RSS feed

Categorie archief: Kortverhaal

Een schitterende nazomerdag

Geplaatst op

Ik sta op de Grote Markt. Nee, niet die van Antwerpen. Zelfs niet die van Brussel. Ik sta op de Grote Markt van Maaseik. Ik kon toch nóg meer verdwaald zijn. Deze ochtend had ik een gesprek met de coördinator van het jongerenatelier dat ik dit jaar zou begeleiden. Zóu begeleiden want de zaken namen een wending…

maaseik

Ik klop op de deur van jeugdconsulent Griet Bloemen die haar kantoortje sinds kort heeft in de gerenoveerde authentieke apothekerswoning op de Grote Markt. De stad koopt hier naar het schijnt alles op, hoewel er al jaren geruchten gonzen dat de gemeentelijke begroting een fiasco is.

“Kom binnen, Evy!” klinkt het vanuit het kamertje. Ik word verwacht.

We schudden handjes, ik ga zitten op een antieke stoel met een fluwelen kussen, er wordt koffie gebracht en over het schitterende nazomerweer gepalaverd. Als de nodige plichtplegingen gewisseld zijn, wordt het even stil. Ze gaat ter zake komen. Zeg het nu maar, denk ik.

“Evy… Ja… Over het jeugdatelier. Uhm… Kijk, Evy, we hebben afgelopen vrijdag vergaderd met de staf over jouw aanstelling en er waren een aantal mensen die daar toch hun bedenkingen bij hadden…”

Ik drink van mijn koffie en trek mijn wenkbrauwen verbaasd omhoog (dat kan ik heel goed).

“Ah zo…?”

“Het gaat over je website, Evy. Die website waar je verhalen op post… Uhm… Ja, kijk, je doet natuurlijk wat je wilt en je schrijft wat je wilt – wij zijn zeker voorstander van de vrije meningsuiting, hee, laat daar absoluut geen misverstand over bestaan! – maar er waren dus een aantal mensen uit de staf die vonden dat jouw schrijfsels… hoe zal ik het zeggen… niet echt kindvriendelijk zijn. Snap je dat, Evy?”

Ik knik. Slik. Kijk Griet aan met vissenogen. Hap naar adem. Een wirwar van gedachten zinkt van mijn hoofd door mijn slokdarm naar mijn buik en begint daar te borrelen. Subiet ontplof ik, denk ik en dan hangt dat antieke kot hier vol met uitgebraakte gedachten. Dus ik hap nog wat adem en ik slurp nog eens aan mijn koffie.

“Hebt gij geen seks of wat, Griet?” vraag ik beleefd en kalm. Ooit, denk ik, ga ik hiermee kunnen lachen.

Griets oogballen puilen stante pede uit haar oogkassen (poing, poing, poing), haar gezicht verschiet achtereenvolgens van tomatenrood naar sneeuwwit naar auberginepaars en terug. Ze heeft geen weerwoord, terwijl ik het antwoord natuurlijk al ken. Het was een retorische vraag.

“Ik zie niet in, Griet” vervolg ik mijn betoog “wat mijn fictieve seksuele belevingswereld te maken heeft met mijn kwaliteiten als theatercoach. Maarre… weet je… Ik zal het jullie gemakkelijk maken, ik heb eigenlijk al geen zin meer om te werken voor jullie clubje heilige boontjes. Wat een onzin, Griet. Zie u daar nu eens zitten. Het lijkt wel alsof je hoofd tussen de grill gezeten heeft. Omdat ik u een retorische vraag stel die toevallig uw slaapkameractiviteiten betreft, want ik neem aan dat je het enkel daar doet, Griet. Godverdomme. Trut.”

Griet zit genageld en verstomd in haar ergonomische bureaustoel. Bevroren. Ik kan haar nu zo lang als ik wil bekijken. Op haar voorhoofd zitten drie geultjes. Je kan zomaar van het ene naar het andere oor schaatsen.

Ik lach, sta op, loop naar de deur en met de klink in mijn hand, roep ik: “Unfreeze!”

 
—————————-

 
Ik ben verbolgen. Kwaad. Verdrietig. Ik rij naar het huis van mijn ouders. Het is bijna middag. Mijn vader ligt met ontbloot bovenlijf te snurken in een tuinstoel op het terras. Het leven kan ook simpel zijn, denk ik. Mijn moeder is koffie aan het zetten. Ze had me verwacht.

“Wat is er?” vraagt ze. Mijn gezicht spreekt altijd boekdelen.

Ik zucht. Zeg dat die belachelijke, conservatieve kleinburgers uit Maaseik mijn opdracht geschrapt hebben.

Mijn moeder schrikt. Ze heeft altijd maar bang dat ik het financieel niet red.

“Waarom?” wil ze weten “Jij was daar toch de geknipte kandidaat voor, allez nu…” en dat ze het niet snapt.

Ik kijk haar stoutmoedig aan. Ik heb de laatste maanden gigantisch veel aan dapperheid gewonnen. Dus ik durf dat.

“Ze vonden mijn blog kindonvriendelijk, mam…”

Ze knikt. Onmiddellijk. Want dat is ook zo, vindt ze. Mijn blog is inderdaad kindonvriendelijk.

“Tja, Evy’ke, kijk…” zegt ze voorzichtig terwijl ze mij een slappe koffie inschenkt.

“Je schrijft inderdaad wel erg gedurfde verhalen tegenwoordig…”

Ik voel mezelf opstandig worden, dat doen kleine meisjes als hun moeder hen de les probeert te spellen.

“Wat weet gij daarvan?” zeg ik dapper “leest ge mijn verhalen nog? Want ge reageert al een hele tijd niet meer…”

“Ik lees ze”, zegt ze en schenkt zichzelf ook een koffie in.

“Maar vindt ge ze leuk?”

“Ik lees ze”, herhaalt ze. “Maar of ik ze leuk vind… Bwa… het zijn toch vooral mannen die reageren op uw verhalen, hee!”

Ze durft mij amper aan te kijken.

Ik sta weeral op het punt om te ontploffen. De tweede keer op één voormiddag. Dat is niet goed voor mijn lijf. En nog minder voor mijn gemoedsrust.

“Wat zegt ge nu weer?” roep ik uit. “Alsof mannen met hun penis lezen, mam… Die verhalen zijn echt goed en schoon en weet je, het gaat nog niet eens over seks maar over een hunkering naar intimiteit. Kent ge dat? Intimiteit? Weet ge wat dat wil zeggen? Dat ge u totaal kunt overgeven aan iemand, dat ge niet meer op uw qui-vive zijt, snapt ge dat, moeder? Daar gaat het over, over mijn hunkering naar intimiteit, over mijn eenzaamheid. Over mijn innerlijke tegenstrijdigheid tussen houterigheid en wellust. Tussen een soort van onwrikbare onschendbaarheid en de onweerstaanbare neiging om te provoceren en te verleiden. Ik moet daarover schrijven. Als ik dat niet doe, dan kan ik even goed ambtenaar worden of kapster of boekhouder. Kunst creëer je vanuit een innerlijke noodzaak. Dat is niet iets, waarover je weloverwogen beslissingen neemt. Het overkomt u. Snap je? Mam?”

Ze staat op. Schudt met haar hoofd. Ze is moe. Wil het allemaal niet horen. Waarom kan ik niet gewoon een gewoon jobke doen? Kindje toch. Het leven hoeft niet zo gecompliceerd te zijn. Maar dat zegt ze allemaal niet. Ze schudt gewoon met haar hoofd.

Ik sta op. Zeg dat ik naar huis ga. Dat ik dan maar een sprookje schrijven zal. Over een steenslang. Die wanhopig op zoek gaat naar een tijgerwaterelf, maar enkel een draak en een aap tegenkomt en dan maar transformeert in een sirene. Dat ik dát dan maar zal doen.

Mijn moeder haalt haar schouders op. Stout meisje, denkt ze. Ik glimlach teleurgesteld, trek mijn jas aan en vertrek. Buiten ligt mijn pa nog steeds te snurken. Het is een schitterende nazomerdag.

nazomer.eigen_.t-965x482

Advertenties

De Hollander IV – Weerwoord

Geplaatst op

“Beste,

Ik schrijf u omdat ik vind dat het welletjes is geweest. Die verhouding tussen ons. Ik moet mij in steeds meer bochten wringen om op te leveren wat jij van mij verwacht. En daar komt nog eens bij dat ik compleet verbolgen was over die voorstelling waar je mij naartoe liet gaan. Dat illustreerde (achteraf gezien) misschien wel des te duidelijker hoe groot het verschil is tussen onze ideeën van wat erotiek betekent. Ik ben de lullen, de kutten, het geneuk en het gerampetamp waar jij zo op geilt, kotsbeu. Mijn pen is compleet verschraald. Gelijk een woestijn. Gelijk de tarmac op een dorpsweg. Met droogtespleten en al.

Maar ik wil u een voorstel doen. Luister. Op zondag lees ik graag de erotische gedichten op ZICHTBAAR ALLEEN. Soms gaan die gedichten effectief over het liefdesspel tussen de lakens, andere keren gaat het over iets onschuldigs als het spelen met elkaars vingers en laatst ging het over frambozen en treinen. Daar werd ik eerlijk gezegd niet echt warm van. Frambozen vind ik totaal overroepen als lustopwekkers. Zo melig en flets. Geef mij maar de kleine, warme, blauwe druiven die hier in de tuin groeien. Eerst laat je ze ploffen tussen je tanden, dan pers je het sap eruit met je tong en je gehemelte en dan laat je ze in je keelgat glijden. Ik vind dat fantastisch erotiserend. Aardbeien kunnen ook dienen. Maar dan vooral omwille van het aroma. Ik ben een ongelofelijke geurfetisjist. Anijs vind ik ook heerlijk trouwens 😉 Over treinen heb ik niks te zeggen.

blauwe-druiven

En nu dacht ik: Als ik nu eens erotische gedichten voor u zou schrijven? Maar dan niet over frambozen en treinen en handjes vasthouden. Ik zou de thema’s uiteraard aanpassen aan uw persoonlijke voorkeuren. Ik weet dat je denkt dat je niet van poëzie houdt, maar ik kan dat niet geloven. Wie houdt er nu niet van poëzie? Ik denk dat je dat kunt vergelijken met het eten van olijven. De eerste keer denk je: Wat is dit? En je spuugt de wansmakelijke paarse parel verontwaardigd in je hand. Maar op één of andere manier begint er vanaf dat moment een smaakhunkering te groeien op je tong en in je mond en dat begint dan te woekeren doorheen heel je lijf. Misschien moet je het nog eens proberen? Misschien ben je toch geen zwijn? En je stopt opnieuw een olijf in je mond. En deze keer neem je een Kalamata olijf. Dat zijn de enige die echt rijp zijn. En je denkt: Goh, misschien… nee!… of toch?! In elk geval, wat ik wil zeggen is: poëzie moet je leren smaken. En daarom dacht ik (ik denk veel te veel): Als ik nu bij wijze van spreken eens een proefgedicht stuur?

kalamataolives

Ik heb speciaal voor u een vrije interpretatie gemaakt van een schitterende, Franse kussenmonoloog (‘Monologue de l’oreiller) van D. Van Reybrouck. De oorspronkelijke monoloog gaat over een buitenechtelijke vrijpartij, maar dat gegeven heb ik eruit gelaten. Ik ben geen getrouwde vrouw meer, zie je. Ik heb het ook ingekort want ik had nog maar één postzegel.

Schemeruur

Ik wil dat een leven dit schemeruur is
in deze kamer waar gij ontwaakt

Waar ge mijn nek en schouders streelt
traag beweegt en draait

Waar ge mij opwindt

Waar ik zeg: ik wil niet dat ge mij zo ziet
gelijk een grassprietje in de zomerzon

Ik wil dat een leven dit schemeruur is
in deze kamer waar ge uw hemd legt over mijn gezicht
de mouwen neemt en mijn hoofd optilt

Waar ge een knoop maakt achter mijn haar
mijn armen bindt op mijn rug

Waar ik denk: nu

Waar ik het puntje voel van uw tong
een kleine golf die afdaalt

Waar ge mij likt, gelijk de zee

Ik wil dat een leven dit schemeruur is
in deze kamer waar ik wacht
tot ge mij eindelijk schilt
gretig het sap opdrinkt en mij verschalkt

Waar ik stil kreun en gij zegt: stil
Waar we niks meer zeggen
Waar ik wacht
gehoorzaam
kom

Ik wil dat een leven dit schemeruur is
in deze kamer waar ge uw handen plant op mijn heupen

Waar ge mij optilt als een heuvel

Waar ik een altaar ben, een kast, een kruik

Waar ge mij neemt
en ik uw sidderingen tel
uw ogen voel die mij bekijken

Waar ge mij streelt en zoekt

Waar ge u uitstrooit in mij
Waar ik u voel en gij siddert

Nog
Nog

 

Ik wacht je reactie ongeduldig af.

Liefs,

Evy

PS Stuur je nog wat drop?”

 

De Hollander III – Is anybody out there?

Geplaatst op

Vandaag 06:00 Ik rij op de E313 van Antwerpen naar huis. De Limburgers heten je welkom. De enige provincie van het land die haar inwoners aan het woord laat als je haar binnenrijdt. Ik weet niet goed wanneer de vorige dag in de huidige gegleden is, maar ik ga er gemakshalve maar van uit dat gisteren gisteren was.

Gisteren 09:00 De postbode belt aan. Hij heeft een pakje voor mij. Ik hou van pakjes, dus ik zet mijn krabbel, knipoog naar de facteur (wat moet je anders?), gooi de poort van mijn burcht toe en snel me met het kado naar de keuken. Het staat nu te blinken op tafel. Het is een klein doosje dat ruikt naar drop en anijs. Eigenlijk weet ik al wat erin zit. Ik neem een mesje en snij het open. Ik vind een zakje zoute drop, witte en roze anijsmuisjes en een brief. De Hollander!

“Evy,

Ik wacht al twee weken vergeefs op een nieuw verhaal. Bovendien vond ik de twee laatste epistels die je me stuurde toch wel erg lyrisch. Je weet dat ik van rechttoe rechtaan erotiek hou. Och, Evy, je bent toch niet verliefd? Zeg dat je niet verliefd bent! Het zou niet de eerste keer zijn dat ik daardoor moet veranderen van verhalencourtisane!

Ik wil je graag een handje helpen, lieve Evy. Ingesloten vind je een ticket voor de voorstelling ‘21 Pornographies’ voor vanavond in de Singel in Antwerpen. Doe je geilste kleedje aan, smeer lipstick op je lippen, trek je enkellaarsjes aan en ga ervan snoepen! Het belooft een opwindend, pornografisch schouwspel te worden. Je zal er instant geil van worden. Daar ben ik zeker van. Na de voorstelling trek je de stad in. Zoek een toeristenkroeg uit en ga uitdagend aan de toog zitten. Drink, Evy. Drink in hemels naam! Wie weet wat er dan gebeuren zal…

Keep me posted!

xxx”

Gisteren 20:00 Ik zit in een afgeladen volle theaterzaal in de Singel te wachten tot het schouwspel begint. Mijn benen trillen. Links van mij zit een jong meisje met blote benen en lelijke sneakers. Recht van mij zit een jonge gast zenuwachtig op zijn telefoon te ijsberen. Het licht wordt gedimd. Tot we enkel de drie hel verlichte balken zien die laag en horizontaal over de volledige breedte van het podium verdeeld zijn. Tussen elke balk: speelruimte. Voor verbeelding. Hoop ik op dat moment nog.

Er weerklinkt een vrouwenstem. Die vertelt in een erg monotoon timbre een verhaal over een soort van machtsgeile orgie tussen hooggeplaatste mannen, jongetjes, meisjes, soldaten en een hoer in een verlaten villa. De vrouwenstem blijkt even later bij een lichaam te horen. Het lichaam van een blonde, magere danseres zonder borsten. Ze laat haar kont zien. Vervolgens toont ze ook haar ribben, haar tepels, haar geslacht, haar schaamhaar, haar knieën, haar buik, haar keelgat, haar kuiten en haar lange armen. Haar voeten toont ze niet. Die blijven gehuld in zwarte kousen. Mijn verbeelding mag zich daarop stukbijten.

Het lichaam vertelt en vertelt en vertelt en vertelt. Te veel woorden denk ik. Ik moet denken aan Markies de Sade. De jonge gast naast me lacht af en toe. Dat doet men in artistieke kringen wanneer het niet duidelijk is wat je moet vinden van heel het podiumzooitje waarnaar je zit te kijken.

Het lichaam kronkelt zich tussen de woorden, tussen de monotone, staccato taal die de zaal vult. Suggestieve bewegingen. We mogen allemaal een praline proeven. Belevingstheater van de bovenste plank. Maar ik ga niet op mijn tippen staan.

Het licht gaat uit. Het lichaam wil ons laten geloven dat het gepenetreerd wordt door een stroboscope staaf. In en uit de mond. In en uit het geslacht. In en uit de kont. Vermoeiend. Wanneer penetreert deze voorstelling mijn hoofd? Mijn lijf? Mijn verbeelding?

En dan is er rook. Veel rook. We moeten denken aan oorlog. En aan verkrachting. En aan necrofilie. En aan terrorisme. De jongen naast me lacht en lacht en lacht. Mijn blik glijdt naar de blote benen langs me. Heerlijke, blote benen waarmee het meisje naast me danst. Ze slaat ze over elkaar, trekt ze op in haar stoel (en raakt met haar knieën mijn onderarm aan), zet ze parallel naast elkaar, slaat ze terug over elkaar, en… en… en…

Het lichaam op het podium wordt naar een artificieel hoogtepunt gehesen door een legerhelicopter. Eindelijk denk ik. Tour of Duty is gedaan.

Gisteren 01:00 Afgezakt naar het historisch stadscentrum, marginaal feestcafé uitgezocht (‘Vibes’), en een foute cocktail besteld (‘Multiple Orgasm’). Gelonkt (ik kan dat goed), geglimlacht (dat kan ik nog beter) en geknipoogd (van mijn vader geleerd) tot er iemand naast me staat.

Gisteren 05:00 Of hij me kussen mag. Ik knik. Leg mijn benen rond zijn middel en geef hem mijn nek. Mijn kaaklijn. Mijn lippen. Hij trekt mijn lijf tegen zich aan. We kijken. Naar elkaar en dan naar het marktplein dat rondom onze schuit (een houten bank) ontwaakt. Water dat verzandt. De nacht die dag wordt. Aanmeren. Doordrongen zijn van deze stad. De mooiste van ze allemaal, zegt hij. Ik lach. Ben het stiekem met hem eens. Koffie? Ik knik. Koffie.

Vandaag 06:00 Ik rij op de E313 van Antwerpen naar huis. De Limburgers heten mij welkom. Coely passeert op StuBru. Is anybody out there?

Antwerpen

Leve de koningin!

Geplaatst op

De meermin was moe. Heel moe. Van het constante gedraai rond haar eigen as, van haar smeekbedes, van het windlied dat ondertussen zo misvormd weerklonk dat ze niet meer helder denken kon. Van zichzelf. Van de eenzame man op het eiland die ze voorgoed de rug had toegekeerd. Terugkijken kon niet meer. Dan zou ze verstenen. Dat weet het kleinste kind. En weet je wat het lot van een zeekei is? Erosie tot zandkorrel. Die dan tussen iemands tenen kruipt. Of erger: tussen iemands bilspleet. Dat wil je niet. Bovendien was ze het mirageuze karakter van de kapitein, die haar pad (nu ja…) maar bleef kruisen, in al zijn hoedanigheden, meer dan beu. Waarom weigerde dit voortvluchtige heerschap pertinent om zijn daadwerkelijkheid te bestendigen? Dat is een moeilijke zin, maar precies wat ze bedoelde, dus je moet hem nog maar eens herkauwen, beste lezer: Waarom weigerde hij pertinent om zijn daadwerkelijkheid te bestendigen? Zouden ze elkaar ooit écht ontmoeten? Zou hij haar ooit kussen? In haar nek of tussen haar dijen? Ze kon ook niet blijven wachten. Haar zandbank werd mul en van wachten word je oud. Ten slotte wilde ze niet langer opgescheept zitten met die blonde lokken, die heerlijke heupen, die ronde borsten en dat zandloperlijf. Weg ermee, dacht ze. Er waren vast efficiëntere personages voorhanden.

Ze begaf zich naar de kostuumafdeling. Het rook er muf en nachtvlinderig. Maar ook nostalgisch. En naar Eau de Cologne. 4711. Dat deed haar denken aan de stoffen zakdoekjes in blikken dozen van haar grootmoeder. Op de bodem van een rieten mand met kleine, aftandse rekwisieten, vond ze wat ze zocht: haar fonkelnieuwe karakter. Haar kersverse alias. Haar onontgonnen ik.

Voortaan zou ze door het leven gaan als sociaal insect, als compleet inwisselbaar radertje in een communistisch bolwerk. Zich niet bewust van zichzelf. En te allen tijde bereid zich op te offeren voor het volk. Zou ze een werker worden? Of een soldaat? Of misschien wel de koningin? Ja, dat zou het worden. Onze meermin werd koningin. Een idealer scenario zou je zelf niet kunnen bedenken.

De andere insecten metselden haar in, in een gouden honingkooi. Voortaan had ze maar één doel in het leven: werpen. Werkers stonden in een niet-aflatende file om voorgekauwd voedsel in haar mond te stoppen. Anderen stonden aan haar geslacht om onophoudelijk nakomelingen uit haar te trekken. Die werden dan onder strenge bewaking van soldaten naar de kraamafdeling gebracht. Haar koning bereed haar aanvankelijk nog als een enigszins geautomatiseerde, doch gestroomlijnde robot maar omdat haar eierstokken op den duur zo gigantisch geworden waren, smeerden speciale werkers zijn zaad nu in haar oven. De verhouding tussen het koningspaar was wanstaltig geworden. Ze was wel tien keer groter dan hij. Hij verloor het overzicht in haar. Van liefde kon geen sprake meer zijn, van verinwendigde toewijding des te meer. Misschien was dat wel genoeg? Misschien is liefde niet meer dan dat: verinwendigde toewijding. Zo verinwendigd dat je denkt dat het een deel is van wie je bent. Onlosmakelijk verbonden, zegt men dan. Maar wat betekent dat eigenlijk? Misschien was ze wel gewoon gedesillusioneerd? Wellicht. Ze had in elk geval alle tijd van de wereld om daarover te mijmeren want op den duur was ze zo compleet immobiel door haar reusachtige lijf dat dansen geen optie meer was. Dat was uiteraard geen toeval. Het stond in de sterren geschreven dat de koningin bewierookt, beknot en compleet onder de controle van het volk zou zijn. Halleluja! Leve de koningin!

U hebt nu vast, beste lezer, compassie met de meermin die geen meermin meer zijn wil. Ik begrijp dat, maar de eerlijkheid gebiedt mij toch om u te waarschuwen… Onze meermin is eigenlijk gewoon een aandachtshoer (Pardon my French). Ze wil niets liever dan dat u nu een petitie of nee, beter nog, een demonstratie door de straten van pakweg Parijs zou organiseren om te ijveren voor haar behoud. Transformatie is nu eenmaal moeilijk. Maar soms ook noodzakelijk. Tenminste, als je niet voor eeuwig en altijd in hetzelfde water wilt blijven dobberen.

Illustration of Queen, King, worker and soldier termites

Het échte verhaal

Geplaatst op

Het echte verhaal durfde ik niet opschrijven. Daarom zult u moeten transformeren, lieve lezer. In een luisteraar. Sluit uw ogen zodat ik u een echt sprookje vertellen kan en zodat u niet ziet hoezeer ik bloos.

Het échte verhaal

darragh-mallon-04
bleaq.com/2015/darragh-mallon

Wat je niet ziet, bestaat niet

Geplaatst op

Wist je dat zeemeerminnen niet geboren worden maar groeien? Nee, niet zoals een oesterparel. Of een mossel. Zeemeerminnen zijn eigenlijk gedrochten van de onachtzaamheid, de vergetelheid op den duur.

Je zou het kunnen vergelijken met een elektriciteitspaal naast een huis, die haast ongezien begroeid geraakt (van beneden naar boven) met klimop. Aanvankelijk lijken de bronsgroene stronkjes aan de voet van de paal nog op schoenen. Glimmende, elegante schoenen waarmee je dansen gaat. Die je zou willen uitschoppen op een feest omdat je tenen en je hielen erin opgesloten zitten als in een corset. Maar je houdt ze aan, omdat dat toch van je verwacht wordt. En je verbijt het ongemak, de opgeslotenheid. Je doet alsof het schoentje past. Je doet alsof je op wolken loopt.

Na een tijdje beginnen die schoenen te groeien. Het worden enkellaarsjes. Dat vindt iedereen opwindend en sexy. Dus je houdt ze aan. Je tippelt ermee langs de straat. Omdat je gezien wilt worden. Tussen je tenen groeien ondertussen gevoelloze vliezen, maar dat ziet niemand. En wat je niet ziet, bestaat niet. Je denkt dat je jezelf gerust voor eeuwig en altijd etaleren kan. Dus je tippelt en je draait en je showt en je denkt jezelf helemaal bloot te geven maar in werkelijkheid zijn je vrolijke enkellaarsjes al gegroeid tot lederen broeklaarzen waarmee je door het wad ploetert.

Je heft eerst je hiel op, dan de rest van je zwemvliezen. Je zwoegt je door de modder. In de verte lonkt de zee. Je glimlacht maar tegelijk sterf je een beetje. Je beweeglijkheid komt in gedrang. Je voelt hoe je knieën knikken en zich vastgrijpen aan elkaar. Je glimlacht breder. Je strompelt en je valt op het strand (hoe ver is die zee nog?) en je voelt hoe je dijen, je billen, je geslacht en je venusheuvel begroeid geraken met een zilveren kostuum dat steeds harder glimt in de zon. Je voeten zijn verdwenen. Je hebt nu een onderlijf met een vissenstaart. Het janken staat je nader dan het lachen, maar je wringt je lippen in een grimas en je roept “Zie mij! Zie mij dan toch!”.

Je ligt nu op een zandbank omgeven door zout water. Dat heb je zelf bijeen gejankt.

In de verte dobbert een eenzame man op een eiland. Hij denkt dat zeemeerminnen niet bestaan. Hij denkt dat het mentale constructies zijn. Betonnen elektriciteitspalen die overwoekerd zijn door klimop. Op den duur verbrokkelt zo’n paal en blijft er enkel een klimoppen schacht over. Gelijk een mal bij de verlorenwastechniek (cire perdue). Bij mentale meerminnen is die mal van schubben. Schitterende schubben die je telkens opnieuw kunt vullen met hetzelfde harde, gekunstelde lijf nadat het originele, zachte, wassen lichaam weggevloeid is. Je had er in kunnen duiken als in een rivier. Je had boven water kunnen komen en je had je zware hoofd op het zachte lijf kunnen leggen, maar dat deed je niet. Je wachtte liever tot alle was vergeten was. Verdwenen. Je wachtte liever tot je de mal zelf vullen kon. Met steeds hetzelfde harde, gekunstelde lijf. Zodat je geloven kon dat er niks meer was. Zodat je op een dag het allerlaatste bronzen lijfje tegen de pier smijten kon waar het zonk tot op de bodem van de zee. Zodat je zeggen kon dat het maar een oefening was. En dat het bovendien niet paste in het interieur van je minimalistische eiland.

De meermin kan nu enkel nog zichzelf verzinnen. Warm, zacht en kneedbaar. In nieuwe handen.

bronzen meermin“Mermaid” – a sculpture by Nina Winters

Sint-Jan

Geplaatst op

Ik sta op het Sint-Jansplein. Nee, niet dat in Antwerpen, dat in Brussel. Ik kan niet verdwaalder zijn. Het regent en ik wil janken. Deze ochtend had ik een afspraak met Jan P. Een kleine uitgever voor poëzie en lyrisch proza. Ik vond dat ik hem wel een beetje kende (We hebben gemeenschappelijke, digitale vrienden. Geen idee of ze echt bestaan.) dus ik was zo vrijpostig geweest om voor te stellen dat ik mezelf (mijn werk) geheel vrijblijvend zou komen presenteren.

sint-jansplein brussel

Jan ontvangt me maar biedt me geen koffie aan. Hij luistert naar mijn betoog, zucht een paar keer en kijkt me uiteindelijk strak aan.

“Schrijf je al lang?” Dat kan geen goede vraag zijn. Natuurlijk schrijf ik al lang. Al heel mijn leven, Jan, is dat lang genoeg? Mijn gezicht trekt zich in allerlei bochten, er verschijnt geen antwoord op mijn tong.

“Kijk Evy, ik ga eerlijk met je zijn. Ik heb gisteren je blog even doorbladert enne… ik voel het niet. De poëzie die wij uitgeven is toch van een ander niveau. En… hoe zal ik het zeggen… meer modernistisch of zo. Minder hermetisch gesloten. Laat meer ruimte voor verbeelding. Mijn verbeelding. De verbeelding van de lezer. Snap je? Misschien kan je beter kindergedichten gaan schrijven. Ja. Dat zou ik doen als ik jou was. Kinderpoëzie. Daar is nog een markt voor. Alleen, wij geven dat niet uit.”

“Ik wil een bundel schrijven over mijn verdriet, Jan” zeg ik zacht maar dapper.

Jan is niet onder de indruk. Wellicht ben ik niet de enige die dat wil. Misschien houdt Jan niet van drama. Wellicht niet.

“Als dat zo is, Evy” zegt hij echter kordaat “waarom schrijf je dan over zeemeerminnen? Als dat zo is, waarom neem je jezelf dan niet au sérieux?”

Het is geen retorische vraag en ik heb geen antwoord. Weeral niet. Ik knik, ik sta recht, schud hem de hand, mompel iets onverstaanbaars (brok in mijn keel) en ik vertrek. Ik stel me voor dat hij me nakijkt en dat hij zucht. De zoveelste afwijzing van de week. Het kunnen niet allemaal Charlottes Van den Broeck zijn.

En nu sta ik dus hier. Op het Sint-Jansplein in Brussel. Een niemendal. Ik weet niet meer hoe ik hier verzeild ben geraakt. Ik heb de hele voormiddag rondgedoold in deze verschrikkelijke stad. Nagedacht over Jans woorden. Misschien heeft hij wel gelijk. Waarom weiger ik mezelf au sérieux te nemen? Waarom schrijf ik in sprookjes? En over zeemeerminnen? En over Hollanders die mij anijssnoepjes en zoute drop sturen? Echte, serieuze schrijvers, die zouden schrijven dat hun relatie al jaren een schijnvertoning was en nu (eindelijk) aan diggelen ligt en dat dat hun zo verwart en zeer doet dat ze soms amper ademen kunnen. Die zouden schrijven dat ze in al hun verdriet zichzelf in allerlei wanhopige onenightstands zouden storten in de valse overtuiging (gelooft u hen nog?) dat een gebroken hart niet nog meer gebroken kan worden (het kan wel geplet en vergruizeld worden) en dat ze (godverdomme!) recht hebben op een streep avontuur en dat ze bovendien barsten van fysieke begeerte. Dat zouden echte schrijvers schrijven. Maar ik niet. Ik kan niet anders dan mezelf te relativeren. Hoe onbenullig is die ravage achter mijn borstbeen immers niet? Gigantisch. Hoe onbeduidend is het strandjutten tussen mijn persoonlijke brokstukken? Onvoorstelbaar.

Iemand belt me. Het is een vriend. Of ik meega naar een gaybar vanavond? Ik lach. Soms zijn de enige mannen die ik rondom mij verdraag homo’s. Een hele bar vol, lijkt me enig. Onvoorstelbaar enig. Ik kan dan morgen over matrozen schrijven. Dat deed ik nog niet en die passen helemaal in het thema van mijn kinderboek ‘Wulpse sirene zoekt geile kapitein’.

mermaid and captain

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Sabine van Deudekom

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land of Eden

The golden age of Midgard is coming

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

%d bloggers liken dit: