RSS feed

Tagarchief: sprookjes

Sint-Jan

Geplaatst op

Ik sta op het Sint-Jansplein. Nee, niet dat in Antwerpen, dat in Brussel. Ik kan niet verdwaalder zijn. Het regent en ik wil janken. Deze ochtend had ik een afspraak met Jan P. Een kleine uitgever voor poëzie en lyrisch proza. Ik vond dat ik hem wel een beetje kende (We hebben gemeenschappelijke, digitale vrienden. Geen idee of ze echt bestaan.) dus ik was zo vrijpostig geweest om voor te stellen dat ik mezelf (mijn werk) geheel vrijblijvend zou komen presenteren.

sint-jansplein brussel

Jan ontvangt me maar biedt me geen koffie aan. Hij luistert naar mijn betoog, zucht een paar keer en kijkt me uiteindelijk strak aan.

“Schrijf je al lang?” Dat kan geen goede vraag zijn. Natuurlijk schrijf ik al lang. Al heel mijn leven, Jan, is dat lang genoeg? Mijn gezicht trekt zich in allerlei bochten, er verschijnt geen antwoord op mijn tong.

“Kijk Evy, ik ga eerlijk met je zijn. Ik heb gisteren je blog even doorbladert enne… ik voel het niet. De poëzie die wij uitgeven is toch van een ander niveau. En… hoe zal ik het zeggen… meer modernistisch of zo. Minder hermetisch gesloten. Laat meer ruimte voor verbeelding. Mijn verbeelding. De verbeelding van de lezer. Snap je? Misschien kan je beter kindergedichten gaan schrijven. Ja. Dat zou ik doen als ik jou was. Kinderpoëzie. Daar is nog een markt voor. Alleen, wij geven dat niet uit.”

“Ik wil een bundel schrijven over mijn verdriet, Jan” zeg ik zacht maar dapper.

Jan is niet onder de indruk. Wellicht ben ik niet de enige die dat wil. Misschien houdt Jan niet van drama. Wellicht niet.

“Als dat zo is, Evy” zegt hij echter kordaat “waarom schrijf je dan over zeemeerminnen? Als dat zo is, waarom neem je jezelf dan niet au sérieux?”

Het is geen retorische vraag en ik heb geen antwoord. Weeral niet. Ik knik, ik sta recht, schud hem de hand, mompel iets onverstaanbaars (brok in mijn keel) en ik vertrek. Ik stel me voor dat hij me nakijkt en dat hij zucht. De zoveelste afwijzing van de week. Het kunnen niet allemaal Charlottes Van den Broeck zijn.

En nu sta ik dus hier. Op het Sint-Jansplein in Brussel. Een niemendal. Ik weet niet meer hoe ik hier verzeild ben geraakt. Ik heb de hele voormiddag rondgedoold in deze verschrikkelijke stad. Nagedacht over Jans woorden. Misschien heeft hij wel gelijk. Waarom weiger ik mezelf au sérieux te nemen? Waarom schrijf ik in sprookjes? En over zeemeerminnen? En over Hollanders die mij anijssnoepjes en zoute drop sturen? Echte, serieuze schrijvers, die zouden schrijven dat hun relatie al jaren een schijnvertoning was en nu (eindelijk) aan diggelen ligt en dat dat hun zo verwart en zeer doet dat ze soms amper ademen kunnen. Die zouden schrijven dat ze in al hun verdriet zichzelf in allerlei wanhopige onenightstands zouden storten in de valse overtuiging (gelooft u hen nog?) dat een gebroken hart niet nog meer gebroken kan worden (het kan wel geplet en vergruizeld worden) en dat ze (godverdomme!) recht hebben op een streep avontuur en dat ze bovendien barsten van fysieke begeerte. Dat zouden echte schrijvers schrijven. Maar ik niet. Ik kan niet anders dan mezelf te relativeren. Hoe onbenullig is die ravage achter mijn borstbeen immers niet? Gigantisch. Hoe onbeduidend is het strandjutten tussen mijn persoonlijke brokstukken? Onvoorstelbaar.

Iemand belt me. Het is een vriend. Of ik meega naar een gaybar vanavond? Ik lach. Soms zijn de enige mannen die ik rondom mij verdraag homo’s. Een hele bar vol, lijkt me enig. Onvoorstelbaar enig. Ik kan dan morgen over matrozen schrijven. Dat deed ik nog niet en die passen helemaal in het thema van mijn kinderboek ‘Wulpse sirene zoekt geile kapitein’.

mermaid and captain

Advertenties

Ieder zijn eigen sprookje

Geplaatst op

We slurpen. Ik smakkend. Het Letterkind met lange tanden. Ik zeg dat er groot onheil dreigen zal als ze haar kom niet leeg eet. Ze fronst haar voorhoofd, kijkt me argwanend aan. Sist OMG, wanneer ga jij eens eindelijk de sprookjes terzijde leggen? Niet, zeg ik. En dat iedereen bovendien recht heeft op zijn eigen sprookje. Gij op dat van u en ik op dat van mij. Ik, schampt ze, geloof niet in sprookjes. Ik haal mijn schouders op. Toch wel. Gij gelooft in god. Sorry, God. Opnieuw vliegen er enkele OMG’s mijn richting uit. Ik duik naar beneden om ze te ontwijken en voel hoe ze mij vanop de schouw, als een rij zwaluwen in het oog houden. En zich tegelijk verwonderen over hun eigen spiegelbeeld in het troebele water waarvan ik slurp. Hoe ze vertrekkensklaar afwachten. Om aan te vallen. In de rug. Ze oppert beledigd dat haar God bestaat en dat mijn sprookjes verzinseltjes zijn. Ik smak. Lekker. Zeker voor een niet-bestaand toverdrankje. Dat doet de deur dicht! Mam! Stop ermee! Ik lach. Smak. Hmmm. Lekker heksensoep. Zeg eens liefje, hoe smaakt jouw godendrank? Aaahhaahaaaagrhhhaaa! Ma-ma! Stop! Ze slaat met haar vuisten op tafel. Heksensoep spat in mijn gezicht. Ik grinnik. Ik zei u toch dat er onheil dreigen zou als ge uw kom niet leeg at? Kijk, nu hangen we allebei vol smeurie. Wat een onheil! Je bent knettergek, mompelt ze. Zet de kom aan haar lippen en drinkt het toverdrankje op. Kwaak. Kwaak. Kijk mam, ik ben in een kikker veranderd. Ben je nu happy? Ik knik. Alles beter dan een gevallen engel, schat.

Hans & Frietje

Geplaatst op

Er staat een meisje op het podium. Een echt meisje op ingebeelde planken. Een meisje met sluik, zwart haar en twee ontbrekende melktandjes. Op de tribune zit het publiek. Een echt publiek op ingebeelde zitjes. Een divers publiek. Met hier en daar een ontbrekende tand. Met krulletjes en steile lokken. Met rollende en krassende tongen. Met zes tot negen jaar bagage. In een rugzakje. Het één al wat voller dan het ander. Met een drinkbus vol sprankelend water, met woorden, liedjes, met sprookjes. Dacht ik.

Drie, twee, één, actie! “Hans & Frietje lopen in het bos.” Een golf van gelach danst over de tribune. Het meisje kijkt verlegen mijn richting uit. Ik lach ook. Oprecht en ook wel een beetje van ongeloof. “Wie loopt er in het bos?”, vraag ik. “Hans & Frietje”, zegt het kind. We lachen opnieuw. Ik laat me van de tribune glijden en stap mee op het podium. Zeg dat het Hans & Grietje is. Vraag of ze daar al ooit van gehoord heeft. Het kind schuddebolt. Lacht haar ontbrekende tandjes bloot.

Ik aai over haar bol. Niet erg. Hans lust vast graag Frietjes. Met mayonaise! roept iemand in de zaal. We lachen.

San en Hoetje

Later schuddebollen nog drie kindjes. Ook zij kennen Hans & Grietje niet. En Sneeuwwitje evenmin. Kleinduimpje? Nooit van gehoord. Die heeft wel een grappige naam. Dat wel.

’s Avonds schrap ik mijn voorbereidingen. De theaterlessen zullen niet over sprookjes gaan. Of misschien juist wel. Maar dan moeten we ze eerst aan elkaar vertellen. In eenvoudige woorden. Daarin zit vaak de meeste magie. Eenvoudige woorden met een vleugje toverpoeder. Die stoppen we dan in ons rugzakje. Daarmee gaan we dan samen op stap. Daarmee dromen we van een nieuwe wereld. Een sprookjeswereld. Een wereld waarin alles mogelijk is. Een wereld die me blijft verrassen.

Bevrijdingsdag

Geplaatst op

We hadden al die tijd in het hol gezeten. En niemand kwam er volledig ongeschonden uit. Toch waanden we ons beschut, gemanteld in een burka van oude sprookjes. Die hadden we uit de brand gesleept. We zagen niet dat ons blikveld vertroebeld was. Ook nu we het daglicht konden aanschouwen. Dat de groeirichting van ons denken gemanipuleerd was. Gelijk een bonzaïboompje. Gelijk een kat in een fles. Gekortwiekt. grot

Tromgeroffel. Een nieuw verhaal.

Geplaatst op

Een colonne stapelwolken hijgt ons in de nek. Dreigt. We rijden naar het laagste punt van het dorp. Daar, waar het water in alle hevigheid blijft stilstaan. Aanmoddert. In bruine plassen die ruiken naar dennenhout. We stappen uit. Het Letterkind en ik. Steken onze blote voeten in caoutchouc botten. Geen mens waagt zich in het bos met dit weer. Je kan dus ongegeneerd je gedachten de vrije loop laten. Zonder dat iemand ze stiekem – in het voorbijgaan – opslurpt. Zich er een mening over vormt. Bij zichzelf denkt hoe vreemd de mensen wel zijn. We stappen flink door. De navelstreng van de dag sleept ons achter zich aan. Voedt zich met de woordenstromen die uit onze monden glijden. Zo overvol zijn we. Van indrukken, die onze op hol geslagen hoofden aan elkaar breien. We vullen leemtes op. Leggen verbanden. Blazen leven in nieuwe verhalen. Spugen ze uit. Omdat je hoofd wel eens zou kunnen barsten. We kokhalzen van het nieuwe leven in ons. Tot we helemaal leeg zijn. En zwijgen. De stilte knipt de streng in twee. Ik denk aan varkenspens. Bloedworst. Balkenbrij. Leverpastij met zwart brood. Speklappen. Perensiroop. We slenteren. Slepen slijk in onze botten. We stappen eruit. Onthaasten. Een trom en een streng kijken ons verweesd na.

De bosbodem is zwart en zompig. Volgezogen van roestige naalden, verkleumde dennenappels en braamtentakels. We leggen onze voetzolen neer. Onze tere zooltjes. Zachte kussentjes onder ons lijf. We slikken bosgeuren in, boren gaatjes onder onze voeten en zweven over de vloer. Doorheen modderplassen. Kriebelig gras. Dat ze doet alsof het geen zeer doet. Zegt het Letterkind. Alles wat je gelooft is waar. Voor je het weet gloeien er twee kooltjes onder je lijf. En verandert alles om je heen in een smeulend vuur. Het knettert in de lucht. Het Letterkind zegt dat de wolken vol kracht zitten. En tromgeroffel. Omhooggeklommen langs de streng, denk ik. Ze schudt haar hoofd. Mijn handpalmen bloeden van het brandend touw waaraan ik mij omhoog hijs. Dat het stuk voor stuk zwermen vogels zijn, gelooft ze. Die de top van de berg meezeulen. Zoals de krabben die het eiland overspoelen. De binnenkant van mijn knieën is opengeschaafd. Mijn lijf krijst. Een donderslag. Ik kijk omhoog. De wolken grijs en zwaar van oude lava. Een gat in mijn geheugen. We stappen terug in onze botten. Zoeken ruggesteun. Tromgeroffel. We gehoorzamen. Op den duur doe je dat. Daar gaat men sowieso vanuit. Conditionering. Pavlov. We happen naar de snoepjes aan het touw. Laten het bos achter ons.

Op de parking baadt de kapel in een lichtzuil. Het Letterkind wil bidden. Voor de gesneuvelden van het Maasland. 1914-1918. Nooit meer oorlog. Twee mensen schuilen. Geloven. In de kracht van verhalen. In de kracht van het onwaarschijnlijke. Leugens. Die we omarmen tot ze waar geworden zijn. Lantaarnpalen langs de melkweg. Opdat je zien zou in het donker.

Boze wolven

Geplaatst op

Het is een beetje stil hier, hoorde ik u al meermaals denken. Zou de liefde over zijn? Tussen ons? Ga even zitten. Ik moet u iets vertellen. Mijn inkt is niet opgedroogd. Noch beschimmeld of verrot. Mijn verhalen zijn niet op. Ze borrelen nog lustig in mijn buik. Geduldig. Als rupsjes. Meeëters. Alleseters. Flapperend met ingebeelde vleugels. Dat deed ik vroeger ook. Tot ik een vlinder werd. En stierf. Diezelfde dag nog.

Ik heb mijn netje genomen en uitgevlogen vlinders gevangen. En nu plak ik ze in een boek. Een verhalenbundel. Boze wolven. Dat is de titel. Omdat iedereen ooit bang was. In het donker. In het bos. In het peperkoeken huisje. Op de hoek van de straat. Omdat iedereen ooit geloofde. In wat dan ook. Nachtvlinders die uit je mond komen ratelen. Ratten die krioelen over je lijf. Pieren op de bodem van je buik. Boze wolven achter de struik.

Ik teken mij te pletter. Want elk hoofdstuk krijgt een prentje. Ik schrap mij te pletter. Want elke letter moet juist zijn. Ik schaam mij de wangen rood. Als mijn proeflezers me wijzen op veel te veel spaties. Of te weinig. Bizarre hoofdletters. Verhaspelde spreekwoorden. Vreemde neologismen. Rupsen.

Weldra mag u ook proeven. Voorlopig moet u geduldig zijn. Ik zal u af en toe iets gooien. Een kruimeltje waar u met zijn allen op mag vliegen. Gelieve elkaar niet dood te pikken. Dat is hier niet toegestaan.


Hoofdstuk V Nachtvlinders webTekening bij het laatste hoofdstuk “Nachtvlinders”

De Sprekende Ezels

Geplaatst op

Dertien waren we. Op de betonnen speelplaats van de middenschool. Wat we wilden worden? Dokter zei eentje en ik bedacht – toen al, ik zweer het u – dat je daar gelukkig niet al te intelligent voor moest zijn. Tolk. Engels – Zweeds. Wie bedenkt dat? Kapper. Dat is pas een beroep. Maar dan zat je op de verkeerde school. Daar had je geen geschiedenislessen voor nodig. Of toch? Volgens mij wel, maar ik was – toen al, ik zweer het u – een rare vogel. Met een bont gekleurd verenpak. En een grote snavel. Er wordt gelachen. Grote snavel? Je zegt amper iets. Je wangen gloeien als kolen als je blik een andere kruist. Je woorden sputteren in je keel. Een dorre woestijn. Water, iemand, breng het kind een beetje water!

En toch was het waar. Ik zou en ik moest een bontgekleurde boa worden. Met een grote snavel. En een buik vol verhalen. Mooie verhalen. Lelijke verhalen. Griezelsprookjes met Ensoriaanse maskers en gouden lepeltjes en gulzige beren en valsaards en geheime kamertjes, diep in je hart. Daarom zou ik trouwen met een timmerman. Er wordt gegrinnikt. De maagd Maria. Ja, lach maar. Ik wist – toen al, ik zweer het u – wel beter. Ik zou trouwen met een timmerman en die zou voor mij planken maken van bomen. Geen Ikeakwaliteit. Oh, nee. Eikenhouten planken. Inheemse eikenhouten planken. FSC voor mijn part. En van die planken zou mijn Jozef een piëdestalletje timmeren. En daar, vrienden zal ik op gaan staan. En dan, vrienden, zal ik mijn grote snavel open doen. En dan, vrienden, zal een eindeloze stroom van verhalen uit mijn buik fladderen. En jullie, vrienden, zullen ze opslurpen. Met een rietje. Of gewoon rechtstreeks via het bloed. En daar, vrienden, zal ik branden, prikkelen tot diep in jullie breintjes. Als je pilletjes voorschrijft voor een onbestaande ziekte. Die je net bedacht op het diagnosecentrum. Ergens in de provincie. Als je je knäckebröd oppözelt, door je ströttehöfd ramt with some fine Englisch tea & cream & fish & chips & finally inziet dat er meer oprechtheid schuilt in mijn bonte sprookjes dan in de grove leugen die je leven is.

Knip maar een korte pony, zeg ik. Slurp van mijn koffie. Zwart. Vandaag spreek ik Ezels. Elsje lacht. Ezels? Geen bonte boa meer? Geen bonte boa meer. Toch niet vandaag. Vandaag spreek ik Ezels, Elsje. In Turnhout of all places. Weet je dat zijn? Dat is ver. Ergens in de provincie Antwerpen. Maar weet je wat, er zijn al lang geen controleposten meer op de provinciale grensovergangen. Of ik dat wel zo zeker weet. Heel zeker, Elsje. Men investeert niet meer in manschappen. Dat is voorbij. Liever koopt men gevechtsvliegtuigen, veertig maar. En de sossen zullen dat – watch my words – nog verder terugdringen tot vijfentwintig! Hoera voor de sossen! Elsje lacht. Dat ik een rare vogel ben. Die vandaag Ezels spreekt. Met een korte pony. De dag kan niet meer stuk.Sprekende Ezels

https://www.facebook.com/events/439124312865030/?fref=ts 

De Taalfluisteraar

Interessante, leuke, toffe en bijwijlen humoristische stukjes over taal

POETRY

| WRITTEN BY KRAGE

//Vensters

kunstmagazine

THE DREAM LIFE OF BALSO SNELL

Gedachtegewemel over boeken en auteurs

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Roos van rijswijk

Schrijft, presenteert, interviewt, coacht en organiseert

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Schrijfsels en fotografie van Sabine

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in Avondland

“Everything you can imagine is real.” - Pablo Picasso

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Een kleurrijk wandelprotest tegen de rotgang der dingen

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems' blog

(zocht je mijn website? even doorsurfen naar www.akimwillems.be)

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

%d bloggers liken dit: