RSS feed

Tagarchief: Antwerpen

Soet@MAS

Geplaatst op

Soet MAS

Lieve vrienden, ik ben jullie verantwoording verschuldigd. Nee, dat is niet waar. Ik hoef en moet hier niks. Dit is mijn virtuele living. En als het u niet aanstaat, kunt ge vertrekken. Denk daar gerust een smiley van welke aard dan ook achter. Alle gekheid op een stokje. Ik wil dus graag iets kwijt. En jullie mogen het lezen. Opslurpen. En dan allerlei gedachten daarover laten ontploffen. In jullie hoofd. Ik heb geen zin om met stoffer en blik achter jullie aan te lopen. Gelieve dat dus inwendig te doen.

Onlangs schreef ik hier het kortverhaal ‘Madame Dufour’. Nu moet je weten dat ik de gewoonte heb om in de eerste persoon te schrijven. Vanuit het ik-perspectief dus. Dat wil niet zeggen dat het verhaal daarom persé over mij gaat. Het zou kunnen. Maar het hoeft niet. Zoals ik al zei: Ik hoef en moet hier helemaal niks.

Wat er gebeurde: de dag erna hing mijn moeder een beetje paniekerig aan de lijn. Was het zó ver met mij gekomen? Moest ik nu andermans kak opvegen? Zou ik toch niet beter al die dwaze hobby’s aan de kant schuiven? Een een echte job zoeken? Eentje met veel variatie, menselijke contact en ruimte voor zelfontplooiing?

–          Ik ben mijn job niet hè, mam…

–          Nee, kindje, dat weet ik, maar toch. Je bent zo intelligent. Weet je wel.

–          En ik kan ook goed kak opvegen, mam. En tegelijk over filosofische levensvragen tobben. Multitasking, weet je wel. Trouwens, het is allemaal maar fictie, hoor.

–          Hoe bedoel je, fictie? Het ging toch over jou?

–          Ja, dat zou kunnen.

–          Hoe bedoel je, dat zou kunnen? Spreek eens niet zo in raadsels, kind.

–          Het zou kunnen dat het over mij gaat, mam. En nu ga ik nog een beetje kak opvegen. Dag mam.

Je weet ondertussen wellicht dat ik een gemenerik ben. Dus. Ik zette mijn gsm uit voor de komende twee dagen. En volgde stiekem mams onrust virtueel op Facebook en Twitter, enzo. Ze postte heelder dagen kadertjes met wijze woorden. Zoals. Een poetsvrouw is ook een mens. En ook wel. Eigen kak eerst. En ten slotte iets in de aard van. Koester je kuisvrouw. Ze dweilt je tranen op een hoopje. Tovert je bril kakvrij.

Lieve vrienden. Mam. Ik vul mijn dagen niet met het vegen van andersmans kak. Gelukkig, want dat doe ik niet graag. Ik ben professioneel schrijfster. Krijg opdrachten van een heerschap dat Antoine heet. En ik sta op het podium. Daar doe ik allerlei hoogst uiteenlopende dingen. Liedjes zingen over kleine meisjes bijvoorbeeld. Om ze vervolgens op te hangen aan een wasdraad. Daar kunnen ze dan uitwapperen. Met uitzicht op de Schelde. Als je toevallig pankenkoortsig bent hoog in het MAS. Museum aan de Stroom. En verder knoop ik eindjes aan elkaar. Ook op uiterst professionele wijze. Ik schnabbel. Daarover heb ik dan verhitte discussies met Annabelle. Mijn collega. Alterego. Alias. Virtuele betere versie van mezelf. En soms. Heel soms. Veeg ik brillen kakvrij. Om beter te kunnen kijken. Uit het raam. Op een eiland in de Schelde. Waar eendjes dobberen. En donuts. Maar dat is weer een ander verhaal.

Theater @MAS

 

Advertenties

Bollekesfeest

Geplaatst op

Drie dagen had ik op het Bollekesfeest gestaan. Bij de peuterspeeltuin.  Ik ruimde er de ballen van het ballenbad op. En de blokken van de blokkenhoek. Ik verjoeg grote lummels. En wilderikken die de strandbal rakelings langs mijn ukkies  gooiden. En papa’s die te veel Bollekes opgeslurpt hadden. En mama’s die hun kinderen weigerden op te voeden. Ik had er drie dagen gestaan, gezeten, rondgestruind tussen de nannycorner en het zwevend kasteel. Mijn ogen rustig laten dobberen over donsharige kinderkopjes. Mijn oren laten vollopen met muziekjes die opstegen van achter de grote parasollen, die aan platanen groeiden. Als bananentrossen. Rijpe zonnestralen. Klaar voor de pluk.

bollekesfeest

Ik had er drie dagen gestaan en nu was het voorbij. Het Bollekesfeest trok zijn gordijnen toe en keerde neergedwarrelde polkadots bijeen. Met stoffer en blik. Op een grote hoop. Twee meisjes sprongen er pardoes in. Lachten luid. Totdat een boze moeder er genoeg van had. Gedaan met feesten. Vader is zat. En dan waggelden ze samen naar de Grote Markt. Of de einder tegemoet.

De ballenbaden waren terug in schelpen veranderd. Een uitgeholde pompoen hobbelde voorbij. Daar zou ik straks soep van maken. Als de herfsttij in het land is. Op een wip toverde ik kale kaaikasseien waar drie dagen een peuterspeelwei gestaan had. Een hoopje rekwisieten op de stoep. Toegeklapte parasollen. Eenzame stoelen. En tafels. Een lege Flandriaboot. Een klein meisje kwam naar me toe. Gaf me een briefje. Ik stopte het ding in mijn achterzak. Vuilbakken staan altijd te ver weg.

Een uur later lag de stad ver achter mij. Ik hobbelde in mijn gevulde pompoen over de snelweg. Naar het Verre Oosten. Naar de lokroep van de Maas. Waar bokkerijders de nacht doorkruisen op geluidsgolven als het vloed is in het vagevuur. Ineens zie ik een beest over mijn voorruit kruipen. Het is lichtgroen en het geeft haast licht als je spleetjes van je ogen maakt. Het kruipt en het springt. En het heeft beestige poten. Ik zet de pompoen op de pechstrook. Hoewel de dag vol geluk was. Ik maak een schelp van mijn handen, tracht het beest te omsluiten. Maar het mormel springt telkens weg. Ik zie het zitten in een hoekje. De maan schijnt lichtgroen. De sterren eten pistache ijs. En dan bedenk ik dat de redding nabij is. Het briefje in mijn achterzak. Ik haal het ding tevoorschijn. Laat het fluobeest erop kruipen. Draai de ruit naar beneden. Het springt in de nacht. Lantaarnpalen baden in grasgroene wolken. Waar dromen grazen. Langs de melkweg. Ik ontwaak. Bekijk de reddende engel uit mijn broekzak. Het fluistert in neogotisch schrift: Jesus Saves You.

Muzeval

Geplaatst op

Afgelopen donderdag mochten mijn verzen weer tot leven komen. In de hoofden van de mensen. De mensen die zich nestelden aan een tafeltje in Den Hopsack. In Antwerpen stad. De schoonste stad van de Lage Landen. Ik mag dat zeggen want ik heb het zelf gezien.

posterhttp://muzeval.blogspot.be/2013/08/affiche-8-augustus-2013-evy-van-eynde.html

Het was een schoon optreden. Alleszins dat geloof ik toch. Na afloop kregen de mensen suikerbonen. Een man fluisterde in mijn oor. Dat het schoon was. En dat hij moest denken aan die keer – hij zal een jaar of dertien geweest zijn – toen zijn moeder fluisterde: “Kom, sloeber, kruip nog eens op uw moeders schoot.” En dat hij zich nestelde in de warmte van haar boezem en haar wollen gilet. En dat dat zo’n deugd deed.

En ik dacht, lieve mensen: Schoner wordt het niet. Maar ik had ongelijk. Want een uur later liep ik met mijn moeder en mijn kleine meid na te genieten in de avondgloed van de Antwerpse kathedraal. En Helena riep: Dit is het schoonste wat ik ooit gezien heb! En daarop klonken wij. Met rode wijn en cécémel.

muzeval

choco

 

De Boerentoren

Geplaatst op

vlinders

 

Heel lang geleden. Was er eens een groot koninkrijk. Het heette Antverpia. Het was omringd door woeste zeeën. De scheldewaters, zegden de mensen. Overdag was alles pees en vree. Maar ’s nachts vloekten en tierden de golven. Tot de hemel sterren bloosde van gêne. Het nachtelijke watergeweld kroop de mensen in de kleren. Zij plakten bij daglicht een schone glimlach onder hun neus. Flapperden vrolijk met hun oren. Maar als de zon zonk achter de laatste golf, borrelden nachtvlinders in de Antverpische buiken. Daarom waren de mensen verplicht om voor het slapen gaan hun lippen te sluiten. Met een rits of met knopen. Of met klittenband voor de kleintjes. Zo bleven de vlinders veilig in hun hol. En de straten geweldloos.

Het koninkrijk Antverpia kende drie standen: De boeren, de handelaars en de filosofen. (De doeners, de durvers en de denkers). Aan het hoofd van de drie standen stond een koning en een koningin. Door een oude vloek waren alle koningsparen gedoemd kinderloos te blijven. Daardoor moest er bij elk koningsoverlijden een nieuwe vorst gekozen worden. Antverpia was een ruimdenkend rijk en liet die keuze over aan het volk. De mensen moesten dan een week lang hun lippen gesloten houden. Zodat er voor de boze nachtvlinders in hun buiken niets anders opzat dan te winterslapen. Het volkse verstand kon dan ongehinderd door rancuneus gefladder, door honger in eigen buik, unaniem kiezen voor een goede vorst.

Eeuwenlang ging dat goed. Tot er in de handelswijken steeds meer knoop-, rits- en klittenbanddiscounters als paddenstoelen uit de grond rezen. De kwaliteit van de afsluitsystemen nam een diepe duik. Tot onder de zeespiegel. Steeds vaker werden mensen wakker met open mond. Hun hoofd in een zwerm van boze vlinders. En toen de dag kwam dat de laatste goede koning stierf, weigerden de mottenlegers in het winterhol te kruipen. Het volk geraakte het niet eens over een nieuwe vorst. Immers, de filosofen wensten een groot denker. De handelaars schreeuwden om een vrije marktkramer. En de boeren? De boeren kwamen op straat. Met riek en zeis. Fier gezeten op hun ploeg. Zij hadden de goedkoopste knopen, ritsen en klittenbanden gekocht. In de Antiqualdi om de hoek. Zwermen wraakzuchtige nachtvlinders fladderden uit hun mond. Vormden een spandoek tussen de wolken: Mestkever Koning! En zo geschiedde. Koning Mestkever beklom zijn troon. En de boeren bouwden een toren voor hem. De Boerentoren. De hoogste toren van het rijk. Koning Mestkever ging op de bovenste etage wonen. En elke dag keek hij uit het raam neer op het volk. Blies mottenlegers door de straten. Tot alle filosofen en handelaars neergesabeld waren. Zo was het goed, dacht de koning. Dat najaar oogsten de boeren wat zij gezaaid hadden. Het koninkrijk werd boerendorp. Waar de mensen vergaten te denken en onhandelbaar waren. Waar de golven ’s nachts steeds luider scholden. Tot de hemel blonk van beschaamde sterren. Na honderd kristallen nachten, liepen de boeren slaapdronken tegen elkaar. Deelden boze motten uit. Bestormden de toren. De Boerentoren. Koning Mestkever zag ze komen. Dacht bij zichzelf: Het einde is nabij. Hij klom in het hoogste raam en gooide zich te pletter. En terwijl zijn laatste adem verdween op de rug van een vlinder, bevroren alle boeren in de toren in een eeuwige winterslaap. Antverpia verdween. In de golven van de scheldewaters. Enkel de boerentoren bleef overeind. En toen eeuwen later, woeste Vikingen over de Antverpische baren koersten, ontwaarden zij de toren. Zij bouwden er een eiland rond. Stichtten er een rijk. Noemden het Antwerpen Stad. En de nieuwe koning nam zijn intrek in de toren. Bij de renovatie ontdekte hij muurschilderijen van rieken en zeisen en gespreide vlindervleugels voor een ploeg. Hij noemde zijn stulp de Boerentoren. De Boerentoren van Antwerpen Stad. Waar boeren wonen, tot op de dag van vandaag, in wandschilderijen.

 

Met dit sprookje doe ik mee aan een wedstrijd van Fameus. Voor een nieuwe kidsgids over Antwerpen zoeken zij schrijvers en illustratoren. De opdracht was: Schrijf een verhaal waarin je antwoordt op de volgende vraag: Wonen er boeren in de boerentoren? De winnaars mogen een hoofdstuk schrijven  voor de nieuwe gids. 

Je kan mij steunen door mijn verhaal te liken op hun facebookpagina:

https://www.facebook.com/KidsGids?ref=ts&fref=ts

Mercikes al, x

Alea iacta est

Geplaatst op

Het gaat goed! We liggen een snuit voorop! Mijn leven op een kier. Euforische stemmen klitten samen tot hoogzwangere ballonnen aan het plafond. Slingers wapperen wind door de zaal. Blazen een kraag op lauwe pils. Dit zijn mijn vrienden, denk ik. Ik slik een prop slijm door mijn strot. Mijn maag gaat wild te keer. Sluit de deur.

Neem een pilletje. Wat ben ik blij. Ik lach. Doe alsof ik de grimas in de spiegel niet zie. Dwing mijn lijf nonchalant te wiegen op nauwelijks gedempte bassen. Echo’s van zegekreten. Het lukt me niet. Mijn romp kraakt houterig heen en weer. Mijn neus wijst diep en dieper naar mijn navel. Mijn armen en benen verstrikt in de touwen. Een tik tegen het raam.

Ik schrik op. De deur gaat open. Men vraagt zich af waar ik blijf. Een blik op de klok. Kwart voor zeven. Een wit blad ligt gewichtloos voor me. Ik neem mijn pen. Sluit de deur.

Wat is het eerste dat een nieuwe koning doet?

1) Hij plant zijn vlag op de hoogste berg en gooit zichzelf in de armen van het volk
2) Hij vergeet alles
3) Hij ademt de nieuwe lucht in en blaast er zeepbellen van

Dit is geen sprookje. Er zit geen krekel te tikken tegen het raam. Het is mijn hart. Ik leef! Ik weet het verschil tussen goed en kwaad. Ik adem op het ritme van deze stad. Op de nok van de Boerentoren plant ik mijn vlag. Ik gooi mij te pletter. In de armen van het volk. Ik vergeet Brussel. Vul mijn hoofd met uitlaatgassen. Blaas akkoorden uit mijn mouw.

Ik frommel het lege blad in mijn binnenzak. Brei mijn gedachten tot een holle slogan en wapper hem rond mijn nek. Stap op de rode loper. De wind snijdt ijskoud door mijn sjerp. Alea iacta est.

Is dit alles?

Geplaatst op

We spreken af in Borgerocco. Achter de Turnhoutsebaan. Een jongeman houdt me tegen. Vraagt of ik racist ben. Ik kom uit de lucht gevallen, krabbel en strijk mijn frons recht. Zie hem verdwijnen op zijn bidmat en roep hem na dat het maar fictie is! Alsof het voorval niet gebeurde, zoeken we verder naar een parkeerplaats, proppen onze mobiel tussen bekraste broeders en vergeten de straatnaam te noteren. Een Nederlandse vrouwenstem vraagt om haar modus te veranderen in ‘lopen’ en loodst ons uit het getto.

Heeft iemand zich al eens afgevraagd wat het nut is van trams in de stad? Wellicht wel. Ik zie het niet. Ze doorkruisen straten op rails die doen alsof ze zich ver boven- of ondergronds voortplanten. Hobbelen kleurenblind voorbij het rode licht, schuddebollen bellend gelijk koeien naar hun wei, verschijnen uit het niets in je zijspiegel en hebben naar alle waarschijnlijkheid geen frein.

Zes ogen kijken naar links en naar rechts. Hollen in vogelvlucht – modus kortste weg – dwars doorheen tramrails, zebrapadtoetsen – enkel de witte – gesluierde coca-cola flessen en krijsende kinderwagens, de straat over. Een bende 30’ers en 40’ers staat nog een sigaretje te roken op de stoep voor De Roma. Hier is nagedacht over stijl en decoratie, denk ik. Verf doet alsof ‘ie van de muren bladert, zuilen krullen zich hoog tegen het plafond, rood fluwelen gordijnen beloven brood en spelen voor het volk. Of is de zaal werkelijk al premiddeleeuws en heeft iemand snel het bordje ‘onbewoonbaar’ van de gevel gestript? Een lichte vorm van suïcidaal gedrag is mij niet vreemd, dus begeven we ons naar het zitbalkon. Ik, mijn moeder en mijn kind. Drie generaties. We kunnen zo in de krant.

Op de weg naar hier hadden we luidkeels meegebruld met hun grootste hits. Tweeëndertig jaar, Smoorverliefd en Radeloos wachten op Nederwiet, Doris Day en De bom. Hij viel maar een beetje. In de zachte schoot van duizend strijkers die voor de gelegenheid uit Ernsts klavier gekropen waren. Samen met een tweekoppige blazerssectie die ook dienst deed als achtergrondkoortje. Mijn moeder heeft twee zwarte muzikantjes in haar glazen kast staan. Straks slaat het middernacht en breekt de betovering, denk ik. Heel even zie ik Anne de Baetselier en Willy Sommers in de coulissen staan. Ze frommelen wat aan elkaar. Op het podium en in de zaal zwaaien strijkstokken heen en weer. Henny draait wat aan zijn basgitaar en knipoogt morsetekens naar een knoppentovenaar. En dan naar mij. Ik val haast van het balkon. Denk aan zijn strakke lijf en kaken, bijna dertig jaar geleden zingt ‘ie Smoorverliefd over de Pinkpopwei. Een klein meisje lipt verlegen woordjes mee en nipt van haar cola. Om haar pols prijkt een fluo roze en groen zweetbandje. Is dit alles? vraagt ze. Ik haal mijn schouders op en plak een brede glimlach op mijn gezicht. Henny heeft naar je geknipoogt, fluister ik in haar oor.

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting in avondland

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

Tom Driesen

En als je me niet gelooft dan maak ik je iets mooiers wijs

%d bloggers liken dit: