RSS Feed

Categorie archief: Romanflarden

Helena Wolfsklauw – Scène met Elisabeth van Spalbeek

Geplaatst op

Van oktober tot eind mei ben ik steeds druk in de weer als docent van allerlei creatieve en artistieke vormingen. In de tussenliggende maanden heb ik weer wat meer tijd voor mijn schrijfprojecten.

Sinds september werk ik aan een jeugdroman:
“Helena Wolfsklauw. De stem van een wandelend eiland.”

Ik zal hier geregeld stukjes posten. Eerder plaatste ik al dit stukje: Helena Wolfsklauw

Je kan nu een passage lezen uit hoofdstuk 7, waarin Helena kennismaakt met Elisabeth van Spalbeek.

Dag 20 - Ogen dicht geen handen

De lange Lindelaan lijkt steeds minder lang te worden bij elke stap die Helena zet. De wind zingt steeds zachter door de lindeblaadjes. De duif die haar stiekem achtervolgt wordt steeds donkerder en de openstaande deur van Elisabeth van Spalbeeks kamer krimpt zienderogen. Wat eerst een lange tocht leek, blijkt nu te passen tussen een duim en een wijsvinger. Tenminste als je een oog dichtknijpt.

Helena gaat op haar knieën zitten en kijkt door de openstaande deur naar binnen. In de kamer staat een kleine stoel, een kleine tafel en een klein spijlenbed. In het bed ligt een klein meisje te slapen. De eikenhouten vloer kraakt als Helena op reusachtige handen en voeten naar binnen kruipt. Ze zet zich neer op de grond naast het bed en ze moet haar gigantische hoofd een beetje scheef houden om zich niet te stoten tegen het plafond. Als ze haar armen spreidt kan ze met haar vingers elke muur van deze kleine kamer aanraken.

Helena kijkt met grote ogen naar het slapende meisje. Ze durft haar niet wakker te maken. Hoe luid moeten haar woorden niet klinken? Hoe overweldigend moet een duwtje in haar zij niet zijn? Hoe stormachtig moet haar kleinste zucht niet wervelen? Hoe watervallig elke traan die ze plengen zou in dit kabouterhuisje?

Ze besluit om te wachten tot het meisje van zelf wakker wordt. De duif nestelt zich ondertussen op Helena’s schouder. Zijn witte veren zijn nu donkergrijs. Op de duur lijkt iedereen op zijn schaduw.

Helena ziet nu dat er naast een stoel, een tafel en een bed nog andere voorwerpen in de kamer wonen: een houten kruisje ligt aan het voeteinde van het bed. Een stopnaald ligt zij aan zij met een lucifer op de tafel. Beiden blozen zich een rode kop. En één van de muren huisvest een kleine open haard met klein sprokkelhout en kleine, nadampende assen van het vorige kleine dagje.

Ineens klinkt er muziek door het raam. Klokken luiden. Koorzusters zingen een Latijns lied. Aroma’s van wierook en geheimzinnigheid dwarrelen naar binnen. Als bij toverslag opent het kleine meisje haar ogen…

Advertenties

Helena Wolfsklauw

Geplaatst op

Ik werk sinds september aan een nieuw boek. De werktitel is voorlopig “Helena Wolfsklauw. De stem van een wandelend eiland”

Reeds 25000 woorden plakte ik op het scherm, reeds 10 hoofdstukken voelen zich thuis in mijn verhaal.

Het hoofdstuk waarin we voor het eerst kennismaken met Helena’s voorgeschiedenis, begint uiterst poëtisch. Omdat het prima als een afgerond stukje poëzie gelezen kan worden, vond ik het wel geschikt als eerste teaser. Enjoy!

wolfsporen
Een spoor van telkens twee grote, langzame met daartussen twee kleine, snelle voetafdrukken groeit uit het bospad. Erboven danst de schaduw van een kleine roedel, een jong gezin. Vader, moeder en kind. De gitzwarte bosaarde wasemt hopen rode mieren uit. Zweetdruppels glijden langs varens omlaag.

De schaduw vertraagt en trappelt ten slotte ter plekke. De vadersilouet veegt een donkere vlam van zijn voorhoofd. De moeder haalt een petje uit haar buidel en plakt het op het hoofd van het kind. Het is tijd om even te rusten. Door de hitte dreigt de schaduw te smelten. Wat overblijft, in zo’n geval, is een doodlopend spoor.

Terwijl de grote schimmen opgaan in de reusachtige olievlek van een oude eik, krimpt het kind tot tegen de bodem. Daar groeien twee extra poten uit de kleine gestalte. Zo sluipt het kinddiertje op vier poten over het zonovergoten pad. Het zigzagt. Van de ene struik naar de andere. Soms draait het zich om, lijkt boodschappen van de eiken olievlek uit de lucht te likken en maakt dan rechtsomkeer. Tot nét voor de olievlek. Daar blijft het diertje staan. Op zijn vier poten. Het doet een dansje en keert zich opnieuw om. Zo kruipt het telkens een beetje verder van de olievlek vandaan, tot er ineens geen boodschappen meer te likken zijn. De olievlek zwijgt. Het kinddiertje kan nu vrij kruipen, spelen, groeien en terug krimpen, likken aan varens en eikels opeten.

Het spoor is nu veranderd in zich herhalende patronen van twee voor- en twee achterpootjes. Soms is het rechtlijnig, soms twijfelend, soms verdwijnt het even tussen de struiken. Om even later terug op het bospad te verschijnen. Het had een oneindig spoor kunnen zijn, maar het toeval besloot daar anders over (tenminste, als je daarin gelooft…).

Ineens stuit het spoor immers op een diepe voetafdruk, een deel van een ander sporenpatroon. Het sjabloon van dit spoor wordt gevormd door vier identieke voetstempels van telkens een groot zoolkussen met daarboven vier scherpgeklauwde tenen.

Het silhouet van het kinddiertje staat al even stil en bekijkt het nieuwe spoor aandachtig. De geklauwde voetafdrukken zijn zo diep dat het regenwater van de vorige nacht erin is blijven staan. Zo ontvouwt er zich een parcours van verdampende bosplassen die je zouden kunnen doen denken aan zwetende geisers, maar dat kent het kind niet. Het kind kent wel dorst. En het weet dat je dan best drinken kan. Dus het laat zijn silouetlijfje zakken, zet zijn voorste pootjes rondom de eerste geklauwde voetafdruk, zet zijn lippen aan het zwetende water en drinkt zijn buikje vol.

Onmiddellijk zakt het kinddiertje door de poten. Dan versmelt ook het buikje met de bodem en ten slotte legt het kinddiertje ook zijn kop neer. De schaduw krijgt een laatste stuiptrekking en wordt dan één met het bospad.

In de verte roept de eiken olievlek. Eerst lijkt het op gewauwel, dan hoor je steeds duidelijker menselijke klanken die versmelten tot een naam:

Helena! Helena!”

De vader en de moedersilouet komen uit de olievlek gelopen. Banen zich een weg over het spoor van het kinddiertje, blijven staan bij de geklauwde voetafdruk, zien dat deze is leeggedronken en graven het silhouet van het kinddiertje uit het bospad. De vader neemt het diertje in zijn armen en begint te lopen. De moeder schreeuwt het uit terwijl ze in de voetsporen treedt van de razende schaduw voor haar. De duistere storm die over het bospad stuift.

Bram Peeters (Het forum, deel I)

Geplaatst op

Een aantal jaren geleden werkte ik behoorlijk noest aan een prozaverhaal met romanambities 🙂 Ik geraakte toen niet verder dan 5 hoofdstukken. Vaak stond ik al met het onaffe mormel aan de vuilnisbak, maar dan gilde het uit alle macht, greep zich aan mij vast totdat ik het terug in de kast stopte. Daar zit het nu al een paar jaar stof te vergaren. Dus. Heb ik besloten om het hele onding te herschrijven en af te maken. Ik zal zo nu en dan een afgerond stukje posten op dit blog. Waarschijnlijk zal ik daarbij niet chronologisch te werk gaan, dus zie de losse stukjes vooralsnog niet als één aansluitend geheel. Commentaar is uiteraard welkom! 

 

Ik dacht vaak terug aan mijn studententijd. Aan de eerste filosofen die ik las. Aan de gedeelde levensvragen. Die je moest memoriseren. Alsof dat nodig was. Ik was immers de artiest die de stof kneedde tot eigen moes, de schilder die zichzelf heruitvond met schetslijnen en geruite schaduwen. Achteraf bleek dat een slecht idee. Te gezocht. Ik had mijn bek moeten open doen. Woorden fonetisch moeten nabootsen. Dan kreeg je een koekje.  Ik kreeg geen koekje en ook geen diploma. Ik zou er nooit meer eentje krijgen. Geen van beiden. Ik hield me ledig met komma’s plaatsen en syllaben gorgelen in mijn keel. En ook wel met tetrisblokken stapelen. Smijten, stapelen en rook uitblazen. Tabaksslierten los peuteren uit uitgedrukte peuken. Want ik ging toch maar – nog niet – stoppen. En nachtwinkels had je toen nog niet. De tulbanden klommen toen in appelbomen. In Haspengouw. En blikken tonijn opentrekken, dat ook. Want de gezellige kookdrukte in de keuken, greep me steevast naar de keel.  Ik kreeg met moeite een zinnig woord gezegd. Kauwde eindeloos op droge brokken, als de chiromeisjes spaghetti maakten, Keith Haring postkaarten op de frigo plakten met magneten waarvan je vrolijk wordt. Als de chiromeisjes nostalgisch slurpten van Minute Maid drankjes, met de flapjes omhoog. Trots hun nieuwe Kickers toonden. Dan wilde ik mijn stoute schoenen aantrekken, mijn gedacht zeggen. Knabbelde verder op de brokken. Zweeg. Nam een tetrisblokje, smeet het naar voorbij kuierende studenten, op weg naar hun koekje.

In mijn eerste kandidatuursjaar trok ik op met een groepje studenten waarvan ik er enkele kende van vroeger. Een aantal van hen studeerde chemie. Na een weddenschap begonnen ze zelf drugs te brouwen in het studielab. Eén keer liet ik me overhalen om te komen proeven van hun home cooked meal. De proeverij ging door op het kot van Bram Peeters. Het was een koude, donkere herfstavond, zoals je er veel had in die jaren. Ik wandelde de Parkstraat uit en via de bossige middenberm van de kleine ring, waarde ik door het verkeer.  Als een schim, een koud hoopje mens. Het is weer druk in Leuven, ik vraag me af wat doe ik hier? Stijn Meuris ritselde door het bladerdek, nestelde zich in mijn gemoed. Koud en klam belde ik aan. Bram liet me binnen. Hij hunkerde. Naar een nieuw verhaal. Een verhaal dat we zouden delen, dat me zou bijblijven, zodat hij het vergeten kon. Zodat hij geen schim moest zijn. Richtingloos op de kleine ring. Liever was hij alleen in gezelschap. Later bezocht hij steeds vaker wilde feestjes met rare mensen. Rare mensen met wie hij graag en snel intiem was. Heel even maar. Zo stapelde hij speciale liefjes en geniale vrienden tot de berg kwakkelde en ineen stuikte.  En dan gaapte hij in het grote gat. Deed de deur voor me open. Verdronk in meelij met zichzelf terwijl ik wroette in de aarde. Zwart zand in het gat smeet. Met fijne vingers de spleet dichtnaaide. Wachtte naast het graf totdat ‘ie herrees. En dan sloeg ‘hij zijn gewaad om mij heen, kuste me en deed de deur in het slot. Ik was niet zo poëtisch. Ik vond hem geil en intelligent. Hij deed me denken aan mijn vader.

Die avond plofte ik op zijn met assenvlekken bedekte bed. Hij zat aan zijn bureau. Keek me aan, plooide zijn lippen in een glimlach. Hij wist dat ik zenuwachtig was. Dat ik elk moment kon besluiten om zonder eten naar bed te gaan. Dus hij sprak zacht, blies warme woorden in mijn nek. Dat we samen dit verhaal zouden schrijven. Wij twee. En Rosse Robbie. Dat was de man. De man met de geniale ideeën.  De ideeënman. Ik vertrouwde hem niet. Hij keek langs mij door. Sprak niet tegen me. Het was al laat toen hij binnenkwam. Hij had in het studielab gewacht tot hij er alleen was, totdat hij zijn wondergoedje brouwen kon. Ik kan me zijn stem niet herinneren. Ging de proeverij niet door? Bram leek teleurgesteld. Ik was in de war, twijfelend opgelucht, wantrouwig. Verdwaalde in mijn hoofd toen ze verwikkeld geraakten in een gesprek over de twee hamsters die elkaar vermoord hadden na een lange strijd in hun tweekoppige hamsterhiërarchie. De stinkende, half opgevreten kooi stond er nog, herinnerde aan het gefrustreerde, eeuwige gedraai op het rad en de wanhopige acrobatentoeren van de publiekloze clowns…

Anker Tong

Fiction

Woordzoeker vzw

Muzische, artistieke taaleducatie voor kinderen, jongeren en volwassenen

Het Ontstaan

Hoe de woorden zich bewegen en vorm worden

Kim in de pen blogt

Belevenissen van een maandagskind

ben zo terug!

En toen was er...

Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Rolf van der Leest

Gebundelde karakters als proviand voor de geest

gedacht & gedicht

en soms wat meer gedicht dan gedacht

pazzidiparole.wordpress.com/

Ann Van Dessel - Daniel Billiet - Erwin Steyaert - Hilde Pinnoo

Lettergoesting

Over kunst en letters en hun plaats in mijn leven

Fotogedichten van Lenjef

Losse gedachten in woord en beeld gevangen ©

Places Unknown

Dmitrii Lezine's Places Unknown is fine art and travel photography from around the world. Enjoy!

Figments of a DuTchess

not noble, just Dutch

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

LouTerLou, I'm telling you

blogs, columns, life

Loessoep

I'd rather be a verb than a noun

Margo Hermans

Blog what you live; don't live to blog.

Lettersmid

Vindt (de) zin

Goed Gezind

Terug naar de eenvoud

Kluger Hans

Online platform

KING BILLY's REPUBLIC

For whatever it's worth

ilcavallobianco

corri, corri mezza prato

Alowieke

Ik kijk en ik creëer

Stop Shop 2014

we stoppen de shopping waanzin (voor één jaar)

Land van Eden

Of hoe we anders kunnen leven en denken.

Jean Philip De Tender

everything is a story

kribbels uit mijn leven

een kijk in mijn gedachten en de gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, heel gewone dingen, misschien ook wel heel bijzondere......

Taaldacht

Mijmeringen over de aard en wortels van onze taal

Take This Now

Don't let yesterday use up too much of today

Juliecafmeyer's Blog

Just another WordPress.com site

sarahgoodreau

things and not things.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Opmerkelijke Manieren

mijn ervaringen als lid van Mensa

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

Groove Garden

Adriaan Kuipers

Spiegelingen

Mijn wereld in spiegelbeeld

Kaat Kladdert

Kaat kladdert erop los

Ketogeen... en... Wat ?

Zelfexperiment van ketogeen..... eten ! En ? Hé ? Ja dat !

Leen Huet

Leen Huets blog

%d bloggers liken dit: