RSS Feed

Tagarchief: eenzaam

Binnenshuis

Geplaatst op

Binnenshuis

Dat ze te lomp was om te helpen donderen en lelijk als de nacht. En dat ze best binnenshuis bleef. Dat hij liever op de boemel ging met kameraden. Zijn hoofd liever te ruste legde bij Truus. Liever plakken bleef. Scheef de weg vergat. Luidkeels lalde dat dat elkeen overkomen kon. Dat ze best haar mond dicht hield én de gordijnen.

De ochtend roept. In de verte stamelt een camionette voorbij. Passeert het huis. Klimop woekert tegen en door de muren. Wentelt zich rondom de schim. Die zwijgzaam aan zijn tafel zit. Nooit meer nipt aan lauwe thee. Onvrede vreet uit losse handen.

Bram Peeters (Het forum, deel I)

Geplaatst op

Een aantal jaren geleden werkte ik behoorlijk noest aan een prozaverhaal met romanambities 🙂 Ik geraakte toen niet verder dan 5 hoofdstukken. Vaak stond ik al met het onaffe mormel aan de vuilnisbak, maar dan gilde het uit alle macht, greep zich aan mij vast totdat ik het terug in de kast stopte. Daar zit het nu al een paar jaar stof te vergaren. Dus. Heb ik besloten om het hele onding te herschrijven en af te maken. Ik zal zo nu en dan een afgerond stukje posten op dit blog. Waarschijnlijk zal ik daarbij niet chronologisch te werk gaan, dus zie de losse stukjes vooralsnog niet als één aansluitend geheel. Commentaar is uiteraard welkom! 

 

Ik dacht vaak terug aan mijn studententijd. Aan de eerste filosofen die ik las. Aan de gedeelde levensvragen. Die je moest memoriseren. Alsof dat nodig was. Ik was immers de artiest die de stof kneedde tot eigen moes, de schilder die zichzelf heruitvond met schetslijnen en geruite schaduwen. Achteraf bleek dat een slecht idee. Te gezocht. Ik had mijn bek moeten open doen. Woorden fonetisch moeten nabootsen. Dan kreeg je een koekje.  Ik kreeg geen koekje en ook geen diploma. Ik zou er nooit meer eentje krijgen. Geen van beiden. Ik hield me ledig met komma’s plaatsen en syllaben gorgelen in mijn keel. En ook wel met tetrisblokken stapelen. Smijten, stapelen en rook uitblazen. Tabaksslierten los peuteren uit uitgedrukte peuken. Want ik ging toch maar – nog niet – stoppen. En nachtwinkels had je toen nog niet. De tulbanden klommen toen in appelbomen. In Haspengouw. En blikken tonijn opentrekken, dat ook. Want de gezellige kookdrukte in de keuken, greep me steevast naar de keel.  Ik kreeg met moeite een zinnig woord gezegd. Kauwde eindeloos op droge brokken, als de chiromeisjes spaghetti maakten, Keith Haring postkaarten op de frigo plakten met magneten waarvan je vrolijk wordt. Als de chiromeisjes nostalgisch slurpten van Minute Maid drankjes, met de flapjes omhoog. Trots hun nieuwe Kickers toonden. Dan wilde ik mijn stoute schoenen aantrekken, mijn gedacht zeggen. Knabbelde verder op de brokken. Zweeg. Nam een tetrisblokje, smeet het naar voorbij kuierende studenten, op weg naar hun koekje.

In mijn eerste kandidatuursjaar trok ik op met een groepje studenten waarvan ik er enkele kende van vroeger. Een aantal van hen studeerde chemie. Na een weddenschap begonnen ze zelf drugs te brouwen in het studielab. Eén keer liet ik me overhalen om te komen proeven van hun home cooked meal. De proeverij ging door op het kot van Bram Peeters. Het was een koude, donkere herfstavond, zoals je er veel had in die jaren. Ik wandelde de Parkstraat uit en via de bossige middenberm van de kleine ring, waarde ik door het verkeer.  Als een schim, een koud hoopje mens. Het is weer druk in Leuven, ik vraag me af wat doe ik hier? Stijn Meuris ritselde door het bladerdek, nestelde zich in mijn gemoed. Koud en klam belde ik aan. Bram liet me binnen. Hij hunkerde. Naar een nieuw verhaal. Een verhaal dat we zouden delen, dat me zou bijblijven, zodat hij het vergeten kon. Zodat hij geen schim moest zijn. Richtingloos op de kleine ring. Liever was hij alleen in gezelschap. Later bezocht hij steeds vaker wilde feestjes met rare mensen. Rare mensen met wie hij graag en snel intiem was. Heel even maar. Zo stapelde hij speciale liefjes en geniale vrienden tot de berg kwakkelde en ineen stuikte.  En dan gaapte hij in het grote gat. Deed de deur voor me open. Verdronk in meelij met zichzelf terwijl ik wroette in de aarde. Zwart zand in het gat smeet. Met fijne vingers de spleet dichtnaaide. Wachtte naast het graf totdat ‘ie herrees. En dan sloeg ‘hij zijn gewaad om mij heen, kuste me en deed de deur in het slot. Ik was niet zo poëtisch. Ik vond hem geil en intelligent. Hij deed me denken aan mijn vader.

Die avond plofte ik op zijn met assenvlekken bedekte bed. Hij zat aan zijn bureau. Keek me aan, plooide zijn lippen in een glimlach. Hij wist dat ik zenuwachtig was. Dat ik elk moment kon besluiten om zonder eten naar bed te gaan. Dus hij sprak zacht, blies warme woorden in mijn nek. Dat we samen dit verhaal zouden schrijven. Wij twee. En Rosse Robbie. Dat was de man. De man met de geniale ideeën.  De ideeënman. Ik vertrouwde hem niet. Hij keek langs mij door. Sprak niet tegen me. Het was al laat toen hij binnenkwam. Hij had in het studielab gewacht tot hij er alleen was, totdat hij zijn wondergoedje brouwen kon. Ik kan me zijn stem niet herinneren. Ging de proeverij niet door? Bram leek teleurgesteld. Ik was in de war, twijfelend opgelucht, wantrouwig. Verdwaalde in mijn hoofd toen ze verwikkeld geraakten in een gesprek over de twee hamsters die elkaar vermoord hadden na een lange strijd in hun tweekoppige hamsterhiërarchie. De stinkende, half opgevreten kooi stond er nog, herinnerde aan het gefrustreerde, eeuwige gedraai op het rad en de wanhopige acrobatentoeren van de publiekloze clowns…

Steenzaam

Geplaatst op

Steenzaam

Tussen wervels krimpt de stem

tot het laatste stof gesproken is.

Syllaben leggen zich neer, steenzaam

 

bij de stilte. De rug zwijgt zich krom.

Spant het vel rond de ribbenkast.

Strekt niet meer

 

uit over klavervelden. Het hoofd daalt in

schouderbladen, onbeschreven stolt

zijn blik, tentakels op ’t klavier

 

tot het marmer barst, moedervlekken

het kind verlaten, poriën sluiten

met klatergoud.

 

Binnen smeult het vuur

nog na, smelt

samen met de rotswand.

 

Einzelgänger

Geplaatst op

Mijn lief vond het een slecht idee. Maar ik zou en ik moest gaan. En ik sleurde hem mee. In mijn sacoche. Schudde hem met de rest van mijn mobiele inboedel op tafel. Waar hij groots gebaarde en schreeuwde gelijk het dof wegtikken van tijd. Nooit helemaal gelijk met je polsslag. En in een wip onder tafel geveegd als je in het moment wilt zijn. Later haal je dat dubbel en dik terug in. Iemand drukt dan op de twee pijltjes naar rechts. En alles daar tussenin vult zich met loze herinneringen. En flarden van gesprekken die je pas later begrijpt. Als je vervelende stiltes opvult met betekenis. Als je je eigen waarheid ontdekt en er zeven aureooltjes boven hebt genaaid. Als je jezelf in de handen wrijft omdat jij niet eenzaam bent.

Eén familie. Eén einzelgänger. Een barbequerooster. Goedkoop vlees. En wijn. De gesprekken zouden vanzelf vloeien. En je mocht een bolletje inkleuren op je goededadenkaart. Wie kon daar nu tegen zijn? Mijn lief. Maar die hield ik onder mijn duim. Besprenkelde ik met parfum uit de Wibra. Zodat hij zwijgen zou en stoppen met hoofdschudden in een uithoek van de avond.

Ze zag er niet uit als een eenzame. Toch niet op het eerste gezicht. Ze bolde haar grote groene ogen als ze naar je keek. Golfde haar gelippenstifte woorden klein en een beetje bitter als ze haar taaie leven herkauwde. Uitspitte over tafel. Waar een walm omhoog rees. En iedereens neus bloedde.

einzelgänger

Dat je jezelf tekort doet als je geen Frans spreekt. Dat je er dan voor kiest om lager op de ladder te blijven spartelen. Dat ze een laatste Mercedes kocht met haar karige pensioen. En een foulard. Om eenzame tranen weg te deppen. Als het waait over stadskasseien en Oostblokkers inwendig vloeken omdat je je juwelen thuis gelaten hebt. Als ze de weg vragen naar het station. Waar geen trein richting thuis rijdt. Waar je uren wacht op een bankje. Tot de dag voorbij kruipt.

Tijd voor champagne. Ik slurp snel de bubbels uit mijn glas. Laat rozijnen liggen op de bodem. Kus mijn lief uit mijn sacoche. Hij knikkebolt. Iemand duwt op de twee pijltjes naar rechts. Loze herinneringen vloeien in onze hoofden. Dat ze eenzaam sterven zal. Terugblikkend op vergane glorie. Kraam ik uit. Je veegt mijn woorden van tafel. Dat ik het toch altijd beter weet. Dat ik zo vol ben van mijn eigen gelijk. En dat je ook best een Mercedes zou willen. En een foulard. Als het waait in je hart. En eenzame tranen geen brug slaan tussen ons. Als niemand drukt op de twee pijltjes. Als het leven stil staat. En liefde rimpels krijgt.

 

Rapunzel

Geplaatst op

SAMSUNG

Dat ze graag zo’n Freebee Magic Moment Box wil. Haar ogen blinken. Wachten in spanning af. Ik blaas de sterren vakkundig uit de scène. Niks van. We zoeken eerst uit of daar kinderarbeid aan plakt. Dat plastic gestold gif is. En dat je niks anders kan verwachten van al die onhebbedingen uit Goede Zeemansland. Ik hoor hoe een traan in haar slokdarm verdwijnt. En nog één. En nog één. En hoe ze samenklitten in haar strot. Hoe ze woorden niet meer afgeslikt krijgt.

Ik ga dat niet vertellen, mam.
Ik doe het niet.
De kinderen vinden dat raar.
Ze vinden mij raar, mam. 

Ik kijk achteruit. Een klein meisje staat te zwaaien met haar armen. Draait als een tol. Wolken komen uit de grond gestoven. In een windhoos. Klimmen omhoog. Langsheen de wenteltrap. Hoog boven de bomen. Kleinemeisjesbenen door het bladerdek. Ritselend. Ruisend. Een Jan van Gent. Vliegt met grote blauwe ogen doorheen zijn hoofd. De onmetelijke ruimte. Zachte plukken dons. Zet een kroon op je kop. Bestijg de troon. Kijk naar beneden.

We zweven over de speelplaats. Met zijn hinkelbaan. Zijn klimrek. Zijn zandbak met koeken en torens. Waar Rapunzel woont. Zachtjes groeit haar droeve lied. In voetsporen. Op het strand. Wacht daar jaren, eeuwen lang. Op de prins. Die als gegoten in haar stappen treedt. Vergeet hoe eenzaam het pad.

Ze snappen het niet, mam.
Ze moeten nog veel leren. 

Ze zwaait. Kijkt achteruit. Klimt omhoog. Langsheen de wenteltrap.

Tekenpiet

Geplaatst op

tekenpiet

Achter het raam zie je hem zitten.

Als je goed kijkt.

Zijn gezicht plooit simultaan

met het gordijn.

Even grauw en grijs.

 

Tekenpiet, zeggen de mensen.

Waarom? Dat vertel ik je later.

Later, als ik groot ben.

 

In de bovenste la van een commode

bouwt hij een nest. Met stro en papier.

Voor twee papegaaien.

 

Die fladderen rond in zijn huis.

Schijten op zetels en op het fornuis.

Waar hij eieren op bakt met spek en veel boter.

En Jupiler.

 

Op een dag

laat hij het raam op een kier.

Ziet ze vliegen.

 

En s’avonds op straat

klinkt het

Biesshke, biesshke!

Liebe, das biesshke!

 

Het kruipt onder zijn huid.

Waar het donker en grauw.

Waar het ruikt naar pis.

En bruine bloemen in zijn onderbuik.

Mos in ’t kozijn.

Vochtige echo’s in het boilerkot.

Of er nog bier moet zijn?

 

Biesshke, biesshke!

Liebe, das biesshke!

 

De mensen praten.

Stellen zich vragen.

Waar is het beestje, Piet?

Vertel het me later,

Later, als je dood bent.

 

Klinkt het in de straat

Biesshke, biesshke!

Liebe, das biesshke!

 

En de wind ruikt naar pis

en heraangestoken peuken.

Achter het gordijn.

Fantoomkreuken.

 

Yes you can do it!

Geplaatst op

prinsesje

« Maak er weer zo’n groots jaar van als al uw vorige ! Yóu can do it!” Onlangs was het mijn verjaardag en deze zin prijkte op het kaartje dat ik kreeg van mijn zus. Gelukkig gaf ze het mij terwijl ik soep uitdeelde, gasten welkom kuste en zetels speelgoedvrij maakte. Genoeg excuses om diagonaal te lezen. Dat wil zeggen: Enkel met je ogen. Je kleeft als het ware de woorden op je netvlies. Je knippert voor een schone lei. En je schikt de boodschap in een kluis om later te herkauwen en door te slikken. Met een kopje koffie. Achter het klavier.

Ze heeft gelijk. Ik ben een zondagskind. Alles wat ik aanraak verandert in goud. Verhaspelde woorden spin ik tot verhalen. Talent? Nauwelijks. Goesting? Meestal. Inspiratie? Ligt voor het grijpen. Ik registreer. Steel. Slik. En braak uit. Dan schreeuw ik om te komen kijken. Vlucht achter een struik. En wacht. Tot er iemand komt. En als die achteloos voorbij stapt, sterf ik een beetje. De vitale delen blijven gevrijwaard. Mijn vingers en mijn hoofd. Zo stierf mijn hart al duizend jaren. Een kleine dood. Een orgasme van liefde. Voor de eenzame mens, die wij zijn.

Ik geef haar een glas wijn. Yes I can do it. Ze lacht en verdwijnt. Achter de struik groeit een nieuw hart. Ik ben een slang. Vervel en herrijs. Werp oude zonden achter mij. Ik ben een kind van god, die ik tekende op een wolk. Met een lange baard om in te schuilen. Waar je woorden spint tot een nieuw verhaal. Laat ons klinken. Het prille jaar belooft groots te zijn.

Anker Tong

Fiction

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Daniel Billiet - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

alles is een verhaal

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Take This Now

Don't let yesterday use up too much of today

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

%d bloggers liken dit: