RSS feed

Tagarchief: zee

Mare nostrum (3)

Geplaatst op

Ik duik in je
zee van reikhalzend verlangen
wieg me lief, geen beweging
is helemaal zichzelf alleen
in een dans, verschanst
verschijn je als avondrood
op mijn wangen

sunset sea

Advertenties

Mare nostrum (2)

Geplaatst op

Je kust vonken
mijn nek
plukt schelpen

je lippen
het bed
mijn dijen

mijn rok
klokt kolkt
een golvensprei

we zeilen
verdwijnen
in die zilte zee

zeilbootje

Mare Nostrum (1)

Geplaatst op

Wij zijn waar de liefde
stolt, rolt, brandt
aan mijn voeten

waar ik je opraap
en jij mij neemt
bij de hand

in mijn zandkasteel

waar wij duiken
in die zilte zee

zilte zee

De Hollander – Blinddoek van overgave

Geplaatst op

De rode zee was al een hele poos weggeëbd en mijn gedachten borrelden ondertussen als stormachtige, duistere golven doorheen de kamer. Ik leek wel een werk van Thierry De Cordier. Slechts bijeengehouden door een denkbeeldig kader. Het is vreemd hoe hoop je zinnen aanvankelijk spitst, uiteindelijk muteert tot een zware laag teer rondom je denken om dan bij de minste verandering in de situatie terug op te flakkeren als een hevig, alles verterend vuur.

Thierry De CordierThierry De Cordier – Mer Grosse – 2011

Ondanks de blinddoek sper ik mijn ogen. Ik recht mijn rug en voel hoe het touw in mijn vel snijdt, hoe het een aangenamer verpozen zoekt tussen mijn ribben. Mijn billen plakken aaneen van zweet, geil en kwijl dat ik in een moment van wanhoop uit mijn mond had laten glijden (ik experimenteer graag met de idee van totale overgave aan lichamelijke instincten en ongecontroleerde impulsen om zo door te dringen tot de vergeten, de verguisde herinneringen van mijn psyche). Mijn mond. Kurkdroog. Mijn lippen. Gekloofd van zoute zeelucht. Mijn armen. Melkachtige, dunne elastieken, bungelend langs mijn romp. Mijn knieën. Knikkend. Mijn hart. In een staat van alarm. De tijd. Traag. Sluipend. Slepend. Net niet in de omgekeerde richting.

Nog voor ik hoor hoe je een metalen staaf in een metalen gleuf schuift en draait, ruik ik de leegte rondom je organen. Het tierende verdriet in je bloed. De onrust op je tong.

Een briesje. Zacht over mijn satijnen borsten. Zacht in mijn navel. Druppelend in mijn schoot. Voetstappen. Doem doem doem. Maar dan. Mijn oren spitsen zich. Mijn neusvleugels panikeren. Vergeet-me-nietjes. Lenteluchtblauw. Met hier en daar een plukje wolk. Tak tak tak. Ik denk aan het laatste gedicht dat ik je stuurde. Een wanhoopspoging om de literaire sleur waarin we dreigden verzeild te geraken te slopen. Terwijl mijn poëtische parels je aanvankelijk mentale vallei-orgasmes bezorgden die maar bleven nazinderen, lijk je nu steeds minder lang ontroerd, steeds minder diep onder de indruk van mijn verhalen. Je leest me diagonaal, piekt snel en veegt me weg. In de lege, goedkope marges van je bestaan. Waar je me op vaste tijdstippen een paar druppels sperma voert. En wat brokken plastieken liefde… Oh, ik wilde je zo graag opnieuw verwonderen. Begoochelen. En bedienen, dat ook. Hoe vaak werd ik ‘s nachts wakker van natte dromen waarin ik je boterhammen smeerde of je rug inzeepte. Of je nagels knipte. Of je hele huis kuiste tot het blonk als een parel. Of je vlinderzacht kuste over heel je lijf. Of je troostte. Maar op de één of andere manier was je me gewoon gaan vinden. Een gewone, schone schrijfster. Het zou vast niet lang meer duren voor je me inruilen zou voor een ander. De gedachte daaraan maakte me zo triest dat ik je in een laatste, wanhopige gedicht meevoerde naar een persoonlijke fantasie (ik had nochtans contractueel laten vastleggen dat ik op geen enkel moment een reële band met de opdrachtgevers zou toelaten, laat staan initiëren) waarin ik ons liet kennismaken met een derde personage. Eentje met zoete lippen en een aroma van vergeet-me-nietjes. Een literair triootje. Dat zou er vast voor zorgen dat je weer heel even van me smullen zou. Dat je me een vleugje echte liefde toewerpen zou. Dat je me zou onderdompelen in een bad van genot.

Een oorverdovende stilte graait me bruusk uit mijn mijmering. Botsende ademritmes, speeksel dat telkens weer groeit en weggespoeld wordt doorheen een wirwar van ondergrondse buizen, echo’s van duellerende gedachten, druipend zweet, blikken over mijn lijf, hevig verlangen en angst bedwelmen mijn zinnen. Ik voel overal handen en lippen. Ik weet niet meer wat echt is en wat niet. Ben ik een personage voor je? Ben jij dat voor mij? En wie speelt er nog mee? Lichaamsdelen blozen en zwellen en verdwijnen in me. Ik geef me over. Ik schakel mijn denken uit en ik onderga instinctief. De ruimte rondom ons deint mee. Atomen klitten samen en laten weer los. Op en neer. In en uit. Alles deint. Tot de kamer uit zijn voegen barst. Als een kartonnen huisje. Waarvan de muren, hevig kreunend, neervallen op het strand. Zeewater klotst binnen (in ons keelgat) en sleurt ons mee in een overrompelende golf van hevige, zoute dromen waar we al zo lang verstopt zitten.

CCF06042019_00000Collage ‘Overgave’ – 2019

Smeltwater

Geplaatst op

Ik smijt mezelf in de liefde
die smelt en vergaat
die poëzie destilleert

Mijn verzen puzzelen mij bijeen
en wachten op catastrofes

om opnieuw te ontspringen

Een beek, een zee
die dingen zijn zo
inwisselbaar

zee

 

Impersant*

Geplaatst op

Mag ik je woorden ondertussen
plukken | plakken
op mijn lijf | waar de stilte
bijten sloeg

op het rijm (van mijn vel)

Mag ik je zinnen prikken
liefde lassen | in je adempoos
zodat je evenwel (je kan het niet laten)
mij een blos | toedicht

op mijn zandbank
in de kamer met bloemetjesbehang

waar jij in een mirage
van vergeten dromen | op volle zee
voorbij komen zal

of niet?

girl on couch
“Girl on couch” – Collage van een eigen tekening en een cartoon die ik van het
web geplukt heb 

*Impersant is een schoon Vlaams woord dat (ongeveer) ‘ondertussen’ of ‘terloops’ betekent. Het is een vervlaamsing van het Franse ‘en passant’.

Zeevonken

Geplaatst op

Het vakantiehuis lag prachtig verscholen in de duinen. Op wel twee kilometer van het dorp. Wat hier gebeurde, werd opgepikt door de wind en over de Waddenzee gevoerd om uiteindelijk op te lossen in flarden van piratenverhalen. Zo was er het verhaal van een Vlaamse schrijfster die erotische verhalen tegen betaling schreef voor de Hollandse eigenaar van het huis. Na een aanhoudende writersblock had hij haar hier uitgenodigd om wat inspiratie te komen opsnuiven. Ze had in haar eentje de overzetboot genomen vanuit Lauwersoog, vervolgens had ze de bus gepakt tot aan de laatste halte van de Badweg en uiteindelijk had ze nog twintig minuten door de druipende regen moeten stappen om bij het vakantiehuis aan te komen. Het huis was verlaten. De Hollander had een briefje op de deur gehangen met de boodschap dat hij dringend weggeroepen was maar dat hij de volgende dag zeker terug zou zijn en dat de sleutel onder de mat lag. De schrijfster liet zichzelf binnen, trok haar natte kleren uit en nestelde zich in de hangmat in de woonkamer. Omdat ze al een lange, vermoeiende reis achter de rug had, viel ze bijna onmiddellijk in slaap.

Ze sliep de hele nacht door. In de hangmat. Foetushouding. De volgende ochtend werd ze wakker door het krijsen van zeemeeuwen. In een hoek van de kamer zat een naakte man in een schommelstoel naar haar te kijken. Een lege fles wijn en een overvolle asbak aan zijn voeten. Op de plancher. Maar hij noemde dat een houten vloer. Op zijn schoot lag haar verhalenbundel Boze wolven.

“Ik heb je de hele nacht gelezen”, zei hij met een lage, geruststellende stem.
“Ik weet wat jij nodig hebt. Ik weet wat er met jou aan de hand is. Meisje.”
De schrijfster voelde zich al lang geen meisje meer, maar ze protesteerde niet. Ze brandde bovendien van nieuwsgierigheid om te horen wat hij over haar te zeggen had. Ze vond het al bij al ook wel een beetje lachwekkend. Mannen die denken dat ze je kennen omdat ze je lezen. Hoe intelligent kunnen die zijn? Ze had haar handen onder haar hoofd gelegd. Het binnenvallende licht van de ochtendzon viel op haar borsten. Ze glommen als twee zoete amandelbroodjes. Tenminste dat vond de man in de hoek van de kamer. En hij kon het weten.

“Vertel eens” zei ze glimlachend. “Wat is er aan de hand met mij?” Ze wentelde haar bijeengebrachte knieën en dijen van links naar rechts. Alsof haar benen een schubbenstaart waren.

De man in de hoek van de kamer dacht aan een meermin. Die zag je hier soms. In de vroege ochtend kwamen ze eieren leggen in de duinen. Daar zouden dan later kleine sirenes uit geboren worden. (Mensen denken dat het duinslangen zijn. Omdat ze niet goed kijken.)

De man stak een sigaret op. Inhaleerde de rook tot op de bodem van zijn longen.

“Jij weet niet wat liefde is, meisje. Je denkt dat je het weet, maar elke kronkel van je lijf vertelt me dat je haar zoekt. Dat je nog steeds langs de vloedlijn van het leven loopt, tevergeefs speurend naar zeevonken. Levensvonken. Weet je wat ik ook voel? Als ik naar je kijk? Als ik je lees? Als ik je haren achter je oor strijk en je daar kus om je geur op te snuiven? Leegte. Ik voel een leeg lijf, een leeg hart, een leeg leven.”

De man sprak vol smaak en gearticuleerd. De meermin in de hangmat plukte zijn woorden uit de lucht en plakte ze één voor één op haar bovenlijf. Op haar amandelbroodjes plakte ze ‘leven’ en ‘vonken’, de tussenliggende ‘s’ liet ze sidderen op haar tong. Gelijk een knispersnoepje. Ze lachte. Wentelde haar staart opnieuw van links naar rechts en draaide zich dan op haar zij om hem beter te kunnen zien. Haar hart klopte in haar lippen. Ze ademde een scheut ochtendzeebries in. Zuchtte hem terug uit.

“Wat een onzin” zei ze kordaat (om haar teleurstelling te verbergen). “Je kon niet meer mis zijn. Meneertje. Klein duinenkapiteintje. Mislukte matroos. Zwemmen doe je in zee. Niet in de kwelder. Niet op het strand. Denk je echt dat je mij kent? Omdat je me gelezen hebt? Omdat je mij een hele nacht doorbladert hebt? Kom, verdomme eens van me proeven. Hier in het water. De hangmat was nu een zachte schelp. Eentje die nog uitharden moet. De vloerplanken eronder waren verdwenen of veranderd. In zeegolven.

De meermin ging verder met haar explosieve betoog. Smeet haar woorden als modder naar de man in de hoek van de kamer.

“Er is geen leegte in mij. Splatch. Integendeel. Ik zit met een teveel. Een verschrikkelijk overschot aan bloed en liefde en leven. Splatch. Ik word haast claustrofobisch in mijn lijf. Ik ben een vissenmond die hapt en snakt naar een streep lucht. Splatch. Ik wil overstromen. Liefje. Mag ik je zo noemen? Mag ik je liefje noemen? Dat vind ik zo’n schoon woord. Splatch. Mag ik het op je lijf plakken? Mag ik je kussen? Mag ik mijn kloppende lippen tegen die van jou kleven? Mag ik je woorden in mijn lijf zuigen? Je zinnen? Je bloed? Je verschrikkelijke onwetendheid? Tot de laatste streep lucht in mij verdwenen is? Tot je mij heerlijk en vol overgave (dat bedoelde je, toch?!) overstromen laat? Tot mijn honing jouw lijf bedekt? Zodat je zoet en kleverig dromen kan. Mag ik dat? Liefje? Splatch.”

De man in de hoek van de kamer was extatisch. Hij liet zijn lange tong uit en in zijn mond rollen om de modderspatten van de meermin op te vangen. Als kleine brokjes prooi liet hij elke spat – zonder te kauwen – in zijn keelholte verdwijnen. Zijn bolle ogen verzonken daarbij telkens een beetje dieper in zijn gezicht. Zijn tanden raakten de spatten amper. Plagerig zonder te bijten. Aan zijn mondhoeken verschenen plots twee blazen. Daarmee produceerde hij een bijzonder geil en onweerstaanbaar (tenminste voor de meermin) geluid. De sirene gleed uit haar schelp en zwom naar hem toe. Hij sprong uit zijn stoel (hij had zich al té lang moeten beheersen) en in haar armen. Hun ledematen werden zacht. Als twee weekdieren wentelden zij zich om elkaar heen. Likten elkaar. Tot er een liefdespijl van honing en zoute tranen uit hun lijven schoot, waarlangs ze zich naar beneden lieten tollen. Ze dansten. Draaiden. Likten elkaar warm en zacht. Persten uiteindelijk simultaan een romige, kleverige wolk uit hun geslacht, die ze in elkaar lieten vloeien tot een sidderend wolkendek dat maar op en neer bleef deinen tot de zon bijna onderging, tot de mensen op het strand met hun vliegers verdwenen waren, zich genesteld hadden op een terras in het dorp. Waar ze omhoog keken naar die toch wel heel bijzondere avondlucht waar een sliert van honing doorheen leek te glijden.

zonsondergang

//Vensters

kunstmagazine

THE DREAM LIFE OF BALSO SNELL

Gedachtegewemel over boeken en auteurs

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Roos van rijswijk

Schrijft, presenteert, interviewt, coacht en organiseert

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Schrijfsels en fotografie van Sabine

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

“Everything you can imagine is real.” - Pablo Picasso

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Een kleurrijk wandelprotest tegen de rotgang der dingen

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems' blog

(zocht je mijn website? even doorsurfen naar www.akimwillems.be)

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

%d bloggers liken dit: