RSS feed

Tagarchief: sneeuw

Ik schrijf niet over

Geplaatst op

uw rijstpapieren vel
dat kraakt als sneeuw
dat net niet breekt in
mijn blik, dat smelt en
keer op keer stolt
stalactieten langs
mijn mond. Slagtanden.

En dat ik smacht
naar uw nek en uw
stevige dijen en hoe
ge u zogen laat. Daarover
zal ik ook niet schrijven.
Mijn armen, mijn tepels,
mijn warme buik blijven
onbesproken rondom
het fantoomkind dat me
niet achterna holt

als ik wroet in de tuin
en lipbloemig kruid
me kust. Gretig en ik mocht
kiezen waar. Over heel mijn lijf
maar liefst daar liefje
in mijn navel.

Neem een schaar.
Knip me los. Ik zal erover
zwijgen. En als ge heel hard
en steeds sneller aan me denkt
zal ik doen alsof we
onbeschrijflijk
inwisselbaar zijn.

lipbloempje

Advertenties

Dwarreldicht

Geplaatst op

Ik verlang je altijd
dichtbij, overschrijd
je en jij mij

wij stiller dan enige afstand
overbrugt de weidse lucht
we zuchten ons vloeibaar

je adem groeit al jaren in mijn keel
mijn heupen een heuvel
bedwarrel me ik warm je

we omarmen de sneeuw
spits jij en ik knop kloppend
hart zacht mijn dijen

ontsluiten
me en ik jou

lief

dwarreldate

 

Zal ik liefde noemen (2)

Geplaatst op

Ik hoor al de hele week een zacht gefladder, een ontluikend gekraak, een broos gezoem. Eerst wist ik niet waar het vandaan kwam. Tot ik een beetje beter luisterde (met mijn ogen dicht en mijn hart ontsloten). En ineens wist ik het! Dit was het geluid van gelukzalig gepopel! Van mij… en van u, beste lezer! Geef het maar toe: u kan ook niet wachten tot mijn heerlijke, liefdevolle poëziebundel ‘Zal ik liefde noemen‘ verschijnt!

Om het popelen toch een beetje te verzachten (want je wilt natuurlijk ook niet uit je lijf popelen!), serveer ik u alvast een gedicht uit het hoofdstuk Winterslaap. Om al eventjes te proeven. Een amuse-geultje! Smakelijk xxx

De laatste vlok

Gelijk ge daar nu ligt | wil ik in u kruipen
lang en donker als de nacht
onder gerijmd gras dat kraakt
in het winterhol waar wij slapen

Gelijk ge daar nu ademt | wil ik de stofdeeltjes zijn
die zicht vastklampen in uw aders
uw bloed vertragen tot we dansen
dansen, dansen

Draai uw benen rondom mij
uw tong om mijn zinnen
uw woorden uit mijn mond

zijdevlinders

Ik trek uw huid over mijn schouders
en wacht op de laatste vlok

snow love

Sneeuw

Geplaatst op

In mijn slaap
rusten twee paardjes

ze draven herinneringen
van mijn hoofd naar mijn hart

Maar als jij…. als jij
de kamer betreedt

vergalopperen ze zich
door mijn landschap
van zachte stuipen

als je tegen en in mij kruipt

Vonken van zee
elektrisch geladen
vulkanen | ontaarding

van mijn zenuwen
een triomferende mars
dominostenen | dwars
door mijn schedel

dwarrel je

Ik vergeet je
in mijn slaap
rusten twee paardjes

ze dromen
sneeuw in mijn hart

paard in sneeuw

Geitenneukers & Kaaskoppen

Geplaatst op

Kleuters radicaliseren. En de mediabom ontploft. Weeral. In alle kleuren, hoog boven onze hoofden. In de lucht. Kijk daar! En daar! Piew, piew, piew… Boem! Ohhhh, zo schoon! Ik verdenk al die aanstokers ervan lucht uit hun duim te zuigen. Om die vervolgens te drenken in linkse of rechtse verf. Opdat hun spatjes in de juiste schapenweide zouden terecht komen. De kudde kan dan op gepaste wijze blaten tot je er horendol van wordt. Zonder dat er iemand ooit een geradicaliseerde kleuter gezien of gehoord heeft. Maar tegen dan bestaat ie al. De wereld krioelt ervan. Ondertussen.

Ik werk al verschillende jaren met kinderen. Ik geef theaterlessen en muzische taalvorming. Mijn klasjes zijn uitermate divers. In de provincie werk ik vaak met verwende scheten. Kinderen van tweeverdieners. Met grote huizen en veel elektronische surrogaataandachtsapparaten. In de mijnstreek krioelt het van Turkse en Marokkaanse kindjes in mijn klas. Met derdegeneratiemama’s waarvan er te veel naar mijn goesting geen deftige Nederlandse zin uitgesproken krijgen. In de hoofdstad werk ik met regenboogklasjes. Van alles wat. En ja. Daar hoor ik de verhalen die men de geradicaliseerde kleuters toeschrijft, ook. Joden zijn apen. Christenen zijn varkens. Vrouwen zijn hoeren.

Ik kijk daarnaar met drakenvliegogen. Dat maakt het moeilijk om één samenhangend beeld te vormen. Ik zie facetten. Deelverzamelingen. Losse pigmenten en net geboren lichtjes waarvan je twijfelt of je die nu net zelf verzonnen hebt. Laat mij dus één aspect van dit veelkleurige verhaal met u delen.

Ik heb het geluk gehad om op te groeien in de suburbs van de arbeidersstad Genk. Ik ging er naar school en smeedde er vriendschappen, ik heb er veel aan de toog gehangen en ik zat nog op het muurtje aan de fonteintje. Ik zat op het Atheneum, in een regenboogklas. Geitenneukers, kaaskoppen, bleekscheten, makakken, itakken, spleetogen, spaghettivreters, negers en rossekoppen. Maar op het einde van de dag waren we allemaal beejaloo’s.

Humor. Dat was het. Wat nu als een belediging aanschouwd wordt, dat was toen humor. Waar je nu een proces voor aan je broek kunt krijgen, dat was toen humor. Waar je nu – in verre vreemde landen – voor in de bak kunt vliegen, dat was toen humor. Wat nu als geradicaliseerd gedrag bestempeld wordt, dat was toen humor. We smeten vuilbekkerij naar elkaars hoofden, als was het een sneeuwballengevecht. Je had er die snel en vakkundig dikke, perfect gemodelleerde ballen smeten. Je had erbij die wat smurriesneeuw van de grond schraapten en dat zooitje in je nek smeerden. Je had de losers die altijd mis gooiden. Je had de broekschijters die zich bang achter het muurtje verscholen of wegketsten terwijl ze op hun mama riepen.

Men stelt zich soms de vraag wanneer men grappen maken kan om een beladen situatie. Wanneer is het te vroeg om met iets te lachen? Hoeveel generaties moeten er opnieuw voorbij gaan vooraleer we mogen lachen met de diversiteit in onze maatschappij? Want het lijkt erop dat we ondertussen allemaal in het schijtluizenhoekje staan. Achter één of andere antidiscriminatiejufs rok. Beschermd tegen sneeuwballen. Uit het zicht. Onherkenbaar. Onbereikbaar. In een glazen stulpje. Waar je het moet doen met kunstsneeuwvlokken. Kom, schud jezelf nog eens op. Door elkaar. Het is hier zo steriel.

sneeuwbol

In het midden van de speelplaats staat een lange, feestelijk gedekte dis. Vleesspiesen liggen op de barbecue. Wijn wordt geschonken. Muziek weergalmt. Mensen dansen en eten. Praten met elkaar. Lachen. Hier en daar kruisen voorzichtig verliefde ogen. Onder de tafel zitten vier kleuters.

– Jij bent aap.
– En jij bent zwijn.
– Bah! Zwijnen!
– Zwijg uw lip!
– Zet jij sjaal rond uw kop!
– Schei uit! Ga geit neuken, gij!
– Mi… uw vader is een aap!!
– Uw moeder zijne!
– Uw zuster zijne!!!!
– Schop u van hier!!!!!
– Beejaloo!!!!!
– Tsssss….!!!!!!

Ik wil niet oproepen tot iets. Maar misschien moeten we mee aanschuiven. Misschien moeten we glimlachen omdat we zien hoe onze kleuters onder tafel sneeuwballen gooien. Sneeuwballen die we thuis in de diepvriezer bewaren en die we heel af en toe, omwille van de nostalgische waarde, omwille van een stiekeme heimwee naar eenvoudigere tijden, opgooien. Sneeuwballen die dan opgevist worden door onze kinderen en die dan onder tafel naar elkaar gesmeten worden. Als een spel. Een kennismakingsspel. Na zoveel generaties. Mag er misschien terug gelachen worden.

Misschien ook niet. Weet ik veel. Ik ben maar een beejaloo.

Een kerstverhaal

Geplaatst op

Alice vouwt haar magere, bleke handen rondom een kop koffie. Koestert de warmte. Kijkt me niet aan. Dat doet ze nooit. In het beste geval kijkt ze door me heen. Meestal staart ze gewoon voor zich uit. Alsof ze inwendig letters bijeen zoekt, aan elkaar rijgt tot woorden. Soms denk ik dat er letters uit haar mond ontsnappen. Dan zie je ze bijvoorbeeld omhoog kringelen uit een heet kopje koffie of uit haar sigaret. De twee dames aan een buurtafeltje gniffelen. Dat ze een paar vijzen mist. Ze niet meer alle vijf op een rij heeft. Dat ze het virus ook te pakken heeft, wellicht. Ik kijk hen strak aan. Ouwe bessen. Het gegniffel stopt abrupt. Alice zucht een flauwe glimlach om haar lippen. Duwt met haar schouders wat lucht omhoog. Nipt van haar koffie.

De stilte. Rijst en valt. Tussen ons. Ik kan het hebben. We kijken gewoon wat naar buiten. Zuchten flauwe glimlachen om onze lippen. Duwen lucht omhoog. Tot tegen onze oorlellen. Daar tintelen verhalen die ze zomaar zou kunnen vertellen.

Ooit dacht ik dat ik de schepper van mijn leven was. Zou ze dan bijvoorbeeld kunnen zeggen. Dat ik met een vingerknip zomaar dood kon zijn. En terug levend. In het beste geval. Dat ik zomaar flauw zou kunnen vallen. Als ik blikken op mezelf priemde. Blikken waarvan ik blozen ging en waarvan mijn hart wild tekeer ging. In mijn keel en dan doorheen mijn bloed, mijn lijf, mijn ingewanden. Gelijk een bassdrum in de disco. Gelijk gefluister onder water. In je hoofd. Kaboem kaboem kaboem. De keet zou elk moment uit zijn voegen kunnen barsten. Dus je danst, je rent, je springt nog wat hoger. En je zweet. Je kijkt je zelf aan in de spiegel. Voelt voorzichtig met je vingertoppen aan de mens die voor je staat. Of ‘ie echt is. En als ‘ie echt is of ‘ie dan barsten zou? Als je met je hoofd er tegenaan zou dreunen. Met briesende neusvleugels. Op een bloeddoorlopen lap tegen de muur. Kaboem. Kaboem. Kaboem.

En dan kijk ik haar beduusd aan. Wat moet je anders? De gniffeldames priemen hun ogen op haar gelaat. Er is geen woord te vinden in de ruimte die zichzelf tegen ons aan plakt. Dus alleman zwijgt. Alice sopt haar oorlellen in zware lucht. Zo erg is dat allemaal niet, zou ze kunnen zeggen. Dat het nu diep verborgen zit in haar hoofd. Onder filterdunne laagjes bewustzijn. Dat het daar nu ligt te slapen. Te wachten op de dood. Dat die niet blijkt te komen in een vingerknip. En dat ze ook niet zomaar terug levend zal zijn. Zoveel staat vast. De schemerzone. Wie had ooit gedacht dat het vagevuur de ergste verschrikking zou zijn? Dat de hel de hemel schijnt. Dat de deur dan eindelijk valt in het slot. Dat de schepper dan schim kan zijn. Vrij. Vluchtig. Onbevreesd voor de zwaartekracht als ‘ie wankelt op de zevende verdieping, in een open raam. Waar armen langs binnen en langs buiten aan je trekken, duwen. Waar stemmen onder water wauwelen dat je niet vliegen kan. Dat je te pletter slaan zal. Dat je als de appel.

Er dwarrelt een pluimpje langs het raam. Het eerste pluimpje van het jaar. Wit en pluizig. Zacht en vederlicht. Zweven op luchtstromen. Dobberen door de ruimte. In je hoofd. En daarbuiten. Onder een fleecedekentje. Op het zomerterras.

Onder de dons

Geplaatst op


SAMSUNG

 

Een wollen tapijt

stroomt en stolt

een bruidsjapon

sluiert gulzig

 

Een schone lei

ontwaakt, de ochtend

napil braakt liefde uit

 

Hakt wakken in het ijs

begraaft de strijd

onder de dons

kijk je niet om

 

Naar sporen

die je achterlaat

op bevroren grond

 

POETRY

| WRITTEN BY KRAGE

//Vensters

kunstmagazine

THE DREAM LIFE OF BALSO SNELL

Gedachtegewemel over boeken en auteurs

second part of my life

Geluk volgt uit tevredenheid en tevredenheid is een keuze

In de stilte

berichten en brieven, notities, teksten en radio-werk, tekens van leven en sterven, aanwezigheid en afwezigheid, labo en latrine, liefde en leed.

De Laatste IJsschots

Muziek, film, literatuur, poëzie, theater, podcasts, natuur en media.

Evy Van Eynde

Freelance theatermadam, schrijver, docent & creatieve duizendpoot

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Roos van rijswijk

Schrijft, presenteert, interviewt, coacht en organiseert

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

Van Mij Naar Jou

Schrijfsels en fotografie van Sabine

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

GEBUNDELDE KARAKTERS ALS PROVIAND VOOR DE GEEST

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

“Everything you can imagine is real.” - Pablo Picasso

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

Waar mijn pen ligt, ben ik thuis

Wherever I lay my pen, that's my home

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Een kleurrijk wandelprotest tegen de rotgang der dingen

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems' blog

(zocht je mijn website? even doorsurfen naar www.akimwillems.be)

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

%d bloggers liken dit: