. Ik weet hoe het zich dan tussen de 340 en de 350 tellen later, warm aandient aan mijn linker klein teentje en hoe het zich van daaruit voortplant over mijn wreven. Ik weet hoe het dan traag omhoog klimt over mijn schenen, niet naar beneden durft kijken wanneer het mijn knieën bereikt, hoe het zichzelf omhoog sleept door het zand van mijn dijen, hoe het triomferend mijn spelonkje, mijn heuvel en mijn buik blank zet, hoe het heel even verpoost in de schaduw van mijn borsten. En hoe ik dan ongeduldig wacht tot het na de siësta mijn tepels kietelt, mijn kin aait en mij ten slotte verblindt.

Ook dan – in een zee van rood licht – ken ik de kamer. Meer nog: het is juist in die hoedanigheid dat ze haar geheimen overvloedig aan me prijsgeeft. Het is precies dan dat ik het gulzigst van haar vreet. Dat ik me het gretigst laaf aan haar geluiden (het kraken van de planken vloer, het zingen van de wind doorheen het enkele glas, het zachtjes op en neer springen van zandvlooien, de verre echo’s van kinderen op het strand, het kloppen van mijn hart). Het is precies dan dat ik me het innigst wentel in haar geuren (een mix van zout, nat hout, op en neer laaiende goesting tussen mijn benen en een gestaag groeiende laag van oud en nieuw zweet). Het is precies dan dat ik het diepst duik in haar illustere verhalen (hun schaduwen kruipen koud over de muren). Het is precies dan dat ik haar onmetelijke geduld – die zachte, deinende sprei waarin mijn drift resoneert, opgeslorpt wordt en wegsijpelt – het meest veracht. Het kan haar niks schelen. Ze maakt zonder meer plaats voor me. Ze omarmt mijn begeerte en rancune zonder enig gevoel. Reorganisatie van deeltjes. Meer beteken ik niet voor haar. Ik duw haar dichter tegen zichzelf. Ik concentreer haar.

Soms duw ik mijn buik naar voren of bol ik mijn wangen. In afwachting van je komst. En dan verwonder ik me telkens weer over haar rekbaarheid. Soms trek ik mijn buik ook in. Ik hou er immers rekening mee dat je niet meer komt. En dat ik hier sterven zal. Van ongestilde honger. Ook dan reorganiseert ze zich emotieloos.

Ik ken de kamer op mijn duimpje. Alle hoeken weet ik zijn. Ik weet precies hoe het licht hier wegglipt, een spoor van kilte achterlaat op mijn lijf.

Nano-explosie

Deze collage is een goede illustratie van hoe mijn proza en poëzie vaak 
in elkaar grijpen, elkaar versterken dan weer tegenspreken om zo bepaalde
verhalen of fragmenten van verhalen te kunnen uitpuren of ontrafelen.

 

De Hollander

De Hollander (part II)

Zeevonken

De Hollander III – Is anybody out there?

De Hollander IV – Weerwoord

De Hollander V – Proposal

De Hollander VI – Afgewezen gedicht

De Hollander-Interlude

Krieltjes

Geplaatst op

De afgelopen dagen, lieve lezer, had ik een patat van een existentiële crisis. Ik schrijf dat nu wel zo knipogend, maar dat is gewoon om u te doen geloven dat het allemaal wel meeviel en dat ik nu gewoon de boel een beetje overdramatiseer omdat ik mezelf zo graag verkoop. Dat is kwatsch in pakskes uiteraard. Want ik hád gewoon een dijk van een existentiële crisis, geen krieltje die dat relativeren kan. Maar laat mij u het verhaal uit de doeken doen, dan kan u zelf oordelen in welke mate ik mezelf en mijn bestaanssadness wanstaltig uitvergroot:

Zomaar ineens (dat is niet waar, maar laat ons doen alsof dat wel zo is) overviel mij het inzicht dat ik (wij allemaal hoor, maar ik voel me weinig universeel empathisch momenteel) niet meer ben dan telkens een andere én bovendien ook telkens weer veranderende gedachtestreep in iemands hoofd. Ook in dat van mij. Niet meer en niet minder dan dat. En wat is nu een gedachte, lieve lezer? Niks. Een gedachte is een streep lucht. Een streep lucht die constant vervloeit in een andere streep lucht. Ongrijpbaar. Probeer maar eens om je gedachten te vatten. Ze zijn als zand door je vingers.

En juist toen ik dacht dat ik daarmee voldoende existentieel ten twijfel gebracht was, kreeg ik er nog een dreun bovenop: Die gedachten die beïnvloeden elkaar constant. En er zijn ook gedachten over gedachten. Zeker als je over jezelf gaat nadenken. Op den duur ben je niet meer dan een gedachte van een gedachte die de ander van je heeft. Nog minder dan niks. Nog minder dan een zandkorrel. Gewoon: vervloeiende lucht.

Nu zou je kunnen zeggen dat dat allemaal zeer bevrijdende inzichten zijn. Dat dat oneindig veel mogelijkheden schept. Dat je jezelf voortdurend opnieuw kunt uitvinden. Dat verandering de essentie van het leven zelf is. Van wie we zijn. Dat zou je kunnen zeggen. Maar het feit wil dat ik een torenhoog ego met me meesleur die dat soort van zienswijzen in de weg zit. Ik wil niet niks zijn. Ik wil op zijn minst iets zijn. Ik wil geliefd zijn. Ik wil bewonderd zijn. Ik wil op handen gedragen worden. Ik wil gestreeld zijn. Ik wil belangrijk zijn. Ik wil nodig zijn. Tegelijk wil ik ook vrij zijn. Mezelf inderdaad steeds opnieuw uitvinden. Tegelijk wil ik ook onvoorspelbaar zijn. En wispelturig. En van iedereen houden. En onopspoorbaar zijn. Keihard rondjes draaien in het oplaaiende stof, springen en opstijgen. Verdwijnen.

Zie je nu wel. Ik overdramatiseer niet. Dergelijke mentale tegenstrijdigheden móeten gewoonweg leiden tot een bestaanscrisis. De vraag is niet ‘Wie ben ik?’ maar ‘Ben ik?’. Ik zou het niet weten. En het stemt me triest.

Als liefde

Als wanstaltige gedachten
hersenschimmen die
vastlopen, verzuipen
in het drijfzand
van ons hoofd.

Fantastisch
gedrapeerd
in ongeoorloofde
verlangens, verhalen

die we zo graag willen
geloven. Onuitsprekelijk.
Als liefde. Zijn we.

P1120052

Pateekes*

Geplaatst op

Op zondag na de mis, willen we er allemaal eentje. Of een paar. Ach, doe anders maar een doosje vol. Onze zondes zijn opgebiecht en vergeven. We hebben het verdiend. En we staan in de rij. Tot buiten op de stoep.

Ik schuifel stapje voor stapje dichterbij. In de verte blinken ze al. Achter de vitrine. De ondeugende zoetjes. De schalkse schatjes. De smeuïge poezen. Ze zijn er in alle geuren en kleuren en smaken. Exotisch met ananassen in het haar. Dromerig op slagroomwolken. Fris & Fruitig met aardbeientietjes. Lekker mals met goudgele boter. Glimmend zoete tompoesjes. Hemelszachte choukes. Sappige brioches met parelrozijntjes. Abrikoosnaampjes. Ik val in zwijmpjes. Appelflapjes. Overstromende hoorntjes. Romige zwaantjes. Veel te lekkernijtjes. Jonge taartjes. Knisperende kresantjes. Het water komt me in de mondjes. Do-me-nutjes. Do-mi-nootjes. Sus-me-soesjes. Amandeliefjes. Bebotermuisjes. Frangipak-me-dan-als-je-kantjes. Stoute strikjes. U bent aan de beurtjes…

Mevrouw? Ik kom uit de hemel gevallen. Uit de suikerhemel. Met slagroom. Wat het zal zijn. Vraagt een dikke dame met een bebloemde schort. Ik schud me wakker. Lik aan mijn wijsvinger, duw hem tegen de vitrine (in mijn hoofd roept mijn moeder: Moet dat nu altijd? Weet je wel hoeveel werk dat dat is om dat proper te krijgen? In mijn hoofd schud ik mijn bolleke. Ik weet het niet mam en het kan me ook niet schelen….)

Deze. En die daar. En doe ook maar zo eentje. En ook nog deze.

De dikke dame stopt mijn pateekes in een doosje. Ze passen er precies in. Ze plakt het doosje dicht. Betalen doe je hier vooraf. Ik tel mijn geld. De dame knikt. En een fijne zondag nog. Ik glimlach. In de vitrine knipoogt een school stoute meisjes me blozend.

pateekes

* Pateeke is schoon Vlaams voor 1) gebakje 2) deugniet 3) sletje

De Hollander – Interlude

Geplaatst op

Wat eraan vooraf gingDe Hollander VI – Afgewezen gedicht

Om de poëtische ontvankelijkheid van het Hollandse heerschap te stimuleren, besloot ik zijn keuken – de liefde van de man… – onder handen te nemen. Ik brak smetteloze, witte tegels uit en verving ze door amoureuze spreuken. Ik legde een briefje op tafel “Om te lezen terwijl je koffie zet. Of een boterham smeert. Om op te slurpen en de binnenkant van je lijf mee te bekleden. Liefs, Evy xxx” en hoopte hevig dat hij het smaken kon.

 

Nog

 

//Vensters

kunstmagazine

THE DREAM LIFE OF BALSO SNELL

Gedachtegewemel over boeken en auteurs

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Roos van rijswijk

Schrijft, presenteert, interviewt, coacht en organiseert

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Schrijfsels en fotografie van Sabine

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

“Everything you can imagine is real.” - Pablo Picasso

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Een kleurrijk wandelprotest tegen de rotgang der dingen

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems' blog

(zocht je mijn website? even doorsurfen naar www.akimwillems.be)

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

%d bloggers liken dit: