RSS feed

Tagarchief: letterkind

Mandarijn met pitjes

Geplaatst op

Kleine kindjes worden groot. Dat geldt ook voor Letterkinderen. Eerst zijn ze klein en voor je het weet zijn ze KLEIN. Groot. GROOT. Nee, nu overdrijf ik. Groot is zeker voldoende en soms ook KLEIN. En die KLEINE Letterkindjes moeten dan de GROTE LIJNBUS nemen om naar de GROTE SCHOOL te gaan.

Helena

Ik vond dus dat de tijd rijp was om dit misschien eens een keertje te oefenen. Het Letterkind houdt niet van oefenen. Het Letterkind schept genoegen in de vaardigheden die 1) aangeboren zijn 2) met de geringst mogelijke toevoeging van haar hoogstpersoonlijke, autodidactische toverpoeder tot leven gewekt kunnen worden. Al de rest zijn overbodige kwaliteiten.

Er is nog iets wat je moet weten over het Letterkind. Taken en instructies (zoals daar zijn: kamer opruimen, tafel dekken, huiswerk maken en dus ook: de bus nemen) dienen geschild te worden en vervolgens verdeeld in kleine, overzichtelijke partjes. Als je dat niet doet, veranderen die taken en instructies in roze, voorbijglijdende wolken waar je vanop je bed naar tuurt, van waarop je meereizen kan naar één of andere sprookjeswereld, die je omtovert in pluizige schuimbellen of waarin je gewoon ver-dwijnt.

ziek meisje

Ik begon dus vakkundig met het schillen en het verdelen in partjes (pitjes liet ik zitten, je wil hen ook niet té zeer bepamperen): Je fietst naar de bushalte (Welke bushalte? De Rijksweg, waar is dat? Nooit van gehoord), je sluit daar je fiets (Weet jij mijn slotcode nog, mam?), je wacht tot er een bus komt, als het een 45 of een 61 is, dan stap je op, je laat je abonnement zien, je kijkt uit het raam tot je moet bellen (Bellen? Op de blauwe knop? Wanneer moet ik bellen? Aan het marktplein in Groteschoolstad? Waar is dat? Is dat hier? Daar? Mijn god, ik heb zó dringend een telefoon nodig, mam! Wist je dat er een app bestaat die zegt wanneer je moet bellen? Dat heb ik nodig! Mam!)… – zucht –  je stapt uit, je steekt het marktplein over, je loopt de Groteschoolstraat in en je gaat naar school. Slik. Het Letterkind moet overgeven. Te veel mandarijnen met pitjes, zegt ze. Ik knik. We gaan op pad!

We fietsen onze straat uit, richting bushalte – partje voor partje – , we parkeren onze metalen rossen en we stappen op, op een 45. Het Letterkind heeft grote, waterige ogen. Ze legt haar hoofdje tegen het raam. Alle huizen veranderen in suikerspinnen. De straat wordt een melkweg. Gedoofde straatverlichting knipt aan en tapdanst als sterrenregen tegen het raam. Je moet kijken, kind! Fluister ik. Anders weet je niet waar je bellen moet straks. Ze heeft de hoofdingang gesloten. Mijn woorden ketsen af tegen haar huid en vliegen terug mijn mond in. Ze haalt haar schouders op. September is nog zo ver weg, mam. In de verte wapperen wimpels aan het beeld op het marktplein van Groteschoolstad. Bel nu maar, zeg ik langs een clandestiene toegangspoort. Goed gedaan. Kijk, we zijn er.

Terwijl we over het marktplein lopen, schudt het Letterkind wolkenplukjes van zich af. Niet allemaal, want het leven schuurt regelmatig. Zeker op dagen als vandaag. We wandelen naar de Groteschoolstraat en terug naar de bushalte. Dat was de ochtendmandarijn. Nu de avondmandarijn. Klaar? Het Letterkind kucht. Haar keel zit vol met pitten.

Helena

Een jongeman met een zwarte overall met witte verfspatten, komt bij ons staan. Zegt dat die klotebussen altijd te laat zijn en vraagt of onze auto stuk is. Ik schud mijn hoofd. Zeg dat het Letterkind de busrit naar de GROTE SCHOOL oefent. De jongeman knikt. Kijkt even rond of niemand mee luistert en zegt dan: Hopelijk is ze niet bang van … ge weet wel, dát soort mensen?! Ik kijk nu ook in het rond. Zie geen mensen. Van geen enkele soort. De jongeman kijkt me samenzwerend aan. Ik lach. Zeg dat ze van geen enkel soort mensen bang zou moeten zijn. De jongeman heeft daar zo zijn eigen ideeën over. Hij richt zijn ogen nu op het kleine Letterkindje en haalt vakkundig enkele adviezen uit zijn broekzak: Als dát soort mensen u ambeteert, dan zegt ge gewoon – hij kijkt nog eens argwanend in het rond en fluistert dan (vol vuur en vol vers speeksel) een Italiaanse vloek over padre & madre in het Letterkinds oor. Ik pluk wat wolkjes uit de lucht en smeer die over haar lijfje. MAAR! LET OP! Vervolgt de jongeman. Zeg dat nooit tegen een Italiaan! Dan hebt ge pas problemen! Het Letterkind kijkt me vol ongeloof aan. Gebeurt dit echt? Mam? Ik lach. Ik hou van dit soort van spontane, volkse ontmoetingen op de bus. Van rondgestrooide (in het wilde weg), goedkope adviezen. Ik knik.

We reizen terug naar huis. Het kind zoekt vruchteloos naar zachte plukjes. De jongeman stapt af en wenst het Letterkind veel succes. Omdat ze dat nodig hebben zal. Opnieuw een samenzwerende blik. Alsof hij en ik iets weten wat zij nog niet weet.

Het Letterkind moet opnieuw bellen. Bij de verkeerslichten in het dorp. Ze heeft die nog nooit gezien (ze vlogen steeds als sterrenappeltjes de lucht in – soms groen, soms rood, soms oranjegeel). We stappen uit. Steken de Rijksweg over. Stappen op onze fietsen en rijden terug naar huis. Door het dorp, kindje! Het kindje kent de weg niet. Beweert hier nog nooit geweest te zijn. Haalt haar schouders op en beslist het fietspad te volgen tot het verdwijnt achter de horizon. Daar is het vast warm en wolkig. Daar rijden vast geen bussen met dát soort mensen. Daar kan je vast heerlijk ver-dwijnen in zoete dromen. Daar wil ze nog heel even blijven. September is nog zó ver weg.

paradijsvogels

Advertenties

Zwart schaap

Geplaatst op

Onze dagelijkse wandelroute meandert vrolijk tussen koeien- en schapenweiden. Eentje herbergt een kudde verse lammetjes. Met zo’n twintig witte en precies één zwart schaapje. Het Letterkind plakt haar blik op de donkere pluisbol en laat haar ogen dan pingpongen tussen de witte krullenkopjes.

“Hoe komt dat, eigenlijk, mam? Dat er zo één zwart schaap tussen loopt?”

schapen

Mijn brein begint te tollen. Heel snel en heel stoffig. Tot mijn hersenen de pan uit zwieren en zo’n twintig jaar terug de tijd in vliegen. Ik zie mezelf aan de hoge lessenaar zitten in de les Natuurwetenschappen. Vooraan staat een mager ventje iets met handen en voeten uit te leggen: Meneer Rosius. Hij had de ondankbare taak om ook de niet-wetenschappelijke richtingen toch iéts bij te brengen over biologie, chemie en fysica. Het was niet aan ons besteed. Maar Meneer Rosius liet zich daardoor niet van de wijs brengen. Hij bundelde al zijn enthousiasme voor zijn vak in zijn pezige lijf en raasde hyper avant la lettre als hij was door de stof die hij ons desnoods eigenhandig de strot zou induwen.

“Schrijf op!” riep hij dan, hapte naar adem en vlamde de ene halve zin na de andere uit zijn mond en op ons blad. Meestal hield ik de interpunctie voor het laatst. Als alle stukjes zin op mijn papier stonden, strooide ik er wat komma’s, punten en vooral veel vraagtekens tussen en hoopte dan dat ik thuis alles met een magische spreuk zou kunnen ontraadselen.

Andere keren stond hij als een grijze tovenaar die tegelijk ook wat weg had van een wielrenner op een oude postkaart, met bunsenbranders te zwaaien of liet hij iets ontploffen (om ons wakker te schudden) of stond hij met zijn onrustige hoofd te schudden wanneer dezelfde jonge dame weer eens flauwviel nét voor een toets.

Van zijn lessen is me niet veel bij gebleven (het waaide gewoon keer op keer uit het raam in mijn bovenkamer) maar op één of andere manier herinner ik me wel nog hoe dat ene zwarte schaap in een witte kudde terecht komt. Toen ging het niet over schapen maar over erwtjes (geloof ik). En ze waren niet wit en zwart, maar groen en geel. En één van beide was dominant en de andere dus onderdanig (“Zeker, Meneer. Absoluut, Meneer. Komt in orde, Meneer!”). Om een lang verhaal, dat bovendien neergekribbeld staat in gebroken zinnen met veel vraagtekens in één of andere hersenkwab in mijn koekenpan, toch ietwat te kortwieken, zeg ik (terwijl ik mijn pauwenstaart openvouw) tegen het Letterkind:

“De boeren zetten altijd één zwart schaap in een witte kudde omdat dat onheil voorkomt. Meer moet je daar niet achter zoeken.”

Elise met schaapje

Ieder zijn eigen sprookje

Geplaatst op

We slurpen. Ik smakkend. Het Letterkind met lange tanden. Ik zeg dat er groot onheil dreigen zal als ze haar kom niet leeg eet. Ze fronst haar voorhoofd, kijkt me argwanend aan. Sist OMG, wanneer ga jij eens eindelijk de sprookjes terzijde leggen? Niet, zeg ik. En dat iedereen bovendien recht heeft op zijn eigen sprookje. Gij op dat van u en ik op dat van mij. Ik, schampt ze, geloof niet in sprookjes. Ik haal mijn schouders op. Toch wel. Gij gelooft in god. Sorry, God. Opnieuw vliegen er enkele OMG’s mijn richting uit. Ik duik naar beneden om ze te ontwijken en voel hoe ze mij vanop de schouw, als een rij zwaluwen in het oog houden. En zich tegelijk verwonderen over hun eigen spiegelbeeld in het troebele water waarvan ik slurp. Hoe ze vertrekkensklaar afwachten. Om aan te vallen. In de rug. Ze oppert beledigd dat haar God bestaat en dat mijn sprookjes verzinseltjes zijn. Ik smak. Lekker. Zeker voor een niet-bestaand toverdrankje. Dat doet de deur dicht! Mam! Stop ermee! Ik lach. Smak. Hmmm. Lekker heksensoep. Zeg eens liefje, hoe smaakt jouw godendrank? Aaahhaahaaaagrhhhaaa! Ma-ma! Stop! Ze slaat met haar vuisten op tafel. Heksensoep spat in mijn gezicht. Ik grinnik. Ik zei u toch dat er onheil dreigen zou als ge uw kom niet leeg at? Kijk, nu hangen we allebei vol smeurie. Wat een onheil! Je bent knettergek, mompelt ze. Zet de kom aan haar lippen en drinkt het toverdrankje op. Kwaak. Kwaak. Kijk mam, ik ben in een kikker veranderd. Ben je nu happy? Ik knik. Alles beter dan een gevallen engel, schat.

Een week in tekeningen

Geplaatst op

Orange

Mijn schatje was zichzelf niet

bij de tête-à-tête

met appelsienen en rode wijn.

Helenazia

Het Letterkind laat zich nu Helenasia noemen.

Evy, Martine en Maria

We traden op bij christenvrouwen.

uitnodiging

Het Zonnekind kijkt uit naar haar feest.

Jimy kijkt tv

Mijn schatje dronk te veel wijnappelsienen.

xxx

Tekeningen van het Letterkind

Geplaatst op

Er zitten zoveel verhalen in het Letterkind verstopt. Uit elke porie, uit elk streepje in haar gezicht, drupt constant een teveel aan letters en woorden. Je ziet haar denken. Verbanden leggen. Dromen. Soms glimlacht ze, soms wantrouwt ze, soms twijfelt ze en soms zeilt ze mijlenver onder de zeespiegel. Ze probeert dat gereserveerd te doen, maar in de plooien van haar tronie zit ook een klein vleugje uit mijn genenpot. Genoeg om een milde gezichtsexpressie niet te kunnen onderdrukken. En ik, ik teken haar eindeloos. Als ze moe is, als ze ziek is, als ze blij is, als ze bloost, als ze verlegen uit haar grote ogen kijkt. Och, kindje, ge zijt zo schoon. Denk ik dan.

HelenaHet Letterkind is blij
ziek meisje

Het Letterkind is ziek

 Halleluja Helena viert feest

Het Letterkind viert feest

choole chickHet Letterkind is stout
blosje Het Letterkind bloost

meisjes met rood strikje

Het Letterkind is lief

Helena

Het Letterkind is moe

Helena birthday kamp

Het Letterkind is scout

Bang. In het schone huis.

Geplaatst op

In afwachting van de geboorte van mijn tweede boek “Boze wolven“, kribbel ik niet veel. Daarom krijgt u van mij een kribbeltje van een ander pluimig wezen in dit huis, het Letterkind. Zij broedt wat af.

Soms schaven we die eitjes dan samen bij en soms gooi ik er eentje stiekem te grabbel. (Mams is de stouterik in huis. Paps is lief en serieus. Het Letterkind is nog liever en nog serieuzer. Het Zonnekind is charmant en eigenwijs.)

Familiestamboom

JIM  x  Dag 6 - Held

Helena  turnster

We lachen wat af Cartoon

Versje van Het Letterkind

Bang. In het schone huis.

Werkend. Zwijgend.
Loop je door het huis.
Je hebt de vloer gekuist.

Niemand weet waar je bent.

Jij zit op zolder.
Op te ruimen.
Je bent bang.

Van je eigen voetstappen.
Op de schone vloer.
Je borstel op de loer.

Terwijl ik beneden zit te huiveren.
Mijn water is aan het bruisen.

Bang. In het schone huis.

Tromgeroffel. Een nieuw verhaal.

Geplaatst op

Een colonne stapelwolken hijgt ons in de nek. Dreigt. We rijden naar het laagste punt van het dorp. Daar, waar het water in alle hevigheid blijft stilstaan. Aanmoddert. In bruine plassen die ruiken naar dennenhout. We stappen uit. Het Letterkind en ik. Steken onze blote voeten in caoutchouc botten. Geen mens waagt zich in het bos met dit weer. Je kan dus ongegeneerd je gedachten de vrije loop laten. Zonder dat iemand ze stiekem – in het voorbijgaan – opslurpt. Zich er een mening over vormt. Bij zichzelf denkt hoe vreemd de mensen wel zijn. We stappen flink door. De navelstreng van de dag sleept ons achter zich aan. Voedt zich met de woordenstromen die uit onze monden glijden. Zo overvol zijn we. Van indrukken, die onze op hol geslagen hoofden aan elkaar breien. We vullen leemtes op. Leggen verbanden. Blazen leven in nieuwe verhalen. Spugen ze uit. Omdat je hoofd wel eens zou kunnen barsten. We kokhalzen van het nieuwe leven in ons. Tot we helemaal leeg zijn. En zwijgen. De stilte knipt de streng in twee. Ik denk aan varkenspens. Bloedworst. Balkenbrij. Leverpastij met zwart brood. Speklappen. Perensiroop. We slenteren. Slepen slijk in onze botten. We stappen eruit. Onthaasten. Een trom en een streng kijken ons verweesd na.

De bosbodem is zwart en zompig. Volgezogen van roestige naalden, verkleumde dennenappels en braamtentakels. We leggen onze voetzolen neer. Onze tere zooltjes. Zachte kussentjes onder ons lijf. We slikken bosgeuren in, boren gaatjes onder onze voeten en zweven over de vloer. Doorheen modderplassen. Kriebelig gras. Dat ze doet alsof het geen zeer doet. Zegt het Letterkind. Alles wat je gelooft is waar. Voor je het weet gloeien er twee kooltjes onder je lijf. En verandert alles om je heen in een smeulend vuur. Het knettert in de lucht. Het Letterkind zegt dat de wolken vol kracht zitten. En tromgeroffel. Omhooggeklommen langs de streng, denk ik. Ze schudt haar hoofd. Mijn handpalmen bloeden van het brandend touw waaraan ik mij omhoog hijs. Dat het stuk voor stuk zwermen vogels zijn, gelooft ze. Die de top van de berg meezeulen. Zoals de krabben die het eiland overspoelen. De binnenkant van mijn knieën is opengeschaafd. Mijn lijf krijst. Een donderslag. Ik kijk omhoog. De wolken grijs en zwaar van oude lava. Een gat in mijn geheugen. We stappen terug in onze botten. Zoeken ruggesteun. Tromgeroffel. We gehoorzamen. Op den duur doe je dat. Daar gaat men sowieso vanuit. Conditionering. Pavlov. We happen naar de snoepjes aan het touw. Laten het bos achter ons.

Op de parking baadt de kapel in een lichtzuil. Het Letterkind wil bidden. Voor de gesneuvelden van het Maasland. 1914-1918. Nooit meer oorlog. Twee mensen schuilen. Geloven. In de kracht van verhalen. In de kracht van het onwaarschijnlijke. Leugens. Die we omarmen tot ze waar geworden zijn. Lantaarnpalen langs de melkweg. Opdat je zien zou in het donker.

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

Tom Driesen

En als je me niet gelooft dan maak ik je iets mooiers wijs

%d bloggers liken dit: